Familie en verwanten

    familie en verwantschap

     

    Wij hechten veel belang aan familiebanden en vrienden,
    maar wij zien niet dat zij de oorzaak zijn van veel pijn en verdriet.
    Kan je het goed vinden met je familie, dan zal de pijn komen bij het eerste overlijden!
    Kan je het niet goed met hen vinden, 
    dan zal de pijn er zijn vanwege de verwachtingen die je nu van hen hebt!.
    Vraag je eerst dit maar eens af:
    Is er bij het hoogste geluk of God, wel plaats voor pijn?

     

     

    16  Jezus zei: Misschien denken de mensen dat ik gekomen ben om vrede op de wereld te brengen en weten ze niet dat ik gekomen ben om verdeeldheid te zaaien op aarde - vuur, zwaard en oorlog. Want er zullen er vijf in een huis zijn, drie zullen zijn tegen twee, en twee tegen drie;  de vader tegen de zoon en de zoon tegen de vader, en zij zullen staan als eenlingen.

    55  Jezus zei: Wie zijn vader en zijn moeder niet haat, kan geen leerling van mij worden. En wie zijn broeders en zusters niet haat, en zijn kruis opneemt op mijn wijze, zal mij niet waardig zijn.

    99  De leerlingen zeiden tot hem: Uw  broeders en uw moeder staan buiten.
    Hij zei tot hen: Zij hier die de wil van mijn Vader doen, zijn mijn broeders en mijn moeder. Zij zijn het die het Koninkrijk van mijn Vader zullen binnengaan.

    101  Wie zijn [vader] en zijn moeder niet haat op mijn manier, kan geen [leerling] van mij worden. En wie zijn [vader] en zijn moeder niet liefheeft op mijn manier, kan mijn [leerling] niet worden. Want mijn moeder [...] voort, maar mijn ware moeder gaf mij het leven.

     

    Deze eerste reeks van uitspraken door Jezus, hebben op het eerste zicht helemaal niets met liefde te maken. 
    Integendeel zelfs! 
    In onze wereldse gedachtegang lijken zij eerder aan de mond van de duivel ontsproten dan aan de zoon van God. Hoe kan iemand in 's hemelsnaam zeggen dat jij je ouders moet haten om uiteindelijk bij God terecht te komen!
    En toch zijn ook deze woorden ons door Jezus zelf als aanwijzing meegegeven, opdat wij de hemel zouden ontdekken.
    Hoe is dit mogelijk? Wat kan hier de bedoeling van zijn, en op welke manier is dit in overeenstemming te brengen met het principe van liefde voor iedereen?

    Het feit dat een oppervlakkige interpretatie van de woorden van Jezus alleen maar leidt tot verwarring en onbegrip, is in feite een verborgen aansporing die Jezus ons meegeeft, om dieper te gaan graven. Met de gewone wereldse opvattingen zoals wij ze nu kennen, kunnen wij niet begrijpen wat hij bedoelde. Jezus heeft met zijn woorden bewust verwarring in de wereld gebracht, opdat zij die het echt willen weten, dieper op de werkelijkheid zouden ingaan, en het oppervlakkige achter zich zouden laten.

     

    55  Jezus zei: Wie zijn vader en zijn moeder niet haat, kan geen leerling van mij worden. En wie zijn broeders en zusters niet haat, en zijn kruis opneemt op mijn wijze, zal mij niet waardig zijn.

    101  Wie zijn [vader] en zijn moeder niet haat op mijn manier, kan geen [leerling] van mij worden. En wie zijn [vader] en zijn moeder niet liefheeft op mijn manier, kan mijn [leerling] niet worden. Want mijn moeder [...] voort, maar mijn ware moeder gaf mij het leven. 

    Leg dat maar eens uit aan een mens met gezond verstand in zijn hoofd!

    Eigenlijk is het allemaal niet zo moeilijk.
    Wanneer wij er eenmaal op de hoogte van zijn dat wij een gedachtelichaam zijn, (dat zich gedurende vele levens lang in een materielichaam nestelt, om zich door levenservaring te ontwikkelen en zo steeds verder te evolueren naar liefde toe) dan is het begrijpelijk dat wij doorheen gans onze evolutie misschien al duizenden, zoniet miljoenen vaders en moeders, of broeders en zusters hebben gehad. Aan welke vader of moeder wil jij dan het meeste liefde schenken? Deze van nu, of deze die je in een vorig leven hebt gehad? Of zal het diegene zijn die in de toekomst je ouder wordt?
    En ieder leven opnieuw  hebben wij onze familie als het heiligste der heiligen beschouwd. Iedere keer opnieuw hebben wij ons aan hen gehecht, en hebben wij al de liefde die er in ons was, aan hen gegeven. Zij waren telkens weer onze enige houvast. Zij hebben ons immers al de kennis over het leven doorgegeven die ze zelf in hun bezit hadden, en ons op die manier beschermd tegen allerlei onheil. 
    Maar nog nooit heeft enig familielid ons kunnen beschermen tegen een zekere dood, die het gevolg is van ieder geboren leven. Nooit hebben zij ons kunnen beschermen tegen ziekte, of aftakeling van het lichaam. 
    Nooit hebben wij er bij stilgestaan, dat onze ouders ons, samen met het materiële leven, ook de dood hebben gegeven!

    Eigenlijk wil Jezus niet letterlijk dat wij onze familieleden haten. Haat maakt immers geen deel uit van echte liefde! En Jezus had nu eenmaal God, de hoogste liefde, gevonden, dus kon hij zeker ook geen haat meer kennen.
    Wat Jezus echter wil, is evenveel liefde en geluk voor iedereen! Ongeacht uit welke vader of moeder je geboren bent.
    Denk eens goed na! 
    Wat gebeurt er wanneer men zich hecht aan zijn familie of zijn beste vrienden? Heb je hén dan niet meer lief dan al de anderen? Zou je voor hen dan niet meer doen dan voor al de anderen samen? Wil je dan niet het beste alleen maar voor jezelf of voor je familie en je vrienden?
    Heb je er ook niet heel veel pijn van als er met hen iets misgaat, of hen iets ernstigs overkomt? En raakt die pijn jou dan niet veel meer dan wanneer je dagelijks op televisie hoort zeggen dat er iemand ver weg onrechtvaardig behandeld werd?
    Ja toch!
    Strookt dit soort liefde dan met het principe van evenveel liefde voor iedereen? Ben je dan niet iemand aan het bevoorrechten boven alle anderen? 
    Denk hierover heel goed na!
    Is het beste willen voor jezelf, je man, je vrouw, je kind, of je familie, niet hetzelfde als de mindere dingen voor de anderen laten? Heb jij op dat ogenblik iedereen op gelijke voet lief? Ben jij dan op dat moment een onderdeel van de hoogste liefde? 
    Je weet het antwoord wel!

    Dat bedoelt Jezus dus, als hij zegt dat we moeten afstand nemen van onze familie. Haat hen niet, maar heb hen lief! Maar vergeet ondertussen ook niet om al de anderen, die in dit leven geen deel uitmaken van je naaste familie, om hen evenveel lief te hebben. Geef dus aan iedereen evenveel liefde, en niet aan de ene meer dan aan de andere. 
    Verspil je tijd niet met bezittingen en zekerheid te verzamelen voor alleen maar je naaste familieleden, want je zal er slechts pijn en verdriet door vinden. Het zijn uitingen van een verkeerde interpretatie van liefde. Bezittingen en materiële zekerheid kan je maar aan een beperkt groepje van mensen meegeven in een wereld van schaarste, en bovendien maar voor een heel beperkte tijd. Je zult zeker en vast gekwetst worden, zelfs door je naaste familieleden, gewoon omdat je op een verkeerde manier liefhebt. Bezittingen en zekerheid verwerven voor mensenlichamen met wie je alleen maar het lichaam gemeen hebt, in een wereld die met zekerheid ten gronde zal gaan, is geen liefde van een God, maar is slechts een oorzaak van twist en onenigheid, en het misleiden van je medemens op de allerhoogste manier. 
    Het is het doorgeven van de erfzonde wat je dan aan het doen bent! De erfzonde bestaat immers wel degelijk, en bestaat gewoon uit het richten van je aandacht op deze wereld en gedachten van egoïsme en beperking. Je ziet lichamen, en je verlangt liefde van lichamen. Maar lichamen zijn hét symbool voor eenzaamheid en alléén zijn. Lichamen kunnen nooit bij elkaar komen of zich verenigen. Je kan wereldse rijkdom niet delen. Je kan alleen geestelijke rijkdom delen!
    Het begrip ‘erfzonde’ wordt door ons zeer zwaar onderschat. Het zijn niet Adam en Eva die aan de verleidingen van de wereld zijn gaan toegeven waaruit de erfzonde bestaat, maar het is wel het bewustzijn, gesymboliseerd door Adam en Eva, dat voor een minderwaardig bestaan kiest hier op aarde, of elders in dit heelal, door naar een wereld van beperkingen te komen. Het is het bewustzijn, ons bewustzijn, dat voor een mindere vorm van bestaan heeft gekozen, en zo zichzelf uit het paradijs van onbeperkte liefde heeft gegooid. Adam en Eva waren naakt, maar ze zagen het zelf niet. Ze namen met andere woorden geen enkel verschil tussen henzelf waar. Maar eens ze de verkeerde keuze hadden gemaakt, eens ze begonnen waren met oordelen, zagen ze hun eigen naaktheid wel, en schaamden ze zich voor hun ‘anders’ zijn. Hun éénheid werd door het oordeel opgesplitst in verdeeldheid en verschil, en vanaf dat moment was dit ook de wereld waarin ze vertoefden.
    God heeft deze wereld niet gemaakt! 
    Dat hebben wij zelf gedaan door de aanwijzingen van God in de wind te slaan. Want had Hij ons niet gezegd dat wij van dat ene niet mochten proeven? En hebben wij dan zijn goede raad niet in de wind geslagen?
    Door je aandacht op deze wereld te richten, door te kiezen voor een leven in materie op gelijk welke manier, geef je bestaansreden aan een wereld die God niet waardig is. Jij kiest voor een leven met lichamen, vormen en materie, door middel van je eigen gedachtekracht, en geeft daardoor onbewust de erfzonde door, die precies bestaat uit het geloven dat materie en vormen je meer geluk kunnen brengen dan de goddelijke toestand van licht. En bij iedere geboorte volgt er een opvoeding, en bij iedere opvoeding worden de verkeerde signalen keer op keer weer doorgegeven aan de nakomelingen. 
    Dat is de erfzonde!
    Maar wat wij niet weten, is dat er wel degelijk nog een andere wereld bestaat dan deze die we nu ervaren. Hiermee bedoel ik niet het hiernamaals, want zelfs het hiernamaals hoort bij de kringloop van dit ellendige leven. Ook het hiernamaals, met zijn vele miljoenen voorlopige hemelen maakt deel uit van de eeuwige cyclus van reïncarnatie. En al die voorlopige hemelen die we telkens weer ervaren na ieder leven, zijn niet meer dan een overgang naar steeds weer een volgende les in de materiële wereld. De werelden en de hemelen op dit niveau hebben met het goddelijk bestaan helemaal niets te maken. Daarom zegt Jezus:

    99  De leerlingen zeiden tot hem: Uw  broeders en uw moeder staan buiten.
    Hij zei tot hen: Zij hier die de wil van mijn Vader doen, zijn mijn broeders en mijn moeder. Zij zijn het die het Koninkrijk van mijn Vader zullen binnengaan.

    Het is echt wel nodig dat wij onze gedachtegang op dezelfde lijn brengen met die van God. Op dit moment hebben wij allemaal onze eigen gedachten, en streven wij allemaal op onze eigen manier het hoogste geluk na, met als speelplein de aarde die ons allerlei mogelijkheden biedt. Maar als je goed naar de wereld kijkt, dan zie je dat er op die manier nog niemand blijvend geluk gevonden heeft. Misschien heel tijdelijk, voor de duur van een leven, wat rijkdom en macht; maar alles verdwijnt even snel weer met de dood of ziekte, als het gekomen is. Jezus erkent dan ook de structuren van deze wereld niet, en zegt dat ze allemaal vals zijn en tot de verkeerde resultaten leiden. 
    Ook voor zijn familie is hij niet mals. Alleen zij die hun gedachten op dezelfde hoogte als die van God weten te brengen, en die dus in alle omstandigheden de hoogste liefde toepassen, zijn het waard om broeder, zuster, vader of moeder van hem genoemd te worden. Alleen dan kan je werkelijk deel uitmaken van de goddelijke familie! Al de rest is geen familie, doch zijn slechts (tijdelijk) dieven in de nacht die je van het hoogste gedachtegoed willen beroven.

    Het leven als een goddelijk bewustzijn is immers een volledige ‘zijns – toestand’ op zich, en is eigenlijk de enige echte wereld! Deze bewustzijnsvorm bestaat volledig onafhankelijk van de onze, en heeft helemaal niets met mensen, materie of het heelal te maken!

    En alhoewel Jezus liefde predikt neemt hij toch het woord ‘haten’ in de mond. Wie zijn familie niet haat op zijn manier kan geen leerling van Jezus zijn! 
    Wat wordt er dan bedoeld met ‘haten op zijn manier’?
    Zoals wij de dingen thans zien, krijgen wij het lichamelijk leven van onze ouders, en worden wij tijdens ons leven door onze ouders voorbereid om dit hachelijk avontuur dat het leven toch wel is, met zo weinig mogelijk kleerscheuren door te komen. Onze ouders wijzen ons op al de gevaren en de valkuilen, willen dat we een goed bestaan opbouwen, en houden op die manier onze volledige aandacht op dit materiële leven gericht. De maatschappij, de scholen, de fabrieken, onze ouders, allemaal zijn ze erop gericht om je aandacht op dit leven vast te houden. ‘Want hierachter wacht je slechts de dood, en er is niets anders meer!’ Zo zeggen zij.
    Welnu, Jezus vraagt je om deze manier van onderwijzen door je ouders en de maatschappij, al deze onzinnige dingen die ze je leren, te haten. Haat al de verkeerde dingen die ze je willen aanleren! Want het is echt wel waar dat al deze dingen alleen maar tot een zekere dood na ieder leven leiden. Je hebt immers je aandacht gericht op iets waarmee je niets kan aanvangen na dit leven. Je moet het allemaal weer achterlaten, en iedere inspanning die je in die zin onderneemt is dan ook volledig nutteloos en verspilling van energie geweest. Haat dus niet je ouders zelf, maar wel de richting waarin zij en de maatschappij je willen dwingen, omdat ze nu eenmaal zelf nog niet beter weten!

    Breek met dit leven, breek met de maatschappij, want dit leven en al zijn beslommeringen brengen je aan het einde alleen maar de dood. Breek dus met de dood! Veracht de dood en kies voor het leven! Kies voor een leven in de kracht van het bewustzijn, in plaats van een leven dat geregeerd wordt door de zwakte van de materie.
    Dat is wat Jezus zegt.

    Want je bent een bewustzijn, en dat bewustzijn is er een dat nooit kan sterven. Leer dus voortaan alleen nog hoe, en tot waar je jouw bewustzijn kan ontwikkelen, en niet meer hoe je hier op aarde rijk en welvarend kan worden. 
    Je ouders willen dat je het goed hebt hier op aarde, en dat je er warmpjes inzit. Beter dan de anderen in elk geval. Maar dat is je bewustzijn beperken tot materie. Haat de lessen die je ouders je meegeven, want zij brengen je op het einde slechts de dood. Wie zijn aandacht en gedachtekracht op dit leven richt, en op beter zijn dan de anderen, zal zeker sterven! Leer eerder zo snel mogelijk je les naar volledige liefde, zodat er niet nog eens duizenden pijnlijke levens nodig zijn om je een klein beetje verder te helpen.

     

    16  Jezus zei: Misschien denken de mensen dat ik gekomen ben om vrede op de wereld te brengen en weten ze niet dat ik gekomen ben om verdeeldheid te zaaien op aarde - vuur, zwaard en oorlog.

    82  Jezus zei: Wie dicht bij mij is, is dicht bij het vuur en wie ver van mij is, is ver van het Koninkrijk.

    De boodschap van Jezus is niet de boodschap die de wereld zelf ons wil meegeven! Dat zal ondertussen wel duidelijk zijn. ‘Ik ben gekomen om iedere waarde die de wereld eropna houdt in twijfel te trekken,’ zegt Jezus. 
    ‘Ik kom uw ganse bestaan overhoop gooien!’ 
    De wereld leert ons om te vechten, en te overleven. Onze ouders leren ons om slim te zijn, om voordeel te halen tegenover de anderen, en een goed en veilig bestaan op te bouwen in een wereld die er alleen maar op uit is om alles weer van je af te nemen. We kijken rondom ons, en we zien alleen maar concurrenten om ons heen, voor het verkrijgen van dingen die ook rondom ons aanwezig zijn. 
    ‘Maar ik zal u leren een andere kant op te kijken,’ zegt Jezus. 
    ‘Ik zal u leren naar binnen te kijken, in uzelf. En daar zult ge zien dat ge alles al hebt, en dat ge dus voor niets hoeft te strijden. En dus zijn uw metgezellen geen concurrenten meer, maar worden het liefhebbende broeders.’

    Natuurlijk moet een boodschap als die van Jezus verdeeldheid zaaien. Er zijn hier op aarde namelijk heel wat gedachtelichamen op alle mogelijke niveaus van evolutie. En al die gedachtelichamen hebben hun eigen doel uitgekozen om hier op aarde hun wensen te verwezenlijken. 
    Zij hebben allen één kenmerk gemeen: zij willen hier namelijk iets waarmaken voor zichzelf in de uiterlijke wereld, en geven daardoor via hun gedachtekracht een eigen bestaansreden aan dit leven! En ieder leven opnieuw wil je weer iets anders van de wereld om je heen, want de wereld evolueert zo snel, dat je nieuwsgierig bent naar wat de volgende decennia je zullen brengen.
    Jezus spreekt echter niet graag over reïncarnatie. Reïncarnatie is niet slim! Je kan je keuze immers keer op keer uitstellen. Je kan zeggen: ‘Op dit moment komt het mij niet zo goed uit, maar ik zal het in een volgend leven wel doen.’ 
    Maar je weet helemaal niet welke je volgende levens zullen zijn. Misschien krijg je gedurende miljoenen jaren niet eens de kans meer om weer over het hoogste geluk te leren. Misschien vergaat de aarde ondertussen wel, en moet je op een andere bestaansvorm wachten. Je volgende levens die heb je niet helemaal zelf in de hand. Want die worden mee bepaald door wat de anderen over jou denken. 
    Kan jij je de pijn wel voorstellen die je gedurende zo lange tijd zal hebben, met al die onvervulde verlangens die nog in jou aanwezig zijn? 
    Zo lang wachten, met al die pijn en zoveel onmogelijke verlangens! 
    In het systeem van reïncarnatie bestaat er tijd, en tijd is pijnlijk omdat je gedachtekracht dan niet onmiddellijk werkt, maar slechts werkzaam is in de tijd. Dat komt omdat er heel velen tegelijk dezelfde wens hebben, en omdat deze materiële wereld nu eenmaal zijn beperkingen heeft. Daarom moeten we onze beurt afwachten. Om een wens vervuld te zien moeten we ofwel de kans van anderen afnemen, maar ook dat is niet zonder gevolgen, ofwel gewoon onze beurt afwachten. En dat duurt lang! Vele levens lang! En dat doet pijn!

    Maar Jezus komt je de waarheid vertellen. De hoogste waarheid! Dit leven is er een zonder betekenis! Dit leven heeft helemaal geen waarde! We hebben voor het verkeerde gekozen met onze gedachtekracht. Je kan de reïncarnatie ook onmiddellijk verlaten!
    Kun jij je voorstellen dat zulke woorden geen vuur, zwaard en oorlog zouden voortbrengen?
    Brengen deze woorden op dit moment geen vuur in jou voort? Ben jij je nu niet op alle mogelijke manieren aan het verzetten tegen deze woorden? Ik durf er alles op te verwedden van wel. Want Jezus wist heel goed dat niet iedereen dit zou begrijpen. Hij wist heel goed dat het op vele verschillende manieren zou geïnterpreteerd worden. En daarom zag hij ook in dat de wereld door zijn woorden vele eeuwen lang in vuur en oorlog zou verdeeld worden. Het is een logisch gevolg, want niet iedereen is in staat om het op een dergelijke manier te begrijpen. ‘Er zullen dan ook donkere tijden komen,’ zei hij.

    Wanneer zoiets tot ons doordringt, wanneer ons hele bestaan dat we moeizaam hebben opgebouwd ondermijnd wordt, dan komen we bij het vuur. Dan verbranden we ons aan de waarheid! Want diep vanbinnen weten we het wel! Het is inderdaad waar dat we hier slechts wachten op de dood. We weten het wel, de uiterlijke wereld is vergankelijk, maar toch houden we ons vast aan een strohalm. Jezus zegt: ‘Laat los die strohalm, verbrand hem, en neem het stevige touw dat ik je toewerp.’ 
    Maar met vuur heb je maar twee keuzes: weglopen van het vuur en verder onze toevlucht zoeken tot zelfbedrog en leugens, of helemaal door het vuur heengaan, en ons bestaan zoals het nu is helemaal laten opbranden, en de nieuwe weg opgaan. 
    Wie dicht bij Jezus is, is dus dicht bij het vuur. Hij is zijn ganse vroegere bestaan van uiterlijkheden aan het opbranden. En wie ver van Jezus is, is dan ook veilig weggeborgen in de kudde, in de maatschappij, maar heel ver weg van het hoogste en het eeuwige geluk.
    Twee keuzes maar, en met die keuze bepaal je jouw toekomst. Terug in reïncarnatie, of eeuwig geluk in een zijnstoestand die op dit moment ons begrip te boven gaat! 
    Er zijn er die deze toestand kennen. Er zijn er die het ons kunnen zeggen. Jezus was daar, en is daar nog steeds. Hij is het ons komen zeggen, en nu wacht hij. Hij wacht op ons, want hij heeft medelijden met al die arme stakkers zoals wij, die alsmaar voor het verkeerde kiezen. Hij ziet dat wij heel erg lijden en dat wij wanhopig zijn, en maar geen uitweg vinden, en hij reikt ons de hand. Maar wij willen de uitweg niet. Wij verkiezen de strohalm die zal wegrotten, en die ons in de dieperik zal achterlaten.

     

     16  Want er zullen er vijf in een huis zijn, drie zullen zijn tegen twee, en twee tegen drie; de vader tegen de zoon en de zoon tegen de vader, en zij zullen staan als eenlingen.

    Eigenaardig, heel eigenaardig. Vijf zijn er in een huis, en drie staan tegenover twee, of twee tegenover drie. Jezus schijnt één tegenover vier te vergeten.
    De meeste uitleg over dit vers wordt gegeven door vijf te vergelijken met de zintuigen. We hebben vijf zintuigen, en die zitten in het huis dat ons lichaam is. Maar waarom dan één tegenover vier vergeten?
    Misschien bedoelde Jezus hier wel dat er vier zijn in een huis. Er kunnen in ieder huis maar vier soorten verwantschap bestaan. Ofwel ben je vader, ofwel ben je moeder, ofwel ben je dochter, ofwel ben je zoon. Vier dus, en zij leven in vrede met elkaar. 
    Maar wanneer één van hen beslist om naar God te gaan, om echt de waarheid op te zoeken, om Jezus te volgen, dan zijn er niet meer vier, maar vijf in een huis. Dan komt Jezus of God, dat is ondertussen hetzelfde, de familie vervoegen.
    Nu zijn er vijf, en nu komt de twist! 
    Want diegene die voor Jezus kiest heeft zijn familie nog wel lief, maar hij kan niet meer op onze wereldse manier voor hen zorgen. Hij ziet af van bezittingen en welstand vergaren, en hij wil niet meer de een boven de ander verkiezen. Hij wil dat iedereen gelijke liefde krijgt. 
    Maar de vader wil dat de zoon zijn zaak verder zet. De moeder wil dat de dochter huwt met een rijk en welstellend jongeman. 
    En Jezus heeft zijn intrede gedaan. Hij was er al. Al die tijd was hij al in die familie, in elke familie, maar hij laat zich niet zien. Zijn liefde bestaat uit het respecteren van ieders vrije wil, en zolang er niemand met hem wil kennismaken laat hij zich niet zien.
    Maar nu heeft er iemand in de familie voor hem gekozen, en nu laat hij zich zien. 
    Eén van de vier heeft voor hem gekozen. Dat zal waarschijnlijk niet de vader zijn, en ook niet de moeder. Want zij zitten al vastgeroest in de traditie en de cultuur die ze van hun eigen ouders hebben meegekregen. Maar als er verandering komt, als er opstand is, dan komt dat meestal door de kinderen. Zij kiezen nooit dezelfde weg als die van hun ouders. Zij willen iets anders voor zichzelf.
    En één van hen kiest voor Jezus!
    Dan is het toch één tegen drie!  
    Niets is minder waar! Wie voor Jezus kiest heeft namelijk onmiddellijk een bondgenoot aan zijn hand. Jezus twijfelt immers niet, en sluit zich onmiddellijk bij de zoon of dochter aan. En dus wordt het twee tegen drie. Want wie voor Jezus kiest staat nooit alleen.
    En heel misschien keren zowel de zoon als de dochter zich af van hun ouders, en de opvoeding die ze hen meegeven. Heel misschien... En dan wordt het drie tegen twee. Want de zoon en de dochter kiezen allebei voor Jezus, en hun gedachten staan op één lijn met hem. En dus is Jezus samen met hen, en zijn zij met drie.
    Er zijn er vijf in een huis...

     

     30  Jezus zei: Waar drie goden zijn, zijn zij goden. Waar er twee zijn of één, ben ik met hem.

    De vereniging met Jezus maakt jezelf tot God. Je neemt dan deel aan het hoogste geluk, en bent één geworden met het geheel. Dat komt eenvoudigweg omdat je aan dezelfde gedachten waarde hecht. En door dat te doen worden jij en God, die eens twéé waren omdat ze niet dezelfde denkrichting deelden, opnieuw één, verenigd in hetzelfde denken.
    Waar er drie goden zijn is er verdeeldheid. Je kan geen drie goden op dezelfde manier evengoed dienen. Altijd moet je een van hen tevreden stellen en paaien, omdat je meer aandacht hebt gegeven aan de andere. 
    Welke goden kunnen wij zoal hebben? Onderschat niet de betekenis die Jezus aan deze woorden geeft. In onze wereld hebben wij naast de God die we door Jezus kennen, heel veel andere goden. Je hebt de god van het geld, die heel belangrijk is in onze samenleving. Maar om de god van het geld te dienen, moet je heel hard werken. En daar zal de god van je lichaam niet zo blij mee zijn, want die zal zich moe en uitgebuit voelen na een tijdje. Dus zal je heel gauw de god van je lichaam moeten paaien met allerlei kleine offergaven. Een massage, een weekendje ontspanning, een lichaamsverzorging... 
    Maar om dat alles te betalen moet je dan weer wat harder gaan werken. En weldra ben jijzelf de slaaf geworden van al deze goden. Nu eens zal je de ene dienen, maar dan zal de ander zich verwaarloosd voelen. Dan dien je weer de ander, maar verlies je de voordelen die de eerste je biedt. Waar er dus meerdere goden zijn, daar zijn zij goden, en jij de slaaf!
    De god van de auto, de god van de luxe, de god van het mooie huis, de god van materiële zekerheid, de god van veel verstand, de god van gulheid, de god van wereldverbetering, de god van het goede karakter, de god van het sociale...
    Kies je echter voor maar één God, de God van de hoogste liefde, dan is er geen verdeeldheid meer. Dan moet je niet meer kiezen wie je nu het meeste zal dienen, en moet je niet meer afwegen op welke manier je iedereen kan te vriend houden. Je aanvaardt dan dat alles goed is zoals het is, en wilt niets meer veranderen. Je voegt op die manier geen gedachten meer toe aan het universum, omdat je er gewoonweg aan verzaakt om nog oordelende gedachten te hebben! Je kiest eenvoudigweg voor de God van liefde wiens natuur het is om altijd voor jou te zorgen.
    Je observeert alleen maar vanuit je vereniging met het al, en spreekt daar nooit nog een oordeel over uit! Je hebt ook geen verlangens meer, want alleen de liefde waarvan je deel uitmaakt geeft je meer dan genoeg. Al het materiële, alles wat minder is dan God, heb je achter je gelaten, en je lacht erom dat je ooit zo dwaas hebt kunnen zijn om hier je heil in te zoeken.
    Wanneer je zo voor de echte God kiest, dan zorgt Hij ook voor jou, en wordt jij dus God samen met hem. De echte God is namelijk een God die vollédig voor je zorgt, en dus zal je zelf geen zorgen meer hebben. Jij en Jezus, de twee worden één, en of je nu twee zegt of één, het maakt helemaal niets uit, want het is net hetzelfde! Je hebt immers dezelfde gedachten van éénheid voor waar aangenomen. Jezus is met jou, en je bent dus met twee, maar omdat je volledig voor hetzelfde kiest, namelijk het hoogste, ben je eigenlijk één geworden, en is er geen enkel denkverschil meer tussen jou, Jezus of God.

     

    19  Jezus zei: Gezegend is hij die was vanaf het begin, voordat hij tot bestaan kwam. Als jullie mijn leerlingen worden en naar mijn woorden luisteren, dan zullen deze stenen jullie dienaren worden. Want jullie hebben vijf bomen in het paradijs die niet bewegen in zomer en winter, en hun bladeren vallen niet af. Hij die ze kent, zal de dood niet smaken.

    Opnieuw neemt Jezus het getal vijf in de mond. Zijn het onze vijf zintuigen, of is het iets anders wat Jezus bedoelt? We weten dat onze zintuigen die we bezitten via ons lichaam nog aangevuld worden met meer mogelijkheden die eigen zijn aan het hiernamaals. Helder zien, helder horen, helder proeven, helder voelen, helder ruiken! Het zijn echter allemaal dingen die bij een lichaam horen, en waarvoor je dus ook nog steeds een of andere vorm nodig hebt om ze te kunnen ervaren. Bij God worden al die zintuigen echter vervangen door één: het ‘alweten’ van het bewustzijn. 
    Zintuigen zijn echter alleen maar nodig voor het waarnemen van verandering. Bij God echter, is verandering helemaal niet nodig, want het was precies de wil tot verandering die ons in de situatie heeft gebracht waarin we nu verkeren. Het willen anders zijn dan God heeft ons afgescheiden van het geheel. Zintuigen zijn dus alleen maar nodig in deze wereld van materie en in reïncarnatie, maar niet meer bij God. 
    De vijf bomen die onze zintuigen vertegenwoordigen bewegen dus inderdaad niet meer in het paradijs, en ook hun vermogens nemen niet af met de ouderdom zoals dat bij ons in materie het geval is. 
    Persoonlijk wil ik er echter ook nog deze betekenis ter overweging bijgeven:
    als vijf opnieuw staat voor de continuïteit van het leven, geschonken door een vader en een moeder, met als resultaat ofwel een zoon of een dochter, en met een al-vader die daarboven staat, dan zijn deze vijf bomen of steunpilaren van ons materieleven in het paradijs inderdaad ook onbeweeglijk. In de staat van de opperste liefde is er geen groei meer nodig, en is iedereen gelijk. Om het even wat je dan bent of ooit geweest bent, in het paradijs is iedereen én vader, én moeder, én dochter, én zoon, én God tegelijk. 
    Verschil kan er daar niet meer bestaan, en de een moet aan de ander niets meer leren omdat alles door iedereen al gekend is. 
    Het opgeven van alle verschil is dan ook een basis voor onze terugkeer naar goddelijkheid. Dat is immers de voorwaarde om terug tot God te komen. Wie aan deze voorwaarde niet wenst te voldoen, en dus nog de hiërarchie van een familie, een maatschappij of een religieuze instelling voor zich wil bewaren, kan nooit aan het paradijs deelachtig worden. In het paradijs wordt de zoon geen vader, en takelt de vader niet af met het verstrijken van de seizoenen. Vader en zoon, moeder en dochter zijn daar allemaal gelijk en onveranderlijk in de liefde van God.

    19  Jezus zei: Gezegend is hij die was vanaf het begin, voordat hij tot bestaan kwam. Als jullie mijn leerlingen worden en naar mijn woorden luisteren, dan zullen deze stenen jullie dienaren worden.

    ‘De stenen zullen jullie dienaren worden,’ zegt Jezus. Hoe kan zoiets nu? 
    Hij die zich opnieuw zijn bestaansvorm herinnert voordat hij in deze wereld van ellende is terechtgekomen, zal niet meer afhankelijk zijn van de wetten van armoede en zwakte die in deze wereld de scepter zwaaien. Zelfs de stenen zullen dan een bondgenoot van hem worden, en zullen hem helpen in alles wat hij ook maar denkt nodig te hebben.
    Jezus is dus duidelijk op de hoogte van wat onze wetenschap op dit ogenblik aan het ontdekken is. Alles is in wezen opgebouwd uit één grondelement, uit één deeltje, en dat is God (zie hiervoor het boek Ons gedachtelichaam). 
    Het kleinste deeltje waaruit alle materie gemaakt is, en dat ook de hoogste trilling heeft, is in alles wat wij zien aanwezig. En dus is het voor God maar een klein kunstje om van stenen bijvoorbeeld brood te maken, of enig ander voorwerp dat wij op dat ogenblik kunnen gebruiken. Het is immers hijzelf die diep in de materie verscholen zit, doch blijvend onzichtbaar voor de ogen van het lichaam.

    En Hij, ja Hij kan elke vorm aannemen die Hij maar wil.

     



 

Foto's

photo photo photo photo