Het gedachtelichaam

    Om te kunnen evolueren hebben we dus allemaal doorheen de tijd geleidelijk aan een gedachtelichaam ontwikkeld. Dat is een lichaam dat niet bestaat uit materie, maar wel uit energie die een heel welbepaalde snelheid van trilling heeft. Deze energie vertegenwoordigt dan ons bewustzijnsniveau, dat we beetje bij beetje kunnen verruimen door de ervaringen die we opdoen in de materiële wereld. Het zijn deze energiedeeltjes die al uw gedachten en opvattingen bevatten. Het zijn die deeltjes die vorm geven aan wat u over uzelf en het leven denkt. De vorm en de inhoud van uw huidige gedachtelichaam weerspiegelt de manier waarop u over het bestaan denkt. Het gedachtelichaam manifesteert zich in de fysieke wereld als een uiting van vroegere gedachten die u eens had. Over de dood heen nemen we dit gedachtelichaam steeds weer mee, en kunnen we het zo langzaam aan laten evolueren, opnieuw naar de hoogste liefde toe. 
    Het bevat al onze gedachten, onze hoop, onze verlangens, maar ook en vooral onze angsten en al onze verborgen wensen! Het gedachtelichaam blijft namelijk gedurende gans onze evolutie van ons! Telkens we in een andere lichaamsvorm incarneren neemt het opnieuw de vorm aan van het lichaam waar het op dat moment in schuilgaat. 
    Van helse duivel net na de afscheiding, tot liefdevolle god wanneer we ons weer herenigen, het is steeds hetzelfde gedachtelichaam dat aan het evolueren is. Het krijgt echter doorheen zijn reis in de tijd iedere keer ietsje meer bewustzijn en ietsje meer kennis over de manier waarop echte liefde te bereiken is. Het is gegroeid van de allerkleinste gedachte van een eencellig organisme, met de drang om te overleven in een vijandige wereld, tot wat het nu uiteindelijk is geworden als volwassen mens, met al zijn onverwerkte gevoelens, zijn tengere hoop, zijn immense verlangens, en zijn onmetelijke drang naar echte liefde. Na vele miljoenen levens zal het dan uiteindelijk zover geëvolueerd zijn dat het opnieuw welkom is bij God. Dan hebben wij de cyclus voltooid!

    Want binnen in u zit ieder van die allerkleinste deeltjes, god, vast in de materie. Het trilt daar met een ongelooflijke snelheid van driehonderdduizend kilometer per seconde, maar is beperkt in zijn bewegingsvrijheid omdat het niet uit de materie kan ontsnappen vanwege onze gedachtenkracht (lees: angst) die het daar gevangen houdt. Wij zijn het immers zelf die materie nodig hebben om onze eigen werkelijkheid te scheppen, en daardoor houden we al onze metgezellen alsook onszelf gevangen in een vicieuze cirkel die maar moeilijk te doorbreken is! Ieder deeltje zit daar gewoon te wachten tot wij het door onze gedachten weer vrij laten. Want zolang wij immers onze aandacht op de materie blijven vestigen kan het goddelijke bewustzijn niet vrijkomen, omdat datgene waar jij je aandacht op richt ook je gedachten zijn, en waar je gedachten zijn, daar is ook je werkelijkheid. Breng je gedachten dus naar hogere energie, en het goddelijke zal vrijkomen in jou.

    Gans dit heelal, met alles wat er zich in afspeelt is dus in feite een droom van een fractie van een seconde dat de goddelijke energie die ene bijgedachte had. Het is een gezamenlijke illusie die we steeds maar in stand houden door onze gedachtenkracht, maar die uiteindelijk zal moeten wijken voor de waarheid. En die is dat er nooit een afscheiding is gebeurd, en dat alles wat we hier zien en meemaken slechts een opeenvolging van vertraagde gedachten en energie is. Wanneer u dus vraagt: “waar is God”? Dan moet ik u antwoorden: je staat erop, je loopt erin, hij zit in jou en in alles en iedereen van dit universum. Alles is goddelijk! Vertraagd weliswaar in deze wereld, en met een uitgeschakeld bewustzijn, maar niettemin toch goddelijk. Wanneer u vraagt: “wat is God”? Dan antwoord ik:  God is een groot onverdeeld gevoel van gelukzaligheid en onvoorwaardelijke liefde dat je zelf kan bereiken. Onverdeeld betekent hier dat er geen andere gedachte meer is dan deze ene van onvoorwaardelijke liefde. Want van zodra er bij onvoorwaardelijke liefde, die de hoogste gedachte is, een tweede gedachte zou bijkomen, dan moet dat iets anders zijn dan onvoorwaardelijke liefde, en dan is de aandacht van het goddelijke verdeeld over twee mogelijkheden. Dan zou er naast liefde nog iets anders bestaan voor het goddelijke, en dat zou dan niets anders kunnen zijn dan een mindere gedachte, en dus iets dat geen volledige liefde meer is. De gedachte van het goddelijke is immers al de hoogste die je maar kan hebben. Iedere gedachte die er derhalve bijkomt, kan dan ook niet anders dan een mindere zijn. Op dat moment zou god dan ook zelf niet meer goddelijk zijn, maar zou hij ook worden zoals wijzelf, de afgescheiden goden die er vele “lagere” gedachten op na houden. En precies deze lagere gedachten houden het goddelijke geblokkeerd in ons, want het is door de aard van je gedachten dat je meer of minder bewegingsvrijheid creëert en volledige of niet volledige liefde kan geven.

    Wie hierop even wil doordenken zal direct begrijpen dat het hebben van lagere gedachten de reden is waarom in dit leven alles zijn voor- en zijn nadelen heeft. Aan alles wat we doen of denken moeten er nadelen verbonden zijn, want anders kunnen we ook nooit door uit onze negatieve ervaringen te leren, naar het goddelijke terugkomen. Indien er geen nadelen zouden zijn, dan zouden we steeds op een bepaald laag niveau blijven steken, omdat we het daar nu eenmaal naar onze zin hebben. Op die manier zou de evolutie naar het goddelijke stoppen, en zou niemand zijn doel ooit weten te bereiken.



 

Foto's

photo photo photo photo