Bestaat God?

    Evenmin als ik u een rondleiding kan geven in het leven hierna, kan ik u ook geen foto van onze God aanbieden. Het zou toch fantastisch zijn, nietwaar? Kijk, dit is nu een recente kleurenfoto van onze God! Hij staat er zo mooi op in zijn gouden gewaad! En die ogen! Dat gezicht! Wat een charisma heeft onze God toch! 
    Dit beeld schetst min of meer het idee dat wij hebben over hoe God er in onze ogen uit moet zien. Wij maken van God een persoon die op ons gelijkt, maar die zoals een koning ver boven ons verheven staat. Hij schrijft de regels en de wetten, en wij, zijn onderdanen, dienen hem in alles te gehoorzamen en zijn wetten na te leven. Precies één leven krijgen we de tijd om ons naar zijn wil te schikken. Daarna zal hij over ons oordelen.

    bestaat god?

    We kunnen toch onmiddellijk al enkele bemerkingen maken bij dit vereenvoudigde godsbeeld dat wij erop na houden. Indien die God nu werkelijk op een mens zou lijken, is hij dan blank of moet hij eerder zwart zijn? Is hij Oosters of Westers in zijn denken? Is hij een man, of is het misschien toch nog een vrouw? 
    U merkt het wellicht ook, een dergelijke God kan slechts voor een heel beperkt deel van de wereldbevolking representatief zijn. Indien God immers een donkere huidskleur zou hebben, dan zouden al de Europeanen niet van God afkomstig kunnen zijn. Of als God nu eens een vrouw zou zijn, waar moeten wij mannen dan blijven?

    Trouwens, zouden de honden en de katten, de planten en de vogels, dan ook een god hebben die op hen gelijkt? Want hoewel zij duidelijk niet over de geestelijke capaciteiten van een mens beschikken, zijn zij biologisch toch nog steeds dezelfde wezens als wij. Indien dit werkelijk waar zou zijn, dan zou dat betekenen dat er beslist méér dan één God moet bestaan! Dan zou dat betekenen dat er ook nog eens een godenoorlog moet uitgevochten worden, om te zien wie er gelijk heeft.
    Door ons dus simpelweg de vraag te stellen: kan dit beeld van God de waarheid zijn voor alles en iedereen, weten we onmiddellijk dat we verkeerd aan het denken zijn. De dieren bijvoorbeeld, zouden geen enkele boodschap hebben aan een menselijke God. Wat zouden zij immers van zulk een god kunnen begrijpen? 
    U denkt nu misschien dat er voor de dieren dan maar simpelweg geen god voorhanden is! Dieren en planten zijn in uw ogen minderwaardige wezens die niet als volwaardige levensvormen moeten beschouwd worden. Niets is echter minder waar! Kijk maar eens goed hoe een hond of een kat, of enig ander huisdier, soms meer liefde en blijdschap kan geven dan gelijk welke o zo verstandig ontwikkelde mens. Bemerk dat ook zij gevoelens hebben zoals angst, verdriet, hoop, teleurstelling, … ! En als huisdieren daartoe in staat zijn, dan zullen al de andere diersoorten daar op hun manier waarschijnlijk ook wel aanleg toe hebben. We weten dat zelfs planten gevoelig zijn voor liefde: ze gaan immers beter groeien en bloeien wanneer ze van ons regelmatig de nodige aandacht toebedacht krijgen. 
    Maar het menselijke ras voelt zich nu eenmaal superieur aan al deze soorten. Wij denken dat we het hier voor het zeggen hebben, en dat we de anderen onbeperkt kunnen gebruiken om ons eigen bestaan beter te maken. Wat we hierbij wel vergeten is dat we vanwege onze evolutie doorheen de tijd afstammen van juist deze diersoort die in onze eigen ogen het belachelijkst overkomt: wij zijn namelijk gewoonweg geëvolueerde apen! 
    Ja, we kunnen denken en verbanden leggen tussen alle dingen, maar op sommige gebieden zijn we met al ons denken nog geen stap vooruitgegaan. Bekijk maar eens uw dagelijkse tv-journaal, en overschouw wat het denken allemaal heeft voortgebracht.

    Laat ons echter terugkeren naar de vraag die ons hier bezighoudt. Hoe kunnen wij weten of God werkelijk bestaat? 
    Om die vraag op te lossen moeten we toch eerst eens overlopen wat het woord God in feite juist inhoudt voor ons. Aan welke van onze verwachtingen dient deze God te voldoen om ook effectief onze God te kunnen zijn?

    Vooreerst zien we dat God alleen onze God kan zijn, als hij dat ook is voor alle schepsels, zonder uitzondering. Het is onmogelijk dat eender wie of wat minderwaardig zou zijn voor hem, of dat iemand op een of andere manier kan uitgesloten zijn van zijn wetten en zijn liefde. Of denk jij misschien dat er vroeger geen God bestond? Dat God er niet was toen de mens nog niet op deze planeet rondliep? Was God ook hier miljoenen jaren geleden, ten tijde van de dinosaurussen? 
    Je moet wel erg ijdel zijn indien je zou beweren dat het niet zo was! Want dat zou betekenen dat God is ontstaan na de mens! Dat de mensen dus zelf God hebben gecreëerd naar hun eigen evenbeeld. Dit is iets wat echt onmogelijk is! En daarom weet u direct dat God er natuurlijk voor ons is, maar dat hij er ook moet zijn voor plant en dier. 
    U ziet dat één enkele simpele redenering heel wat misverstanden kan oplossen. 
    Daar vloeit dan ook onvermijdelijk uit voort dat het er eigenlijk niet toe doet welke religie je voor het moment aanhangig bent. Een dier kent immers geen religie, en god is er zelfs voor hen! Welk nut heeft het dan om je daar allemaal zo druk over te maken? Waarom maken we daar dan oorlog voor? Want of je nu boeddhist, christen, atheïst of jood, … bent, als God bestaat zal hij er voor iedereen in gelijke mate zijn, en is niemand van hem uitgesloten. Hij is er zelfs voor de lagere diersoorten! 
    Zeg nu zelf, het zou toch compleet oneerlijk zijn van God als hij sommige mensen liet geboren worden in een streek waar men een volledig verkeerd beeld van hem heeft. Je kan toch niet zeggen dat God liefde is, en dat hij tegelijk moedwillig heel wat mensen op het verkeerde been zet over zijn aard en zijn wezen, door hen te laten leven in een streek die over hem niets afweet.
    Het kan dus niet anders zijn of onze God overstijgt in heel grote mate al die godsdienstige strekkingen waar wij momenteel allemaal zoveel ruzie over maken. 
    God moet dus duidelijk veel méér zijn dan wat de godsdiensten van hem maken, want indien hij zou minder zijn, dan zou een deel van de bevolking wel eens gelijk kunnen hebben, waardoor natuurlijk heel wat anderen onmiddellijk hopeloos verdwaald zouden zijn. Dat deel van de wereldbevolking dat dan verkeerd denkt over god, werd dus gewoonweg door de plaats van zijn geboorte en de daaropvolgende opvoeding die hij gekregen heeft, op een dwaalspoor gezet. Je cultuur en je opvoeding bepalen immers voor negenennegentig procent welke godsdienst je in je verdere leven voor waar zal aannemen! Je maakt dus geen enkele kans om God te vinden als je op de verkeerde plaats in de wereld terecht bent gekomen. In welk een willekeurige en onrechtvaardige God verkiezen wij allemaal te geloven!
    Indien die God nu zou gelijk zijn aan wat een of andere godsdienst beweert, dan geeft dit hetzelfde resultaat als hiervoor. Dan is God opnieuw heel oneerlijk tegenover jou, wanneer je als Christen zou opgevoed worden, en indien bijvoorbeeld de Islam zou gelijk hebben. 
    Het kan dus absoluut niet anders, of onze God overstijgt alle disputen van alle mogelijke godsdiensten die er in de wereld voorhanden zijn! Anders maak je door je opvoeding en je cultuur nooit enige kans om tot God kunnen terug te keren.

    Verder zien we onze God zeker ook als een oppermachtig wezen. Hij heeft immers krachten die wij niet bezitten, en waar wij niet eens het bestaan van kennen. De kracht van god omvat alles in het universum! Het is immers niet mogelijk dat een of ander deel van het bestaan, van zijn kracht en zijn invloed uitgesloten is. Anders zou hij zoals iedereen machteloos zijn, en zou hij ook niet over het volledige universum kunnen heersen. Dus ook duivel en hel moeten uiteindelijk aan zijn wil gehoorzamen, want anders kan God geen oppermachtig wezen zijn. Hij zou dan net als zijn vermeende tegenstander de duivel, gewoon een ordinaire tiran worden, die ook op pad moet gaan en zieltjes moet gaan werven om zijn uiterst selecte groepje tot een wereldmacht uit te bouwen.

    Onze God heeft ook geen behoeften, want alles wat hij wil heeft hij al! Indien God ook maar iets nodig zou hebben, dan zou hij het bij ons moeten komen halen, en zou hij het dus van ons moeten afnemen. Daardoor zou hij direct zijn eigen onbeperkte liefde ontkennen, en zou hij dan veeleer een dief dan een herder voor ons worden. 
    Het is dus eigenlijk niet echt nodig om slaafs onderdanig te zijn tegenover God, want wij zijn immers “zijn zoon”, omdat hij nu eenmaal gans het universum omvat, en omdat daar bijgevolg niets kan van uitgesloten zijn. Ook wij niet!
    Wij zijn dus door hem geschapen, ook al weten we op dit moment nog niet hoe, en we worden beschermd door zijn wetten! Respect voor je schepper is natuurlijk altijd aan te raden, maar slaafse onderdanigheid heeft onze God zeker niet nodig. Anders zou hij ons nooit met een vrije wil hebben toebedacht, en zou hij veeleer een dictator in plaats van een liefdevorst geworden zijn. God is volmaakt, en heeft dus helemaal geen behoefte aan een dergelijke vorm van communicatie.

    Ten derde, kan hij alleen onze God zijn als hij er ook effectief is om voor ons te zorgen. We dienen er ook iets aan te hebben, ja toch! 
    Wij zijn immers als lichaam geschapen (zo denken we toch) zonder dat we juist weten wat we hier verdorie lopen te doen. Het is dus duidelijk aan hem om ons weer de goede richting te tonen, en om ons op het goede spoor te zetten zodat we onze echte thuis kunnen terug vinden. 
    De volgende vraag dringt zich nu echter op: “heeft God ons wel geschapen zoals wij onszelf nu waarnemen? Kan God, die toch alleen maar liefde is, een schepsel maken zoals de mens, dat duidelijk het tegendeel van liefde is?” Kan God niet iets beters verzinnen dan pijn en lijden voor een lichaam?”
    Later meer daarover.

    In die God tenslotte, zien we ook de verpersoonlijking van al het goede in het leven. Iedereen van ons verlangt heel hevig naar geluk, liefde, voorspoed, en “begrepen worden” in dit leven! Elk van ons is dan ook wanhopig op zoek naar een manier van leven, waarbij we er niet meer alleen voor staan. Ieder is op zoek naar een leven waarin er voor hem gezorgd wordt, en waarin we zorgeloos van het bestaan kunnen genieten! 
    Dit is hetzelfde doel waar we allemaal zo naar streven, maar dat we uiteindelijk nooit schijnen te bereiken. Dit is het onderliggende streven van ieder wezen dat op deze planeet rondloopt. Iedereen handelt immers uitsluitend uit liefde, uit drang naar liefde, of uit zijn persoonlijke zoektocht naar liefde. Maar nog niet iedereen is duidelijk op de hoogte van de betere manieren om die liefde ook kunnen toe te passen. 
    Deze begrippen, deze zorgeloze toestand waar we dagelijks naar zoeken, is onvermijdelijk met de naam van God verbonden, en het is dan ook heel logisch dat de naam “God” in feite gewoon een verzamelnaam is voor alles wat met goedheid, liefde, geluk en welzijn te maken heeft.

    Wat u nu zonet gelezen hebt, is dan ook in feite de meeste belangrijke aanwijzing voor het bestaan van iets wat wij God plegen te noemen! 
    Het feit namelijk dat iedereen hier op aarde maar één enkel doel heeft, namelijk gelukkig zijn, liefde vinden, en onbezorgd door het leven kunnen gaan, bewijst op zich dat we allemaal onbewust naar die grote God op zoek zijn. Maar het leven toont aan dat we daar elk afzonderlijk ook ons eigen idee over hebben, hoe we dat ooit zullen weten te bereiken, en dat we dus allemaal op een andere manier naar hetzelfde doel aan het streven zijn. En die andere manier om hetzelfde te bereiken is nu net de reden waarom we hier zoveel ruzie lopen te maken, en waarom alle oorlogen en onlusten op deze planeet al ontstaan zijn.

    Die God moet wel iets groots en magnifieks zijn! Alleen, we zien hem verdorie nooit! 
    In geen enkele materiële vorm laat hij zich kennen! Nooit zien we eens zijn gezicht! 
    Dit is nu echter een van de belangrijkste aanwijzingen over de aard van God: we kunnen God namelijk niet waarnemen met onze ogen! Niemand heeft hem ooit gezien, en dus kunnen we hieruit direct afleiden dat God in de materiële wereld niet te vinden is! 
    Zelfs Jezus Christus heeft dit klaar en duidelijk bevestigd! 
    Het is dus aan ons om God in een andere dimensie te gaan zoeken, want in de dimensie die wij hier zien toont hij zich niet. Hij is vormloos! 
    Beeldt u eens één ogenblik in wat er zou gebeuren indien God bijvoorbeeld ergens ter wereld als een statige tempelzuil zou verschijnen. Dan zouden wij toch onmiddellijk allemaal de vorm van die zuil gaan vereren, want iets anders dan materiële vormen kennen wij niet. De vorm zou dus direct plaatsmaken voor de inhoud, en zodoende zou de essentie van de boodschap volledig verloren gaan. 
    En als er dan meerdere mensen God hebben zien verschijnen als een zuil, dan zouden de rijkere zeggen: “het was een gouden zuil”, en zij zouden een gouden zuil laten maken en hem aanbidden. Maar de arme kan zich geen goud permitteren, en hij zou zeggen: ”het was een koperen zuil”. Meteen zou er ruzie ontstaan of God nu een gouden, dan wel een koperen zuil moet zijn, en zou dit in vele bloedige oorlogen gedurende vele jaren uitgevochten worden. 
    Zodoende zouden wij allemaal de zuil gaan vereren, maar zouden wij de begrippen waar God voor staat vergeten. Want God is veel meer dan de vorm van een zuil. Als hij dat wil, dan kan hij in eender welke vorm verschijnen. Maar wat zou er dan allemaal niet gebeuren? Mocht God nu eens hier de ene vorm, en dan weer daar een andere vorm hebben. Wat een verschrikkelijke oorlogen zouden wij daar niet voor uitvechten. 
    Neen, God weet wel beter! 
    In feite is dit de waarheid:

    God moeit zich niet met deze wereld!!! 

     

    Dit zal wel even schrikken zijn voor u, maar dit is wel degelijk de waarheid. Er bestaan ontegensprekelijk vele bovennatuurlijke dingen in deze wereld, maar die hebben allemaal een andere oorsprong, zoals we later in de tekst zullen zien. 
    Hebt uzelf al één interventie van God meegemaakt? Heeft God al één oorlog gestopt of één moord verijdeld? Ik denk het niet, want het goddelijke bestaat duidelijk in een andere dimensie dan de onze. God is niet gemaakt uit vlees of materie, maar kent zijn werkelijkheid alleen in het energetische rijk. Daardoor zal hij zich dus nooit verlagen om in onze wereld in te grijpen. 
    Wijzelf denken echter dat we uit niets anders dan materie bestaan, omdat we nu eenmaal nog niet beter weten. In werkelijkheid is dit niet zo, want wij hebben dan wel een materielichaam, maar dat is helemaal niet van ons! We lenen het alleen maar tijdelijk van het materiële, en we moeten het bij onze dood dan ook onmiddellijk weer afstaan aan diezelfde materie die we eens als onze werkelijkheid beschouwden. 
    Voor ons mensen bestaan er dus twee werkelijkheden: de eerste realiteit is deze die we hier kunnen zien of voelen, met de zintuigen van het lichaam dat we ons op dit ogenblik hebben aangemeten. 
    De tweede is de euforische realiteit waar we allemaal zo graag willen in geloven na de dood. 
    Voor God bestaat er echter slechts één enkele werkelijkheid! Namelijk zijn eigen wereld van energie en liefde voor alles en iedereen!

    God heeft dus een heel goede reden om niet in onze wereld in te grijpen! Waarom zou hij in ‘s hemelsnaam kiezen voor iets dat maar tijdelijk is, en dat nooit volledige bevrediging geeft? Reeds na ten hoogste honderd jaren stopt immers deze werkelijkheid al voor onszelf, want we zullen sterven en dit lichaam opnieuw moeten achterlaten. En ook het universum zal er ooit niet meer zijn, want het moet weer verdwijnen, net zoals het ooit is gekomen, volgens zijn eigen wetten die het zelf heeft opgebouwd. 
    Alleen het goddelijke leeft dus in de enige echte werkelijkheid, die door ons weliswaar nog steeds niet wordt erkend, omdat we er gewoonweg nog helemaal niets van afweten. Wij leven dan weer in een droomwerkelijkheid die niet door het goddelijke kan worden erkend, omdat God anders zijn kracht en zijn eigen goddelijkheid zou verliezen door zich te verlagen om ook te komen vechten voor zijn gelijk. 
    Er is dus duidelijk een grote kloof tussen de twee werelden, en we zullen dan ook onze horizon moeten verruimen, willen we de diepere waarheid van het leven ontdekken. Want met alleen de materiële feiten komen we er immers nooit helemaal uit.

     

    Maar wat is er dan gebeurd dat wij iets anders kunnen ervaren? Waarom is er dat verschil tussen energie en materie, en waarom is dan niet alles gewoon goddelijk gebleven, zoals het eens is geweest? 
    Wel, de goddelijke energie heeft inderdaad een afscheiding gekend. In de goddelijke gedachte is, heel eventjes maar, een andere gedachte binnengeslopen. Eén fractie van een seconde dacht een deel van het goddelijke niet meer als een god, en dat was voldoende om deze bewuste afscheiding, die wij allen op dit ogenblik nog meemaken, tot stand te brengen. Die afscheiding is wat bij de christenen gesymboliseerd wordt door de verbanning van de mens uit het aards paradijs. En het eten van de verboden vrucht is niets anders dan het kiezen voor de verkeerde gedachten die onvermijdelijk tot eenzaamheid en ellende moeten lijden. 
    De afscheiding heeft plaatsgevonden enkele miljarden jaren geleden bij het ontstaan van het heelal, toen een deel van de goddelijke energie dacht het beter te kunnen dan God zelf. Dan zichzelf eigenlijk! 
    Dit deel zag zijn heil in het scheppen van een andere realiteit, afgescheiden van zijn vader en oorsprong deze keer, en besloot de vertrouwde thuis vaarwel te zeggen om alleen op pad te gaan. De afsplitsing is dus als je het wilt op vrijwillige basis gebeurd, want wij allen hebben daar volledig zelf en helemaal zelfstandig voor gekozen.

    Al die losse en volledig vrije energiedeeltjes van God waaruit het geheel bestond, waren oorspronkelijk, mede door hun hoge snelheid, in één enkel punt verzameld. (meer daarover in het hoofdstuk “ruimte en tijd”) Er was eenheid en liefde alom, omdat iedereen hetzelfde idee voor waar aannam, en iedereen alleen maar liefde gaf en er nooit iets voor terugverlangde. Zodoende deelde ook iedereen in alle liefde, want de liefde die werd gegeven werd automatisch ook door iedereen opgevangen. Niemand had dus iets tekort.
    Daar kwam echter abrupt een eind aan door de verkeerde gedachte van afsplitsing! Een reusachtige ontploffing, veroorzaakt door één enkele afscheidingsgedachte, verspreidde al de goddelijke energiedeeltjes, gescheiden in een tijd en ruimte, die er voorheen nooit waren geweest. Hierdoor was ieder deeltje voortaan volledig op zichzelf aangewezen. 
    Maar bang als ze waren, helemaal alleen, begonnen al die deeltjes binnen de seconde opnieuw samen te smelten, en vormden aldus de eerste atomen van het beginnend heelal. Doch het basisidee van de nieuwe samensmelting was nu niet meer “liefde geven”, maar was vooral liefde zoeken bij anderen, om de eigen wereld kunnen vorm te geven. Dit was het begin van het ontstaan van de materie! 
    Een deel van het hoogste bewustzijn had zich tot helemaal niets verlaagd, en moest nu allianties aangaan met andere deeltjes, die ook allemaal hopeloos en machteloos op zoek waren naar wat liefde en begrip. De gevormde allianties met twee, drie of meerdere deeltjes waren echter maar een pover afgietsel van de universele éénheid die ze vroeger bij hun vader of God hadden gekend. Het eens zo overvloedige bewustzijn van liefde was nu tot helemaal niets herleid, en moest een nieuw bestaan voor zichzelf opbouwen, met de middelen die op dat moment voor hem voorhanden waren.
    En dit is dus wat de erfzonde is! 
    Niet meer willen goddelijk zijn, maar je heil gaan zoeken in een of andere afgescheiden werkelijkheid, los van de liefde die je geschapen heeft. Dit is namelijk de enige “zonde” die alle bewoners van gelijk welke planeet keer op keer begaan, en die ze dan ook generatie na generatie aan elkaar weer doorgeven via de opvoeding. 
    Maar in tegenstelling met het bijbelse verhaal heeft God geen banvloek uitgesproken over dat deel dat zich afscheidde. Integendeel! Hij maakte direct een weg klaar zodat het afgescheiden deel als het dat zou willen, terug naar huis zou kunnen.

    Het komt er dus op neer dat een deel van de goddelijke perfectie niet meer perfect wilde zijn! Vanuit het hoogste bewustzijn koos het om zich in een lager bewustzijnsniveau te nestelen, in de hoop om iets beters te vinden dan het beste wat er al was. Het splitste zich af en schiep met zijn gedachtenkracht heel geleidelijk de wereld zoals wij die nu kunnen ervaren. Hierdoor was het materiële bestaan een feit geworden, en het heelal waarin ieder deeltje voortaan op zichzelf aangewezen is, was geboren. 
    Het scheppen van dit universum gaat dus duidelijk via de gedachtenkracht, want het enige wat de oorspronkelijk goddelijke energie kon hebben of waaruit het zelf bestond, was een energie van gedachten. De gedachten van het goddelijke deel dat niet meer perfect wilde zijn, hebben dus dit ganse universum en zijn evolutie geschapen zoals wij het op dit ogenblik waarnemen. 
    Een deel van de goddelijke energie dacht: laten we eens iets anders doen! Het is zo saai om altijd maar gelukkig te zijn en alles te weten! Misschien kunnen we het zelf en helemaal alleen wel beter! Laten we ons afscheiden en zo een nieuwe werkelijkheid maken! 
    En zo gebeurde het ook. 
    Door later opnieuw samen te gaan smelten maakten al die kleine energiedeeltjes nu een nieuwe, veel tragere realiteit: de materie. Het heelal was geboren, maar dan wel als een bestaansvorm die nu volledig afgescheiden was van de hoogste liefde, die wij God noemen! De hoogste vorm van liefde werd verworpen, ten koste van een droom van eigenbelang. Al de afzonderlijke en eens zo vrije deeltjes hebben dus met één enkele ondoordachte keuze gekozen voor een bestaan “zonder de hoogste liefde van hun schepper”!

    Maar God zou God niet zijn, als hij ook daar niet een antwoord op had. Tegelijk met de gedachte aan afsplitsing heeft God onmiddellijk een antwoord geplaatst op deze dwaasheid. Dit antwoord was er onmiddellijk, en overwon daardoor ook direct de gedachte van de afsplitsing. 
    Het gevolg hiervan was dat de afsplitsing vanuit het standpunt van het goddelijke dus eigenlijk nooit heeft plaats gevonden, want God heeft de afsplitsing onmiddellijk ongedaan gemaakt, zodat ze voor zijn zonen geen blijvende schadelijke gevolgen zou kunnen opleveren. God is almachtig, en het zou dan ook dwaas zijn om te denken dat hij ook hierop geen antwoord had voorzien.

    Vanaf nu zitten we dus steeds met twee standpunten opgezadeld: degenen die zich wilden afscheiden van de hoogste liefde, en daardoor de materie hebben gevormd in hun bewustzijn; en God, die nog steeds zichzelf is, en dat ook nooit zal veranderen. 
    De ene neemt zichzelf waar op het hoogste liefdesniveau, terwijl de anderen verkozen om zich via hun gedachtenkracht te storten in een nieuwe, onbekende en afgescheiden realiteit.

    Als God echter almachtig is, dan is het duidelijk dat het onmogelijk is om een andere wereld te maken buiten God! 
    En toch nemen wij op dit moment een wereld zonder de hoogste liefde waar! Er moet dus meer aan de hand zijn!
    Dit probleem kan alleen opgelost worden met het bestaan van gedachtenkracht! Met gedachten is het immers mogelijk om nog effectief op de ene plaats aanwezig te zijn (bij God dus), maar in gedachten naar elders af te dwalen (de materie). 
    Wanneer wij bijvoorbeeld naar iemand staan te luisteren die we maar saai vinden, dan kunnen we wel lijfelijk voor die persoon aanwezig zijn, maar in gedachten kunnen we ons op hetzelfde moment op zonovergoten stranden begeven, en genieten van al de heerlijke dingen die we daar zouden kunnen beleven. Het is dus mogelijk om in gedachten weg te dromen of te fantaseren over een andere realiteit dan deze waarin jij je bevindt. Je kan dus wel degelijk op de ene plaats aanwezig zijn, maar aan een andere plaats al je aandacht schenken! Op dat moment heb je dan jouw gedachten niet meer bij de werkelijke les, maar ben je aan het dagdromen over een fantasie die je zelf hebt gemaakt. Hierdoor zal je uiteraard de realiteit die voor je is (die saaie persoon) niet meer herkennen, en wanneer de dame of heer die met jou aan het converseren is je vraagt of je zijn uitleg wel begrepen hebt, zal je duidelijk het antwoord moeten schuldig blijven. Van de werkelijkheid recht voor je neus, begrijp je dus helemaal geen snars meer als je zit te dromen over iets anders!

     

    Een en ander betekent dus dat al de materie die wij momenteel zien: het heelal, de sterren, de aarde, de zon, de bomen, de planten en dieren, maar zeker ook wijzelf,… een vertraagde vorm van het goddelijke bewustzijn is, maar ditmaal in een fantasiedroom die ons van de echte werkelijkheid gescheiden houdt!! Wij zijn dus goddelijk !! , maar we weten het zelf niet! 
    Het goddelijke bewustzijn zit nog steeds diep in ons verborgen, in onze allerkleinste bouwstoffen waaruit we zijn gemaakt, maar wij hebben zelf gekozen om een andere, een tragere werkelijkheid te kunnen ervaren, die ons ver van onze oorsprong gescheiden houdt. We hoeven ons dus in feite geen zorgen te maken hoe we ooit terug bij god kunnen komen! Neen, beter is om ons af te vragen hoe we nu eigenlijk opnieuw ons eigen hoogste bewustzijn kunnen terugvinden. Want het is in ons bewustzijn dat we ons van de werkelijke wereld van God afgescheiden hebben. 
    Dat zijn we dan ook momenteel allemaal aan het leren door onze ervaringen die we hier op aarde opdoen. Maar dat duurt allemaal zo lang! En we leren het bovendien zo traag en zo moeilijk, terwijl het eigenlijk allemaal heel gemakkelijk is! Want we hoeven enkel maar de juiste gedachten opnieuw voor waar aan te nemen, en we keren onmiddellijk naar huis terug. 
    We hoeven ons alleen maar te herinneren wie we echt zijn, en dat via onze gedachten en daden ook toe te passen, en dan zijn we opnieuw goddelijk, met alle glorie en heerlijkheid die erbij hoort. 
    Onthoudt dit dus heel goed: God is geen persoon die over ons heerst, maar wel een toestand van onze eigen gedachten- en gevoelswereld waarin je jezelf kan brengen!

    Enkel en alleen jouw eigen gedachten en je gevoelens zijn dus verantwoordelijk voor de wereld die je ziet. De manier hoe jij dus reageert op de wereld om je heen, zal dan ook bepalend zijn voor je gemoedstoestand en de wereld die je daarna zal zien. Je gedachten bepalen immers de wereld waarin je terecht komt. 
    Wanneer je dit als werkelijkheid aanvaardt, dan is het voortaan nooit meer mogelijk om de schuld van iets dat jou overkomt nog bij anderen of bij een of andere hogere godheid te leggen. Het is jij, en jij alleen die in gelijk welke omstandigheid kiest om een goddelijke gedachte te hebben, of om een lagere wereldse belevenis te ervaren. 
    Dit lijkt misschien voor sommige mensen heel straffe taal, maar het is gewoonweg een logisch gevolg van de redenering, en bovendien de enige manier om zelf je leven opnieuw in handen te kunnen nemen.

     

    Een serieuze aanwijzing

    De enige serieuze aanwijzing voor het bestaan van een hogere kracht of God, kunnen we dan ook hierin terugvinden: het is namelijk een zekerheid dat er al verscheidene personen op deze aardbol zijn geweest die het menszijn overschreden hebben, en die dingen hebben gedaan die voor ons stervelingen bovennatuurlijk zijn. 
    Het feit dat zij menszijnde, dit hebben gekund, bewijst direct dat dit ook binnen onze mogelijkheden moet liggen. Het enige wat hiervoor nodig is bestaat er alleen maar uit om de juiste condities en lessen te leren die ook zij ooit hebben geleerd. 
    Een Christus en een Boeddha hebben zeker bestaan! Het is onmogelijk dat er anders zovele geschriften zouden bestaan over hen, want één persoon kan misschien wel een fantasie de wereld insturen, maar wat grote groepen mensen allemaal gelijk getuigen via de geschriften die ze ons hebben nagelaten, daar zal zeker en vast toch ergens een grond van waarheid in zitten. 
    Zo vernemen we bijvoorbeeld dat Boeddha erin slaagde om op hetzelfde ogenblik op twee ver van elkaar verwijderde plaatsen aanwezig te zijn. 
    De wonderen van Christus zijn u waarschijnlijk wel beter bekend: genezingen, opstaan uit de dood, water in wijn veranderen, … 
    Al deze dingen die voor ons bovennatuurlijk zijn, waren voor hen de normaalste zaak van de wereld geworden. Dit levert ons het bewijs dat het effectief moet mogelijk zijn om over te stappen naar een hogere kracht dan deze die we nu bezitten. 
    U dient Christus, Boeddha, Mohammed of Krsjna dus niet als een soort van leidersfiguur boven u te plaatsen, want zij waren uiteindelijk ook maar gewone mensen die onderhevig waren aan het dagelijks leven. Maar zij hadden wel heel duidelijk een veel groter bewustzijn verworven dan wij dat momenteel hebben, waardoor zij dus andere energieën konden aanboren die voor ons nog steeds verborgen blijven. 
    Neen, wat Christus en Boeddha konden, dat kan u ook! 
    Het enige wat u hiervoor hoeft te doen is opnieuw uw goddelijk bewustzijn terugvinden, want dat is het enige wat ook zij daarvoor gedaan hebben. 
    En het charisma dat deze mannen hadden, de uitstraling en de warmte, de ongelooflijke aantrekkingskracht die ze op ons uitoefenen, is er het bewijs van dat we wel degelijk allemaal naar zo een bestaan vol liefde en zekerheid op zoek zijn. Hun succes is alleen maar mogelijk omdat al de anderen, ja gans de wereld, op zoek is naar juist datgene wat zij gevonden hadden!

    We zijn namelijk allemaal op zoek naar geluk en eeuwige liefde voor onszelf! We verlangen er allemaal zo heel sterk naar, dat het ons ganse bestaan beheerst. En denk er eens over na! Kan je wel naar iets verlangen dat je nooit gekend hebt? Kan je naar iets verlangen als je niet eens weet dat het bestaat? Neen! Dat kan niet! Wat je nooit gekend hebt, daar kan je niet naar verlangen. En dus moet het wel zo zijn dat we ooit bij God gekoesterd werden in liefde, maar dat we die liefde zijn kwijtgeraakt, en dat we er sindsdien wanhopig opnieuw naar op zoek zijn. 
    We snappen echter nog niet dat we dit steeds op de verkeerde plaats en op de verkeerde manier aan het zoeken zijn, en dat ons echte geluk niet apart van de anderen te vinden is, maar samengaat met dat van al onze medemensen om ons heen. En dus schuilt wat we zoeken niet in afzondering en egoïsme, maar wel in eenheid en liefde.

    Of u het dus wilt of niet, datgene waar u in feite iedere dag weer naar op zoek bent, is uw eigen goddelijk bewustzijn van liefde. Dat is de grootste drang in elk van ons, want waar het goddelijke wezen voor staat, dat zijn precies ook onze grootste idealen en onze vurigste wensen, namelijk de hoogste liefde en de diepste geborgenheid opnieuw mogen te ervaren. 
    Daar kan u niet omheen! 
    We hebben er misschien op dit moment een verkeerd beeld van, maar god is de verpersoonlijking van het “hoogste doel”. En dat is precies wat we allemaal op onze eigen manier nastreven, maar waarvan we niet weten dat de juiste manier om dat te verkrijgen allang is vastgelegd.

    Bestaat god?

     



 

Foto's

photo photo photo photo