De maatschappij

    De maatschappij: vrijheid of een keurslijf?

     

    Iedere mens die hier op aarde geboren wordt, komt, of hij dat nu wil of niet, in een of andere maatschappij terecht. Het aantal verschillende vormen die deze maatschappijen kunnen aannemen is ontelbaar, en is dan ook voor voortdurende verandering vatbaar. Of je nu in een stam als bosjesmens, in een reservaat als indiaan, of in een dictatuur, of een strikt religieus regime terechtkomt, het doet er allemaal niet toe! Steeds zijn er immers een groot aantal basisregels waaraan je moet voldoen om een waardig lid van die maatschappij te kunnen zijn.

    Sommige van die maatschappelijke structuren zijn reeds lang vervallen, denk maar aan het oude Rusland bijvoorbeeld. Maar andere maatschappijen, zoals het kapitalisme, wekken dan weer heel grote verwachtingen op bij hun leden. Het feit alleen al, dat er zoveel verschillende mogelijkheden zijn, doet echter de vraag rijzen of er eigenlijk wel één vorm van samenleven bestaat, die het bij het rechte eind heeft. Bestaat er ergens op deze wereld een samenleving die voor al zijn leden bevredigend is? Het antwoord hierop is overduidelijk “neen”. Iedere maatschappij, is immers steeds een machtsstructuur die opgebouwd wordt rond een aantal basisideeën. Er zijn er dus steeds die deelnemen aan die macht, op welk niveau dan ook, en er zijn er ook een heleboel die altijd de macht zullen moeten ondergaan! We bekijken de situatie even, vanuit ons “aardse standpunt”.

    Het is misschien heel goed mogelijk dat u het op dit moment getroffen hebt, en dat u zich voor het overgrote deel “goed in uw vel voelt” in onze samenleving. Dat neemt echter niet weg, dat het u toch al zou moeten opgevallen zijn, dat er ook mensen bestaan bij wie dat niet het geval is! Wanneer de ene helft van de mensheid zich goed voelt, en de andere helft niet, kunnen we dan terecht spreken over een goede samenleving? Of wijst dit er juist op dat er heel wat mensen zijn die zich in de huidige structuren van de samenleving niet geapprecieerd of aanvaard weten, en die zich dus op de manier die zij zouden verkiezen, niet kunnen ontwikkelen? Het feit alleen al dat er zoveel gedragsregels zijn, draagt bij tot de onvrede die vele mensen voelen. Want niet iedereen kan zich onmiddellijk vinden in elke regel die uitgeschreven wordt, over hoe men zich wel of niet hoort te gedragen tegenover zijn medeburgers. Uiteraard dienen er over dit alles bepaalde afspraken te bestaan, om alles goed te laten functioneren, maar door het gedrag van mensen in bepaalde situaties werkelijk te gaan opleggen, en binnen de nauw afgebakende grenzen van het maatschappelijk fatsoen te houden, kan je bij velen alleen maar onvrede en frustratie oproepen. Kijk maar eens naar de fluisterende tongen en afkeurende blikken voor zij, die zich buiten het gewone willen gedragen, of die zich alleen nog maar extravagant gaan kleden. Onmiddellijk vormen wij ons een vooroordeel over hen, zonder ze echt goed te kennen.

    Een groot deel van ons menszijn, namelijk onze minder fraaie kantjes, wordt immers door iedere maatschappij genegeerd en veroordeeld. Daar is in deze wereld geen uitzondering op. “Mens zijn” houdt nu eenmaal in dat je zowel goede als slechte eigenschappen bezit, en iedereen heeft dan ook wel iets, waardoor hij ook bij het kamp van de slechteriken gaat behoren. Daar kan je heel zeker van zijn! Deze “slechte” kant, wat die dan ook moge zijn, is een deel van onze menselijkheid! Het hoort gewoon bij ons! In een maatschappij echter, wordt dat deel nu juist bestraft, en helemaal niet aanvaard, en daardoor wordt een groot deel van wie we werkelijk zijn, gewoon miskend. En dit geeft aanleiding tot heel wat onvrede bij ieder van ons!

    Wanneer we onze eigen structuren eens grondig gaan ontleden, dan stellen we al direct enkele grote tegenstrijdigheden vast. Het kapitalisme propageert de bezitsdrang en het harde werken om meer geld en macht te verwerven. Zij moedigt de mensen dus overduidelijk aan om egoïstisch te zijn, en iets op te bouwen waar alleen de eigenaar kan van genieten. Wat dacht je bijvoorbeeld van een reclameslogan als deze: “ als je dit product in je bezit hebt, wat zullen de buren nijdig zijn!” Dergelijke reclameslogans, die alleen tot doel hebben om de verkoop van het product te stimuleren, zonder zich om de effecten op onze innerlijke gemoedsgesteltenis te bekommeren, worden met de regelmaat van de klok op ons afgevuurd. De maatschappij zet dus duidelijk aan om te wedijveren onder mekaar, om de mooiste en de meeste bezittingen te verwerven. Tegelijkertijd echter stuurt de maatschappij een tweede signaal naar haar leden: wij moeten solidair zijn met de zwakste onder ons! Een goed uitgebouwde sociale wetgeving moet daarvoor zorgen. En terecht, wij doen het niet slecht op dat gebied. Maar van wie komt dat geld voor onze sociale zekerheid? Het komt gewoon van de verdeling van de laagste inkomens in ons land. De grootste kapitaalbezitters hebben immers voor zichzelf systemen ontwikkeld om hun kapitaal niet te moeten delen met de zwakkeren. Zij betalen nauwelijks mee voor de sociale zekerheid, waardoor ze hun winsten dan ook zuiver in eigen zak kunnen steken. Bovendien gaan ze hun geld gebruiken om zich voor alle mogelijke transacties als tussenpersoon op te stellen. Zo krijgen we dan het systeem van aannemer, onderaannemer, en werknemer! Uiteindelijk is het de werknemer die het werk verricht, de onderaannemer die de verantwoordelijkheid draagt, en de aannemer die met de meeste centen gaat lopen. En wie betaalt de winst voor degene die er niets voor heeft gedaan? Inderdaad, de kleine verbruiker die in zijn levensonderhoud probeert te voorzien! Dit systeem maakt bijvoorbeeld het bouwen van een eigen woning of de aankoop van een stuk grond, bijna onbetaalbaar voor velen die wel gans de dag werken, maar die voor hun werk maar een karig loon ontvangen, in verhouding tot wat anderen krijgen. Door deze veel te hoge prijzen, vanwege het altijd maar toenemend winstbejag, voor iets wat in onze koude en killige landen toch wel een basisbehoefte is, krijgen de leden van de lagere sociale klasse onmiddellijk heel weinig bewegingsvrijheid toegemeten, om zichzelf te ontplooien of om hun leven een nieuwe wending te geven. De regeringen moeten het systeem dan ook constant bijsturen, door bijvoorbeeld zelf sociale woningen te bouwen, omdat ze anders overspoeld worden met maatschappelijke drama’s en marginalen. Wanneer men eenmaal in een slechte situatie is terechtgekomen, zit men immers vastgeketend aan de zware financiële last die men is moeten aangaan om een dak boven zijn hoofd te hebben. Daarmee zegt de regering in feite dat haar eigen systeem niet deugt, alleen doet ze dat niet met zoveel woorden, maar schuift ze de schuld af op de mensen zelf, die in zo een situatie verkeren.

    De maatschappij zal het waarschijnlijk nooit zelf toegeven, maar de meeste zelfmoorden en gezinsdrama vinden juist plaats om deze reden: de maatschappij zelf, met haar ongebreidelde prestatiedrang en verborgen egoïsme is er de oorzaak van dat mensen zich maar heel weinig kunnen evolueren, en zich herpakken van vroegere misstappen. De maatschappij predikt “luxe” in plaats van zelfontplooiing, en ontneemt zo aan negentig procent van haar bevolking de kans op geluk. En laat je maar niets wijsmaken over al diegenen, die zogezegd van de daken schreeuwen dat ze gelukkig zijn, want ik zeg u: “het zijn zij die het eerst naar wanhoopsdaden grijpen, en die juist niet gelukkig zijn”!

    Het baat helemaal niets, om dieven en rovers in de gevangenissen te steken, als je tegelijk niets doet aan de excessen van rijkdom en het hiermee gepaard gaande egoïsme! Bezitsdrang is wat ons aangeleerd wordt, maar waarom steken de lesgevers dan de leerlingen in de gevangenis? Iedereen heeft recht op een degelijke basisluxe, en wie grote rijkdom nastreeft, doet dat ook niet altijd op rechtmatige manier! Het hangt er allemaal alleen maar van af, welke criteria je gaat handhaven om aan die rijkdom te komen! Vroeger was “het recht van de sterkste” de normaalste zaak van de wereld, en wie sterk was, kon daar dus zijn voordeel mee doen. Maar nu is het meer het intellectuele aspect dat gaat spelen, en dus zijn het de “slimste”, die de touwtjes in handen hebben. Daarmee is er gewoon een verschuiving gekomen, van welke personen aan de macht kunnen komen, maar het resultaat hiervan is nog steeds hetzelfde als vroeger: de ene groep denkt nog altijd van zichzelf dat ze beter zijn dan de anderen, en dat ze daardoor dan ook recht hebben op meer luxe en vrijheid, precies om zich van de “minderen” te distantiëren.

    Er bestaan dus wel degelijk twee klassen van mensen: zij die het geld bezitten, en zij die solidair zijn met elkaar!

    Dit klinkt natuurlijk heel negatief.  Het is echter gewoon een vaststelling zoals de wereld op dit moment draait, ook eens bekeken vanuit het standpunt van de honderdduizenden die maandelijks moeten wikken en wegen aan wat ze hun geld nog mogen uitgeven. De realiteit is dat de meeste mensen wel genoeg hebben om te leven, maar zich niet gelukkig voelen door de steeds groter wordende prestatiedruk die ons wordt opgedrongen!

    De grootste ongeschreven en geheime regel in iedere samenleving is toch wel deze: wie zich als individu, het best kan aanpassen aan de wetten waarin hij behoort te functioneren, zal in de maatschappij een hogere graad van geluk weten te bereiken! Daarvoor is het niet altijd nodig om die wetten heel stipt te gaan naleven, want diegenen die de regels juist het best kunnen omzeilen raken meestal heel hoog op de maatschappelijke ladder. Het vinden van allerlei achterpoortjes, wat in onze samenleving tot “hoogtechnologie” is gepromoveerd, zorgt ervoor dat vooral zij die voldoende geld en macht hebben, een patent krijgen op het maatschappelijk geluk.

    In religieuze staten is godsdienst altijd al de grote boeman geweest, en in kapitalistische landen is dat het geld. Ik las bijvoorbeeld onlangs in een consumentenmagazine dat het onder de 1250 euro geen zin meer heeft om een zaak nog voor het gerecht aanhangig te maken. De gerechtskosten lopen immers algauw op tot het bedrag waarvoor je gerechtigheid komt vragen. Met andere woorden: voor diegenen, voor wie 1250 euro maar een habbekrats is, voor hen zijn er totaal geen problemen. Zij kunnen namelijk heel gemakkelijk het gerecht aan hun kant krijgen, en zich er zelfs profijt mee doen. Voor de persoon, voor wie dit bedrag één of zelfs twee maandlonen betekent, zal een gerechtelijke procedure natuurlijk onbetaalbaar zijn. Die man of vrouw zal behoorlijk in de kou blijven staan, want zij kunnen het immers onmogelijk bekostigen om gerechtigheid te bekomen.

    Hoe voel jij je nu in de maatschappelijke structuur waarin je leeft?  Bij ons is dat, zoals je wel weet, het kapitalistisch systeem! Ben jij die formidabele zakenman die alles wat hij aanraakt in goud verandert? Heb jij voldoende macht om al je wensen waar te maken? Of heeft jouw familie voldoende middelen om zich al die onmisbare dingen die de reclame ons voorspiegelt aan te schaffen? Ik denk het niet! Want in iedere maatschappelijke structuur zijn er maar een klein deel van de mensen die zich alles kunnen permitteren waar ze van dromen. En zelfs dan zijn ook zij niet gelukkig! Ik heb dus veel meer kans als ik zeg dat jij tot het andere kamp behoort.

    Maar geld is niet alles in het leven. Dat weten we ondertussen wel. Onze maatschappij mag het dan wel tot iets goddelijks verheven hebben, maar er zijn daarbovenop ook nog veel andere dingen die voor onvrede zorgen. Kan jij bijvoorbeeld volledig jezelf zijn thuis of op je werk? Durf jij openlijk te zeggen dat je nooit toneel speelt onder familie of vrienden? Word je overal waar je komt volledig geaccepteerd zoals je bent? Ik ben er zeker van dat dit niet zo is! Iedere gemeenschap is immers steeds een gemiddelde van al haar leden, en er wordt dan ook maar weinig rekening gehouden met al de eigenschappen die op een of ander gebied, onder of boven dat gemiddelde uitsteken. Steeds moet je ervoor zorgen dat je de anderen antwoordt en benadert binnen het gemiddelde denkpatroon van de maatschappij, waarvan je deel uitmaakt. Wanneer je het aandurft om iets te zeggen of te ondernemen dat buiten dat gemiddelde uitkomt, dan word je algauw met de vinger gewezen, of zelfs gemeden en uitgesloten. De mensen om je heen, zullen je dan boycotten en je buitenspel zetten omdat ze met jou geen raad meer weten.

    Iemands intellectueel niveau is een goed voorbeeld om dit eens te bekijken. Indien je bijvoorbeeld het ongeluk hebt, om minder dan het gemiddelde aan hersencellen te bezitten, dan kan deze samenleving, die gericht is op presteren en renderen, jou enkel de slechtst betaalde jobs en de meest ondankbare baantjes aanbieden. Een goed verstandelijk niveau en volledig aangepaste sociale vaardigheden zijn nu eenmaal een “must” om je als goed burger te kunnen vestigen. En wanneer je het aandurft om te passen voor zulke slecht betaalde of minderwaardige jobs, dan zal je zelfs bestempeld worden als een profiteur van de maatschappij. Tenzij je jezelf in het crimineel milieu gaat storten, zal je er dan ook nooit in slagen om de welvaart en luxe te vergaren die de anderen wel hebben! En dit alleen maar, omdat je gewoon geboren bent met “minder aan de maatschappij aangepaste vermogens”, iets waar je dus totaal zelf niets kunt aan doen.

    Anderzijds zijn er ook mensen die een teveel aan hersencellen bezitten. Deze mensen hebben zulk een verstandelijke vermogens dat ze de meeste illusies die ons worden voorgehouden direct kunnen doorzien. Zij weten en onthouden veel meer, en kunnen beter de oorzaken en de onderlinge verbanden tussen de verschillende dingen aan elkaar knopen. Maar hoewel ze slimmer zijn dan “Jan Modaal”, zitten precies ook deze mensen heel dikwijls in een sociaal isolement. Want de dingen waar hun vrienden zich druk over maken, die hebben zij allang doorzien. Zij weten hoe alles in elkaar zit, en hoeven over deze banaliteiten dus niet meer te discussiëren. Door hun kennis zitten deze mensen op eenzame hoogte! Want in feite zijn zij met hun verstand of hun gevoel, de gemiddelde menselijke bezigheden al lang ontgroeid, en zijn zij op een of andere manier boven de maatschappij komen te staan. Maar dat kan de gemeenschap niet dulden, want haar gezag en aanzien wordt er immers door ondermijnd. Stel je eens voor, iemand die het beter weet dan al de hogere instanties samen! Op die manier krijgen dus ook de “beter begaafden” geen ondersteuning van hun groep, en worden zij eerder als een bedreiging dan als een verrijking gezien.

    Zonder enig houvast lopen al deze mensen, zowel de domme als de slimme, verloren in de kudde! Zij voelen zich nergens begrepen, en riskeren om als gekken opgesloten te worden, wanneer ze zich toch zouden laten gelden.

    In iedere samenleving is er dan ook een zeer grote sociale controle, die iedere emotie, en iedere wens of onvolkomenheid zorgvuldig beschrijft tot waar ze getolereerd wordt. Om als een volwaardig lid van de gemeenschap mee te tellen, moet elk van ons zich binnen die welbepaalde grenzen voortbewegen.

    Het zal dus voor iedereen duidelijk zijn dat we wel toneel moeten spelen, willen we voortdurend een goede indruk maken op onze omgeving. Anders word je gewoonweg niet aanvaard door de mensen om je heen! En omdat een deel van jou niet aanvaard wordt, zal je heimelijk proberen om het te verstoppen. Maar juist door het feit dat je bepaalde dingen van je persoonlijkheid verstopt, ga je kwetsbaar worden en moet je steeds meer en meer op je hoede zijn. Er zou wel eens iemand kunnen zijn die het allemaal te weten komt! Daardoor word je dan ook bang en ongelukkig.

    Ieder van ons loopt hier constant op eieren! Want zeg nu eens eerlijk: wie durft al wat hij denkt ook rechtuit te zeggen? Wat je denkt, dat is toch wie je bent!  En als je niet durft zeggen wat je denkt, dan ben jij gewoon jezelf niet meer! Dan speel je toneel! Durf jij met al jouw gedachten, of met je wensen en fantasieën naar buiten te komen? Ik zeker niet, want ik ben er zeker van dat de samenleving mij niet zou accepteren, en mij misschien zelfs in een instelling zou plaatsen.

    Steeds weer is er dezelfde regel die terugkomt: hij die het best kan toneelspelen, heeft de meeste kans op geluk en succes! 

    En iedereen speelt dagelijks toneel, wees daar maar zeker van! Degene die het hardst roepen dat ze niets te verbergen hebben, dragen heel waarschijnlijk ook de grootste geheimen met zich mee! Waarom ben je anders zo afgepeigerd wanneer je thuis komt van je werk? Gewoonweg omdat je de ganse dag een schone schijn hebt opgetrokken. Je hebt de ganse dag gelachen en ja geknikt! Je moest het andere mensen naar de zin maken! Je bent iemand anders geweest! En nu kom je eindelijk weer thuis, en kan je alles eens van je af zetten. Nu kan je tot rust komen en opnieuw jezelf zijn, wanneer de deur achter je dicht is. Tenminste als je ook geen masker hoeft op te zetten voor je echtgeno(o)t(e) of voor je kinderen!

    Zoals ik eerder al zei: “er zijn wel duizenden, of honderdduizenden soorten mensen, ieder met zijn eigen wil en verlangens, en elk van die mensen heeft zijn gebreken en tekortkomingen, die door de samenleving veroordeeld worden”.

    Het gaat er dus uiteindelijk niet om hoeveel, of hoe erg je gebreken wel zijn, maar wel hoe goed je ze kan verdoezelen. Op deze manier functioneert immers iedere maatschappij: als je wilt vooruitkomen in de wereld, verberg dan zoveel mogelijk je tekortkomingen die niet in het beeld van de samenleving passen, en hou tegelijk het ideaalbeeld van jezelf zo hoog mogelijk!

    Is dat niet gewoonweg jezelf, zowel als de anderen wat voorliegen? Is het dan niet normaal dat we ziek worden, als we zelfs onze eigen persoonlijkheid verloochenen? Tot zolang er geen samenleving bestaat waarin mensen niet veroordeeld worden, maar ze integendeel begrepen worden, zullen we met zijn allen moeten doorgaan met onszelf en de anderen wat voor te liegen. Want alleen wanneer volkomen eerlijk zijn, geen nadelige gevolgen meer heeft, zal er een explosieve groei van het zelfbewustzijn kunnen ontstaan. Dan zullen niet alleen een paar individuen, maar zelfs ganse groepen van mensen een hoger bewustzijnsniveau verwerven, dat hen in staat zal stellen om boven deze wereld uit te stijgen. De vraag is natuurlijk, of er op dat moment nog een samenleving nodig is, die enkel gericht is op prestaties, en “beter zijn dan de anderen”. Of zal dat dan veeleer een samen-leving  worden in de echte betekenis van het woord?

    Maar misschien kan jij wel niet liegen! Je zou het misschien wel kunnen, maar het is zo onnatuurlijk om dat te doen; het voelt niet juist aan wanneer je niet de volledige waarheid spreekt. En een halve waarheid zeggen, of de verkeerde informatie doorspelen aan je medemens, maakt je zo nerveus!

    Dan heb je pech! Het is dan gewoon zo, dat je meer dan waarschijnlijk nooit een machtig man of een goed zakenman zal worden in deze wereld, want in beide gevallen is het immers onmogelijk om te leven zonder een constante leugen om je heen. Denk je bijvoorbeeld dat een zakenman veel zou verkopen indien hij altijd de volledige waarheid over zijn product zou vertellen? Waarom moet hij dan al die verkooptrucs gaan leren om de mensen te overhalen toch maar zijn product te kopen? Of denk je dat je aan de macht kunt komen zonder je in allerlei bochten te wringen, of  zonder eerst je oversten naar de gunst te dingen?

    Je bent dus iemand die niet kan liegen! Of misschien erger nog, je wilt mensen helpen! Nu is het hek helemaal van de dam! Het grote geld zal nu jammer genoeg niet meer tot bij jou kunnen komen, want je zou het hoogst waarschijnlijk al snel weer delen met de anderen. Het is werkelijk spijtig voor jou, maar een samenleving beloont alleen degenen die egoïstisch en machtsgeil zijn! Kijk maar gewoon eens naar de lonen van mensen die aan kinderopvang of bejaardenzorg doen. Zijn het niet juist zij die wat warmte en zorgzaamheid brengen voor diegenen die dit het hardst nodig hebben? Wel, in vergelijking met wat de zakenman of de manager verdient, is hun loon bijna onbetekenend. Nochtans is het voor niemand mogelijk om meer dan twaalf uur per dag te werken! Waarom moet het werk van de ene dan zoveel beter betaald zijn dan het werk van de andere? Wanneer elkeen de job uitoefent waarvoor hij geschikt is en waar hij zich goed bij voelt, zijn we dan niet allemaal gewoon gelukkig? Is het werkelijk nodig dat sommigen op één dag verdienen waar anderen een ganse maand voor moeten werken?

    Ik kan me wel inleven in het feit dat er beroepen bestaan die een meerwaarde moeten hebben, maar zoals het er nu aan toegaat, is het toch wel buiten alle proporties! Zouden wij er niet beter aan doen, om een bovengrens te trekken aan wat één persoon of zelfs een firma tot zijn persoonlijk bezit kan rekenen? Alles wat dan meer verdiend wordt, zou automatisch moeten terugvloeien, en herverdeeld worden  onder de laagste inkomens. Op die manier zullen niet alleen veel meer mensen een kans krijgen om zich als individu te ontplooien, maar zal ook de macht beter verdeeld worden onder de verschillende lagen van de bevolking. En als bonus daarbovenop, zou het grootste ideaal van deze maatschappij, namelijk ongehoord rijk en machtig zijn, voor een groot deel naar beneden worden gehaald, en zou rijkdom dus voor iedereen haalbaar zijn.

    Geef mij één goede reden waarom iemand meer dan één huis nodig heeft! Geef mij één goede reden waarom koningen, sjeiks, managers van bedrijven, … het waard zijn om op een dag het geld uit te geven dat anderen nog op een gans leven niet bijeengegaard krijgen! Deze excessen zouden beter verdwijnen van de aardbodem, want ze verzieken juist het wereldbeeld van de vele miljarden mensen die zich dit niet kunnen veroorloven! Haal de norm voor rijkdom naar omlaag, en in een klap maak je miljoenen mensen gelukkig. Want het is niet de rijkdom zelf die gelukkig of ongelukkig maakt, maar wel het besef dat er een verschil is tussen de mensen, die toch allemaal in hetzelfde schuitje zitten. En dan streven we ernaar om dit verschil ongedaan te maken, zodat we ook eens kunnen uitpakken met onze rijkdom. Want juist vanwege dat verschil, voelen we ons minderwaardig in de gemeenschap, in vergelijking met zij die al meer bezit of macht hebben weten te vergaren dan wij. We beseffen echter niet, dat deze vorm van geluk die wij nastreven, om beter te zijn dan de anderen, gebaseerd is op juist het ongeluk van die anderen! Want alleen als je meer hebt dan de anderen, ben je in staat om je beter te voelen! Hoe arm ben je, en blijf je dan ook, als je geluk alleen afhangt van de mate waarin je jezelf beter kan voordoen dan de medemens.

    Het niet erkend worden als wie je echt bent, en daardoor zowel financieel als moreel, lager geklasseerd worden in de maatschappij, dat is wat zovele mensen ongelukkig maakt! Er is niets mis mee dat de ene geld of macht najaagt, maar wel met het feit dat al de anderen het daardoor met zoveel minder moeten stellen. Er is niets mis mee dat de ene godsdienstig is en de andere niet. Maar het is dan wel niet nodig dat een godsdienst aan iedereen dezelfde wil oplegt. Zijn we niet allemaal verschillend hier? En kunnen al die verschillen dan passen in het enge keurslijf van een maatschappij? Dat is onmogelijk. Ik ben er zeker van dat ieder mens  (voor de een al meer dan voor de ander) meerdere aspecten van het leven in zich heeft, die niet passen in de maatschappelijke structuur waarin hij is opgegroeid. Daarvoor hoef je het niet direct aan die persoon te zien, want hij kan het waarschijnlijk heel goed verstoppen. Maar wees er maar zeker van dat iedereen wel iets heeft, dat hij liever nog wat verborgen houdt voor zijn medemensen! Kijk maar eens naar de vele toppolitici of gezagdragers in de kerk, die, wanneer ze in het openbaar verschijnen, zweren bij trouw, eerlijkheid en traditionele waarden. Maar na een aantal jaren vallen ook zij door de mand, omdat ze er ook gewoon een maîtresse op nahouden of belastingen ontduiken. Zij zijn de meest geslaagde toneelspelers in het toneelstuk dat ze voor zichzelf geschreven hebben. Maar uiteindelijk vallen ook zij uit hun rol, en zijn ze zowel tekst als inhoud kwijt van wat ze nu juist aan het brengen waren voor het grote publiek.

    We moeten toch ook eens kritisch gaan bekijken wat we aan onze kinderen met het onderwijs nog willen meegeven. Al die leerstof die ze te verwerken krijgen, is dat wel de juiste? Het kan dan wel praktisch zijn om te leren lezen, rekenen en schrijven, maar al de rest, is dat gewoon geen dwang om van ieder kind een maatschappijbeest te maken? Wat indien deze wereld het nu eens niet bij het rechte eind heeft? Wat gebeurt er als we inderdaad komen te sterven, maar toch niet dood zijn? Kunnen we dan nog iets aanvangen met de wiskunde of de geschiedenis die we hier geleerd hebben? Is het dan van belang om te weten wanneer de guldensporenslag plaatsvond, of de exacte sterfdatum van Karel de Grote te kennen? Als er inderdaad nog een leven na dit leven komt, is dan alles wat we hier doen niet volledig zinloos?

    Nog geen enkele zakenman is er in geslaagd om zijn imperium ook mee te nemen naar het hiernamaals. Er heeft nog geen enkele keizer bestaan, die ook niet in een graf is terechtgekomen! Op het moment van de dood staat de keizer immers even hoog als de bedelaar, en is de zakenman even rijk als de bejaardenhelper. Wat voor nut hebben hier dan die paar tientallen jaren, wanneer alles weer verloren gaat bij de dood? Je hebt jaren gevochten en gestreden om een welbepaald doel te bereiken, en als je het dan eindelijk bereikt hebt, dan wordt het gras onder je voeten weggemaaid, en is alles ineens weer verdwenen. Wat een nutteloze verspilling van energie! Realiseren we ons dit wel genoeg?

    Moeten we niet eens wat meer aandacht beginnen te schenken aan de dood, in plaats van ze, van bij onze geboorte, zover mogelijk in een vergeethoekje te duwen. Tenslotte hoort de dood toch bij het leven. Moet hierover in de scholen dan ook niet wat onderricht worden gegeven, veeleer dan het als laatste taboe te laten bestaan?

    De school is er bij ons op gericht om ons binnen te leiden in het economisch stelsel dat we met onze samenleving hebben opgebouwd. We worden klaargestoomd om de productiviteit en de inventiviteit van onze economie zo hoog mogelijk te maken. Dat kan je duidelijk zien aan het boekje dat de school ieder jaar uitgeeft, waar al de namen van de oud–leerlingen instaan, die hoog op de maatschappelijke ladder zijn opgeklommen. Een school dient zich echter ook eens af te vragen of ze aan de leerlingen wel de juiste informatie weergeeft betreffende het leven zelf. Is economisch presteren dan echt het belangrijkste in dit leven? Moet men niet eens dringend een minimum aan psychologisch inzicht meegeven aan onze jeugd, hoe het echte leven eraan toegaat? Moet men niet eens gaan zeggen, hoe mensen op het geluk en het ongeluk van anderen reageren, of welke de mechanismen zijn die schuilen achter jaloezie, nijd en roddels. Heel wat van de jongeren die over deze materie niets hebben meegekregen van thuis uit, zouden het leven een stuk beter gaan begrijpen, en daardoor veel minder frustraties en moeilijkheden ondervinden gedurende hun lange weg naar volwassenheid.

     

    Alhoewel we nu ook niet alles mogen pessimistisch inzien, is, vanuit ons wereldlijk bewustzijn bekeken, iedere maatschappij uiteindelijk toch een vorm van samenleven die slechts voor een beperkt deel van haar leden het geluk zal teweegbrengen. Alleen zij, die zo zijn, dat ze in de maatschappij waarin ze opgroeien gemakkelijk hun weg vinden, zullen zich goed voelen in hun vel. Al de rest is door een aangeboren “onaangepast” gedrag, of door minder goede jeugdervaringen, voor de maatschappij gedoemd om eeuwig te blijven zoeken en manoeuvreren, om toch nog iets van hun leven te kunnen maken. Iedere maatschappij is uiteindelijk veel te enggeestig opgebouwd rond een paar basisidealen. Het zijn precies die idealen die een maatschappij weliswaar haar karakteristiek gezicht geven, maar die er ook voor zorgen dat er grote beperkingen worden opgelegd aan de ontwikkeling van precies die menselijke eigenschappen die niet bij die idealen aansluiten. Vele aspecten van het menszijn worden daarmee uitgesloten, en precies daardoor komt het dat zovele mensen verloren lopen in de groep, en zich niet begrepen voelen door de anderen. Sommigen weten dat het niet allemaal juist is wat de maatschappij propageert, maar ze hebben zelf nog geen volwaardig alternatief kunnen vinden om die leegte op te vullen. Daarom passen ze zich uiteindelijk toch maar opnieuw aan! In hun hart weten en voelen deze mensen echter iets anders, maar ze kunnen de anderen hun argumenten nog niet voldoende weerleggen om hun gelijk te halen. De maatschappij trekt hen in een richting die ze niet willen gaan!

     



 

Foto's

photo photo photo photo