Een beetje wetenschap

We hebben gezegd dat één enkel moment van de gedachte van afscheiding verantwoordelijk is voor het huidige universum met tijd en afstand. We hebben ook gezegd dat dit moment allang ongedaan is gemaakt door God. Maar hoe komt het dan dat wij het nog steeds ervaren? 
Het kortstondige moment dat die ene gedachte van afsplitsing is ontstaan, is dus gans de evolutie van het heelal zoals wij het momenteel kennen. Die ene kleine seconde van een verkeerde gedachte, bevat dus al die miljarden jaren van deze wereld en het heelal. Hoe kan dit nu? Hoe kan zo een kortstondig moment van een gedachte zoveel miljarden jaren bevatten?

Het antwoord hierop vinden we terug in een combinatie van godsdienst en wetenschap. Op onze planeet zijn er reeds meerdere personen geweest die het goddelijke terug wisten te bereiken. Uit hun getuigenissen over het leven en het hiernamaals zijn dan later de verschillende godsdiensten gegroeid. Nu moet u weten dat godsdiensten slechts een benadering van het goddelijke zijn, want de boodschap die de grote leermeesters probeerden duidelijk te maken aan de mensen, wordt door de godsdiensten nooit volledig begrepen en aanvaard, maar naar eigen goeddunken geïnterpreteerd en in een bepaalde formule gegoten. Deze interpretatie van het goddelijke is eigenlijk nooit wat het hoort te zijn, want het is ten allen tijde slechts een interpretatie, en kan dus nooit de volledige waarheid bevatten. Het goddelijke valt immers niet te verwoorden in mensentaal omdat het uiteindelijk niets meer met mensen of materie te maken heeft. Het is een ervaring van het bewustzijn die niet kan beschreven worden, gewoon omdat ze buiten de werkelijkheid van deze wereld ligt. Je kan het dus alleen maar trachten te benaderen met onze woorden, omdat wij voor die overweldigende realiteit geen woorden hebben. Onze wereld berust nu eenmaal op het fundament van afscheiding, terwijl die van god op het fundament van éénheid berust. En in de praktijk geeft dit dan ook twee compleet verschillende werelden te zien, die niet met elkaar kunnen vergeleken worden. Een benadering of een omschrijving van het goddelijke kan dan ook nooit de volledige waarheid erover inhouden, want iets waarvan je niet weet dat het bestaat, of iets wat de mensheid nog niet heeft meegemaakt, daar bestaan natuurlijk ook nog geen menselijke uitdrukkingen voor.

De Romeinen in hun tijd bijvoorbeeld, kenden nog geen auto als vervoermiddel. Je zal dan ook niets kunnen te weten komen over een automotor, door de Romeinse cultuur te bestuderen. Op dezelfde manier ontbreekt het in de woordenschat van ons mensen aan iedere verwoording van de hogere geestelijke ervaring, omdat we er eenvoudigweg nog niet op de hoogte van zijn. Door dit feit, dat we er nog helemaal niets van weten, is het dan ook mogelijk geworden dat er zoveel verschillende interpretaties van één en hetzelfde goddelijk gevoel konden ontstaan. En zo kregen we dan natuurlijk door de eeuwen heen ook al die verschillende godsdiensten met elk hun eigen wetten en regels voorgeschoteld. Gewoon omdat ieder er zijn eigen interpretatie van maakt, zonder het ooit zelf ervaren of begrepen te hebben. 
Maar wie verstandig is kan het er toch een beetje uithalen. Er zijn immers een aantal basisprincipes die in alle godsdiensten op dezelfde wijze naar voren komen. Begrippen zoals liefde, verdraagzaamheid, en eenheid zijn hier een paar goede voorbeelden van, en vormen over heel de wereld dan ook een uniforme basis voor gelijk welke godsdienst, althans toch met woorden.

Maar wat ook heel sterk opvalt, is dat de goddelijke ervaring in iedere godsdienst vergeleken wordt met het licht. Alle personen die het goddelijke bereikt hebben en die ons op het juiste spoor wilden helpen hebben het gezegd: “God is het licht”.

Wat weten wij nu over het licht? Behalve dat ze de duisternis doet verdwijnen, weten we vanuit de wetenschap dat het licht een vorm van energie is. Het verplaatst zich met een reusachtige snelheid van 300.000 km. per seconde, en dit is dan ook de hoogste snelheid die kan bereikt worden in het heelal. Niets kan sneller gaan dan het licht. Dat hebben onze wetenschappers onderzocht en bewezen. 
In onze ogen is dit een gigantische snelheid, want geen enkel levend wezen is tegen zo een hoge snelheid opgewassen. Ieder uur legt het licht vanuit ons standpunt bekeken dan ook een afstand af van 1100 miljoen km!

Wat weten we nog meer van het licht? Het licht is een soort energie, die steeds een welbepaalde golflengte en trilling heeft. Door het feit dat wij in een lichaam zitten, is het ons op dit moment echter maar toegestaan om slechts een klein deeltje van die oneindig aantal golflengtes die het licht bevat te kunnen waarnemen. Het zichtbare licht dat wij met onze ogen kunnen waarnemen is maar een minuscuul gedeelte van het totale golfbereik. Alles wat buiten het waarnemingsvermogen van de ogen van het lichaam valt, mogen wij dus niet zien. Het is er wel, maar wij kunnen in die realiteiten niets waarnemen. God laat ons dus weten dat hij het volledige licht is, het volledige gamma van golflengtes, zuivere energie. De energie met de hoogste snelheid die er bestaat. Maar de persoonlijke ervaring en de wetenschap zegt ons: wij mogen daar maar een heel klein deeltje van zien!

Door die wetenschap weten we nu ook dat energie kan omgezet worden in materie, en vice-versa. Dit is een van de dingen die Einstein ons geleerd heeft. Om dit te begrijpen hoeven we niet eerst de brave man zijn theorie te bestuderen, want dat hebben onze geleerden en onze natuurkundigen allang voor ons gedaan. Feit is echter dat Einstein gelijk heeft, en dat zijn theorieën wel degelijk kloppen. De wetenschap heeft het uitgetest, en is het daarover volledig eens. 
Wij zullen ons dan ook alleen maar bezighouden met enkele praktische resultaten van deze moeilijke theorie. Een beroemde formule van Einstein is deze over het omzetten van energie in materie en omgekeerd. Deze formule: E= M.C² geeft de relatie weer tussen een hoeveelheid massa of materie (M) en de energie die erin ligt opgeslagen (E). De verbindende factor tussen die twee: Materie en Energie, is de lichtsnelheid (C). De formule zegt dus dat we om de energie te kennen die in een bepaalde massa is opgesloten, deze massa dienen te vermenigvuldigen met het kwadraat van de lichtsnelheid.

Dit betekent dus dat alle materie die er bestaat eigenlijk een samengeklonterde vorm van energie is. Het een kan immers zomaar in het ander worden omgezet wanneer daar de juist omstandigheden voor gecreëerd worden. En het goddelijke, wel dat is energie! het is de zuiverste energie van licht, met een snelheid van 300.000 km per seconde.

Dit alles wordt ook gestaafd door de theorie van de oerknal of de big-bang, het wetenschappelijke verhaal over het ontstaan van het heelal. Deze theorie zegt dat er voor het ontstaan van het heelal één grote oersoep van energie bestond. Door de afscheidingsgedachte, of de ontploffing van deze energie (de oerknal), werden al deze energiedeeltjes in tijd en ruimte verspreid, om dan later geleidelijk aan samen te klonteren en zo uiteindelijk de materie te gaan vormen. 
Ieder goddelijk deeltje had dus oorspronkelijk nog zijn volledige energie, en zijn grote snelheid van 300.000 km per seconde voor de ontploffing. Maar door het opnieuw samensmelten van al die deeltjes tot materie na de ontploffing, ging een groot deel van hun snelheid en energie verloren. De lijm voor de samensmelting en de nieuwe eenheid was nu niet meer de liefde, want die was juist verworpen via de gedachten, maar gebeurde nu fysiek, van deeltje tot deeltje, waardoor de vrijheid van ieder deeltje verloren ging. Vroeger waren de deeltjes vrij, omdat de wederzijdse gedachte van liefde hen samenhield, maar nu de liefde verworpen was, moesten ze dus een fysieke hereniging zoeken die onvermijdelijk met het verlies van energie gepaard ging. De energie die anders vrij was, werd nu gebruikt om de verschillende deeltjes te laten samensmelten en om die verbinding van de afzonderlijke lichtdeeltjes kunnen in stand te houden. 
Zo smolten alle lichtdeeltjes die zich hadden afgescheiden samen, eerst tot eenvoudige atomen en materie, later tot gestructureerde moleculen, en nog later tot gecompliceerde levende wezens. De hoge snelheid en energie die deze deeltjes oorspronkelijk hadden, zit nu dus opgeslagen in de energie die nodig is voor de samensmelting tot materie. Ieder deeltje apart behoudt wel nog steeds zijn eigen snelheid en energie, maar de brok materie die door miljoenen van zulke deeltjes gevormd wordt, heeft een veel lagere snelheid dan één enkel apart en ongebonden deeltje. De energie is er nog, maar hij kan nu niet meer vrijkomen zonder dat de materie uit elkaar valt. En de angst om weer helemaal alleen komen te staan, zoals de eerste seconde na de afscheiding het geval was, verhindert dat de deeltjes zich uit de materie weer vrijmaken om hun echte identiteit weer op te zoeken.

Vanaf nu gaat alles dan ook veel trager, en gelden er volledig andere wetten dan in het oorspronkelijke energetische rijk. Een vrij energiedeeltje had niet alleen de allerhoogste snelheid, maar had bovendien ook een volledig bewustzijn van de werkelijkheid. Het was goddelijk, en het kende en het wist alles. Maar door samen te smelten is er nu een veel tragere realiteit ontstaan, zonder hoge snelheid, en al helemaal zonder kennis. Een brok materie op zich weet en voelt helemaal niks. Het heeft niet het minste benul van zijn eigen bestaan, maar heeft binnenin wel een sluimerende herinnering in zich aan een toestand die hij ooit heeft gekend. De herinnering aan zijn eens zo goddelijke bestaan kan niet ongedaan worden gemaakt, omdat God nog altijd in die materie zit, nu echter opgesloten door de keuze voor een mindere realiteit. Maar na vele jaren van evolutie gaat die dode brok materie dan stilaan toch opnieuw levende wezens gaan vormen, gedreven door de inwendige kennis van de aparte lichtdeeltjes waaruit het is opgebouwd. Je kan het bewustzijn niet indammen, want het verlangt naar grootheid en kennis, omdat het ooit zo werd geschapen, en het nu opnieuw zo wil zijn. Zo begint dan stilaan het eerste bewustzijn opnieuw te dagen in de materiële wereld, doch nog steeds met de verkeerde gedachte van afscheiding als basis. 
Via een evolutie van eencellige, over de planten, naar het dierenrijk, is aldus uiteindelijk de mens ontstaan op onze planeet. En gedreven door de drang naar kennis, krijgt nu ook de mensensoort steeds meer en meer bewustzijn mee. 
Wij zijn dus in feite allemaal in een blijvende en constante evolutiecyclus terecht gekomen, die in stand wordt gehouden door onze zoektocht naar wat we ooit als onze werkelijkheid hebben gekend. Niets van wat we nu doen of weten is blijvend, maar dient alleen maar om ons verder op weg te helpen om die evolutie te voltooien.

U kan het samensmelten van al die deeltjes tot materie het best vergelijken met een mens die twee dingen tegelijk wil doen. Iemand denkt bijvoorbeeld na over een probleem. Al zijn energie steekt hij in het zoeken naar de oplossing van het probleem, maar nu komt echter zijn vrouw tot hem en vraagt of hij wil meehelpen de was op te vouwen. Een deel van zijn energie zit nog steeds in het zoeken naar de oplossing voor zijn probleem, maar een ander deel steekt hij ook in de concentratie die nodig is om de was keurig op te vouwen, en het zijn vrouw naar de zin te maken. Hij beschikt dus op dat moment niet meer over zijn volledige energie om het probleem op te lossen. Hij doet twee dingen tegelijk en verdeelt op die manier zijn aandacht. Er blijft daardoor dan ook minder energie over om zijn probleem op te lossen. Door nog iets anders erbij te nemen is hij een deel van zijn energie verloren, maar niettemin zal hij opnieuw over zijn volledige vermogen beschikken van zodra hij eenmaal weer is opgehouden met de was op te vouwen. De energie is dus niet weg, maar was enkel maar verdeeld over meerdere dingen, zodat hij niet optimaal meer kon werken. En zo is het ook met onze energiedeeltjes die oorspronkelijk alleen maar goddelijk hoefden te zijn. Ze verdeelden hun energie, ze namen er een andere klus bij door tot materie samen te klonteren, en verlaagden aldus hun kracht om goddelijk te zijn.

Al de materie die u dus op dit moment rondom u ziet, en die ook op dit moment uw en mijn lichaam zijn vorm geeft, bestaat uit miljarden kleine energiedeeltjes, in feite god, die zijn samengeklit tot atomen en materie.

 

Nu weten we genoeg om onze vraag te beantwoorden. Precies deze vertraging van het bewustzijn, die we zojuist hebben besproken, zorgt ervoor dat de energie van dat ene moment, toen een deel van het goddelijke dacht aan afsplitsing, nu zit in de vorming en de evolutie van het heelal. Wij beleven nog steeds dat ene moment van de afsplitsing, maar nu niet meer aan 300.000 km. per seconde, maar wel aan een veel tragere snelheid: de snelheid van materie. Indien wij dus onze trillingssnelheid terug op 300.000 km. per seconde kunnen brengen, dan kunnen we weer goddelijk worden. Dan kunnen we de draad opnieuw oppikken waar we in een ver verleden afgehaakt hebben uit ons goddelijk huis. Op dat moment zullen we zien dat we eigenlijk nooit weg zijn geweest, want we hadden enkel onze bewustzijnssnelheid vertraagd, zodat het alleen maar leek alsof we weg waren. Ondertussen hebben we wel miljoenen keren onze aandacht gericht op een nieuw aards leven in het materiële heelal. Telkens we immers door de dood een leven verlaten, willen we niets liever dan op aarde terugkeren, zij het dan steeds onder een andere of betere vorm, of met nieuwe en meer intense verlangens en ervaringen. Een beetje zoals een televisiekijker zapt van het ene programma naar het andere om een nieuwe realiteit in zijn huiskamer te halen, zo zappen wij van het ene leven naar het andere, gewoon door er onze aandacht op te richten. Het ene leven is nog maar pas voorbij, of we zappen al opnieuw, op zoek naar een volgende ervaring. Op deze manier draaien we dan ook al miljarden jaren mee. Miljarden jaren die voor god nooit hebben bestaan, omdat ze nog steeds in dat ene nu- moment zitten dat god allang ongedaan heeft gemaakt, maar dat wij niet willen erkennen.

Maar hoe kunnen we nu onze snelheid opnieuw zo hoog brengen dat we weer goddelijk worden? Is dat wel mogelijk vanuit onze huidige situatie? Met het lichaam van vlees en bloed zal dat natuurlijk niet lukken. Maar met het gedachtenlichaam moet er toch heel wat meer mogelijk zijn! 
We weten ondertussen dat we door middel van gedachtenkracht onze energiedeeltjes hebben laten samensmelten en materie laten worden. Onze gedachten houden dus de materie in stand. Door onze gedachten dus weg te voeren van het materiële moet het dan ook mogelijk zijn om de materie weer te ontbinden en ze opnieuw vrije energie te laten worden. Door ons af te keren van de gedachte die ons hier heeft gebracht kunnen we dus gemakkelijk terugkeren naar onze oorspronkelijke staat van bewustzijn. Het gedachtenlichaam, de energievorm die we doorheen al die vele levens hebben ontwikkeld, is hiertoe ons vervoermiddel. Via onze gedachten zijn we in deze afgescheiden realiteit terechtgekomen, en via onze gedachten kunnen we dan ook terugkeren naar wat wij menen dat voor ons het opperste geluk is.

Aangezien er duidelijk sprake van een evolutie is, moeten er dus zeker ook nog vele andere realiteiten bestaan in dit universum. Want ieder moet zijn weg kunnen verder zetten op het niveau dat hij al bereikt heeft. Wanneer het ons eenmaal lukt om onze gedachten te bevrijden van de materie, dan kunnen we in een hogere, of als je het wilt, een niet meer zo sterk gebonden dimensie terechtkomen. We zullen dan met ons bewustzijn deel uitmaken van een hoger deel van het spectrum van licht, en leven op het niveau van de daar gecreëerde werelden. Hiermee bedoel ik dus inderdaad dat er in ieder deeltje van het spectrum van licht ook een eigen realiteit en eigen werelden bestaan. Werelden die wij niet kunnen zien, omdat ze onzichtbaar zijn voor de ogen van het lichaam. 
Door echter met je gedachten te kiezen voor een bepaald denkniveau en de daarbij horende vorm, en omdat je de verschillende leerniveaus nu eenmaal allemaal door moet, kan je de anderen in de andere spectra niet meer waarnemen. De snelheid van trilling van je gedachtenlichaam bepaalt binnen welke delen van het lichtspectrum je de dingen kan zien, en hoe beperkt je dus bent in je uiteindelijke kennis over het geheel. 
Wat er dan tenslotte allemaal nodig is om onze gedachten tot in de hoogste regionen terug te brengen, beschrijven we in een later deel. Maar weet ondertussen al dat gedachtenkracht de sleutel is die alle deuren opnieuw kan openen.

Ondertussen is ook de wetenschap druk in de weer om de kleinste deeltjes waaruit alle materie is opgebouwd, op te sporen. Vanaf de eerste moleculen, over het atoom, naar een wereld van protonen, neutronen, elektronen en fotonen, vonden zij de quarks en stuitten zij op steeds kleinere deeltjes waaruit alles in de materie is opgebouwd. Tot op heden zijn zij erin geslaagd om alle materie terug te leiden tot een theorie van snaren, of trillingen. Die snaren zijn dan helemaal geen deeltjes meer, maar meer iets zoals een toon van een muzieknoot, die een bepaalde boodschap bevat (een gedachte dus). En hoewel ook zij duidelijk werken met de methode van de veronderstelling, zoeken ze toch met vele honderden geleerden nog steeds verder, zodat ze uiteindelijk hopen uit te komen op één deeltje of trilling dat de basis is waarmee al de materie in het heelal gevormd wordt. Dit is wat zij hun unificatietheorie noemen: het vinden van dat ene basisdeeltje waaruit al de rest is opgebouwd. 
Je ziet het, ook de wetenschap is druk in de weer om het goddelijke te ontdekken. Want het allerkleinste deeltje dat uiteindelijk door samen te klitten alle massa heeft opgebouwd in het heelal, dat kan niet anders dan onze goddelijke vrijheid zijn. Het ene basisdeeltje dat alles weet, volledige vrijheid kent, en waarin alle informatie opgeslagen ligt.

Maar bij het onderzoek naar dat allerkleinste deeltje doet zich toch wel een eigenaardigheid voor. Wetenschappers ontdekten immers dat hoe kleiner de deeltjes werden, des te moeilijker ze te onderzoeken waren! Niet alleen door het feit dat ze zo klein zijn, maar meer nog door het feit dat deze deeltjes onverwacht gaan reageren op de aanwezigheid van de onderzoekers zelf. Dit wil dus zeggen dat een deeltje, wanneer er niemand in de buurt is, zich op een bepaalde manier zal gedragen. Zodra er echter een onderzoeker in de buurt komt, gaat het zich totaal anders gedragen dan gewoonlijk. 
Dit is nu werkelijk een zeer belangrijk gegeven! Want het kan niet anders, of het zijn de gedachten van de onderzoekers die deze deeltjes een bepaalde richting gaan uitsturen. Dat wil dus zeggen dat onze gedachten deze allerkleinste energiedeeltjes gemakkelijk kunnen besturen, en er dan ook een bepaald doel of een zekere richting aan geven. Hier hebben we nu eindelijk een wetenschappelijke basis gevonden om de verschillende bovennatuurlijke wonderen of de vele onverklaarbare mirakels te kunnen begrijpen! Want gedachten kunnen immers kleine energiedeeltjes besturen, en er dus waarschijnlijk ook een zeer welbepaalde vorm aan geven, waardoor ze samensmelten tot materie!! Gedachten zijn dus zeker en vast een basisenergie in ons heelal die al de rest doet ontstaan en ook zijn vorm geeft!

We kunnen al deze feiten dus als volgt samenvatten: het goddelijke is een gigantische hoeveelheid energie, die een reusachtige gedachte van liefde, gelukzaligheid en welzijn herbergt. Deze energie heeft niets nodig, heeft alle macht en controle over zichzelf, want hij is opgesplitst in een oneindig aantal deeltjes (of gedachten) van energie die mekaar voortdurend liefde en affectie toesturen. De deeltjes zijn juist vrij omdat de liefde voor elkaar de lijm is die hen samenhoudt. Door het aanvaarden van die liefde kunnen ze hun eigen identiteit en vrijheid volledig behouden. Alhoewel het dus duidelijk gaat over vele verschillende deeltjes, zijn deze toch als een eenheid te beschouwen, omdat ze door hun hoge snelheid (300.000 km/sec.) altijd en overal tegelijk aanwezig zijn, waar dan ook in het heelal. (Hoe dit uiteindelijk mogelijk is leggen we uit in het hoofdstuk over tijd en ruimte.) 
Toch is er op zeker ogenblik één gedachte ontstaan die niet strookte met deze van het goddelijke bestaan van liefde. Deze gedachte zorgde voor een verplaatsing van de aandacht van een deel van de energiedeeltjes, en had tot gevolg dat deze deeltjes dachten dat ze zich hebben afgescheurd van hun oorspronkelijke thuis. In hun gedachte (dat zijn wij) is de oerknal dus een feit en heeft het heelal zijn vorm gekregen zoals wij het nu kunnen waarnemen. Al deze deeltjes krijgen dus een gezamenlijke droomillusie dat er door hen een materieel heelal geschapen is. Deze illusie heeft uiteindelijk nooit echt kunnen bestaan, want ze werd immers door de hoogste energie (het goddelijke) onmiddellijk ongedaan gemaakt. Het goddelijke kan immers niet anders dan goddelijk zijn, en het is dus onmogelijk dat een deel zich hiervan afscheidt. 
Maar het kleine deel dat zich toch wilde afscheiden via zijn gedachten, houdt nog steeds vast aan dat ene moment dat die gedachte van afscheiding er was. Het wil of kan die gedachte niet loslaten, uit angst om helemaal alleen komen te staan en zo dus een werkelijke dood tegemoet te gaan. Het heeft de liefde uit zijn bestaan gebannen, en ziet dus nu geen enkele uitweg meer, tenzij in paniek samenklonteren tot materie. 
Het goddelijke bewustzijn dat pure liefde is, staat de afscheiding dus niet toe, maar laat wel toe dat de droom erover bestaat. God waakt dus wel degelijk over zijn schepping door ze vrijheid en liefde te geven, maar weet ook dat vrijheid kan misbruikt worden, en stelt daar op zijn manier paal en perk aan. God kan immers door zijn onvoorwaardelijke goedheid niet anders dan iedereen zijn zin geven. Daarom laat hij niet de afscheiding in het echt gebeuren, want dan zou hij een groot deel van zichzelf vernietigen. Maar hij laat wel de droom over de afscheiding bestaan, zodat zijn kinderen toch in alle veiligheid hun zin kunnen krijgen. 
Deze gedachte in de droom leidde voor ons bewustzijn dan tot het samensmelten van al de deeltjes, en heeft ervoor gezorgd dat er een trage realiteit in ons bewustzijn gevormd werd. Zodoende werd dat éne kleine moment van de gedachte aan afsplitsing, opgesplitst in al de miljarden jaren van onze tijdrekening. Althans, zo is het toch dat wij het ervaren.


 

Foto's

photo photo photo photo