Jezus en geld

    Geld is onze nieuwe god geworden.
    De maatschappij heeft voor ons een situatie gecreëerd
    waarin geld onmisbaar is geworden.
    Jezus denkt er echter anders over.

     

     36  Jezus zei: Maak je geen zorgen van de ochtend tot de avond en van de avond tot de morgen over hoe je je zult kleden.

    41  Jezus zei: Aan wie heeft, zal gegeven worden, en van hem die niet heeft, zal het weinige dat hij heeft, afgenomen worden.

    72  Iemand zei tot hem: Spreek tot mijn broeders opdat zij de bezittingen van mijn vader met mij delen.
    Hij zei tot hem: O mens, wie heeft mij tot verdeler gemaakt?
    Hij wendde zich tot zijn leerlingen en zei tot hen: Ik ben toch geen verdeler?

    78  Jezus zei: Waarom zijn jullie naar de open vlakte gekomen? Om een riet te zien, bewegend in de wind? En om een man te zien in kostbare kleren zoals jullie koningen en machtigen? Zij hebben kostbare kleren aan en zij kunnen de waarheid niet kennen.

    64  Jezus zei: Een man had gasten en toen hij het diner had voorbereid, zond hij zijn dienaar om de gasten uit te nodigen. Hij ging naar de eerste. Hij zei tot hem: Mijn heer nodigt u uit. Hij antwoordde: Ik heb geld voor enkele kooplieden. Zij komen vanavond naar me toe. Ik zal dingen bij hen bestellen. Ik verontschuldig mij voor het diner. Hij ging naar een ander en zei tot hem: Mijn heer nodigt u uit. Hij antwoordde hem: Ik heb een huis gekocht en zij vragen een dag tijd van mij, ik zal geen tijd hebben. Hij kwam bij een volgende. Hij zei tot hem: Mijn heer nodigt u uit. Hij antwoordde hem: Mijn vriend gaat trouwen en ik, die de maaltijd zal toebereiden, kan niet komen. Ik verontschuldig me voor het diner. Hij ging naar een volgende en zei: Mijn heer nodigt u uit. Hij antwoordde hem: Ik heb een landgoed gekocht, ik moet de pacht ophalen. Ik kan niet komen, ik verontschuldig mij. De dienaar keerde terug en sprak tot zijn heer: Zij, die u uitgenodigd had voor de maaltijd, hebben zich verontschuldigd. De heer zei tot zijn dienaar: Ga naar buiten de straat op. Breng allen die je aantreft mee om te dineren. Handelaren en kooplieden zullen de plaatsen van mijn Vader niet betreden.

    81  Jezus zei: Laat hem die rijk geworden is, koning worden en laat hem die kracht heeft er afstand van doen.

    95  [Jezus zei:] Als jullie geld hebben, leen het dan niet uit tegen rente, maar geef [het] aan hem van wie jullie het niet terugkrijgen.

    100  Ze toonden Jezus een goudstuk en zeiden tot hem: De mannen van Caesar vragen belasting van ons.
    Hij zei tot hen: Geef wat van Caesar is aan Caesar, geef wat van God is aan God en wat van mij is, geef dat aan mij.

    110  Jezus zei: Wie de wereld heeft gevonden en rijk is geworden, laat hem afzien van de wereld.

    48  Jezus zei: Wanneer er twee vrede sluiten in dit ene huis, dan zullen ze tot de berg zeggen: ‘Verplaats u', en hij zal zich verplaatsen.
    106  Jezus zei: Wanneer jullie de twee één maken, zullen jullie mensenzonen worden, en als jullie zeggen: ‘Berg, verplaats je', zal hij zich verplaatsen.

    97   Jezus zei: Het Koninkrijk van de Vader is vergelijkbaar met een vrouw die een kruik droeg, gevuld met meel. Terwijl ze over de weg liep, ver van huis, brak het oor van de kruik. Het meel ledigde zichzelf achter haar op de weg. Ze merkte het niet op, ze was zich van geen ongeluk bewust. Toen ze haar huis bereikte, zette ze de kruik neer en ontdekte dat hij leeg was.

    Hier gaan we dan!

    De eerste negen uitspraken in deze reeks, geven de mening weer van Jezus over geld, bezittingen, macht en aanzien, of materiële bekommernissen in het algemeen. De twee volgende uitspraken tonen aan dat Jezus weet had van de mogelijkheden die ontstaan, eens je bereid bent om de echte weg van God te volgen. En de laatste uitspraak laat ons dan zien hoe we het allemaal moeten aanpakken, en hoe het ook in deze wereld kan gerealiseerd worden.

    Jezus is heel duidelijk over geld en bezittingen:
    ’Bekommer je er niet om, want het belemmert je weg naar God!’

    Natuurlijk is dit voor ons westerlingen totaal onbegrijpelijk. Wij kunnen ons geen leven zonder geld of bezit meer voorstellen, want de ganse structuur van de maatschappij is er volledig op gefundeerd. Zonder geld kom je nergens meer, en krijg je niets meer gedaan, in deze wereld die volledig op egoïsme en angst is opgebouwd.

    Maar Jezus ziet ook de grote nood die er bij al die bezitterige mensen aanwezig is. Hij ziet hun hunkering naar liefde, echte liefde! Naar eenheid en samenzijn! Hij ziet dat ze gebukt gaan onder de grote last van al die materie, en hij ziet dat ze die last zelf, tot hun god hebben gemaakt. 
    Kan daar dan iets anders dan pijn uit voortvloeien? 
    Iedereen heeft immers de verkeerde dingen belangrijk gemaakt in zijn leven!

    Wie naar God wil, mag echter de structuren van deze wereld niet meer als de zijne beschouwen! Het zijn immers allemaal structuren die opgebouwd zijn door de mensen zelf. Ze zijn gemaakt door onwetende mensen die van het Koninkrijk van God nog nooit hebben gehoord, laat staan dat ze er zich ooit op toegelegd hebben. Het zijn structuren die opgebouwd zijn om de bezitsdrang te verhogen, en om je geluk te laten afhangen van de mate waarin je bepaalde stukjes materie tot de jouwe mag rekenen.
    ’Veel geluk ermee!’
    Jezus had weet van een veel betere vorm van geluk. Het is een vorm waarvoor je helemaal niets hoeft te doen, die zelfs in onbeperkte mate aanwezig is, en die voor iedereen toegankelijk is. Jezus had weet van de wereld van God! De wereld waarin louter ‘liefde als idee’ bestaat, zonder allerlei vormen die de plaats van ‘de liefde zelf’ willen innemen. En in die wereld hoef je helemaal niets te doen, behalve gelukkig zijn, en dat te delen met al de anderen. Want al je noden worden geledigd nog voor ze kunnen ontstaan, omdat die liefde er juist uit bestaat dat ‘iedereen alles aan iedereen geeft’.
    Met materie kan je zoiets niet doen. Alles aan iedereen geven is onmogelijk in materie, want wat je daar weggeeft ben je zelf meteen ook kwijt. Maar een idee, in een wereld van enkel ideeën, kan met iedereen gedeeld worden zonder dat je het daardoor kwijtraakt of zonder dat het gehalveerd wordt. Integendeel zelfs, wanneer je de gedachte van liefde deelt met anderen, heb je ze juist vermenigvuldigd in plaats van gehalveerd. Een idee, een gedachte kan je dus doorgeven zonder dat je er zelf verlies door lijdt. En dat kan je met niets anders doen dan met gedachten! Alleen een idee kan gedeeld worden, waardoor het niet gehalveerd maar juist verdubbeld wordt!

    Wanneer jij dan besluit om de weg in te gaan, dan voegen de krachten van God zich onmiddellijk aan je zijde. Die krachten zijn er altijd en voor iedereen, maar jij kan ze wel tegenwerken met je eigen gave van gedachtekracht en vrije wil. Ze zullen dan voor jou niet zichtbaar worden. En in eerste instantie moet je denkwereld van een heleboel verkeerde gedachten worden ontdaan, vergeet dat niet. Ook over bezit en geld zitten je gedachten helemaal fout, want jij gebruikt die dingen om voor jezelf zekerheid op te bouwen, ten koste van de andere bewoners op deze planeet. En dat wil God niet!
    Bekommer je dan ook niet meer om wat je zal aantrekken, of waar je zal wonen. Want wanneer je daar angstig om bent, dan moet je wel gaan strijden met je medemensen, en dan zit je gewoon opnieuw in het schuitje van de maatschappij en de wereld. God voorziet in een andere mogelijkheid. En die mogelijkheid is wel degelijk op enig vertrouwen aangewezen. ‘Ik zal jullie alles geven wat je nodig hebt,’ zegt God. 
    Wie dus de weg begint te gaan, erkent dat hij niet meer zelf voor zijn onderhoud en bescherming moet instaan, maar dat God zelf die taak op hem zal nemen. Dit is de juiste instelling van je gedachten om verder te gaan. God zal je beschermen en voor je lichaam zorgen. Die zorg moet jij niet meer op je nemen, want anders blijft je aandacht op armoede en gebrek gericht, en kan je nooit vertrouwen krijgen in de kracht van de geest.
    De aandacht van ons bewustzijn moet dus duidelijk verschuiven van het materiële naar het geestelijke. 
    De mate waarin je dus bereid bent om steeds verder te gaan op de weg van ‘liefde voor iedereen’, en daar ook vertrouwen in hebt, wel, in die mate zullen de krachten zich voor jou ook openbaren. En op dat moment kan je dus heel gerust afstand doen van al de structuren die de mensheid heeft opgebouwd om haar eigen bange wereld in stand te houden, en kan je dan ook met een gerust hart kiezen om je te laten leiden door de Heilige Geest die speciaal daarvoor door God is aangesteld. Laat gerust op ieder moment alles aan hem over, want hij weet hoe hij jou kan geven wat je nodig hebt, zonder dat het een last voor je wordt.

    ‘Geef aan Caesar wat aan Caesar toekomt!’

    Het moet als het ware een mantra voor je worden, een gedachte die de ganse dag bij je is. Want dat is de enige juiste manier om over bezit te denken. Laat het waar het is, jij hebt het niet meer nodig, en bekommer je niet meer over om het even welke zorg daar ook uit voortvloeit. Want wanneer je om bezit bekommerd bent, dan blijf je in het wereldse denkpatroon van behoefte vasthangen, en de wereld biedt geen oplossing. Wanneer je echter je bezit gewoon laat staan waar het staat, en je aandacht steeds meer naar het geestelijk vertrouwen in God gaat, dan zal je spoedig merken dat je inderdaad al dat materieel gedoe niet meer nodig hebt om gelukkig te zijn, en in het begin zal je met heel kleine dingen merken dat je wel degelijk altijd hebt wat je nodig hebt. Zaak is echter om je steeds meer en meer op de weg te richten, en zo dus ook steeds minder en minder bezit nodig te hebben.

    Dit proces zal zich volledig vanzelf voltrekken, zoals de laatste uitspraak weergeeft. De kruik met zorgen zal zich geleidelijk aan ledigen, en alles waarvan je dacht dat het levensnoodzakelijk was, geld, bezit, pensioensparen, een huis, een ziekteverzekering… Het zal allemaal uit je bewustzijn verdwijnen, en je zal op een gans andere manier tegen het leven beginnen aan te kijken. Gedurende gans die weg is er geen enkel verlies, want datgene wat jij waardevol vond wordt gewoon voor datgene wat bij God waardevol is ingeruild, waardoor je nooit zal merken dat je iets kwijt aan het raken bent.
    Je bezittingen hoef je niet weg te geven, of in een keer alles aan de armen te schenken. Indien je daar na een ganse evolutie en leerproces van enkele jaren toe bereid bent, dan mag je dat gerust doen, maar het hoeft helemaal niet. De waarheid over bezit is: laat het gewoon staan waar het staat, want je kunt er niets mee aanvangen.

    Waarom zou je dan nog bang zijn om zonder geld of bezit te moeten verder leven? Alles wat je nodig hebt zal steeds voor jou voorhanden zijn, en zal bij jou komen op het moment dat je het nodig hebt. Waarom moet je dan nog bezit hebben, als je de dingen gewoon kan gebruiken voor het doel dat God je geeft. Het is niet meer nodig om zekerheid op te bouwen, want wie naar God gaat krijgt zekerheid van God zelf. Bange gedachten over je pensioen en je toekomst zijn niet nodig, want God zal waken dat jij nooit iets tekort hebt. Als je maar zijn weg volgt! En zijn weg, dat is volgen wat de anderen je voorleggen. Het is niet meer zelf beslissingen nemen, en daardoor je ego achterlaten. En dus moet je ook niet meer zelf beslissen wat je moet aantrekken, of waar je moet wonen, want de ego’s van de anderen zullen dat allemaal beslissen voor jou.
    Wij wilden niets meer met God te maken hebben, maar wij beseften niet dat het juist die hoogste liefde was die ons al de bescherming bood die we allemaal zo nodig hebben. En God wil zo graag dat we ons zijn bescherming en zijn vaderschap opnieuw herinneren! Want wie zichzelf onder de hoede van onze schepper plaatst, wordt door hem volledig beschermd en van alles voorzien wat hij denkt nodig te hebben. Hoe groter je kennis en vertrouwen wordt, hoe meer je zijn bescherming ook weer zal kunnen zien. Want de bescherming is er al! Zij is er altijd geweest, en is nooit gestopt!

    Jezus kon dus gemakkelijk zeggen tegen de man die om rechtvaardigheid kwam vragen voor het verdelen van het ouderlijk geld met zijn broeders: ‘Wie heeft mij tot verdeler gemaakt, ik ben toch geen verdeler!’
    De boodschap van Jezus is hier heel duidelijk:
    Als je waarde hecht aan geld, dan zal het geld jou ongelukkig maken! Doe al die gedachten over dat geld gewoon weg, want dan zal je er ook geen last meer van hebben, en zal je dus helemaal niets moeten verdelen. Want geld verdelen betekent ‘elk een beetje geven’, terwijl de weg van God eruit bestaat om ‘alles aan iedereen’ te geven. Met geld is dat niet mogelijk, en dus kan je langs de weg van geld dan ook nooit het geluk bereiken!
    Maar de woorden gaan nog veel dieper, want wat Jezus hier zegt gaat niet enkel over geld, maar over alles wat je hier op aarde met je ogen kan zien, of met je zintuigen kan waarnemen. Tot je eigen lichaam aan toe!

    Tracht de diepgang van deze woorden te vatten. Jezus zegt niet ‘geld maakt gelukkig’ of ‘geld maakt ongelukkig’. Neen, Jezus zegt juist dat geld en bezit volledig zonder belang zijn voor wie naar huis terug wil. Het zijn middelen door de mens gemaakt, maar ze zijn van geen tel wanneer je het bestaan begint af te wegen tegenover een veel grotere realiteit. En de weg naar God zal je leren hoe je er een neutrale kijk kan over bekomen, zonder dat je er nog afhankelijk van bent. Dat wil niet zeggen dat je het niet meer zal gebruiken, maar wel dat het onbelangrijk voor je zal zijn wanneer en waar je het gebruikt, voor wat dan ook. Geld of materieel bezit heeft met de weg naar God niets te maken, maar kan wel voor jou in de weg zitten omdat je blijft denken dat het belangrijk is.
    Wie dus de weg bewandelt zal heel gauw leren dat je in feite geen geld of materieel bezit kan delen of tot tevredenheid kan wegschenken, want je geeft dan iets weg wat geen waarde heeft. Waardoor diegene die het gekregen heeft op het verkeerde spoor wordt gezet, en dus nog meer geld en bezit zal wensen voor zichzelf. Het enige wat je echt kan geven is God, een ogenblik van ‘niet oordelen’, een ogenblik van stilte, zodat God het tekort in het bewustzijn van de ander en in dat van jezelf kan wegnemen.

    Het is dus of geld...  of God! 
    Een van beiden kan je God zijn, maar nooit beiden tegelijk! 
    Want de liefde kan niet komen bij iemand, waar een andere god zijn plaats heeft ingenomen. God is liefde, en vecht dus niet tegen die andere god. Hij wacht gewoon tot de denker weer inziet dat hij voor het verkeerde denken heeft gekozen, om hem daarna opnieuw alle liefde toe te sturen. Zo eerbiedigt Hij onze vrije wil en gedachtekracht, die Hij ons allemaal zelf cadeau heeft gedaan.
    Wie dus rijk is geworden in de wereld van bezit, laat hem afstand doen van zijn bezit, niet door het weg te geven, maar door het te laten liggen, en zo de enige rijkdom verwerven die echte tevredenheid geeft: de rijkdom van te weten dat je helemaal niets nodig hebt, maar dat je alles al hebt als je weer voor God kiest!

    41  Jezus zei: Aan wie heeft, zal gegeven worden, en van hem die niet heeft, zal het weinige dat hij heeft, afgenomen worden.

    Dit zinnetje is duidelijk niet van toepassing op materieel bezit. Het is wel van toepassing op liefde en vertrouwen, en bereidheid om de weg te volgen. Want wie vertrouwen en bereidheid om te volgen heeft, die zal ondervinden dat hij steeds meer zekerheid krijgt, waarvoor hij helemaal niets hoeft te doen. De dingen gaan gewoon verder hun gang, en het gewone leven blijft doorgaan, alleen zit jij nu niet meer dagelijks te tobben over een heleboel zorgen die je anders wel zou hebben. Al die zorgen en bekommernissen liggen in handen van God nu, en Hij zorgt ervoor dat aan alles voldaan wordt.
    Maar wie geen vertrouwen heeft, en wie niet bereid is om te volgen kan niet anders dan de wetten van deze wereld te ondergaan, en zal dus met zorgen beladen blijven, en er uiteindelijk ook aan ten onder gaan. Nog niemand heeft op de wereldse manier weten te ontsnappen aan de aftakeling van het lichaam, aan ziekte en dood, aan aardbeving of tsunami. En wie dus geen vertrouwen ontwikkeld heeft, zal daar dan ook aan ten onder gaan.

    En we hebben allemaal wel onze redenen waarom we niet met de echte weg zouden beginnen. Maar al die redenen zoals een huis kopen, land bewerken, pacht ophalen, een trouwpartij, zaken doen, houden onze aandacht weg van het echte werk. Het zijn uitvluchten omdat we bang zijn dat God ons alles zal afnemen, eens we ons aan hem overgeleverd hebben. We denken op die manier nog steeds dat we voor onszelf kunnen zorgen, en dat we maar beter een pensioentje kunnen bijeensparen voor de oude dag. Maar de oude dag zal hoe dan ook komen, en na de oude dag komt de dood. En wat ben je dan, als je weet dat je na de dood weer verdergaat met het bewustzijn tot waar je gekomen was?

    De grootste rijkdom is dan ook dat degene die rijkdom heeft in de wereld, inziet dat het tot niets leidt, en dat hij de kracht vindt om zich van zijn rijkdom onafhankelijk te maken, en voor de echte rijkdom van de geest kiest. Neem daarvoor maar gerust de Boeddha als je grote voorbeeld, want hij liet een gans koninkrijk en zelfs de troon aan zich voorbijgaan, alleen maar om naar de waarheid over het leven op zoek te gaan.

    Want wanneer je de weg volgt, en vertrouwen opbouwt, dan zal niets je nog in de weg staan om je doel te bereiken. De middelen die je nu ter beschikking staan zijn van een gans andere orde dan de middelen van deze wereld. Niets kan je nog tegenhouden, eens je de juiste instelling van je gedachten gevonden hebt, en je weer aansluiting hebt gemaakt bij de liefde die je eens hebt achtergelaten. Zelfs wonderen staan tot uw beschikking, als je alles maar onder de leiding van God zelf laat plaatsvinden.

     



 

Foto's

photo photo photo photo