De erfzonde

    De big bang, of de oerknal, is niet zomaar een wetenschappelijke veronderstelling voor natuurkundigen of voor andere takken van de wetenschap, want ze bevat eveneens het basisrecept voor gans het leven zoals wij het op dit ogenblik waarnemen. Het is niet alleen maar de exacte wetenschap van reacties van atomen en moleculen die we erin kunnen terugvinden; neen, de oerknal verbergt ook de diepste psychologische beweegreden van de mens. In de oerknal zit namelijk de oorsprong en de oorzaak van al onze ellende verborgen! En ze bevat bovendien ook de reden van iedere ziekte of elke kwaal die we hier op aarde denken te hebben.

    Wat is er in feite gebeurd? 
    U weet ondertussen al dat er vóór de oerknal één grote mengeling van allemaal kleinste deeltjes bestond, die elk op zich trilden met de hoogste snelheid die maar mogelijk is. Deze oersoep van deeltjes is wat wij ‘God’ noemen. Het is de meest oorspronkelijke staat van alles, en het is dus ook de staat van perfecte kennis en van volledige liefde. Ieder deeltje wordt in deze oersoep overstelpt met gevoelens van liefde en acceptatie door ieder ander deeltje dat aanwezig is. Het is een constante doorstroming van liefde die al deze deeltjes met elkaar verbindt, en die ze uiteindelijk laat functioneren als één enkel geheel, als God. Het bewustzijn daar was onbeperkt, en niemand had weet van enig tekort of enige beperking van zijn vermogens. Iedereen gaf al wat hij had, waardoor hij van de anderen natuurlijk ook alles kreeg.
    Om een of andere reden ontstond er in deze wirwar van deeltjes die allemaal niets anders dan volledige liefde voor elkaar wilden, dan toch een andere gedachte dan gepast voor de goddelijke wil. En aangezien het gedachtegoed van God het hoogste is wat er bestaat, was al wat erbij kwam onvermijdelijk een mindere gedachte dan de universele liefde voor elkaar. 
    Iedere gedachte nu die minder is, zal er automatisch voor zorgen dat de eenheid van al die deeltjes wordt tenietgedaan, want een mindere gedachte kan alleen maar een gedachte uit eigenbelang zijn. En liefde was juist de lijm die de deeltjes met elkaar verbond.
    De fantasie van een aantal deeltjes was dus op hol geslagen, en dacht met de door God gekregen eigenschappen van vrije wil en gedachtekracht een nieuwe werkelijkheid te creëren, los van hun oorsprong waarvan zij toen deel uitmaakten. Deze ene kleine gedachtedwaling van een deel van het goddelijke, is ondertussen uitgegroeid tot gans het heelal zoals wij het nu kunnen waarnemen. Bij de oerknal werden immers al die deeltjes die aan een mindere gedachte waarde hadden gehecht, verspreid, omdat ze zich met hun gedachtekracht wilden losmaken van de eenheid waarvan ze deel uitmaakten.

    Maar wat is er werkelijk gebeurd?
    Het denken was compleet, en wist van zichzelf ook dat het perfect was. Dat werd iedere keer weer beaamd door al de anderen, die ons alle liefde toestuurden. Eens we echter de beslissing hadden genomen om ‘alleen’ op pad te gaan, werden we terstond van de goede gedachten van de anderen afgesloten, en kwamen we dus ook werkelijk ‘alleen’ te staan. Maar het was niet alleen maar dat wat er gebeurde, want we hadden met deze eerste gedachte onszelf ook afgesloten van het hoogste denken in perfectie. We hadden dus met andere woorden de perfectie zelf uit ons bestaan gebannen! Vanaf nu konden we dan ook niet anders meer dan imperfect zijn in ons eigen denken, en dachten we dus dat we allerlei tekortkomingen hadden die we dan maar moesten verbergen tegenover de anderen.

    Veronderstel bijvoorbeeld eens dat jij een perfecte mechanicus bent. Iedereen weet dat, en iedereen komt dan ook bij jou langs om al zijn spullen te repareren. Je wordt dus door de anderen voortdurend bevestigd in je perfectie, en dat geeft je een goed gevoel.
    Maar dan opeens bega je de vergissing van hoogmoed, en zeg je dat je de anderen niet meer nodig hebt, en dat je het zonder hen ook wel zal redden. Je sluit je denken dus af voor het ganse mechanisme van het ervaren van perfectie, waardoor je helemaal alleen komt te staan. De anderen heb je buiten gesloten, en dus kunnen zij je vanaf nu niet meer bevestigen in wat je bent. Er komt ongetwijfeld angst en twijfel optreden nu! Ben ik dan toch geen perfecte mechanicus? Heb ik dan toch ergens een foutje gemaakt? 
    Vanaf nu begint je denken te redeneren vanuit imperfectie en angst, en moet je dus jezelf gaan beschermen tegen de anderen die misschien wel eens je concurrenten kunnen zijn. Bovendien moet je nu ook jezelf steeds meer en meer gaan overtuigen van je eigen kwaliteiten. Je denkt dan: ‘misschien is er ergens wel iemand beter dan ik’, en daarom begin je maar vlug over de anderen allerlei dingen te vertellen die jou moeten profileren als zijnde beter dan zij. 
    Het oordeel was geboren! 
    Dit was echter helemaal niet nodig geweest, indien jijzelf niet de eerste beslissing had genomen om zonder de anderen verder te gaan! En in die ene beslissing ligt vanaf nu de oorzaak van al je verdere denken. Jij bent nog steeds een perfecte mechanicus, alleen wordt je nu niet meer constant bevestigd door al de anderen in je eigen kunnen, wat jou doet twijfelen. Je hebt jezelf met andere woorden afgesloten van het hoogste denken, en dus ook van de belevingswereld die erbij hoort. En omdat gedachten grote krachten zijn, krijg je vanaf nu een wereld te zien die jou toont aan welke gedachten je op dit moment werkelijk waarde hecht. Imperfectie en angst dus!

    Nochtans is gans dit gebeuren slechts een fantasie, maar geen echte realiteit. 
    God is immers almachtig, en niemand is dus bij machte om zich echt van hem los te maken. Je kan je eigen denken wel afsluiten voor het hoogste belevingsniveau, maar je hebt je daarmee nog niet in werkelijkheid losgemaakt van die wereld. Het is met andere woorden niet omdat jij over jezelf zo denkt, dat God jou daar in volgt, en ook zo over je denkt. Die hoogste wereld zelf is daarmee niet verdwenen, alleen maar omdat jij beslist hebt om hem niet meer te willen zien. Je hebt alleen een deel van je eigen denken, het hoogste dan nog wel, de rug toegekeerd. 
    Die liefdevolle wereld bestaat na jouw waanzinnige beslissing nog steeds, maar moet vanaf nu wel noodgedwongen verder zonder jouw bewustzijn dat zich ervoor afgesloten heeft. En God vindt dat heel jammer, want Hij wil je zo graag weer zijn liefde toesturen: de liefde die jij op dit ogenblik met alle mogelijke middelen weigert.

    Je hebt je denken uit alle gedachten die maar voorradig zijn, voor één enkele gedachte afgesloten, de hoogste. En dus moet je voortaan door zonder die hoogste gedachte, en dus ook zonder de beleving van de wereld die erbij hoort. 
    Angst en afzondering alleen in een lichaam hebben wij dus helemaal zelf gewenst, en heeft tot het noodlottige gevolg geleid dat we nu allemaal denken alleen te staan in een vijandige wereld. Deze staat van afzondering is dan ook bepalend geweest voor alles wat zich verder door middel van onze gedachtekracht heeft ontwikkeld. 
    Omdat iedereen voortaan denkt dat hij het wel op zijn eigen manier kan beredderen, werden er steeds complexere lichamen gecreëerd met ons aller gedachtekracht, waar het nog steeds ‘beperkte’ gedachtegoed, zich stelselmatig verder kan in ontwikkelen. Alles wat wij hebben opgebouwd met onze gezamenlijke gedachtekracht berust dus op die éne vergissing, die éne gedachte van uitsluiting van al de anderen. 
    Iedere bijkomende gedachte, iedere nieuwe richting waarin wij deze wereld willen sturen, steunt daarom altijd op het fundament van uitsluiting, en kan ons dus onmogelijk nader tot elkaar brengen. Wij hebben materie en lichamen gemaakt met onze gedachtekracht, en wij willen ons door middel van die materie of lichamen steeds verder ontwikkelen. Dat is waar wij als mens mee bezig zijn. En we hebben op die manier een gans systeem opgebouwd dat zo complex en ingenieus is, dat het volledig zelfstandig kan functioneren en door zichzelf in stand gehouden wordt. Alleen berust gans dit systeem op het verkeerde fundament, en steunt het op angst, eenzaamheid en uitsluiting, in plaats van op eenheid en liefde. Eender wat wij nu nog ondernemen, na ons te hebben afgekeerd van de hoogste gedachte, kan nooit tot volledige tevredenheid leiden, want alles berust nu op die ene ‘zonde’, de erfzonde van uitsluiting.

    Er zit dus duidelijk geen toekomst in het sleutelen aan de waarheid over het leven, of het kibbelen over wie er nu wel of niet gelijk heeft. In geen enkel geval leidt gelijk welk debat naar een betere wereld, want het uitgangspunt is telkens weer voor iedereen hetzelfde: ‘Wat is er voor mij persoonlijk van belang, zodat ik mij goed kan voelen?’ Iedere discussie en iedere mening hier op aarde, steunt dan ook met haar diepste fundament op de erfzonde van uitsluiting, en dit betekent dat er geen uitweg is uit de impasse van dit leven, zolang je de dingen waarneemt binnen het systeem van de uitsluiting zelf. Als je eenzaamheid wilt, dan moet je niet proberen eenheid te creëren, want je wilt ze niet. Je jaagt dan gewoon datgene na wat je in eerste instantie al verworpen hebt.

    Alles wat je binnen ons zelfgemaakt systeem kan waarnemen wordt dan ook steeds een groter bewijs van de uitsluiting, terwijl het ondertussen volledig onmogelijk is geworden om buiten het systeem zelf iets waar te nemen, omdat onze zintuigen die we voor onszelf gemaakt hebben, daarvoor niet geschikt zijn. 
    Wij kunnen alleen maar zien met de ogen die we onszelf gegeven hebben, of waarnemen met het lichaam dat we met onze eigen gedachtekracht gemaakt hebben!
    Besef goed wat dit betekent, want dit houdt in dat alles wat we zien, gewoon is wat we willen zien, en niet noodzakelijk hetgeen er werkelijk te zien is! 
    En wat we willen zien is ‘het buitensluiten van de anderen’, en ‘alleen je gang gaan’, omdat dit nu eenmaal onze wil was toen we de eenheid de rug toekeerden. Welnu, alles wat wij nu waarnemen, op welke manier dan ook, is gewoonweg een waarneming binnen het systeem van ‘afgezonderd zijn van de rest’, en kan dus niet anders dan deze afzondering bekrachtigen. Het systeem houdt zichzelf in stand, juist door aan iedereen maar een beperkte kennis en een beperkte waarneming mee te geven. 
    En een lichaam is daar het uitgelezen middel voor! 

    En hier, in de eenzaamheid, ver weg van al de rest, ligt ook de allerdiepste oorzaak van gelijk welke ziekte die we voor onszelf en voor ons lichaam gemaakt hebben, en van iedere depressie die ons treft. Iedere ziekte of elk gevoel van onbehagen gaat in zijn diepste oorsprong terug naar die ene fatale gedachte van uitsluiting van de rest. Alle depressie en eenzaamheid heeft in haar diepste oorsprong als reden dat we al die liefde moeten missen die we ooit gewoon waren te krijgen bij God. 
    ‘Er helemaal alleen voorstaan’ is niet onze natuurlijke toestand, want we zijn altijd gewoon geweest dat ieder voor de ander zorg droeg. Maar door die ene keuze van een mindere gedachte, kunnen we dat nu niet meer ervaren, en zitten we gevangen in een meedogenloze concurrentieslag onder mekaar.

    Ondanks dit alles, blijft er diep in ons een verlangen smeulen naar dat ene fantastische gevoel dat we vroeger hebben gekend. 
    We weten dat het er is, want we hebben ooit ondervonden hoe het proefde, en onbewust blijven we er daarom ook heel hevig naar verlangen. Hadden we dat gevoel vroeger nooit gekend, dan zouden we nu nooit naar die liefde kunnen verlangen, omdat we dan niet eens zouden weten dat dit gevoel zelfs nog maar bestaat. En waar je geen weet van hebt, dat kun je niet missen ook. 
    En daarom, omdat we het ooit al eens ervaren hebben, blijft het onze onopgemerkte allerdiepste wens die we zo graag weer vervuld willen zien. De enige fout die we echter maken, bestaat eruit dat we dat gevoel van onmetelijke liefde nu terug willen vinden vanuit onze eerst aangenomen wens van afzondering. En natuurlijk is dit een onmogelijke opdracht, want het ervaren van liefde ligt in éénheid en communicatie met elkaar, en niet in uitsluiting! We werken dus ten allen tijde onszelf tegen, want diep vanbinnen verlangen we liefde, maar we zoeken die in de wereld van afzondering.
    ’Volledige afzondering’ en ‘volledige liefde’ zijn twee uitersten die niet met elkaar te verzoenen zijn. Wie liefde wil geven of krijgen, moet deze dan ook gaan zoeken in de verbinding met de anderen, en niet in uitsluiting. Evenzo kan je niet afgesloten zijn van de rest, en nog heel veel absurde dingen voor jezelf willen, zonder daarbij de liefde te negeren. Geen wonder dus dat onze liefde pijn doet, en dat we hier allemaal doelloos ronddwalen op zoek naar wat zekerheid voor ons bange lichaam.

    Alles wat wij zien, en daarmee bedoel ik ook letterlijk ‘alles’, berust dus op een foutief idee van ons, dat aan de basis ligt van gans dit heelal dat wij in onze fantasie gecreëerd hebben. En met deze fantasie hebben we ons bewustzijn vernauwd. Uw gedachtekracht is grenzeloos, vergeet dat niet. U kan met uw bewustzijn fantasiewerelden maken zoveel u maar wilt. Kijk daarvoor maar eens rond in de wereld, om te zien hoeveel verschillende belevingswerelden de mens in staat is voor zichzelf te creëren.
    Maar er is echter maar één wereld waarin het eeuwig goed vertoeven is, en dat is de hoogste staat van uw bewustzijn, de staat van God. 
    Het is dus duidelijk niet God die deze beperkte wereld en gans het oneindig beperkte universum geschapen heeft, maar wel wij, die wilden afgesloten zijn van onze bron. Allen samen maken wij beetje bij beetje steeds weer een nieuwe wereld; wij geven het bestaan hier op aarde iedere keer weer een andere vorm, maar het fundament van uitsluiting blijft er keer op keer in voortbestaan.

    Is er dan helemaal geen uitweg uit wat we onszelf hebben aangedaan? 
    Gelukkig voor ons is onze bron, God, niet zo wraakzuchtig als wijzelf. Hij weet dat wij slechts in gedachten zijn afgedwaald, en wacht gewoon tot we onze volledige aandacht weer bij de werkelijke les willen houden. Wij zijn nog steeds in de goddelijke klas aanwezig, maar onze gedachten zijn afgedwaald naar een andere wereld buiten de les. En hoewel de leraar nog steeds met evenveel liefde onderwijst, merken wij daar helemaal niets meer van, omdat onze aandacht ergens anders op is gericht. 
    De enige mogelijkheid die ons rest om dit alles ongedaan te maken, bestaat er uit om heel bewust buiten het systeem te gaan staan dat we zelf gemaakt hebben, en opnieuw onze aandacht te richten op wat echt belangrijk voor ons is. Dit betekent dus dat we daadwerkelijk iedere vorm van materie of lichamelijkheid moeten gaan negeren, om ooit opnieuw onze oorspronkelijke staat van zijn te kunnen bereiken. Alleen wanneer het onze wil is om niet meer deel te nemen aan het systeem waar we onszelf hebben in opgesloten, kunnen we er ook aan ontsnappen. 
    Dat is immers een hoofdregel van gedachtekracht. Je krijgt wat je wilt, als je maar ondubbelzinnig en duidelijk aangeeft dat je het ook echt wilt.
    De erfzonde bestaat uit het richten van onze aandacht op egoïsme en uitsluiting, en bijgevolg is ontsnappen hieraan alleen mogelijk door de erfzonde totaal te negeren, door ze heel duidelijk niet meer te willen, en je aandacht volledig en alleen op de goddelijke gedachte gericht te houden.

    Bedenk steeds dat je krijgt wat je werkelijk wilt; en wat je werkelijk wilt, dat is datgene in welke richting je ook daadwerkelijk stappen onderneemt.



 

Foto's

photo photo photo photo