Een dief

    Ooit waren wij een deel van de hoogste energie, en hadden wij helemaal niets tekort. Alle liefde kregen we in overvloed, en we communiceerden rechtstreeks van bewustzijn naar bewustzijn. We hadden de volledige macht van God in ons, inclusief gedachtekracht en een vrije wil, en leefden in de wetenschap van overvloed en kracht.
    Maar toen kwam de fatale beslissing! We wilden het alléén gaan doen! Onmiddellijk werd er aan onze gedachtekracht gehoor gegeven, en kregen wij wat we wilden. We stonden dan ook terstond helemaal alleen. Afgesneden van het geheel, verstoken van de liefde die anders in onbeperkte mate naar ons toe kwam, sloeg de angst ongenadig toe. Alles wat we vroeger kenden was in één klap verdwenen.
    Angst sloeg nu in ongekende mate toe, en dreef ons tot wanhoop. We waren in de hel nu!

    Deze éne beslissing om het alléén te doen, om alléén naar onze heel speciale schat op zoek te gaan die de anderen niet mogen hebben, heeft tot een volledig andere wereld geleid. Wij waren een bewustzijn van liefde, en wij hebben de liefde, de verbondenheid met de anderen de rug toegekeerd. Wij hebben dus niet meer of niet minder dan onze eigen identiteit geloochend! We hebben de kracht van het geheel omgeruild voor de zwakte van de eenzaamheid.
    En vanuit die eerste verkeerde gedachte, vanuit het loochenen van onszelf en de liefde, waren we nu gedwongen om een nieuw bestaan op te bouwen zonder de liefde en zonder God, die altijd voor ons zorgde. Onze gedachtekracht was vanaf nu alleen nog gericht op een eigen wereld opbouwen, met de middelen die ons overbleven. 
    En welke waren die middelen anders dan gedachtekracht en een vrije wil, doch ditmaal beperkt door de eerste gedachte die we onszelf hadden opgelegd, namelijk dat we de liefde van het geheel niet meer wilden.
    En zo ontstond het materiële heelal, en moesten wij het voortaan zien te redden in een lichaam, afgescheiden als bewustzijn van al de anderen, en vechtend voor de waarheid van onze eigen beperkte wereld. Ons bewustzijn was nu afhankelijk geworden van het lichaam waar we in huisden, en vanuit de noden van dat lichaam gingen we op zoek in de buitenwereld, naar dingen die voor dat lichaam waardevol konden zijn. De aandacht van het bewustzijn was vanaf nu verkeerd gericht, want we dachten dat we een lichaam waren, maar we realiseerden ons niet meer dat het zuivere bewustzijn onze echte identiteit was.

    En zo gingen we dingen voor onszelf verzamelen, en ze beschermen tegen de anderen. Want alles wat het lichaam nodig heeft, inclusief zichzelf, was kwetsbaar, heel schaars, en daardoor heel kostbaar. Zo creëerden wij vanuit onze beperkte werkelijkheid het persoonlijk bezit, en noemden wij degenen die ons dat wilden afnemen een dief. 
    Snap je de verkeerde redenering die we maakten? 
    Vanuit de zwakte van het ‘alleen zijn’ gingen we de wereld in, en bouwden we zo een gans nieuwe redenering op over wie we zelf waren en wie de anderen zijn. De dief is dus alleen maar een dief omdat onze eerste redenering fout zat! En die eerste redenering was dat we het alléén wilden doen. Maar een bewustzijn heeft geen dingen nodig, doch alleen maar de liefde en de erkenning van de anderen. Het heeft geen tekort als het die liefde krijgt. 
    Wij hebben onszelf echter afgesloten van precies die liefde, en daardoor zijn we vanuit zwakte gaan redeneren.
    Het spreekt dus voor zich, dat als we onze medemensen opnieuw als één met ons willen zien, als we ze niet meer als een dief willen bekijken, dat we iets moeten doen aan die eerste foute redenering die we hebben gemaakt. Je aansluiten bij de kracht van God zal dus geen overbodige luxe zijn, want zonder deze stap kan je nooit meer je ware identiteit terugvinden. 
    De aansluiting zelf is immers je identiteit! 
    En bij God gaat de redenering als volgt: ‘Ik geef liefde aan iedereen, en ook de anderen doen dat. Omdat iedereen geeft aan iedereen, ontvangt ook iedereen, en is er dus nooit een gebrek!’ 
    De redenering is dus éérst geven, en daarna ook van iedereen ontvangen!

    Een dief is dus geen dief! Hij is het alleen maar geworden door jouw verkeerde gedachten, en door jouw initiatief om waarde te hechten aan dingen die geen waarde hebben. 
    Heel wat mensen willen blijven leven met de onhoudbare stelling dat God liefde is, en dat Hij tegelijk ook een heleboel mensen zal straffen. Maar God redeneert niet vanuit een verkeerde werkelijkheid. Hij redeneert alleen vanuit Zijn wereld. En in die wereld kunnen er geen dieven of rovers zijn, eenvoudigweg omdat er niets te stelen valt, en omdat iedereen alles geeft. Wat valt er dan aan de ander te ontfutselen, als zij je alles al gegeven hebben? 
    Jij bent het dus, die iemand tot dief maakt, en dus heb jij werk aan de winkel om jezelf van je verkeerde ideeën te ontdoen. De dief komt je alleen maar wijzen waar jouw gedachten fout zitten, en welke ideeën over het leven je dus maar beter kunt laten varen, wil je gelukkig worden. Tenminste als het je bedoeling is om weer deel uit te maken van de hoogste realiteit die we destijds door een verkeerde beslissing verlaten hebben. Voor wie naar God wil is iedereen één, en kan een dief geen dief meer zijn, maar wel een wegwijzer waar er werk te verrichten is in zijn gedachtewereld.

    Alles hangt er dus enkel en alleen van af, aan welke realiteit jij je eigen bestaan wenst af te wegen!


     

     

 

 

 

Foto's

photo photo photo photo