De wereld denkt verkeerd

     Er zijn wel honderd dingen die we niet weten,
    er zijn wel duizend dingen die we niet begrijpen,
    en toch houden we vol,
    dat we de waarheid in pacht hebben.

     

     6  Zijn leerlingen vroegen hem en zeiden tot hem: Wilt U dat wij vasten? En hoe moeten we bidden? Moeten we aalmoezen geven? En van welk voedsel moeten we ons onthouden?
    Jezus zei: Vertel geen leugens en doe niet wat je haat, want alles zal aan het daglicht treden. Niets is verborgen, dat niet openbaar zal worden en niets zal bedekt blijven zonder ontsluierd te worden.

    14  Jezus zei tot hen: Als jullie vasten, zullen jullie zonde voor jezelf voortbrengen; als jullie bidden, zullen jullie worden veroordeeld; als jullie aalmoezen geven, zullen jullie je geest schaden; als jullie naar een land gaan en door de streken lopen, en wanneer men jullie ontvangt, eet dan wat jullie wordt voorgezet en genees de zieken onder hen, want wat jullie mond ingaat, zal jullie niet verontreinigen. Maar dat, wat jullie mond uitgaat, zal jullie verontreinigen.

    27  Jezus zei: Als jullie niet vasten ten aanzien van de wereld, zullen jullie het Koninkrijk van God niet vinden en als jullie de sabbat niet als sabbat vieren, zullen jullie de Vader niet zien.

    53  Zijn leerlingen zeiden tot hem: Is besnijdenis heilzaam voor ons?
    Hij zei tot hen: Als het heilzaam was, zou hun Vader hen besneden geboren laten worden uit hun moeder. Maar de ware besnijdenis in de Geest, die is zinvol in ieder opzicht.

    13a  Jezus zei tot zijn discipelen: Vergelijk me en zeg me op wie ik lijk. 
    Simon Petrus zei tot hem: U lijkt op een rechtvaardige engel. 
    Mattheus zei tot hem: U lijkt op een wijze filosoof. 
    Thomas zei tot hem: Meester, mijn mond is niet in staat te zeggen op wie U lijkt.
    Jezus zei: Ik ben jullie meester niet. Omdat jullie gedronken hebben, zijn jullie dronken geworden van de borrelende bron die ik heb toegemeten.

    Jezus bespreekt hier een aantal rituelen die ook nu nog gangbaar zijn in de wereld. Het vasten, de besnijdenis, het naleven van de wekelijkse rustdag, bepaalde soorten voedsel die als onrein worden beschouwd, het geven van aalmoezen, het bidden...
    Het zijn allemaal manieren waarop de gewone mens zijn uiting wil geven aan het geloof in een hogere macht. 
    In de meeste bijbelstudie wordt steeds gepoogd om deze teksten te doen kloppen in de realiteit van deze wereld.
    Maar Jezus maakt meteen korte metten met al die gewoontes en rituelen:
    ’Als jullie vasten, zullen jullie zonde voor jezelf voortbrengen; als jullie bidden, zullen jullie worden veroordeeld; als jullie aalmoezen geven, zullen jullie je geest schaden; als jullie naar een land gaan en door de streken lopen, en wanneer men jullie ontvangt, eet dan wat jullie wordt voorgezet en genees de zieken onder hen, want wat jullie mond ingaat, zal jullie niet verontreinigen. Maar dat, wat jullie mond uitgaat, zal jullie verontreinigen.’

    De inzichten die hiermee gepaard gaan zijn dan ook heel diep, want ze gaan helemaal terug op de waarheid dat deze wereld niet echt is, alleen maar een fantasie, en dat het er dus helemaal niets toe doet in de ogen van God, op welke manier je al die materie hier wenst te gebruiken. God kent geen vasten, geen goed of slecht eten, geen ziekte of armoede...
    En omdat hij het niet kent, en omdat het niet past in het plan van God voor de hoogste liefde, schenkt God er dan ook totaal geen aandacht aan. Hij wil al die dingen zoals ontbering, ongelijkheid, dood voedsel, of kleine schenkingen... gewoon niet! In zijn wereld bestaat dat allemaal niet. En dus doet het er niet toe wat jij hier allemaal verzint om op een goed blaadje te staan bij hem. Want al die dingen dienen maar voor één enkel dingom het echte werk uit te stellen, en om aan het afbouwen van je eigen ego niet te hoeven beginnen!
    God wil niet dat jij naar de buitenwereld en naar materie kijkt om daar ellende en ziekte te zien. Neen, God wil dat jij je in jezelf keert, dat je daar op zoek gaat naar je verbinding met hem, en dat je deze wereld volledig de rug toekeert, in plaats van hem nog maar eens op zoveel mogelijk verschillende manieren proberen wat beter te maken. Deze wereld is één doffe ellende op de manier waarop wij hem waarnemen. God wil niet dat wij, zijn zonen, in ellende blijven vertoeven. Hij wil dat onze gedachtekracht op hem en op de liefde gericht is, in plaats van al onze energie te steken in een wereld waar geen uitkomst is. Wat je ook doet in deze wereld, het zal altijd vruchteloos zijn omdat het gebeurt in een wereld die gemaakt werd juist om de liefde uit te sluiten. En daarom kan je niets van dit alles doen om de hemel terug te vinden. Het leidt gewoon nergens heen, want het zijn dingen van deze wereld die je toepast. God vraagt alleen: ‘Sta toe dat ik mijn wereld naar de uwe breng.’

    **   Want als wij vasten, dan doen we dat omdat we ons schuldig voelen tegenover degenen die het minder goed hebben dan wij, en vanwege het feit dat we ons schuldig voelen zullen wij waarde hechten aan schuld, en ook zelf volgens het principe van schuld beoordeeld worden. In de wereld van God is helemaal geen schuld nodig, want daar heeft iedereen alle liefde, en daarmee dus ook alles wat hij nodig heeft. Waarom moet er dan schuld zijn? God wil niet dat zijn kinderen overladen worden met schuld en pijn. Hij wil hen vrij en gelukkig zien. En dus betreurt hij het dat ze steeds maar weer kiezen voor een leven afgescheiden van zijn hoogste liefde. Wat doet het ertoe om te vasten of een tiende van je geld te geven? De ongelijkheid blijft bestaan, en net dát wil God niet.
    Jezus was heel goed op de hoogte van de wetten van de gedachtekracht. Daardoor wist hij dan ook dat wie hier op aarde vast, of boete doet, in feite tegen God kiest in plaats van voor Hem. Vasten of boete doen op gelijk welke manier is je gedachtekracht in werking zetten, en zeggen dat je God niet waardig bent. Kiezen voor schuld tegenover de anderen, is dus kiezen voor een nieuw leven in reïncarnatie, waarin je jouw schuld wilt aflossen, en is dus uitstellen om naar God terug te keren. De reïncarnatie gaat dan verder zijn gang met jou, en je zal dan ook de mogelijkheid krijgen om je van die schuld te ontdoen in een nieuw leven, waar je onvermijdelijk ook weer andere schuld zult opbouwen. 
    ‘Als jullie vasten zullen jullie zonde voor jezelf voortbrengen.’ En omdat je het zelf zo wil, zal het zo ook geschieden, althans toch voor een tijdje!

    **   Wanneer wij bidden, dan doen we dat altijd vanuit het standpunt dat we klein en minderwaardig zijn, en dat we nog van alles nodig hebben om ons goed te voelen in de wereld. We bidden steeds vanuit een toestand van gebrek en ontbering. Maar God heeft zijn kinderen niet minderwaardig geschapen. Hij heeft ze alles gegeven wat ze nodig hadden, want de liefde was alles wat ze nodig hadden. Bidden wordt aldus een ontkenning van wat God ons gegeven heeft, omdat we nog steeds niet willen inzien dat we in feite alleen maar terug voor de liefde zelf moeten kiezen, en dat we niet minderwaardig maar juist volledig in kracht en liefde zijn. Wanneer wij op onze manier blijven bidden, dan is dat juist godslastering. (Gelukkig voor ons kan God geen laster waarnemen, en bestaat godslastering dan ook alleen maar in onze eigen gedachte.)

    **   Wanneer we aalmoezen geven dan zullen we onze geest schaden, want wat je geeft is geen totale liefde, maar slechts een klein beetje materieel gedoe. Je geeft dus altijd te weinig als je wat geeft, want je geeft niet alles. En degene aan wie je geeft zal alleen nog meer willen hebben, juist omdat je niet alles gegeven hebt! Het is immers iets materieels wat je hem geeft, en iets materieels geeft nooit bevrediging, want we zijn juist allemaal terug op zoek naar de liefde. Als je materie geeft, dan zal dat steeds leiden naar het verlangen tot nog meer materie, maar het zal nooit je echte behoefte, namelijk de overweldigende liefde ervaren, bevredigen. En zo ontstaat er twijfel over jouw op het eerste zicht ‘schijnbaar’ godvruchtige daad.  ‘Is het wel genoeg wat ik gegeven heb, of moet ik nu juist helemaal niets geven. Zal hij het niet misbruiken, of zal hij er drank of drugs mee kopen?’
    Op die manier doen wij allemaal een klein beetje aan solidariteit, maar maken we de onzekerheid voor onszelf alleen maar groter! We weten immers nooit of we juist hebben gehandeld, en we voelen ons slecht omdat we niet méér hebben kunnen geven. Alles wat je dan ook geeft aan anderen dat afkomstig is van deze wereld, zal zowel jou als de bedelaar misleiden, want alleen wanneer je alles geeft, alleen wanneer je enkel de hoogste liefde of God aan iemand aanbiedt, heb je werkelijk gegeven. Al het andere geven is alleen bestemd om je geweten te sussen en je van je plaatsje in jouw persoonlijke hemel te verzekeren.

    **   Over eten is Jezus heel duidelijk: ‘Eet wat men je aanbiedt!’ 
    Wees niet kieskeurig wat je eet, en laat het zeker niet een verslaving worden om het ene soort voedsel liever te eten dan het andere. Maar weiger anderzijds ook niets waarvan je denkt dat het op een of andere manier slecht zou zijn voor je weg naar God. Deze wereld is een fantasiewereld, en in deze illusie heb je nu eenmaal voedsel nodig voor het lichaam dat je als je huis hebt uitgekozen. God weet dat wel. 
    Maar niets wat van deze wereld komt is echt van belang voor je terugkeer naar God! Wanneer jij dan het ene voedsel beter gaat achten dan het andere, dan hecht je juist waarde aan iets van deze wereld, en werkt je eigen gedachtekracht opnieuw tegen God, voor wie alles juist gelijk is. 
    Wanneer het echter helemaal niet meer uitmaakt wat je eet, dan hecht je ook geen waarde aan wat je lichaam nodig heeft, en werkt je gedachtekracht langs de weg van voedsel niet ten nadele van God. Voedsel wordt op die manier geen methode om je van de anderen te onderscheiden, en dus weer mee te werken aan nog meer ongelijkheid in de wereld. 
    ’Niet wat je mond ingaat zal je verontreinigen, maar wel de woorden en de gedachten die uit je mond komen, die zullen je verontreinigen.’ 
    Jij bent een gedachte door God geschapen, en dus is materieel voedsel helemaal onbelangrijk voor jouw echte bestaan bij God. Maar de gedachten die je zelf kiest te hebben en die je verkondigt aan de anderen, die zullen je eigen wezen schaden, omdat je dan denkt dat je iets anders bent dan wat God van jou heeft gemaakt. Je ontkent dan dat je in feite alleen maar liefde kunt zijn. 
    Anderzijds, zal iemand die de weg van God bewandelt ook niet meer oordelen over iemand die wel nog kieskeurig is. Het is dus niet nodig om je zegje te doen over bijvoorbeeld een vegetariër, en als iemand die zo nog kiest bij jou langskomt, zet hem dan gewoon een vegetarische schotel voor, en geniet van het voedsel, samen met hem. Jij hoeft niet meer te oordelen, en voor jou maakt het niet uit wat je eet.

    ‘Als jullie niet vasten ten aanzien van de wereld, zullen jullie het Koninkrijk van God niet vinden en als jullie de sabbat niet als sabbat vieren, zullen jullie de Vader niet zien.’

    Vasten wil zeggen dat je iets wat je anders wel doet, nu niet meer doet. ‘Als jullie niet vasten ten aanzien van de wereld,’ zegt Jezus! 
    Vasten ten aanzien van de wereld wil zeggen dat je ‘de ganse wereld zelf’ moet achter je laten! Neem de waarheid die deze wereld je voorzegt niet meer als richtlijn, maar laat al je ideeën erover voorgoed varen. Vast ten aanzien van alles wat je van deze wereld weet. Laat hem moedwillig achter, want als je dat niet doet, dan kan je gedachtekracht niet kiezen voor de echte wereld, waar allen verbonden zijn in de hoogste liefde.
    Als jullie de sabbat niet als sabbat vieren,’ zegt Jezus. 
    De sabbat wil zeggen dat je de dagelijkse handelingen voor een dagje achterwege laat, en een rustpauze inlast in het vergaren van welstand en zekerheid in een onzekere wereld. Als je de sabbat dan ook niet te allen tijde toepast, en je de bekommernissen van deze wereld niet laat voor wat ze zijn, zul je God nooit weten te vinden. Al het werken en zwoegen in dit rusteloos oord is puur tijdverlies! Het brengt immers helemaal niets op. Het gaat allemaal weer stuk, of je kiest na een tijdje alweer om iets anders te beginnen. Wat voor nut heeft het dan om van de ene ingebeelde behoefte naar de andere te springen? Laat deze dwaze wereld niet voor slechts één dag in de week, maar voor definitief en voor altijd rusten, en zoek je eigen innerlijke rust in je gedachtewereld, waar ze altijd al geweest is.

    Is besnijdenis heilzaam voor ons?
    Hij zei tot hen: Als het heilzaam was, zou hun Vader hen besneden geboren laten worden uit hun moeder. Maar de ware besnijdenis in de Geest, die is zinvol in ieder opzicht.

    Besnijdenis is een ritueel dat ontstaan is in de woestijn, en dat diende om de talrijke ontstekingen die het woestijnzand veroorzaakte aan de genitaliën te voorkomen. Anders dan een zuiverende en voorkomende functie heeft het dus niet.
    Je begrijpt dan ook meteen dat wanneer wij niet een lichaam zijn maar wel alleen maar een gedachte, dat de besnijdenis of de zuivering van je eigen gedachtewereld in ieder opzicht zinvol is. De lichamelijke verminking of besnijdenis heeft geen enkele zin, maar de besnijdenis van al de gedachten die je er nu op na houdt, die heeft zeker en vast veel nut en een grote betekenis. Want het betekent dat je dan inziet dat die gedachten niet juist zitten, en dat er wel degelijk iets moet ondernomen worden om ze opnieuw op het juiste spoor te krijgen.

    ‘Ik ben jullie meester niet!’

    Jezus was ooit een van ons, met dezelfde evolutie en dezelfde gebreken als wij allemaal nog hebben. Hij had echter al heel snel door dat deze wereld niet klopte, en hij heeft al heel gauw zijn gedachtekracht volledig kunnen losmaken van de wereld, die een wereld van ego’s is. Daardoor werd hij opnieuw door God in Zijn Koninkrijk verwelkomd, en beschikte hij over de volle kracht van zijn erfenis, maar dan wel alleen in samenwerking met God. Nooit alleen!
    En dus is Jezus onze meester niet, maar is hij onze gelijke, want hij is ook ooit een ‘zondaar’ geweest, net zoals wij. Zij het dan dat hij op dit moment het volledige bewustzijn heeft verworven, en dat wij daar nog steeds op weg naartoe zijn. 
    Wij hebben dan ook de taak om juist hetzelfde te doen als Jezus ons heeft voorgedaan, en wij moeten hem niet op een voetstuk gaan plaatsen boven ons, maar integendeel inzien dat wij er alles moeten aan doen om hem bij te benen, en naast hem in het Koninkrijk van God te gaan zitten. Denken dat wij minder zijn dan Jezus zou ons alleen maar een gevoel geven van kleinheid en armoede, omdat wij dan niet kunnen worden wat hij is, en daardoor zouden we opnieuw onze werkelijkheid gaan ontkennen, die in de grootsheid van God gelegen is. 
    God blijft door zo te denken steeds oneindig ver van ons, en voor altijd onbereikbaar.

     



 

Foto's

photo photo photo photo