Ik wil naar god

    Inderdaad, ‘ik wil naar God’ is een echte beslissing die u moet nemen. Het is niet iets wat je zomaar verkrijgt door braafjes zitten af te wachten, want het is juist God die op jouw beslissing wacht om naar Hem terug te keren. God heeft jou een vrije wil gegeven, en Hij kan dus niets beginnen tegen jouw persoonlijke wil in. Jij moet beslissen of je dit wilt of niet. Jij moet beslissen wat er voor jou belangrijk is in je leven. En datgene wat belangrijk is, daar zal je aandacht naar uitgaan, en doordat je aandacht er naar uitgaat, zal je het uiteindelijk verkrijgen ook. De wetten van de gedachtekracht dus!
    Zonder deze ene belangrijke beslissing kun je niet naar God, want het is juist deze ene beslissing die ervoor zal zorgen dat je aandacht op de goede weg gericht blijft. Er zijn miljoenen wegen, én er is ook de weg naar God. Maar zonder die ene standvastige beslissing zal je keer op keer verdwalen in de miljoenen andere wegen die voorhanden zijn, en zal je die ene weg naar God steeds blijven mislopen. Die ene definitieve beslissing zal je aandacht op de hoogste liefde gevestigd houden, en zo vermijden dat je afdwaalt van het pad. En die miljoenen andere wegen, wel, die lopen steeds in een kringetje. Het zijn de wegen van reïncarnatie, die steeds maar weer op hetzelfde punt terugkomen, zonder een echte uitweg aan te bieden.

    Dat het mogelijk is om de wereld van God effectief te bereiken, dat weten we ondertussen al, want er zijn hier al mensen geweest, zoals een Christus en een Boeddha bijvoorbeeld, die het ons jaren geleden hebben voorgedaan. Zij hebben ons aangetoond wat er allemaal mogelijk wordt, wanneer je de keuze voor God definitief gemaakt hebt.

    Maar wat is dan die keuze voor God? Wat houdt dat in? Is daar dan de echte waarheid te vinden? Zullen we daar dan zoveel beter van worden? 
    Godsdienst heeft al zolang voor het omgekeerde effect gezorgd! Hoe kunnen we vanuit deze beperkte wereld in hemelsnaam de uitzinnig stralende wereld van liefde leren kennen?

    Jezus heeft het in elk geval met klem benadrukt: de enige uitweg uit de waanzin van dit leven, is weg van hier, weg van deze wereld, naar God toe. 
    Maar hoe dan? 
    Is de wereld van God niet iets wat enkel te bereiken is ná dit leven? Moeten we niet wachten tot ná onze dood om God te kunnen aanschouwen? 
    Wij hebben in het vorige boek Ons gedachtelichaam hier al een duidelijk antwoord op geformuleerd. Na de dood krijg je immers volgens de vele getuigenissen die werden opgetekend, een wereld voorgeschoteld die aangepast is aan je eigen bewustzijnsniveau. Voor de ene kan dat de hel zijn, voor een ander een soort van voorlopige tussenhemel. Maar geen van deze voorlopige en tijdelijke hemelen is de wereld van God. Het zijn alleen maar werelden en hemelen die wij voor onszelf en voor de anderen uitgekozen hebben, maar van God is op dit denkniveau nog steeds geen sprake. Het zijn alleen maar voorlopige hemelen in reïncarnatie.

    En weg van hier, staat dat dan niet gelijk met zelfmoord? Moeten we onszelf eerst doden om God terug te vinden? 
    Ook daar weten we ondertussen een antwoord op, want wie zelfmoord pleegt uit onmacht of wanhoop, komt na dit leven, voor een tijdje althans, in een al even wanhopige situatie terecht als tijdens zijn leven. Dus ook dat kan niet de echte oplossing zijn.

    Weg van hier, midden in de wereld, maar toch erbuiten! De realiteit toont ons aan dat we niet echt deze wereld kunnen ontvluchten. We kunnen hem niet op een correcte manier verlaten, althans, niet lichamelijk, en dus zien we niet onmiddellijk een oplossing voor dit probleem.
    Maar met onze geest, met onze gedachten kunnen we wel wat beginnen! Want het is in onze gedachten, in ons bewustzijn dat de wereld bestaat, en niet in het echt.

    Heb je ooit wel eens naar de radio geluisterd?
    Wat een vraag!
    Natuurlijk heb je dat!
    Zo op een gewone dag, met de radio aan, gewoon wat luisteren naar de liedjes en de teksten, naar de commentaren en de reclameboodschappen die je favoriete station voor jou heeft uitgekozen.
    De liedjes zijn wat ze zijn, de commentaren verstrooien je aandacht, en het geheel maakt je dagelijkse taak wat minder zwaar.
    Maar dan opeens komt er een ingrijpende gebeurtenis in je leven. 
    Je wordt gewoon dolverliefd, of je hebt ergens een grote meevaller gekend. 
    De liedjes op de radio worden nu opeens extra vrolijk, en lijken wel een ode te zijn aan jouw eigen blijheid. Overal in de teksten hoor je vrolijke dingen, alles gaat nu over de liefde, en je ganse wereld is vervuld van blijdschap.

    Maar het kan ook anders.
    Misschien ben je plots iemand verloren die je nauw aan het hart lag, of heb je een relatie met iemand waarmee je het goed meende, moeten stopzetten. De liedjes die je nu op de radio hoort zijn allemaal vol van droefheid, en alle teksten lijken de ganse dag wel te zeggen dat de ganse wereld één doffe ellende is!
    Het lijkt wel alsof de radioman zijn songs heeft uitgekozen in functie van jouw gemoedsgesteldheid. Weet hij dan hoe jij je voelt? 
    Natuurlijk weet hij dat niet, maar wat we hier zien is een heel duidelijk voorbeeld hoe onze eigen gedachtekracht de wereld rondom ons bepaalt! 
    De liedjes op de radio zijn steeds dezelfde. Het zijn songs, uitgekozen omdat ze bij de filosofie van het radiostation passen, en door jou dagelijks beluisterd omdat je ze graag hoort. Deze liedjes hebben geen voorkeur voor iemand die goed of blij gezind is, en ze weten ook helemaal niets af van jouw stemming op dat moment. Maar toch interpreteer jij ze wel als dusdanig. 
    Als je blij bent, loopt de ganse wereld over van blijdschap, en als je droevig bent lijkt het wel of alles en iedereen je eraan wil herinneren dat het heel slecht met je gaat. 
    Jij gaat dus zelf heel selectief woorden uit de teksten halen die voor jou belangrijk zijn. Als je blij bent, wil je een blije wereld zien, en ga je dus op zoek naar blije woorden. Maar als je verdrietig bent, dan zoek je rouw en tristesse, en ga je in dezelfde tekst als daarstraks, op zoek naar woorden voor de bevestiging van je leed.

    De wereld die jij vanbinnen voelt, zie je dus ook in de buitenwereld rondom jou!

    En zo maakt onze gedachtekracht voor ons iedere dag weer de wereld die we willen zien! 
    Wat wij zien in de mensen en de dingen rondom ons, is slechts een weerspiegeling van wat er zich in onze eigen gedachten- en gevoelswereld afspeelt! Voel jij je blij, dan zie je vrede en blijdschap overal aanwezig. En voel jij je down, dan is het ganse bestaan een grafrede namens je eigen persoon.

    We kunnen dus zelf kiezen welke wereld we willen zien! Onze gedachten zijn wel degelijk heel sterke krachten.

    Niemand heeft op hetzelfde moment dezelfde gedachte over gelijk welke gebeurtenis, of gelijk welk voorwerp dat hij aanschouwt, en dus is er helemaal geen echte wereld buiten ons. Iedereen denkt er anders over! Welke wereld is dat dan, daar buiten ons? Is het de wereld die ik zie, of is het de wereld die jij ziet? Want die twee werelden zijn helemaal niet hetzelfde.
    De wereld die we zien is dus alleen maar de wereld die in ons bewustzijn leeft. Je ziet de wereld waar jij waarde aan hecht.
    En jij bent volledig vrij om je eigen wereld te kiezen, en om op zoek te gaan naar bewijzen voor het bestaan van jouw eigen zelfgemaakte wereld. God zelf heeft jou daartoe de vrijheid gegeven. 
    Wat we daarmee echter nog niet weten, is hoe we kunnen vermijden dat een bepaalde stemming van ons gemoed, ons in een bepaalde situatie terechtbrengt, en ons dus een wereld voorspiegelt die beantwoordt aan de stemming waar we waarde aan geven. We moeten ons met andere woorden onafhankelijk weten te maken van onze steeds wisselende emoties. Hoe ontstaan al die verschillende gemoedsgesteldheden? Waar komen ze vandaan? We moeten het mechanisme trachten uit te schakelen waardoor we steeds van het ene uiterste in het andere geslingerd worden. En dat mechanisme zullen we in dit boek grondig onder handen nemen.

    In de wereld zal jouw persoonlijke vrijheid onvermijdelijk botsen met die van mij en van vele anderen, en dus is onze zelfgemaakte wereld niet echt toereikend om het hoogste geluk te bereiken. We zullen immers moeten vechten tégen al de anderen voor het behoud van ons eigen gelijk.

    Laat ons eens bekijken welke wereld wij hier dagelijks aanschouwen, en hoe die wereld eruit ziet, die we allemaal voor onszelf gemaakt hebben.
    Wanneer we om ons heen kijken, dan zien we dat we hier allemaal stevig moeten strijden voor ons voortbestaan. Het leven op deze planeet is een voortdurende strijd om het behoud van het lichaam, en om allerlei dingen te verwerven die het voor dat lichaam zo aangenaam mogelijk maken. We hebben duizend en een dingen nodig om ons goed te voelen, en vanuit die zwakte, vanuit die noden die we denken te hebben, bekijken we de wereld om ons heen. Ondertussen zijn we voortdurend op onze hoede dat de anderen onze verworven schatten niet weer komen stelen, en moeten we hen daardoor regelmatig op hun plaats zetten. We wijzen hen terug naar een plaatsje ónder ons, want dat is waar wij hen het liefst van al hebben. Wij kunnen onze rijkdom nu eenmaal niet behouden door die met hen te delen, en dus is dit overduidelijk een wereld van schaarste die we hier beleven, en niet een wereld van gelijkheid. Op deze planeet is het dan ook onmogelijk om rechtvaardig en eerlijk te zijn, want we hebben niet genoeg om aan iedereen evenveel te geven, ook al zouden we dat nog zo graag willen. Deze schaarste zorgt er dus voor dat we de wereld vanuit angst en zwakheid moeten aanschouwen, en vormt aldus een zeer grote hindernis voor de liefde die we wel zouden willen geven, maar die nu vanwege de schaarste onmogelijk is geworden. 
    Ons aller gedachten werken op dit ogenblik dan ook stevig in ons nadeel, want we worden dagelijks overmeesterd door bange angstgedachten over alles wat we hier willen beschermen en behouden.

    Dát is dus de wereld die we willen ontvluchten. Dát is de wereld die we kwijt willen, en die we in ons bewustzijn willen veranderen.

    Weg van hier, wil dus zeggen: weg van de schaarste en de angst om het bestaan! Weg van alle zwakheid in onze redeneringen!

    We moeten op zoek naar onbeperkte rijkdom, eenheid, kracht en liefde voor ons bewustzijn, want als we daar naar zoeken, dan zal de wereld in ons bewustzijn veranderen, en zal hij via de gedachtekracht op die manier aan ons verschijnen. We moeten met andere woorden een weg bewandelen die ons wegleidt van ons huidige angstige denken, en die ons toestaat om nieuwe en bevrijdende gedachten voor waar aan te nemen. En daarvoor zullen we ons duidelijk moeten losmaken van de wereld zoals we hem nu aanschouwen.

    De wereld zelf is slechts neutraal. Hij is er gewoon, en oordeelt niet. Maar wij kunnen uit die neutrale wereld wel bepaalde delen uitkiezen die we liever hebben, waardoor hij zijn neutraliteit voor ons verliest. Het ene wordt op die manier veel belangrijker dan al het andere, en onze gedachtewereld raakt in de war, als we niet datgene wat het meest begerenswaardig is in ons bezit hebben. De wereld verandert daarmee niet, maar ons idee over de wereld verandert helemaal, wanneer we er bepaalde dingen uitkiezen, in plaats van hem in zijn totaliteit te aanvaarden. En hier ligt de grote oorzaak van al ons leed!

     

    De scholen en de maatschappij stellen zich tegenwoordig heel sterk deze vraag: ‘Hoe kunnen wij aan onze jongeren de dag van vandaag nog een christelijke opvoeding meegeven?’ 
    Maar deze vraag heeft totaal geen betekenis, als je niet eerst begrepen hebt wat Jezus precies bedoelde met zijn woorden. We moeten dus eerst het begrip ‘christelijke opvoeding’ eens degelijk durven definiëren, vooraleer we kunnen beginnen met het doorgeven ervan! 
    Want als Christus bedoelde dat we moeten zorgen dat we de beste zijn, dat we het meeste punten hebben, of dat we slimmer moeten zijn dan onze concurrenten, dan zijn we inderdaad goed bezig. Nochtans zouden we dan niet zoveel depressies en psychoses mogen ontwikkelen, als alles zo wonderwel zijn gangetje gaat volgens school en maatschappij. Kan het aansturen op concurrentie onder elkaar, en het aanleren dat het leven een gevecht om het bestaan is, een christelijke opvoeding genoemd worden? 
    Of is een christelijke opvoeding dan toch dat dwaze idee dat we moeten leren samenwerken, dat we God bij onze beslissingen moeten betrekken, en dat we bezit niet moeten nastreven om het te bezitten, maar om het te delen? 
    Dat de beste zijn in wiskunde en geschiedenis niets oplevert voor de ontwikkeling van je bewustzijn, maar dat het oefenen in mededogen en liefde geven, je rechtstreeks naar de hemel leidt. 
    Moeten we niet op school gaan leren dat je alleen maar liefde kan geven als je zelf niets meer nodig hebt? Dat het afbouwen van je eigen behoeftes je rijker maakt, en dat alleen dan liefde mogelijk is? Dat rijk zijn een staat van het bewustzijn is, en niet uitgedrukt kan worden in geld of goed?

    Of wat had jij dan gedacht wat ‘een christelijke opvoeding’ betekent? Moet het begrip ‘christelijke opvoeding’ dan niet in twee gesplitst worden? Want opvoeding betekent in deze wereld dat je naar de maatschappij geleid wordt, en dat je jezelf sterk maakt om de confrontatie met de anderen aan te gaan. 
    En christelijk betekent juist dat je bewust onder de anderen blijft, ook al weet je veel meer dan zij. Het betekent dat je hen alles geeft, en dat je zelf niets meer wilt van het materiële, omdat je beseft dat het onbelangrijk is, en het in de weg staat voor de ontwikkeling van je bewustzijn. 
    Dat wil niet zeggen dat je het materiële nooit zal gebruiken, maar wel dat je er niet meer afhankelijk van zal zijn om je leven zin te geven.

    Wanneer we op een tweesprong staan, en we moeten kiezen tussen twee wegen, links of rechts, egoïsme of liefde, welke weg kiezen we dan? De maatschappij, de godsdiensten en de scholen laten zich leiden door de behoeften van het lichaam, en kiezen op dit moment eerst voor egoïsme en de daarbij horende angst. Maar ze zien na een tijdje in dat ze er niet helemaal komen, en proberen vervolgens aan de weg naar egoïsme een beetje liefde toe te voegen. Maar zo ga je helemaal nergens heen! Je blijft dan gewoon heen en weer schommelen tussen de twee uitersten, en je bereikt nooit een doel. Je gaat naar egoïsme, maar wanneer je er bijna bent, zie je in dat er toch een beetje liefde nodig is, en je keert op je stappen terug. Waar ben je dan? Gewoon nergens! Gewoon altijd onderweg! 

    De keuze is nochtans eenvoudig: als de weg van volledig egoïsme niet werkt, ga dan de weg van volledige liefde, en zie waar die naartoe leidt. Maar tracht niet om opnieuw een vleugje egoïsme aan de weg van liefde toe te voegen, want ook dan kom je nergens en blijf je dwalen op het pad.

    In de praktijk zijn beiden echter noodzakelijk. Je moet eerst een opvoeding krijgen in de maatschappij, en zien hoe je leven vervolgens beheerst wordt door egoïsme en afscheiding van je medemensen. En precies omdat je het in de praktijk zo ervaren hebt, kun je vervolgens doelbewust kiezen om een andere weg in te slaan. Op voorwaarde natuurlijk dat je op dat ogenblik op de hoogte bent van het bestaan van die andere weg. Vele mensen plegen immers zelfmoord wanneer zij op dit punt aankomen. Zij zien in dat de maatschappij hen niet echt een waarheid biedt, maar kennen zelf ook de uitweg niet. De scholen hebben hen er immers niets over geleerd, en de maatschappij wil hen met alle middelen in de nauw afgebakende zone van de wereldse wetten houden. En daarom maken ze er dan maar een eind aan! Je kan het hen natuurlijk niet kwalijk nemen, maar je kan het wel voorkomen door het hen allemaal duidelijk uit te leggen. 
    De begrippen ‘christelijk’ en ‘opvoeding’ zijn een ‘contradictio in terminis’, een uiterste tegenstelling die op geen enkele manier te verzoenen is. Het een volgt uit het ander door inzicht, maar beide begrippen kunnen niet tegelijk bestaan. En dat ze juist wél samen horen is wat de gemeenschap ons op dit ogenblik met alle mogelijke middelen probeert wijs te maken. We worden bijgevolg door alle instanties van de wereld op het verkeerde been gezet!
    Ik wil alle directeurs van alle scholen, alle mensen die met godsdienst te maken hebben, en alle politieke leiders van alle landen oproepen om hier eens eerlijk over na te denken. Geef aan onze jeugd niet meer de verkeerde informatie mee, want het zal tot heel veel maatschappelijke drama’s leiden. Je kan het bewustzijn van onze jonge mensen niet meer iets wijsmaken zoals dat vroeger het geval was. Vroeger wisten wij allemaal nog niet zoveel, maar nu is er veel meer informatie voorhanden. En onze jongeren weten dat! Zij zijn niet meer tevreden met halve antwoorden, en zullen zich van je afkeren, omdat ze inzien dat het niet volledig klopt. Onze jeugd is veel slimmer geworden. Je moet bij hen niet meer met halve waarheden aankomen. Geef hen de informatie waar ze recht op hebben, en onderwijs hen de nuance die in deze begrippen verscholen ligt. Alleen al het inzicht dat godsdienst en maatschappij niet met elkaar te verzoenen zijn, zal voor velen een echte openbaring zijn. Het zal hen bevrijden van een jarenlang dwalen, van een eeuwenoude onwetendheid, en van het frustrerende onbegrip dat uitgaat van de zogezegd ‘voor hen zorgende’ maatschappij.
    Waarom zouden jullie, die nu aan het hoofd staan van wat straks onze toekomst wordt, niet de generatie worden die rechttrekt wat door de eeuwen heen is scheef gelopen? Waarom zouden jullie de situatie niet eens grondig aanpakken? Is dat geen serieuze uitdaging om je leven zin te geven? Of ontbreekt opnieuw de durf om de waarheid onder ogen te zien?
    Laat hen zien welke verschillende keuzemogelijkheden er zijn, en leer hen dat die keuzes mekaar niet overlappen. Het is óf de ene richting, óf de andere, maar niet beide tegelijk. Ze met elkaar vermengen werkt niet! En iedere keuze brengt haar eigen gevolgen met zich mee.
    Dit hoeft niet noodzakelijk het einde van alle huidige instellingen te betekenen, maar wat het wel kan zijn is een compleet nieuw begin. Een nieuw begin met méér waarheid, méér inzicht, méér begrip, en méér keuzemogelijkheden.
    Want alleen wie alle keuzemogelijkheden kent, in de juiste proporties en met alle voor- en nadelen die eraan verbonden zijn, kan een weloverwogen beslissing nemen. Geef aan onze jeugd dan ook dringend deze informatie mee. Zij zullen er je alleen maar dankbaar voor zijn!
    Splits dus de opvoeding in de maatschappij af van het christelijke, want het gaat niet samen. Of zeg tenminste duidelijk dat het niet samengaat, zodat iedereen het weet. Het echt christelijke inzicht komt op het moment dat je inziet dat de wereldse opvoeding niet alle antwoorden heeft, en pas dan kan je heel bewust voor Christus kiezen.



 

Foto's

photo photo photo photo