Is er leven na de dood?

    Dit is toch wel een van de meest elementaire vragen die we ons kunnen stellen. Het antwoord hierop zal dan ook zonder meer bepalend zijn voor ons verder inzicht in het proces van leven en dood. Omdat elke theorie staat of valt met het antwoord dat we hierop weten te vinden, zal het dus echt wel nodig zijn om een goede argumentatie te geven voor ons uiteindelijk standpunt. Of het nu “ja” of “neen” wordt, op dit gegeven zullen we altijd moeten voortbouwen om voor al de andere vragen een oplossing te vinden.

    Omdat het niet echt mogelijk is om eventjes aan de overkant te gaan kijken, en dan terug te komen met het goede of het slechte nieuws, zullen we ons van enige logica en een gezonde veronderstelling moeten bedienen. 
    Het is immers niet zo heel moeilijk om deze vraag te beantwoorden! Wanneer we gewoon eens ons oor in de wereld te luister leggen, en eens heel goed nadenken, kunnen we al direct te weten komen hoe het allemaal in elkaar zit.

    Er is één ding waar we voor de volle honderd procent zeker mogen van zijn: we zijn in dit leven gekomen via de geboorte van het lichaam, en op een goede dag zullen we het ook weer verlaten via de dood van datzelfde lichaam. Voor de een komt die dag wat vroeger dan voor de ander, maar ontsnappen kan je hier niet aan! Vroeg of laat zal ons lichaam dus ofwel voor de pieren, ofwel voor de verbrandingsoven zijn, en ik denk niet dat dit voor iemand een prettig vooruitzicht biedt. Waar halen we nu in godsnaam de moed vandaan om, met deze wetenschap in ons achterhoofd, het leven nog zin te geven? Wanneer we sterven, en na dit leven is er helemaal niets meer, dan zijn al onze inspanningen hier immers compleet zinloos geweest! Het staat namelijk vast dat ook de aardbol waarop we leven, met zekerheid zal vergaan. Want ten laatste wanneer onze zon over een paar miljard jaren zal opgebrand zijn, dan is al het leven op deze planeet onmogelijk geworden, en zal de mens dus samen met al de andere soorten gewoon uitsterven! Maar dat zou ook wel eens veel eerder kunnen gebeuren, want ook de dinosaurussen bijvoorbeeld, hebben ooit over deze aarde geregeerd, en hebben het uiteindelijk moeten afleggen tegen de overweldigende kracht van de natuurelementen. De inspanningen van de mensheid zullen dus volledig verloren zijn gegaan, wanneer dit alles plaatsvindt. 
    “Tegen die tijd zal de mens allang zijn uitgeweken naar een andere planeet” hoor ik u zeggen. Dat is mogelijk, maar dan dient u ook dit nog te weten: ook het heelal zelf, met al zijn prachtige sterrenclusters en misschien nog miljoenen andere bewoonbare planeten, zal uiteindelijk moeten verdwijnen. Er zijn volgens de wetenschappers immers maar twee oplossingen mogelijk: ofwel blijft het heelal steeds verder uitdijen onder invloed van de grote ontploffing die aan haar oorsprong lag, en zullen alle sterrenstelsels zich dus steeds meer en meer van elkaar verwijderen. Dit betekent dat we dan uiteindelijk een koud heelal tegemoet gaan, waarin alle materie zal bevriezen tot het absolute nulpunt (-270 graden Celsius). Ofwel krimpt het heelal weer in elkaar onder invloed van de zwaartekracht, en zal alle materie weer bij elkaar komen, nu samengeperst in één reusachtig zwart gat waaruit niets meer kan ontsnappen. ( Een zwart gat is zoiets als al de materie van onze zon, met al haar planeten, samengeperst tot de grootte van een voetbal.) 
    U ziet het, in beide gevallen is het fysieke leven in gans het universum gedoemd tot uitsterven. Ooit was er geen materieleven in dit universum, en ooit zal dit opnieuw zo zijn! Dat is een vaststaand feit! Indien we dus enkel maar naar materie kijken, dan is er voor geen enkele bewoner van het heelal een blijvende toekomst weggelegd. 
    Besef dan ook dat in deze eeuw nog, al de kennis en wijsheid die uzelf vergaard hebt, volledig zal verdwenen zijn. Weinig mensen leven namelijk langer dan honderd jaren! Van al uw inspanningen zal dus helemaal niets meer overblijven! De mensheid zelf, zal steeds maar blijven evolueren, ook wanneer wij er niet meer zijn. Maar toch zal ook dit slechts beperkt in de tijd kunnen geschieden. Want wanneer het universum zijn einde tegemoet snelt, zal al onze gemeenschappelijke kennis en onze gezamenlijke evolutie hier helemaal voor niets zijn geweest. 
    Alleen al om deze reden weet u dat het onmogelijk is dat het leven stopt na de dood van lichaam en materie. Waarom zou het leven anders ontstaan zijn, als er daarna geen enkele zin meer voor bestaat? 
    De evolutie van de vele levensvormen waarvan wij mensen deel uitmaken, is totaal zinloos als ze ooit onderbroken wordt. Er moet dan ook een duidelijke zingeving of een zeer welbepaald doel bestaan voor dit leven, want anders zou het leven gewoon nooit een aanvang hebben genomen. Iets wat niet gewild wordt, ontstaat niet uit zichzelf! Om iets te maken, moet daar namelijk ook een wil toe bestaan!

    Een andere aanwijzing die we meestal in de wind slaan, zijn de talrijke gevallen van bijna-dood ervaringen! Vele mensen die op het randje van de dood hebben gestaan, getuigen dat ze op dat moment uit hun lichaam waren uitgetreden, en dat ze zichzelf en al de andere lichamen konden zien, in de operatiezaal of op de plaats waar ze een ongeluk hadden gekregen. Een tweede lichaam kwam toen los uit hun materielichaam, en stelde hen in staat om vrij rond te zweven boven de aarde, en om zonder hinder van de materie overal naartoe te gaan. Dit is een overduidelijk bewijs dat het eigenlijke leven niet in de materie kan teruggevonden worden! Want alle materie gaat immers maar voor een beperkte tijd mee, vooraleer ze weer vervalt in haar basiscomponenten.

    In ons lichaam zit er dus nog een ander lichaam verborgen dat veel fijner en lichter is dan datgene wat we nu kunnen zien! Dit fijnstoffelijke lichaam komt dus vrij op het moment dat we afscheid nemen van dit aardse leven, of ook wanneer we door ziekte of ongeval op het randje van leven en dood balanceren. 
    Ik heb dit tweede lichaam “het gedachtenlichaam” genoemd! 
    Het gedachtenlichaam is dus een gedachtenvorm die u hebt aangenomen, om in de materie (het gewone lichaam dat u kan zien), een aantal ervaringen komen op te doen.  
    Over dit tweede verborgen lichaam in ons, gaat uiteindelijk gans dit boek. Want het onbekende gedachtenlichaam is de sleutel die alle deuren van de kennis over leven en dood kan openen! Het is een “passe-partout” die ons toegang verschaft tot alle dimensies van dit heelal. En waarom ik deze naam juist zo gekozen heb, zal u algauw duidelijk worden in de volgende hoofdstukken van dit boek.

    Er bestaan zeker en vast nog veel meer bewijzen voor het bestaan van dit voor ons onbekende lichaam. Deze bewijzen worden ons geleverd door onder andere de sjamanen, of de vele andere mensen die zomaar, wanneer ze het zelf willen of beslissen, uit hun materielichaam kunnen uittreden. Deze mensen zijn dus in staat om hun gedachtenlichaam los te koppelen, of tijdelijk te laten ontsnappen uit hun aardse lichaam. Zij kunnen dus met hun gedachtenlichaam op eigen houtje op stap gaan! 
    Wanneer ze dit doen, hebben ze de mogelijkheid om met hun gedachtenlichaam onbeperkt te reizen in ruimte en tijd! Ze denken bijvoorbeeld: “ik wil mijn zuster in Duitsland zien”, en voilà, daar zijn ze al bij hun zuster aanbeland. Zijzelf zijn echter onzichtbaar voor de andere aardbewoners, vanwege de fijnstoffelijke aard van het lichaam waarmee ze reizen. Of ze willen misschien de maan eens van dichtbij kunnen zien, en stellen onmiddellijk vast dat ze er juist boven zweven! Hun gedachten bepalen dus gewoon waar ze zijn, wanneer ze daar maar willen zijn! 
    Het bewustzijn en de wil zit dus duidelijk in het gedachtenlichaam, en niet in het materielichaam. Dat wordt immers gewoon achtergelaten in een soort van rust, maar moet toch nog steeds met het gedachtenlichaam verbonden blijven, omdat het anders levenloos zou worden, en ook de vitale functies zoals ademen en het kloppen van het hart zouden stilvallen. 
    Deze verbinding is dan meestal visueel te zien door het “zilveren koord” waarover je zoveel hoort spreken. Dit koord is de schakel die toelaat om toch uit het lichaam te kunnen treden, zonder dat het moet afsterven. We kunnen dus gerust stellen dat ons eigenlijke leven zich niet in het lichaam van vlees en bloed afspeelt, maar dat het ons gedachtenlichaam is (dat weliswaar dezelfde vorm van ons materielichaam heeft aangenomen) dat alles bepaalt wat er met dat vleselijke lichaam moet gebeuren.

    Aan deze verhalen wordt echter door niemand geloof gehecht, alhoewel er duidelijk heel veel getuigenissen over bestaan. Het eigenlijke leven zit dus niet in het materielichaam, want het bewustzijn gaat verder in het “gedachtenlichaam”, ook nadat het materielichaam is verdwenen. 
    We mogen deze nooit bewezen feiten uit het leven dan ook niet zomaar naast ons neerleggen, want ze vormen uiteindelijk de enige informatie die we hebben over de andere kant van ons bestaan. En alhoewel er duidelijk geen harde bewijzen voor te vinden zijn, tenzij je het zelf kan toepassen natuurlijk, mogen deze getuigenissen ons dus zeker niet onverschillig laten. Het zou maar al te gemakkelijk zijn om dit allemaal als fantasie of een nevenwerking van ons brein van de hand te wijzen. Des te meer omdat ze het enige houvast vormen dat we hebben, om ons te beraden over de mogelijkheden van het leven na de dood.

    De critici vergeten echter één ding: indien de getuigenissen niet waar zijn, en het ons brein is dat ons dit allemaal wijsmaakt, zou het dan ook niet mogelijk zijn dat het brein ons op dit moment ook dit dagelijkse leven voorliegt? 
    Is de ene waarheid juister dan de andere, als ze door de twee partijen als “echt” wordt ervaren? Moet iets door iedereen als hetzelfde worden ervaren, om een echte realiteit te zijn? Misschien zijn zij die iets anders ervaren wel al op een of ander gebied verder geëvolueerd dan de gemiddelde sterveling! Of misschien hebben zij misschien ooit de wens geuit om te kunnen kennismaken met de verborgen gebieden van het leven! 
    Maar mocht iedereen nu eens de instelling hebben van: “wat zij kunnen, dat zal ik dan ook wel kunnen aanleren zeker”, dan zouden mettertijd veel meer mensen hiervan getuigenis kunnen afleggen, en zou de bewijslast overduidelijk in de richting van een leven na de dood kunnen uitslaan. 
    Maar omdat het bovennatuurlijke nu eenmaal iets is wat je niet louter met je verstand kan aanleren, maar veeleer moet leren aanvoelen, hechten we er totaal geen geloof aan, of houden we er ons niet echt mee bezig. Daardoor worden deze getuigenissen in een vergeethoekje gestopt, en gaat heel veel van de kennis aan onze neus voorbij. 
    Vanaf nu zal daar echter voorgoed verandering in komen, want na het lezen van deze tekst zal u al deze fenomenen ook hun werkelijke plaats kunnen geven in het leven!

    We mogen ondertussen ook het feit niet vergeten dat er vele verhalen bestaan over geesten en entiteiten, die zich aan sommige mensen laten zien. We lachen er misschien wel eens mee, maar dit moet vast en zeker een serieuze aanwijzing zijn! Al deze verschijningsvormen komen immers steeds op hetzelfde gegeven neer: geesten, dat zijn gewoon de gedachtenlichamen van onze overledenen, die zich om een of andere reden aan ons nog willen laten zien, of ons nog iets willen meedelen. Het zijn de entiteiten die door de werking van hun eigen gedachten zijn blijven hangen rond de aarde. Na hun overlijden konden deze gedachtenlichamen iets wat hun hier op aarde dierbaar was nog steeds niet achterlaten, en daardoor blijven ze er dus maar eindeloos rond zweven, ook al heeft dit nu geen enkel nut meer. De mensen echter die met zulke ervaringen te maken hebben, of die dergelijke dingen al gezien hebben, zijn er uiteindelijk niets mee gebaat om hun verhaal aan anderen te vertellen. Ze riskeren immers om uitgelachen te worden, of zelfs voor gek verklaard te worden, omdat ze dingen aanhalen die niemand anders ooit heeft gezien. Nochtans zijn deze gedachtenlichamen al vele keren waargenomen, en zelfs gefilmd in musea, waar permanente camerabewaking aanwezig was.

    U merkt het wellicht al, ook ons gedachtelichaam heeft vele mogelijkheden van ontplooiing, en later zullen we dit dan ook wat meer gaan uitdiepen.

    Het is nu overduidelijk dat het leven verder gaat, ook na onze dood! U kunt misschien nog steeds beweren dat dit allemaal flauwekul is, maar in dat geval blijft er voor u niets anders over dan één grote leegte! Wat u ook doet in dit leven, het zal allemaal zinloos zijn geweest. U dobbert maar wat rond, en zult uiteindelijk niets geleerd of bereikt hebben, want u negeert alle signalen die het leven u geeft over méér. Het zal u dan ook niet lukken om dit leven met al zijn tegenstellingen, samen met de dood te kunnen begrijpen. Want op het ogenblik van uw dood zal alles weer verdwenen zijn. Misschien denken uw kinderen ooit nog eens aan u, en heel misschien ook uw kleinkinderen, maar daarna is er niets meer! U kan dus gerust nu stoppen met verder lezen, want het heeft voor u geen enkele zin om nog verdere inspanningen te doen. Wat u wilt, dat zal u (tijdelijk) ook krijgen, want dat is nu eenmaal een natuurwet in dit heelal! Het oneindige “niets” zal dus na dit leven uw deel zijn, juist omdat u dat hebt gewild. Hoelang zal je dat kunnen volhouden, denk je?

    “Dat hoeft ook niet”, zegt u. “Er is na dit leven inderdaad niets meer, en dus moeten we er nu maar eens goed van profiteren”! Wie zo praat geeft eigenlijk aan zichzelf een vrijgeleide om hier alleen dat te doen waar hij zin in heeft. Voor deze mensen gaat het eigenbelang duidelijk voor, en ze zullen dus niet aarzelen om alleen aan zichzelf te denken, en daardoor aan de anderen leed te veroorzaken. (Dat is wat zij ondertussen maar al te graag vergeten.) 
    Hun standpunt is echter zeer kortzichtig, want ze houden er dan totaal geen rekening mee dat er hier wel mensen op deze aarde bestaan die anders denken dan zij, en die dus wel een geweten hebben waar ze naar handelen. 
    En diegenen die wel een geweten hebben, kunnen niet anders dan, juist vanwege hun geweten, rekening te houden met de medemens, wat dan op zijn beurt weer niet kan samengaan met “ongebreideld van dit leven te genieten”. 
    Het feit dat er dus mensen bestaan met en zonder een geweten, is opnieuw een bewijs dat degenen die niet geloven in een leven na de dood, ongelijk hebben! Zij kiezen een waarheid voor zich alleen, maar zien niet in dat de anderen daar niet in passen. Hierdoor kan hun waarheid dus nooit een echte waarheid zijn. 
    Ik geef toe dat elk van die dingen afzonderlijk, allemaal met gemakkelijke argumenten te weerleggen zijn, maar het grote aantal getuigenissen en de verscheidenheid van de fenomenen zou bij ieder weldenkend mens toch een belletje moeten doen rinkelen! Er is wel degelijk meer aan de hand dan hetgeen we nu voor waar willen houden. Het is zelfs dwaas om dit alles zomaar als fantasie van tafel te vegen.

    Indien u dan de aanwijzingen die het leven zelf ons geeft wel wilt aanvaarden en erkennen, dan ligt er nog een ganse weg voor u open. U zal merken dat deze kleine aanwijzingen, die bijna niemand een zinvolle plaats kan geven, de sleutel vormen voor de kennis over de ultieme waarheid van dit leven.

    En alhoewel het nog niet wetenschappelijk bewezen is, en dat zal het misschien ook nooit zijn, is het antwoord dus voluit: ja, er is leven na de dood!  Bovendien zijn er, zoals u verder zult zien, nog talloze andere fenomenen die in deze richting wijzen, en die een leven na de dood dan ook “meer dan waarschijnlijk” maken. Deze zal u gaandeweg in dit boek ontdekken.

    We maken op dit moment gebruik van een techniek die ook de wetenschappers heel vaak toepassen, want we gebruiken namelijk “de veronderstelling” als ons beginpunt van de bewijsvoering, om te zien of al de rest wel klopt. We gaan er dus vanuit dat de vele aanwijzingen wel iets te betekenen hebben, en veronderstellen dat er wel degelijk een leven na de dood moet zijn. Met deze veronderstelling in de hand nu, kunnen we nagaan of alles ook netjes in zijn plooi kan worden gelegd, en of al de andere fenomenen die we hier op aarde aantreffen, in deze theorie in te passen zijn.



 

Foto's

photo photo photo photo