Enkele orientaties

    In dit hoofdstuk wil ik u nog een oriëntatie meegeven hoe u de verschillende toestanden uit het dagelijks leven kan beoordelen. Aan de hand van enkele voorbeelden kunnen we de verschillende niveaus van ‘interpreteren’ eens nader bekijken. De situaties die hier beschreven staan handelen stuk voor stuk over mensen die het goed meenden, maar door hun onwetendheid over het hoogste doel toch de weg kwijtraakten in het doolhof van dit leven.

    <   Een priester in een gewone kleine parochie, was, naast de gewone taken die een parochiepriester tot de zijne kan noemen, zozeer met het praktisch welzijn van zijn parochie bezig, dat hij algauw heel wat gerealiseerd had wat betreft parochiale infrastructuur en gebouwen voor het sociaal en kerkelijk gebeuren. De man ging zo op in zijn ambitie om dit allemaal waar te maken, en was zo begeesterd om iedereen steeds weer te engageren voor het welzijn van zijn kleine gemeenschap, dat het hem al gauw over het hoofd groeide. De dingen liepen niet altijd zoals ze zouden moeten, en de subsidies voor de gebouwen en de restauratie van de kerk sleepten soms heel lang aan. Het vergde van deze parochiepriester dan ook een heel grote en totale inzet om dit alles gerealiseerd te krijgen. 
    Na verloop van tijd werd het echter allemaal teveel, en raakte de priester vanwege zijn te grote inzet en de vele hindernissen op zijn weg, gefrustreerd en danig over zijn toeren, omdat vele mensen en allerlei instanties nu eenmaal niet zijn visie deelden en zijn inzet op prijs stelden. Alhoewel dit van zijn kant duidelijk met de beste bedoelingen was opgevat. Zo liep het uiteindelijk helemaal fout, en moest de priester op non-actief worden gezet voor zijn eigen welzijn.

    Hoe moeten we deze situatie nu bekijken?
    De bedoeling van de priester om iets goeds te realiseren voor zijn parochie werd uiteindelijk fataal voor hem en voor zijn geestelijke gezondheid. Dit op zich moet een heel grote tegenstelling en een even grote teleurstelling voor de man zelf zijn geweest. 
    Aangezien een priester dagelijks met God bezig is, zou je kunnen verwachten dat dit toch iets goeds zou moeten opleveren. Ook al gezien de goede bedoelingen en het belang ervan voor de gemeenschap. Maar toch liep het voor de priester zelf helemaal fout, alhoewel hij er met veel moeite wel degelijk in geslaagd was om heel veel dingen te realiseren. 
    Zijn geestelijke gezondheid moest hij inruilen voor de infrastructuur die hij had rechtgezet. Vanuit het menselijk standpunt gezien was deze man dus inderdaad een heel grote aanwinst voor de kleine parochie die hij de zijne mocht noemen. Vele verenigingen profiteren nu nog van zijn realisaties, alhoewel ze allang vergeten zijn welke inspanningen het heeft gekost om dit allemaal te verwezenlijken. 
    We zien dus dat het richten van je aandacht op materiële dingen, zoals gebouwen, kerken, bibliotheken, of nog zoveel andere dingen, niet heeft geleid tot een gelukkiger bestaan voor de pastoor zelf. Hij werd volledig meegesleurd door zijn obsessie, en raakte verward in een kluwen van tegengestelde belangen en verschil in motivatie. Deze man wist duidelijk niet dat het voor God niet nodig is om gebouwen neer te zetten, of ook maar iets van materiële aard te realiseren. Omdat hij dacht dat hij het goddelijke diende door dit toch te doen, moest God hem er wel op wijzen dat hij verkeerd bezig was. Wat hij deed was dus wel goed voor een gemeenschap in reïncarnatie, omdat ze op die manier meer mogelijkheden kregen om zich nog meer aan het materiële te hechten, maar het was niet in overeenstemming met de goddelijke bedoeling voor ieder van ons. God verlangt immers alleen maar dat we onze gedachten op liefde richten, zonder daarbij ook maar iets anders belangrijk te maken.
    Het oprichten van gebouwen is dus voor het goddelijke een totaal verkeerde bezigheid, omdat het je aandacht op de materie gericht houdt, die juist voor afzondering van elkaar symbool staat. Indien deze priester op de hoogte was geweest van dit feit, dan zou hij zijn parochianen enkel onderhouden hebben over de mogelijke uitweg uit dit leven, maar zou hij niet al die inspanningen gedaan hebben die eigenlijk het goddelijke tegenwerken. 
    De priester wou iets goeds realiseren, maar besefte niet dat hij nooit voor iedereen goed zou kunnen doen, en dat in het systeem van reïncarnatie iedereen zich op een ander denkniveau bevindt, waardoor de verschillende belangen van de mensen zelfs de beste bedoelingen tegenwerken.

    <   Een godsdienstig man hield zich heel intensief bezig met het begeleiden van mensen wier relatie op de klippen dreigde te lopen, om hen via de overtuiging van het geloof ertoe aan te zetten om toch maar niet te scheiden, maar hun huwelijk wel degelijk in stand te houden, door eraan te werken en door juist meer godsdienstige principes in hun relatie te laten inwerken. 
    De man was zelf gehuwd, en had ook kinderen die al gehuwd waren. 
    Toen een van zijn kinderen na een tijdje zelf besloot om zijn huwelijk te beëindigen, kon deze man natuurlijk zijn eigen overtuiging niet meer in stand houden voor de buitenwereld, en moest teleurgesteld afzien van zijn goede bedoelingen. 
    Opnieuw wordt een goed man en met de beste bedoelingen door het leven op zijn plaats gezet, en krijgt hij het deksel op de neus. Het huwelijk dat hij met hand en tand wilde verdedigen is niet voor iedereen weggelegd, zoveel is nu wel duidelijk. Vanuit godsdienstige overweging en de stelling dat een huwelijk eeuwig is, wilde deze gelovige man een beetje beterschap in de wereld brengen en zo de mensen aanzetten om niet al te lichtzinnig uit elkaar te gaan, en de liefde een tweede kans te geven. 
    Maar God dacht daar anders over, want lichamen kunnen nu eenmaal niet voor eeuwig samen zijn, en de verbintenis die lichamen aangaan zijn steeds slechts tijdelijk, ook al gebeuren ze met de beste bedoelingen en worden er dure eden gezworen. 
    Omdat een lichaam hét symbool is voor onze afzondering van onze bron, God, kan een menselijk huwelijk dan ook geen enkele waarde hebben voor God, en is het voor hem zelfs totaal onbestaand. De man in kwestie wist dit natuurlijk niet, omdat de wereld nog niet op de hoogte is van al deze natuurwetten, en zag daarom zijn levenswerk en enthousiasme volledig gekelderd worden door de realiteit van het dagelijks leven. 
    Normaal zou dit een les moeten zijn voor hem, zodat hij hieruit leert dat een huwelijk alleen kan voor wie zich wil verenigen als goddelijke energie, en onmogelijk is als menselijk huwelijk. Maar aangezien deze kennis nog niet is verspreid, en aangezien men ondertussen maar steun blijft zoeken in boeken van duizenden jaren oud, die steeds op wel honderd manieren kunnen geïnterpreteerd worden, kan de waarheid van het echte leven niet doordringen tot die persoon. 
    Anders zou hij begrijpen dat mensen eerst hun complete aandacht op het goddelijke dienen te richten, zonder nog enig vorm van gedachtekracht te gebruiken voor het materiële, voordat ze in staat zijn om effectief een kerkelijk huwelijk aan te gaan, dat dan inderdaad blijvend en eeuwig is, omdat we in feite allen één en hetzelfde zijn.

    <   Een zeer gelovige moslimvrouw in België wil haar kinderen het beste uit het moslimgeloof meegeven als een leidraad voor hun leven. De kinderen groeien echter op, en zijn volledig geïntegreerd in onze westerse maatschappij. De moeder houdt echter nog steeds vast aan de principes van de islam, en wijst haar zonen en dochters dan ook meermaals terecht, tot haar eigen grote ergernis. 
    Wanneer het in de zomer wat warmer wordt, en de dochters al eens een blote schouder of buik durven laten zien, wordt de moeder rechtstreeks in haar eigen geloof aangetast. Ook het regelmatig bidden is heel belangrijk voor de moslimwereld, en de moeder moet alle moeite van de wereld doen om haar kinderen nog zover te krijgen. Maar de kinderen gaan hun eigen gang, en hebben de bedoeling om hier een nieuw leven op te bouwen en zelf uit te zoeken wat goed en niet goed is voor hen. Dit leidt tot heel wat frustratie, en zorgt ervoor dat de kinderen een deel van hun leven verborgen moeten houden voor hun eigen moeder.

    We zien dat de moeder halsstarrig aan haar geloof vasthoudt, maar niet inziet dat het geloof dat zij verkondigt op haar niveau, ook maar een beperkt geloof is. Indien zij echt tot God zou komen, dan zou zij beseffen dat iedereen, en dus ook haar eigen kinderen, hier op een ander niveau van beleving op deze wereld komen, en dat het bijgevolg nutteloos is om hen te dwingen hetzelfde te doen als zij. De moeder zou dan begrijpen dat haar kinderen nog een deel van de weg af te leggen hebben, en zou hen zeker niet veroordelen, want veroordelen is helemaal geen eigenschap van het goddelijke. 
    We zien dus dat deze moeder met het inzicht dat zij op haar niveau heeft, slechts beperkt kan handelen, wat tot heel wat nare ervaringen voor haarzelf kan leiden, omdat zij gekwetst wordt door het gedrag van haar eigen kinderen en de wensdroom die zij over hen heeft. 
    Op menselijk vlak beweert de moeder gelovig te zijn, alhoewel ze dat geloof naar haar eigen regels heeft geïnterpreteerd. Zodoende kan zij geen houvast bieden voor zelfs haar eigen kinderen, omdat deze nu inzien dat het geloof dat hun moeder van hen verwacht, niet een oplossing biedt voor alle vragen en alle nieuwe verlangens van dit leven. 
    De moeder houdt vast aan een geloof in wereldse vorm, wat alleen maar tot ergernis en pijn kan leiden voor alle partijen. Je kunt immers nooit anderen dwingen om dezelfde weg te gaan als jij, omdat in reïncarnatie ieder zijn eigen weg heeft en nog vele dingen moet leren. Maar omdat, wie de goddelijke weg gaat, op dat moment alle tijd van de wereld heeft om af te wachten tot ook de anderen tot inzicht zijn gekomen, is dit echte geloof zonder enige druk of pijn te bekomen, omdat je er alleen uit jezelf kan voor kiezen, en je van niemand anders nog iets verwacht of hem enige tijdsdruk oplegt.

    <   Een gelovige jongeman komt in botsing met zijn eigen geloof, op het moment dat hij vaststelt dat hij niet aan het klassieke plaatje van de maatschappij kan voldoen, maar dat hij in zijn gevoelens anders is dan de anderen omdat hij homoseksueel geaard is. 
    De godsdiensten zijn heel onverdraagzaam tegenover mensen die afwijken van het klassieke patroon. Deze mensen krijgen onmiddellijk een heel scherpe veroordeling over zich heen, en moeten zich er maar bij neerleggen dat zij volgens de hoogste instanties van het menselijk en kerkelijk gezag voor de rest van hun leven in zonde zullen moeten leven. 
    Voor vele jonge mensen is deze regel van een onvolwassen maatschappij en van een kortzichtige godsdienst, die door iemand uit te sluiten onmiddellijk haar eigen regels overtreedt, een demper voor hun levensvreugde, en meestal ook nog een goede reden om er na verloop van tijd heel destructieve gedachten op na te houden. Je kunt nu eenmaal niet om de persoon heen die je zelf bent, en als je door iedereen afgekeurd wordt, wat voor zin heeft het dan nog? 
    Kerk en maatschappij zijn echter de meest kortzichtige instanties van deze wereld. 
    Omwille van hun macht als groep kunnen zij het zich veroorloven om heel nauwe regels op te leggen aan hun leden. Van een maatschappij kunnen we nog verwachten dat ze mensen zal veroordelen, omdat zij de vereniging is die het menselijk gebeuren in reïncarnatie moet trachten in goede banen te leiden. Maar van een kerkelijke instelling die God en de liefde als doel heeft, zou je toch wat meer verdraagzaamheid en inzicht verwachten ten overstaan van haar leden. Want dan zou zij in staat zijn om iedereen tot God te brengen, en niet om een heel deel van hen naar de verdoemenis te wensen. 
    Of je nu homo, hetero, of biseksueel bent, het is gewoon een andere vorm om deze wereld in reïncarnatie te beleven, en het is dus heel kortzichtig om iemand hiervoor te veroordelen. Meer nog, het getuigt van een heel sterke onverdraagzaamheid van de kant van degene die veroordeelt, en zegt dus veeleer iets over die persoon, dan over degene die zogezegd ‘afwijkend gedrag’ zou vertonen, omdat hij zich tot een bepaalde menselijke en dus materiële vorm meer aangetrokken voelt dan tot een andere. 
    Ieder van ons, homo, hetero, of biseksueel begaat tegenover het goddelijke dezelfde vergissing: we geven namelijk waarde aan een ander lichaam waar we verliefd op worden in plaats van aan de goddelijke energie en liefde die in al die levensvormen zit, en die ervoor zorgt dat we allemaal gelijken zijn. 
    Een vergissing blijft een vergissing, welke vorm ze ook aanneemt, en het houdt iedereen op dezelfde manier weg van zijn hoogste doel.

    U merkt nu wel dat alles wat wij denken, zich op vele verschillende niveaus afspeelt. De waarheid kan alleen maar bestaan op het hoogste niveau, en daar is ze nooit een bron van ergernis of teleurstelling. Ieder lager niveau van denken zal leiden tot pijn en desillusie, omdat er dan steeds meerdere gedachten mogelijk zijn over een en hetzelfde onderwerp. 
    Het probleem van de hoogste gedachte voor ons is echter dat het nooit veranderd kan worden. De hoogste gedachte is nu eenmaal het hoogste, en zal zich voor jou niet verlagen. Maar misschien is dit dan ook geen probleem van het hoogste zelf, maar veeleer ons eigen probleem, omdat wij onszelf niet waardig genoeg bevinden om opnieuw deelgenoot van dat hoogste te worden, en ons blijven vastklampen aan allerlei minderwaardige dingen die we nog voor onszelf willen.

     


     


     

     

 

 

 

Foto's

photo photo photo photo