‘Heb je broeder lief als jezelf, en vergeef hem al zijn
zonden.’
In ieder godsdienstig boek staat het geschreven, in alle religies
wordt het keer op keer herhaald. En toch komen wij er niet toe om dat te
doen. Want wanneer we juist dát gaan toepassen, dan past het plaatje niet
meer! Dan kan de wereld niet meer blijven bestaan zoals hij nu bezig is. Dan
kunnen we niet meer doorgaan met de dingen waar we nu waarde aan hechten.
Alle godsdiensten hebben het als een van hun basispijlers aangenomen, alle
verlichte personen schreeuwen het van de daken, maar steeds weer blijft het té
moeilijk om te begrijpen, en vooral onmogelijk om toe te passen. Hoe komt dat
toch?
Wanneer we inderdaad onze broeder gaan liefhebben als onszelf, en
hem al zijn zonden vergeven, dan moeten wij zelf toegevingen doen betreffende
onze persoonlijke opvattingen, en betreffende onze eigen wereld die we wensen op
te bouwen. Met de toepassing van deze woorden kan je niet meer aan je eigen
overtuigingen blijven vasthouden, want als je jouw broeder zijn zonden wilt
vergeven, dan wil dat op zijn zachtst uitgedrukt zeggen dat jouw mening nu
helemaal verkeerd is, en dat de ander misschien wel eens een deel van het gelijk
zou kunnen hebben! En dat kunnen wij toch niet toestaan
zeker!
Je broeder zijn zonden vergeven staat dus helemaal gelijk met het
afbouwen van het eigen ego, en het onbelangrijk maken van de wereld die je juist
wilt beheersen! En daarom wordt dit zinnetje in alle godsdiensten vernoemd, maar
nooit toegepast. Het wordt op alle mogelijke manieren gemeden als de pest! En
dus hebben ze ervan gemaakt: ‘Bemint je broeder als jezelf, maar onder mijn
voorwaarden!’ Geen enkele godsdienst die dit zinnetje niet op een of andere
manier negeert. Geen enkele godsdienst die niet zegt: ‘Bemint uw broeder, maar
de homo’s horen niet daarbij!’ Of: ‘Bemint uw broeder, maar doodt de heidenen en
de ongelovigen!’ Of: ‘Bemint uw broeder, maar straft de zondaars.’ Want
wanneer we onze broeder werkelijk moeten beminnen, dan kan een instituut geen
instituut meer zijn, want dan kan het eenvoudigweg geen wetten meer maken. De
wetten worden dan juist bepaald door diegenen die niet tot het instituut
behoren! En dus hebben alle groeperingen er een variant op gemaakt, en vechten
ze om de waarheid van die variant, maar vergeten ze ondertussen om de werkelijke
woorden toe te passen.
De eigen wereld verdwijnt volledig, wanneer we dit gaan toepassen.
Je kan eenvoudigweg niet meer aan deze wereld waarde blijven hechten wanneer je
jouw broeder zijn zonden begint te vergeven. Want wanneer je zijn zonden
vergeeft, dan moet je datgene wat hij doet, of wat hij vroeger gedaan heeft, wel
onbelangrijk maken voor jezelf, anders kan je hem immers op geen enkele manier
vergiffenis schenken. Je kan niet iets heel belangrijk en waardevol vinden, en
tegelijk tegen iemand die daar is tegen ingegaan, zeggen dat je zijn zonden
vergeeft. Je spreekt op dat moment jezelf helemaal tegen. Ofwel is jouw
overtuiging en ideologie de juiste, en dan kan de ander niet anders dan ertegen
gezondigd hebben, ofwel is de ander niet zondig of schuldig, en dan kan je niet
anders dan je ideologie terzijde schuiven. Je kan niet én de onschuld, én de
ideologie behouden. En dus is je broeder zijn zonden vergeven de
allermoeilijkste weg die schijnbaar gegaan kan worden, en wordt hij om die reden
steeds weer naar het achterplan verschoven. We verkiezen dan liever om er
enkele lapmiddelen voor in de plaats te stellen, veeleer dan nu al het echte
werk te moeten verrichten. Daarom gaan we met zijn allen bidden, smeken om
aflaat, en vooral veel vasten en offeren. We schenken bijvoorbeeld één tiende
van ons inkomen aan de kerk, om toch maar te vermijden dat we het echte werk
zouden moeten toepassen. En we gaan vooral veel biechten, omdat we denken dat we
op die manier de hemel toch een beetje kunnen kopen. Maar je kan God niet
bedriegen, en evenmin kan je hem kopen. Een tiende afgeven, en negen tiende voor
jezelf houden, is dat niet een nieuwe variant op egoïsme? Ben je dan ook
tevreden met één tiende van de hemel? Wil je dan een klein beetje liefde
krijgen, en heel veel hel van God? Want dat is toch waar je om vraagt dan,
niet? God kan jou echter geen hel geven, want Hij is alleen maar om liefde
bekommerd, en daarom moet je de volledige hemel willen vooraleer je hem krijgt.
De hel waar je voor kiest, dat is je eigen beslissing geweest. En God kan om
jouw beslissing helemaal niet heen. Maar God vraagt niet om jouw geld, want
Zijn wereld speelt zich enkel en alleen in de gedachten af. Hij vraagt
daarom alleen dit: ‘Bemint je broeder als jezelf, en vergeef hem zijn zonden.’
En zolang je dus dit ene niet wenst te doen, dan zal de hemel niet je deel
worden. Want dit ene betekent dat je geen waarde meer hecht aan de valse wereld
die je zelf wilt opbouwen, en dat je daardoor weer ruimte maakt voor de wereld
van God. Dat is het enige wat Hij vraagt, en dat is het enige wat kan toegepast
worden.
Dit toepassen kan in de praktijk vele vormen aannemen, maar
uiteindelijk komt het altijd op hetzelfde neer. In het oosten kent men
meditatie als een weg naar verlichting, en dit lijkt een gans andere manier te
zijn dan de traditionele godsdiensten hier bij ons toepassen. Doch, er is geen
enkele meester geweest die zijn meditatie niet heeft meegenomen naar zijn
ervaringen doorheen de ganse dag, en die dus de rust en de vrede van zijn
meditatie niet heeft doorgetrokken naar het dagelijkse leven. Enkele uurtjes
meditatie toepassen leert je misschien enkele basistechnieken aan, maar als je
van meditatie echt resultaat wilt hebben, dan zal je de meditatie ook moeten
meenemen naar je leven van alledag. En wanneer er dan twee ruziemakers voor
jou staan, dan zal degene die meditatie als zijn weg gekozen heeft, niet meer
kunnen tussenkomen in de ruzie, en zal hij kiezen voor de rust en de stilte die
hij in meditatie terugvindt, veeleer dan een oordeel te vellen over de ruzie
zelf. En zo vergeeft degene die meditatie als een levenshouding aanneemt zijn
broeder, en maakt hij ruimte voor God om zijn wereld te openbaren. Welke
manier je ook toepast, steeds komt het op hetzelfde neer: je maakt de wereld die
je hier ziet onbelangrijk, en je kiest op die manier bewust of onbewust voor de
wereld van God. Dat is de weg die moet bewandeld worden!
Maar het ego is heel sluw, en wanneer het ziet dat het terrein
verliest, zegt het: ‘Oké, jij wilt verlichting. Laten we dan toepassen wat de
meesters allemaal doen. Laten we ons oefenen in het uittreden van het lichaam,
of in het opwekken van de doden. Of laten we proberen om van het licht te leven,
zonder voedsel of drank, of om mensen van hun ziekte te genezen.’ En zo
wordt de liefde die je aangereikt wordt door God, opnieuw door het ego gebruikt
om je van de liefde weg te leiden, want het echte werk blijft nog steeds
onaangeroerd. En misschien zal je er na lange tijd effectief in slagen om één
van deze dingen werkelijk te verwezenlijken, omdat gedachtekracht nu eenmaal
overal werkzaam is. Maar de weg naar God en naar de liefde heb je ondertussen
met geen millimeter bewandeld. Je hebt immers opnieuw de keuze van het ego
gevolgd, ditmaal onder het mom van een heel hoog spiritueel doel, maar niettemin
ben je in zijn val gelopen, en heb je opnieuw een wereld opgebouwd waarin je
beter bent dan de anderen, en waarin het ego zich op de borst kan strijken voor
nog maar eens een onmogelijke verwezenlijking. We moeten ons dan ook niet
blindstaren op al die bovennatuurlijke gaven die sommigen hebben, want zij
hebben ze alleen maar omdat hun evolutie het zo bepaald heeft, of om als een
getuige onder ons te zijn dat er wel degelijk meer is in het bestaan dan de
materiële illusie, of als het vanzelfsprekende gevolg van het volgen van de
echte weg naar God. En alleen wanneer je de gave van God zelf krijgt, omdat je
alleen maar hebt gedaan wat Hij wil, kan de gave voor jezelf en de anderen
schadeloos toegepast worden.
En daarom vraagt God aan iedereen heel vriendelijk, doch met
aandrang: ‘Wilt ge niet een begin maken met het beminnen van je broeder als
jezelf, en hem zijn zonden vergeven die hij volgens jou in deze wereld
begaat?’