Het verborgene

    5   Jezus zei: Ken wat je voor je ziet en wat voor je verborgen is, zal aan je worden geopenbaard. Want er is niets dat verborgen is, wat niet geopenbaard zal worden.

    6   Zijn leerlingen vroegen hem en zeiden tot hem: Wilt U dat wij vasten? En hoe moeten we bidden? Moeten we aalmoezen geven? En van welk voedsel moeten we ons onthouden?
    Jezus zei: Vertel geen leugens en doe niet wat je haat, want alles zal aan het daglicht treden. Niets is verborgen, dat niet openbaar zal worden en niets zal bedekt blijven zonder ontsluierd te worden.

    Jezus zegt vele verschillende dingen tegelijk in deze uitspraak.
    Hij zegt dat er iets voor ons wordt verborgen gehouden, maar dat het ook kan geopenbaard worden. Het kan ons met andere woorden opnieuw getoond worden.
    Jezus zegt ook dat wat verborgen is niet verborgen hoeft te blijven, maar dat er jou niets zal onthouden worden van alles wat nu nog verborgen is.
    En als laatste zegt Jezus: de manier waarop het kan geopenbaard worden is door te kennen wat je voor je ziet.

    Dat is toch heel gemakkelijk, kennen wat we voor ons zien! Iedereen weet toch wat we voor ons zien! Waarom zien we dan niet wat er verborgen is?

    Maar ben jij wel zo zeker dat je kent wat er voor je is? Is wat jij ziet wel hetzelfde als wat je vrouw ziet, of wat je buur of je vriend ziet? Denk eens terug aan het feestje dat we beschreven in het hoofdstuk over ons onderbewustzijn, in het vorige boek Ons gedachtelichaam.
    Niemand ziet hetzelfde als de anderen, terwijl ze toch allen naar hetzelfde aan het kijken zijn! Want ons ‘zien’ wordt nu eenmaal beïnvloed door wat we willen zien! Namelijk door onze eigen wensen en onze angsten. Ons zien wordt beïnvloed door onze persoonlijkheid en ons eigenbelang. En dus is er helemaal niemand die hetzelfde ziet, als ze allemaal naar hetzelfde staan te kijken. Ieder legt zijn eigen accenten en geeft aan wat hij ziet een waarde mee, volgens dewelke het in zijn eigen plan voor het leven past of niet.

    Ken wat je voor je ziet, zegt Jezus. Als we dan allemaal iets anders zien, wie heeft er dan gelijk? Wie ziet er dan wat er echt te zien valt?
    Opnieuw kunnen we met onze redeneringen uit deze wereld niet uit de impasse raken. Alleen met wat wij nu weten en zien, komen we er niet uit, want we verschillen er allemaal van mening over.
    Maar Jezus vraagt je om te kennen wat je voor je ziet! 
    Jezus vraagt je om eindelijk weer God te herkennen in elk levend wezen, en om geen verschil meer te willen waarnemen in de beelden van deze wereld! Die ‘rare’ kerel is alleen maar raar omdat jij dat zo denkt. Die lastige en zeurende vrouw is dat alleen maar omdat jij van haar bepaalde verwachtingen hebt, maar zij aan jouw verwachtingen niet kan voldoen. Die misdadiger tegenover de mensheid is alleen maar misdadig omdat jij belang hecht aan deze wereld, en dus hier een eigen wereld wilt opbouwen naast die van God! De egoïstische collega's op het werk zijn alleen maar egoïstisch omdat jij wilt dat ze aan bepaalde criteria voldoen! 
    Maar je ziet niet dat ze eigenlijk allemaal, elk op hun eigen manier, om liefde vragen!

    Jezus vraagt je dan ook om voortaan in iedere situatie die je op jouw weg ontmoet, te willen waarnemen als God: nooit meer oordelen en iedereen evenwaardig en gelijk achten. Dat is wat Jezus vraagt. 
    Jezus wil dat je daadwerkelijk begint te negeren wat je op dit moment allemaal waarneemt, want dat is de echte werkelijkheid niet! Jezus wil dat je iedere keer wanneer je iets ‘slechts’ of iets ‘ongunstigs’ waarneemt, je die gedachte eens opnieuw bekijkt en je afvraagt: ‘Is het nu werkelijk dit wat ik wil zien? Wil ik werkelijk verschil blijven zien tussen al deze mensen, en wil ik deze wereld van ‘alleen staan in het leven’ in stand houden? Wil ik mijn gedachtekracht voor dit doel laten werken?’
    Wij beseffen het misschien niet, maar op dit diepste niveau van denken gaat onze gedachtekracht zijn gang! Iedere keer als je iemand ziet die anders is dan jij, kies je met je gedachtekracht voor een wereld van eenzaamheid en opboksen tegen al de anderen. Iedere keer als je iets of iemand anders ziet dan een kind van God, net zoals je er zelf een bent, heb je gekozen om in totale afzondering te leven en ook al de anderen buiten te sluiten! 
    Maar als je er eenmaal een begin mee maakt om deze keuze iedere keer opnieuw te bekijken, en te zeggen: ‘Neen, ik wil dit niet, ik wil een wereld waarin iedereen gelijk is, en evenveel liefde krijgt,’ dan zal de gedachtekracht voor jou in die richting beginnen te werken. En op het moment dat je dat doet, en je erin slaagt om je gedachtekracht zover te brengen dat je er werkelijk overtuigd van bent, zal er aan jou een gans andere wereld getoond worden! Op dat moment voldoe je aan de voorwaarden van ‘het hoogste’, en zal je een openbaring krijgen van hoe de wereld van God er werkelijk uitziet. Nooit zal je dan nog oorlog en ellende kennen, nooit zal je dan nog pijn en verdriet ervaren, eenvoudigweg omdat je zelf de keuze hebt gemaakt om het niet meer te willen zien. 
    Deze wereld van God is echter met de gebruikelijke zintuigen van het lichaam niet waar te nemen, en daarvoor is het dan ook nodig dat God jou een bijkomend zintuig geeft zodat je voortaan aan het goddelijke deelachtig kunt zijn. Dat bijkomend zintuig is eerder een innerlijk (in)zicht dat je verwerft, waardoor je in staat bent om aan deze wereld met zijn fouten en gebreken voorbij te kijken, en je alleen nog liefde waarneemt. Zonder de hulp die God ons aanreikt om uit onze situatie weg te komen, kunnen wij op eigen houtje nooit uit onze zelfgecreëerde wereld ontsnappen.

    God is dus eenvoudigweg jij, die bewust kiest om voortaan geen verschillen meer op te merken, maar om alles weer als één te zien!



 

Foto's

photo photo photo photo