Er wordt heel wat gepraat
over loslaten. Loslaten van emoties, loslaten van gedachten, loslaten van
het materiële,… Maar hoe zit het daar nu mee?
Loslaten is inderdaad een
wezenlijk onderdeel van de weg. Je kan niet meer zeggen dat jij gelijk hebt, en
dus vasthouden, en toch Gods weg bewandelen. Wanneer je een eind op het pad
bent, dan merk je algauw dat het pleit niet zomaar met woorden alleen kan
gewonnen worden. Het zijn vooral je eigen daden, en de manier waarop je op de
dingen reageert, die voor de anderen een overtuigend argument zullen zijn van
jouw gelijk. Je kan het wel een keer uitleggen hoe het allemaal in elkaar zit,
maar wanneer de ander daar niet klaar voor is, dan zal hij alle middelen
aanwenden die hij kent, om net het omgekeerde te doen, en jou van zijn gelijk te
overtuigen, en je van je standpunt af te halen. Ook dit is een aanwijzing
die wij moeten respecteren. God praat steeds via de anderen tot jou, en wanneer
je merkt dat zij liever hebben dat je niet zoveel woorden gebruikt, wel laat het
dan zo, en zwijg. Laat dan alleen je daden nog spreken, en spoedig zal ook de
ander inzien dat dit de beste manier is om je leven zin te geven. Dit
betekent uiteraard niet dat je niet voor je mening mag uitkomen, maar wanneer de
ander daar niet klaar voor is, heeft het geen zin om aan te dringen. Geef hem de
tijd die hij nodig heeft om ook zover te raken als jij. Spreek wanneer het moet,
en zwijg als het nodig is.
Wat moeten we nu allemaal
loslaten? Wel, dat is heel simpel. Alles
waarvan jij zegt: ‘zo moet het zijn’, dat moet je loslaten. Zeg dus nooit
dat geld slecht is, want God zal je komen tonen dat je dat idee moet loslaten.
Zeg ook nooit dat geld goed is, want God zal je komen tonen dat je ook dat moet
loslaten. Of je nu kiest voor armoede of voor rijkdom, of voor het eten van
dit of dat voedsel, God zal je komen zeggen dat je dat idee moet
loslaten. Zeg ook nooit dat seks goed of slecht is, of dat je zeker moet
vasten en biechten, want opnieuw zal God je tonen dat je ook dat moet loslaten.
En zeg ook niet net het tegenovergestelde, want opnieuw zal Hij je vragen om dat
idee los te laten. Wanneer je zegt dat je werk perfect moet zijn, zal God je
tonen dat je dat idee moet loslaten. En wanneer je zegt dat het dan maar wat
gepruts mag zijn, zal Hij opnieuw aan je deurtje komen kloppen.
Waarom is dit zo? Het is
net alsof we helemaal niets meer kunnen doen op die manier. In het denken
van de mens is men geneigd om steeds naar uitersten te gaan. Het moet steeds
ofwel het een, ofwel het ander zijn, want een sterk standpunt is een van de
grote eigenschappen van heel grote ego’s. En heel grote ego’s, hebben hier op
aarde heel veel te zeggen. Als het niet alles is, wel dan is het maar niets!
Het denken heeft het heel moeilijk om een tussenweg te bewandelen. Wanneer
iemand het ene bijvoorbeeld als belangrijk beschouwt, en men zegt hem dat het
niet zo is, dan denkt deze persoon onmiddellijk dat het dan maar meteen het
volledig tegenovergestelde moet zijn. Maar dat is niet zo. God bewandelt een
gans andere weg. Voor God, die weet dat materie niet de beste oplossing is,
wordt alles bruikbaar om aan jou opnieuw de weg naar Hem te tonen. God gebruikt
dus alles wat ook wij gebruiken, alleen geeft Hij daar een ander doel aan. In
onze interpretatie gebruiken wij de dingen om ons van mekaar steeds verder en
verder af te zonderen. Wij gebruiken het egoïstisch. Wij gebruiken het om ons te
onderscheiden van de anderen. Maar in de interpretatie die God eraan geeft,
wordt het gebruikt om je opnieuw naar zijn wereld naartoe te leiden. God
gebruikt dus geld, wanneer het Hem goed uitkomt om jou de weg naar zekerheid en
vertrouwen opnieuw te tonen. Hij laat dat middel niet ongebruikt liggen, maar
ziet er een kans in om jou ermee de weg te wijzen naar je ware identiteit.
Daarom kan je helemaal niets verwerpen, maar hoef je ook helemaal niets
belangrijks te maken. Welk nut zou het hebben om al je geld af te nemen, als je
daardoor alleen maar banger werd? Je zou op die manier nog verder van huis
verwijderd raken. Zolang je het dus nodig hebt, of denkt nodig te hebben, zal
God het voor jou ook gebruiken. Want het is alleen maar belangrijk, wanneer het
kan gebruikt worden om jou of je medemens wat verder op weg te helpen naar meer
wijsheid en inzicht. Dat is dus de reden waarom je alles enerzijds moet
loslaten, omdat jij het alleen maar gebruikt om het voor jezelf te behouden,
maar ook de reden waarom je tegen niets gekant moet zijn, omdat God zelf het kan
gebruiken om iemand ermee de weg naar huis terug te wijzen.
Stel nu eens dat je op een
bepaald moment in een situatie komt dat je heel duidelijk aanvoelt dat je door
iemand gemanipuleerd wordt, en dat je dus in feite bedrogen wordt waar je
bijstaat. Ook hier moet je loslaten, maar nu in een situatie die voor jezelf
als gevaarlijk en bedreigend wordt bezien. wat moet je doen? We gaan nu
eens al onze inzichten die we al gezien hebben op één enkele situatie toepassen.
Ben je daar klaar voor? Dit wordt een heel lange redenering, omdat we alles
wat we al geleerd hebben als argument erbij gaan nemen. Neem dus eerst even
de tijd om je wat te ontspannen, ga naar de ijskast iets te drinken halen, maak
je hoofd leeg, ontspan je, en kom dan terug naar hier om verder te
lezen.
Ben je er klaar voor? Ok, hier gaan we dan.
****Allereerst is er
natuurlijk de vaststelling dat jij dit nog als een bedreiging ervaart. Dit op
zich, duidt er al op dat je nog niet ten volle voor de liefde durft te kiezen in
je denkwereld. Maar geen nood. Iedereen moet leren, en we hebben allemaal
dezelfde weg te gaan. Dit is dus een uitgelezen kans om te tonen dat je ondanks
je angst, toch weer voor de liefde wilt kiezen. Realiseer je dat jouw angst een
oordeel is, en dat oordelen net datgene is waarmee je moet stoppen. Je
medemens die op dit ogenblik nog je tegenstander lijkt, komt jou dus tonen dat
er nog een onvolmaaktheid in jouw denken aanwezig is, want je bent nog steeds
voor sommige omstandigheden bang. Hetgeen op zijn beurt duidelijk wil zeggen dat
je nog steeds niet het vertrouwen van een volwaardige Godheid in het leven hebt
gemanifesteerd. Dit is dus wat er bedoeld wordt wanneer men zegt dat hetgeen je
in de ander ziet, in feite in jou zelf aanwezig is. De bedreiging die je vanwege
hem ziet, kan alleen maar ontstaan omdat zowel hij als jij nog in angst verkeren
omtrent bepaalde aspecten van het bestaan. Je voelt je bedreigd in je
veiligheid, of in je zekerheid die je in de maatschappij hebt opgebouwd. Je
voelt je bedreigd in de status die je langzaam en moeizaam in de maatschappij
verworven hebt. Hier wordt jou dus duidelijk getoond dat er nog angst in je
redeneringen aanwezig is, dat je er nog niet in slaagt om onvoorwaardelijk voor
alleen maar de liefde te kiezen, en dat je er best aan doet om daar iets aan te
veranderen. Tenminste als dat je doel in het leven is natuurlijk.
****Het volgende wat er
moet gebeuren, is inzien dat je niet in de verkeerde denkrichting van angst kan
verdergaan. Als je nu toegeeft aan je angst, dan zal je door angst verder geleid
worden, en dan zal nog meer angst het resultaat zijn. Nu is het moment
aangebroken om ondanks dat je angstig bent, toch voor vrede in jezelf te kiezen.
Wanneer je daar nu niet voor kiest, dan ben je verloren. Zeg dus niets, haal
diep adem, en denk maar aan één ding: ‘ik moet nu mijn kalmte en mijn innerlijke
vrede bewaren!’ ’Dit is een moment waarop ik moet alert zijn!’ Zet je
desnoods even aan de zijkant, om de eerste woede die in je opkomt te laten
bekoelen. Wanneer je dit niet doet, zal je de ander aanvallen, en heb je meteen
ook streng geoordeeld jegens hem. Voorkom dus dat je gaat oordelen, en laat wat
uit deze situatie moet groeien nog even in het midden.
****We kunnen ons
natuurlijk ook herinneren aan enkele dingen die we al geleerd hebben. In het
vorige boek: het gedachtelichaam voorbij, hebben we gezegd dat er niet echt
zoiets bestaat als een ‘ik’. We kunnen ons dus de vraag stellen wie er dan
in feite bang is voor deze situatie. Want als ‘ik’ niet echt een standvastig
kereltje is, maar een figuurtje dat alleen maar gevormd wordt door wat de
buitenwereld over hem vertelt, dan kunnen we in feite dat kereltje helemaal niet
geloven. Hij heeft niet echt een grond van standvastigheid om een betrouwbaar
oordeel mee te vormen. De ene keer is dat ‘ikje’ bang, omdat hij in een
moeilijke situatie terechtkomt, de andere keer is hij weer blij omdat hij een
meevaller heeft. Soms weent hij, soms lacht hij. Soms is hij moe en moet
iedereen hem gerust laten, en dan weer is hij eenzaam, en moet iedereen zijn
opdringerig gezelschap dulden. Welke basis heeft uiteindelijk dat ‘ikje’,
dat nu om een of andere reden zegt dat hij heel erg bang is, om over deze
situatie te oordelen? Hij heeft niet eens een standvastig referentiepunt om te
oordelen. Want het is zijn omgeving, en de dingen waar hij in terechtkomt, die
hem vertellen wie hij is, en hoe hij zich moet voelen. Kan zo een ‘ikje’ dan in
staat zijn om een situatie naar waarheid in te schatten?
****Wanneer de angst die
zich voordoet in onze situatie, dan gemaakt werd door een ‘ikje’ dat zelf niet
goed weet wie hij is, wat is dan de angst zelf nog waard? Is het wel angst wat
ons getoond wordt? Of denken we dat alleen maar? Is het niet ook mogelijk dat er
een andere interpretatie is voor deze situatie? Of ontstaat de angst alleen maar
als gevolg van de wispelturigheid van het ‘ikje’ zelf? Het is dus nu het
moment om hier wat aan te doen, en dat kan alleen maar door het ‘ikje’ een
standvastig beginsel aan te leren. Het ‘ikje’ moet eindelijk eens weten wat het
wil, en niet voortdurend veranderen van idee, naargelang de situatie die hem
wordt voorgelegd. Wil hij een windmolen blijven, die alle richtingen uitgaat, of
kiest hij voor één enkele standvastige richting? Daarom moet het ‘ikje’ nu
voorgoed kiezen om in vrede en naar liefde te streven, en om niets anders meer
te willen kennen. Anders blijft hij de draaischijf van een onmetelijke wirwar
van gevoelens en gedachten die hem keer op keer een andere kant
optrekken. Standvastigheid dus! En daarom is de situatie die we eerst als
bedreigend waarnamen, ongetwijfeld door ons verkeerd ingeschat, en kan het niet
anders of er moet liefde en eenheid uit voortkomen.
****Bovendien realiseer
jij je nu ook, dat hetgeen waar je naar kijkt, een situatie is die zich aan jou
voordoet vanwege jouw angstige gedachten uit het verleden. Alleen wanneer je
angstig denkt, kan er angst in jouw wereld geopenbaard worden, en dus is de
situatie waar je naar kijkt, in feite het verleden waar je naar aan het kijken
bent. Je kan dit niet meer veranderen door de situatie zelf te beoordelen, want
dan bouw je voort op een verkeerde redenering die je eerder hebt gemaakt.
Het leven is een spiegel, weet je nog wel. Wat er eerst in je binnenste
leeft, manifesteert zich daarna in de buitenwereld. Er gebeurt niets in de
buitenwereld zonder dat het eerst door jou, of door ons aller gezamenlijk denken
bedacht is. Er is dus geen oplossing mogelijk door op die situatie die we met
onze ogen zien, verder te bouwen. Alleen een compleet nieuwe redenering, een
compleet nieuw beginsel dat niet op angst is gebaseerd, kan de situatie doen
keren.
****We moeten dan ook het
oude idee loslaten dat we door te vechten en mekaar te bestoken met allerlei
woordenwisselingen, een oplossing kunnen bekomen. Er kan geen echte oplossing
zijn voor iemand die inziet dat we allen één en gelijk zijn, wanneer er één
partij is die wint, en een andere die verliest. God wil dit niet, deze
ongelijkheid, en vraagt dan ook om dergelijke redeneringen achterwege te
laten.
****Maar nu komt de angst
voor het lichaam en zijn verworvenheden ten volle de kop opsteken. Dit is het
punt dat de meeste mensen als kritiek zullen geven wanneer je hen over de weg
naar God spreekt, om jou ervan te overtuigen dat je zelf een verkeerde weg aan
het volgen bent. Nu komt de grote ‘Maar!’ naar boven. ’Ja maar, je hebt toch
een goede job nodig om te overleven!’ ’Ja maar, je hebt toch een huis en
comfort nodig voor je lichaam!’ ’Ja maar,….’ Er zijn nog duizend redenen
te vinden waarom je nu op dit punt niet meer zou doorgaan, en opnieuw voor een
aanval tegen je medemens zou kiezen. Nu komt de acute angst tevoorschijn, om de
zekerheid die je hebt opgebouwd in het materiële, opnieuw te verliezen. Het lichaam komt nu letterlijk tussen jou
en de liefde instaan! Het lichaam en al de gedachten die bij materie horen komen
je nu beletten om voor liefde te kiezen. De ganse wereld die je met je ogen
ziet, komt jou nu ervan weerhouden om je echte identiteit die je door God
gegeven is, weer op te nemen. Het is onmogelijk! Het is voor eeuwig en altijd
onmogelijk om én voor deze wereld te kiezen, én liefde te kennen. Dat kan niet.
Liefde komt alleen, wanneer je de wereld, wanneer je het lichaam, wanneer je de
materie achterlaat.
Je wilt dan misschien wel
voor liefde kiezen, maar de angst om zoveel te verliezen is ook nog steeds
aanwezig. En dus is dit een cruciaal moment. Ofwel kies je voor de redeneringen
uit materie, en ga je de confrontatie aan met diegene waarvan je denkt dat hij
je tegenstander is, ofwel kies je ervoor je vertrouwen in je eigen goddelijke
kracht en verbondenheid met het geheel te herstellen, en je laat in plaats van
je luidkeels te laten horen, een kleine stilte zonder oordeel de situatie
overschouwen.
****Dit is dus duidelijk
het moment waarop jij je als een compleet goddelijk wezen kan manifesteren in de
materiële wereld. Ondanks je angst, kies je ervoor om in vrede te blijven, om de
gedachten die met het lichaam verbonden te zijn volledig te negeren, en
uitsluitend voor de eenheid en de liefde te gaan, met de persoon die je in een
eerste indruk als je belager beschouwde. Er is wel degelijk nog een beetje
twijfel over de afloop, dat is onvermijdelijk in het begin, maar je wil zegt nu:
‘Ik wil voor liefde en eenheid kiezen ten allen tijde.’
****Nu kan gedachtekracht
ten volle haar werk doen. Er zijn immers maar twee richtingen waar we kunnen uit
kiezen. Ofwel is dat liefde, de absolute wereld van God, ofwel is dat angst, de
wispelturige wereld van materie. En gedachtekracht moet nu handelen
overeenkomstig jouw vertrouwen. Had je voor angst blijven kiezen, dan had
gedachtekracht jou zeker verder naar nog meer angst geleid, zou je verder in de
materie gelokt zijn,en zou het
conflict mogelijk uitgegroeid zijn tot een ware oorlog tussen jullie beide. Je
had dan duidelijk tegen het universum gezegd dat je angst wou zien, en
eenzaamheid, stil verdriet en oorlog zouden het resultaat geweest zijn. Maar
gelukkig heb je dat niet gedaan, en heb je tegen gedachtekracht gezegd: ‘in
feite weet ik niet meer wat echte liefde betekent, maar toch wil ik opnieuw voor
haar kiezen. Ik leg deze situatie in Haar handen, door eenvoudigweg niet toe te
geven aan mijn angst, en zie wat de liefde er voor ons beide kan van maken.’
En nu gaat gedachtekracht aan het werk, en komen er onverwachte wendingen in
het verhaal, waardoor uiteindelijk de situatie volledig uitgeklaard wordt. Beide
partijen komen tevreden uit de situatie, en allebei hebben ze een deel van hun
eerdere dwingende gedachten laten varen.
En
dat is nu loslaten. Loslaten is de gedachten of de wensen die
niet voor liefde bruikbaar zijn achter je laten zodat ze jou niet
meer in conflict met anderen kunnen brengen. Maar voordat je
kan loslaten moet de H. Geest jou eerst in contact brengen met het
tegengestelde van jouw gedachte. Daarom komt iemand die de weg naar
God bewandelt steeds die personen tegen die hem tegenspreken. Hoe
zou die persoon zich anders bewust kunnen worden van de vastgeroeste gedachten
die hij dient los te laten. De ander komt hem juist tonen dat de
gedachten die hij zolang koesterde niet werkelijk kunnen zijn, net
omdat er iemand bestaat die er volledig het tegenovergestelde van
denkt. De H. Geest werkt dus door middel van de tegenstellingen
in ons denken. Hij brengt er twee die net het tegenovergestelde
denken bij elkaar, waardoor ze wel worden verplicht om over hun
mening na te denken. In die tegenstelling kan alleen rust en vrede
gevonden worden, de kenmerken van God, wanneer beiden het idee-fixe kompleet
laat varen.
Of je uiteindelijk voor angst of
voor liefde kiest, is het enige wat van belang is. Want overeenkomstig die
keuze, moet gedachtekracht voor jou aan het werk, en zal ze jou het resultaat
laten zien als een manifestatie in de materiële wereld, waarvoor je zelf gekozen
hebt.
Al de negatieve ervaringen die je vroeger hebt gehad, zijn dus alleen
maar voorgekomen in het verleden omdat je dit niet aandurfde, en omdat je jouw
eigen identiteit van schepper van de werkelijkheid niet kende. Omdat je angstig
was over het bestaan, kwam er alleen maar een angstig bestaan naar je toe. Maar
wanneer je weer besef begint te krijgen wat vertrouwen kan doen met de wereld,
is vreugde niet veraf meer.