Leven in kracht

    Leven in kracht, of leven in armoede?

    Wanneer u eens werkelijk naar de wereld kijkt, dan zal u heel duidelijk zien dat het lichaam voor ons een grote bron van armoede is. En dan heb ik het niet alleen over de sukkelaars, de armen of de zieken, maar dan heb ik het wel degelijk over iedereen die zich met het lichaam vereenzelvigt! Daarbij horen ook u en ik, ook onze allergrootste sportmannen en modellen, en zelfs de onmetelijk rijken wat betreft materiële goederen en geld.
    Het doet er niet toe in dit leven hoeveel welstand je bezit, of hoeveel geld je op je bankrekening hebt staan, want voor iedereen geldt altijd weer deze éne regel: Het is nooit genoeg, en je bent nooit helemaal zeker!
    Dit is duidelijk een leven in armoede waar wij voor gekozen hebben! De rijken zijn nooit verzadigd, omdat ze natuurlijk nooit zekerheid vinden met de materiële dingen die ze nastreven, en daarom gaan ze door met steeds meer en meer voor zichzelf te verzamelen. Hierdoor ontnemen ze de kans aan miljoenen anderen om aan honger en ziekte te ontsnappen, waardoor hun moeilijk verworven rijkdom zich uiteindelijk tegen hen zal keren.
    Het lichaam is niet in staat om ook maar één van onze behoeften voor altijd op te lossen, en daardoor zullen we altijd in geestelijke armoede en angst blijven leven, ook al hebben we miljoenen euro’s op onze bankrekening staan! Daardoor blijft het leven ons natuurlijk altijd een stap voor, omdat we weten dat achter iedere hoek de dood kan toeslaan. Dit leven in een lichaam is nooit zonder zorgen, en gaat steeds met angst en armoede gepaard. Er is geen enkele materiële manier om daaraan te ontsnappen. 
    Misschien denken we dat plastische chirurgie de oplossing biedt, of dat een goede levensverzekering enig soelaas kan brengen, maar heel diep in ons hart weten we dat dit slechts lapmiddelen zijn, en dat de glorietijd al heel gauw tot zijn einde komt.

    Je vereenzelvigen met je lichaam, en vechten voor materie is altijd een verloren zaak, en is bovendien de oorzaak van al onze concurrentiestrijd hier op aarde.

    Er is echter naast deze, ook nog een heel andere redenering mogelijk.
    Voor deze redenering is aanvankelijk een kleine vorm van ‘geloof’ nodig, en komen we dus op het terrein van de godsdiensten terecht. Nochtans hoeft dat ‘geloven’ niet echt lang te duren, want als je eens echt goed naar de wereld kijkt, dan zal dat geloven al heel gauw omslaan in ‘zeker weten’.
    Er is nu eenmaal ook de redenering en de weg die bepaalde personen zoals Christus en Boeddha ons hebben aangetoond. Zij hebben de wereld niet eerst bekeken vanuit de zwakke positie van het lichaam, maar zij hebben zich van meet af aan heel anders ingesteld tegenover deze voor ons ‘vijandige omgeving’.
    Zij kozen ervoor om de wereld vanuit ‘kracht’ te bekijken!
    Hoe hebben zij dat gedaan?

    Om ons bestaan vanuit kracht te bekijken, kun je niet echt afhankelijk blijven van de dingen die je om jou heen kunt waarnemen. Wij redeneren steeds dat dit leven alles is wat er te beleven valt, en dat we er hier daarom zoveel mogelijk van moeten profiteren. Want we denken zelfs dat dit leven ons exclusief door God geschonken is! 
    Maar we zien ondertussen helemaal niet in wat een armzalig bestaan dit ‘geschenk van God’ wel is! Zou God werkelijk zulke wansmakelijke geschenken aan zijn kinderen geven? Is God dan zo’n sadist, dat Hij ons een wereld van haat en geweld cadeau doet?
    Jezus en Boeddha hadden zich gerealiseerd dat dit niet zo kon zijn, en wilden daarom deze redeneringen niet meer aanvaarden. Zij gingen op zoek naar een andere waarheid, die hen veel meer te bieden had dan een dagelijks gevecht om welstand en welzijn voor het lichaam.
    En zo kwamen zij terecht in een wereld die niet meer van het lichaam afhankelijk was, maar die zich louter in de gedachtewereld afspeelt!

    We zien hier dus al meteen het antwoord op de vraag die we ons eerder hadden gesteld. 
    In onze huidige denken zijn het de wereld en ons eigen lichaam die erover beslissen hoe wij ons moeten voelen, wat we moeten denken, en welke emoties we allemaal zullen doormaken. Maar in het denken van Jezus en Boeddha wordt dit resoluut van de hand gewezen, en wordt éérst beslist welke emoties belangrijk zijn, om vervolgens daar naar op zoek te gaan in de wereld. De kracht om te beslissen wordt dus weggenomen uit de omstandigheden van het leven, en wordt teruggebracht naar het eigen bewustzijn. Net zoals het voorbeeld van de liedjes op de radio dus, maar dan nu onder volledige controle van het eigen bewustzijn. Jezus en boeddha kozen zélf welke emoties ze wilden ervaren! En dat ze voor liefde, vrijheid en vrede kozen, mag duidelijk zijn.

    Wat heb je allemaal nodig om hier op aarde te kunnen overleven? In ieder openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn zitten er mensen die kunnen getuigen dat je met 100 euro per maand voor voedsel alleen,kan rondkomen! Iedere dag wat brood, en als er wat over is, nog een kleinigheid erbij. Werken kun je met 100 euro per maand niet, dat is waar. Maar is werken en een rijk bestaan opbouwen wel nodig als je het allemaal weer verliest bij de dood?
    In iedere stad lopen er mensen rond die bewijzen dat je wel degelijk kan overleven op straat, zonder ook maar iets van bezittingen te hebben. Het lichaam past zich aan de temperaturen van ons klimaat aan, en een knus en warm huis is misschien wel wenselijk, maar ook niet echt noodzakelijk om je bestaan zin te geven!

    Bedoel ik daarmee dat we nu allemaal als clochards moeten gaan leven? Neen, zeker niet! Armoede kan God niet van je verlangen. Als God liefde is, dan wil Hij zeker niet dat je arm bent. Maar wat ik wel wil zeggen, is dat we allemaal in feite heel rijk zijn wat betreft materiële welstand, en dat het dus ook in onze mogelijkheden ligt om ons daar niet zo afhankelijk van te maken.
    Want dat is juist wat Christus en Boeddha hebben gedaan! Zij hebben gezegd dat ze niet meer afhankelijk wilden zijn van wat deze wereld hen te bieden had, en zij probeerden dus ook niet om hun bestaan nog te verrijken met geld of bezittingen. De evolutie van hun bewustzijn was nu veel belangrijker geworden dan de zorgen van hun materielichaam.
    Zij verklaarden zichzelf vrij! 
    En omdat ze vrijheid zochten en echt wilden, vonden ze die ook in de wereld om hen heen. Denk maar opnieuw aan het verhaal van de blije en trieste liedjes op de radio. Je bent helemaal vrij om op zoek te gaan in de wereld naar wat je wilt, en je zal het bovendien nog heel gauw vinden ook.

    Zij stopten er dus mee om zelf nog wensen te maken voor hun eigen welstand. Zij gaven het ego op door geen eigen wereld meer te willen opbouwen, en door niets meer van hun medemensen te verlangen. Alleen wie verlangens heeft kan immers gekwetst worden. Alleen wie verlangens heeft kan in zijn verlangen ontgoocheld worden. 
    Ze stopten er ook mee om zelf plannen te maken, en gaven zodoende de macht over hun leven weer in handen van God. Ze verzetten zich niet meer tegen het bestaan, en besloten om er gewoon in mee te reizen, zonder oordeel of eigen plan.
    Natuurlijk kan je dit alles alleen maar doen als je er weet van hebt dat die andere wereld, de wereld van God, werkelijk bestaat. Je kan niet zomaar de controle over je bestaan uit handen geven als je er niet zeker van bent dat iemand anders het van jou met de beste bedoelingen zal overnemen.
    En hier is dan ook de enige plaats voor geloof gelegen. Weten dat je niet zelf een wereld hoeft op te bouwen, want dat God er allang voor jou een heeft klaargemaakt, waar het jou aan niets zal ontbreken. Alleen dit geloof maakt het mogelijk om te ontsnappen aan de armoede van denken in ons huidige bestaan.

    Niets van deze wereld hadden ze nu nodig, behalve dan af en toe wat eten of drinken, en wat beschutting tegen het ongure weer. Maar zij waren daarin helemaal niet kieskeurig. Om het even wat, was goed genoeg voor hen. En ondertussen kozen zij heel bewust voor volledige vrijheid van hun eigen bewustzijn.
    Hun lichaam was er nog, dat wisten zij wel. En ze wisten dus ook dat het lichaam wel degelijk een bepaalde basisbehoefte heeft. Maar zij kozen ervoor om die behoeften van het lichaam als bijkomstig te beschouwen, en om zich alleen nog te bekommeren om hun eigen innerlijke vreugde, daar waar de wereld van God gelegen is, namelijk in het eigen bewustzijn!
    Zij verklaarden zich gelukkig. En het maakte hen helemaal niet uit hoeveel welstand ze hadden om aan de behoeftes van hun lichaam te voldoen. 
    Op deze manier konden zij de wereld vanuit kracht bekijken. Ze hadden er immers niets meer van nodig, en dus had de buitenwereld geen macht meer over hen. De wereld kon hun emoties niet meer beïnvloeden, omdat ze er helemaal geen waarde meer aan hechtten. En precies daardoor konden ze zelf kiezen welk doel ze in de wereld zochten, en werd die keuze niet meer bepaald door de vele factoren uit de buitenwereld, die iedere dag weer op ieders gemoed inwerken.
    En als je dan echt niets meer nodig hebt, dan is alles wat naar je toekomt toch overvloed! Of niet soms?

    Vanuit deze instelling bekeken ben jij nu de machtigste man van de wereld geworden. Want je bent van de wereld niet meer afhankelijk voor je geluk, en je bent nu vrij om ongestoord voor een hoger goddelijk doel te kiezen. 
    Maar als klap op de vuurpijl waren we ook God nog vergeten. Want God mengt zich wel degelijk in het toneel, wanneer Hij merkt dat iemand van zijn kinderen de weg naar huis terug is begonnen. Iemand heeft het aangedurfd om de wereld die hij met zijn ogen ziet te negeren, en alleen nog aandacht te schenken aan de vreugde van de onkwetsbare geest. Met alle mogelijke middelen snelt God hem ter hulp nu! Aan niets onbelangrijks mag het hem ontbreken (eten, drinken, kleding, onderdak voor het lichaam), nu hij gekozen heeft om in de echte realiteit van het geluk van het bewustzijn terug te keren.
    Geluk en liefde is waar God voor staat, en geluk en liefde is wat zijn zoon nu kiest. Het zal hem dan ook nooit meer aan iets ontbreken.
    Kracht is waarvoor hij gekozen heeft, en kracht zal hij hebben, ook al is hij momenteel nog aanwezig in de wereld van schaarste.

    We kunnen dus nu een eerdere uitspraak uit het vorige boek wat bijschaven. ‘God moeit zich niet met deze wereld’ is waar, in die zin dat Hij niet zal luisteren naar materiële bekommernissen die jou van Hem weghouden. Die worden enkel en alleen ingevuld door je eigen gedachtekracht. Maar zodra er iemand Zijn hulp inroept, zal Hij die hulp wel beantwoorden door richtingaanwijzers te plaatsen, om naar Hem terug te keren. 
    God moeit zich dus niet met deze wereld, maar is wel heel erg bekommerd om jou! En Hij zal je dan ook tonen hoe je zo snel mogelijk uit je eigen beperkte denken weg kan raken.

     



 

Foto's

photo photo photo photo