Onvoorwaardelijke liefde

    Wat is dan toch die ‘onvoorwaardelijke liefde’?

     

    wat wij ‘liefde’ noemen, doet regelmatig heel hard pijn.
     kan dat dan echte liefde zijn?

     

      Over liefde moet je eens ernstig durven nadenken! Wanneer we om ons heen kijken, dan merken we dat de ene liefde zeker de andere niet is. Soms is ze mooi, dartel en vrolijk, dan weer is ze bezitterig en pijnlijk, en heel dikwijls slaat ze om in haat, en wordt ze de aanzet tot een doodsverbeten strijd.
    Is wat wij liefde noemen wel echte liefde? Kan een lichaam dat volledig alleen, en op zichzelf staat, en dat zovele dingen nodig heeft om zich goed te voelen, in staat zijn om werkelijke liefde toe te passen? Is onze liefde niet altijd een klein beetje geven, en juist heel veel nemen, om aan de noden van ons immer eisende lichaam tegemoet te komen? En ontstaat precies daardoor ook niet iedere ruzie en al de haat waarin ze kan omslaan?
    Hebben wij met andere woorden niet een verkeerd beeld van de liefde gemaakt?

    Wanneer we de twee woorden van dit begrip eens gaan ontleden op hun betekenis, dan vinden we daar allereerst het woord ‘onvoorwaardelijk’. 
    De betekenis hiervan heeft reusachtige gevolgen voor de liefde die ze vertegenwoordigt, want ‘onvoorwaardelijk’ betekent dat je voor je liefde geen enkele voorwaarde meer stelt. Om iemand lief te hebben, moet hij of zij dus niet mooi of intelligent zijn, niet vriendelijk of kalm, niet goed of slecht. Het mag om het even wat zijn, je stelt geen voorwaarden om lief te hebben. Dit kan enkel en alleen een goddelijke liefde zijn, een liefde die geen lichamelijke of materiële dingen belangrijk vindt. Want dat we in de materie allemaal heel kieskeurig geworden zijn, weten we ondertussen maar al te goed. Maar het kan ook geen liefde zijn waarbij je van iemand afhankelijk bent, omdat afhankelijkheid ervoor zorgt dat je gevangen raakt in verkeerde redeneringen en situaties.
    Het is dan ook niet mogelijk om liefde toe te passen op de lichaamsvormen die we hier zien rondlopen. Die vormen getuigen juist allemaal van heel wat angst en geweld, en zijn onze liefde zeker niet waardig. Een liefde zonder voorwaarden kan alleen worden toegepast wanneer aan de vorm wordt voorbij gekeken, en er alleen aandacht wordt besteed aan de hunkering naar liefde die achter de vorm verscholen ligt. De vorm is alleen maar ontstaan vanwege een gezamenlijke verkeerde gedachte, maar het bewustzijn dat in gelijk welke vorm schuilt, heeft maar één doel, en dat is zo snel mogelijk opnieuw de vereniging en de liefde terugvinden die het eens heeft gekend.
    En dat is dan ook de enige echte betekenis van liefde. De betekenis die God eraan gegeven heeft, alleen die dekt de hele lading van het woord. 
    Liefde is altijd onvoorwaardelijk! 
    Let dus heel goed op waar je liefde op toepast. Want hetgeen wij gemaakt hebben, namelijk lichamen en materie, zijn niet voor liefde toegankelijk. Deze dingen zijn juist gemaakt om de liefde voor altijd voor ons te verbergen. En dus moeten wij op zoek naar onze werkelijke identiteit, naar onze echte thuis, om de liefde op toe te passen. Want de identiteit die we hier aangenomen hebben is voor liefde niet ontvankelijk. De identiteit die we hebben in de wereld van God, alleen díe is voor liefde vatbaar.

    Vanaf het ogenblik dat er voorwaarden worden gesteld, is er geen liefde meer. En dus is onvoorwaardelijke liefde de juiste beschrijving voor echte liefde, en is al het andere iets wat wij onszelf alleen maar wijsmaken. 
    We moeten maar eens gaan inzien dat de woorden die we gebruiken en de betekenis die ze waarachtig hebben, niet overeenkomen met de gedevalueerde waarde die wij mensen er mettertijd aan gegeven hebben. 
    Liefde, geluk, godsdienst, huwelijk… Dit zijn woorden voor het hoogste belevingsniveau. Ze kunnen dus alleen in die hoogste betekenis gebruikt worden, en alleen daar echt waarde hebben. De dingen waar wij ze voor gebruiken dienen veeleer met een ander woord omschreven te worden, want wij handelen helemaal niet naar de hoogste inzichten van het universum. 
    Wanneer je inziet dat het woord dat je gebruikt, niet het resultaat geeft dat je beoogt, dan heb je het in een verkeerde context gebruikt. Wat het woord zegt, en wat jij ermee bedoelt, komt niet met elkaar overeen! Je zegt ‘liefde’ tegen je partner, maar je bedoelt in feite ‘ruilhandel’. Jij geeft wat aan mij, hetgeen ik tekort heb, en ik geef wat aan jou, hetgeen jij tekort hebt. We nemen wat van elkaar, en we geven ook zelf wel een klein beetje, maar de strijd gaat er juist om, zo weinig mogelijk te geven, en zoveel mogelijk te nemen.
    En daarom doet onze liefde zoveel pijn. We hebben veel te veel verwachtingen van onze partner. Hij of zij moet onze tekorten aanvullen, of tenminste dezelfde gedachten erop nahouden over bepaalde dingen. En liefst van al mag de aandacht niet al te veel verslappen, en moeten we regelmatig gevoed worden met een of andere speciale vorm van aandacht die we voor onszelf hebben uitgekozen. 
    Wanneer dit allemaal niet meer gebeurt, dan begint het machtsspel in een relatie. Dan wordt er gestreden om het gelijk. De man doet dat op zijn manier, de vrouw trekt het laken naar zich toe op haar manier. Wie zal er eerst toegeven? Wie gaat er eerst buigen voor de ander? 
    Maar degene die buigt zal zich slecht voelen, want de ruzie is misschien wel tijdelijk bijgelegd, maar het meningsverschil blijft voortbestaan. Iemand heeft zijn eisenpakket moeten bijschaven, en heeft dus moeten toegeven. Die toegevingen hebben echter zijn mening niet veranderd, en het verschil tussen de twee blijft dan ook onverminderd voortbestaan. De onenigheid gaat nu ondergronds, en zal zich na verloop van tijd, samen met vele andere frustraties heel geleidelijk opstapelen, tot men zich op een dag realiseert dat men elkaar niet veel meer te bieden heeft. 
    Op dat moment is de schijnliefde voorbij. 
    De illusie is dan doorprikt! 
    Er is immers nooit liefde geweest - hoogstens een afhankelijk zijn van elkaar voor bepaalde zaken - want geen van beiden heeft ooit de ander aanvaard zoals hij is. En dan moet men weer op zoek naar iemand anders, die wel aan al die egoïstische behoeften van het eigen ego kan voldoen.

    Precies door deze feiten kennen we natuurlijk al eeuwenlang al die pijn en alle teleurstelling wanneer het op liefde aankomt. Want we hebben wel de hoogste verwachting ervan, we willen wel het hoogste doel, maar we voldoen zelf helemaal niet aan de voorwaarden daarvoor. We zijn zelf veel te zwak om geen voorwaarden te stellen aan onze partner, en daardoor verandert de betekenis van het woord liefde voor iedereen in ‘ruilhandel’. 
    Onze liefde die wij te geven hebben, hangt steeds af van wat de ander ons te bieden heeft!
    Dit is de oorzaak van al de begripsverwarring op deze wereld.

    Onvoorwaardelijke liefde geven kan dus duidelijk niet gebeuren op het niveau waarop wij over liefde praten. Met lichamen die overal een tekort aan hebben, kan je met liefde geen kant uit. Echte liefde bestaat dan ook op een ander bewustzijnsniveau. Ze is niet toepasbaar in de materiële wereld, maar enkel in de gedachtewereld.
    Want als je naar lichamen en vormen kijkt, dan beoordeel je steeds een aantal van die vormen als zijnde je liefde waard, maar veroordeel je er tegelijkertijd evenveel als zijnde voor jouw liefde onbelangrijk. En zeg nu zelf, moest jij God zijn, zou je dan de ene helft van je kinderen liefhebben, en de andere helft aan zijn lot overlaten?
    En daarom is de weg van God, de weg van het verschuiven van je bewustzijn, weg van de noden van het lichaam, naar de rijkdom van de geest toe. De aandacht wordt verlegd van iets dat steeds zwakte en angst zal teweegbrengen, het lichaam, naar iets dat onkwetsbaar en voor eeuwig alle rijkdom en liefde heeft, de geest.

    Iemand echt onvoorwaardelijk lief hebben, betekent dat je hem volledig aanvaardt zoals hij op dit moment is. Je wilt geen veranderingen aanbrengen in zijn leven, en je wilt ook niet dat die persoon aan al jouw verwachtingen voldoet. Misschien denk je: ‘ja maar, hij is niet perfect. Hij heeft nog zoveel tekortkomingen!’ Maar denk dan eens goed na. Is het niet je eigen zwakheid die nu aan het woord is? Zijn het niet je eigen wensen en gebreken die zich tekort gedaan voelen, wanneer je dat zegt? En ben je dan geen verbintenis met elkaar aangegaan op een andere basis dan liefde?
    En dat is nu net wat de weg naar God inhoudt. Leren voorbij de tekortkomingen te kijken, en daardoor je aandacht richten op een hoger bewustzijnsniveau. Door dit te doen, pas je toe wat Jezus ‘vergeving van zonden’ noemt. De ander zijn zonden vergeven wil zeggen dat je niet meer ingaat op zijn tekortkomingen, en dat jij ze ook niet meer als dusdanig beschouwt. Jij bent zelf sterk genoeg om van de ander niets nodig te hebben, en vanuit dit besef kan je liefde geven zonder iets terug te verlangen, of zonder zelf de noodzaak te voelen een eigen behoefte te moeten bevredigen. 
    Je bevrijdt aldus jezelf van een oordeel dat helemaal niet nodig is, en dat zijn oorsprong volledig in de wereld van beperking kent, en je bevrijdt tevens de ander van zijn schuld die hij denkt te hebben door in de wereld van beperking tegenover jou ‘zonden’ te begaan. Je maakt jezelf met andere woorden vrij van een heleboel dwingende gedachten over deze wereld van beperking, en over hoe de ander zou moeten zijn en handelen in die wereld. Hierdoor wordt je bewustzijn rijker, en richt het zich automatisch naar de wereld van overvloed, omdat het zojuist een heleboel beperkende oordelen achter zich gelaten heeft.

    Je kan echter pas aan je medemens zijn tekortkomingen voorbij kijken, als je bereid bent om je eigen wereld die je voor jezelf hebt opgebouwd, op te geven. Alleen door het afbouwen van je eigen verlangens, zal je tot onvoorwaardelijke liefde in staat zijn. Al wie immers zelf nog verlangens of wensen heeft, gaat eerst op zoek om die voor zichzelf te bevredigen, en daardoor kan zijn aandacht niet gericht zijn op ‘liefde geven’. Zijn aandacht gaat dan eerder uit naar ‘liefde stelen’. En daarom is stoppen met het maken van steeds nieuwe wensen voor jezelf, de eerste stap die moet gezet worden om de weg van God te bewandelen.
    Liefde is bedoeld om tot eenheid te leiden, en niet tot scheiding of pijn. En liefde kan daarom alleen ontstaan als je zelf geen behoeften meer hebt.
    Een echt spiritueel zoeker zal dus altijd eerst beginnen met het afbouwen van zijn eigen verlangens en verwachtingen in de wereld. En wanneer God dat merkt, zal Hij bijspringen om op alle mogelijke manieren te helpen de poging tot een succes om te toveren. 
    En dat is nu het grote geheim van de weg naar God. 
    De twee werelden hebben helemaal niets met elkaar gemeen. En dus zijn alle gedachten en redeneringen die vanuit deze wereld gemaakt worden, in het geheel niet belangrijk, en moeten ze zelfs volledig worden opgegeven om je gedachtekracht opnieuw naar de wereld van éénheid terug te brengen.

    Het tweede woord dat we terugvinden in onze term is’liefde’.

    Liefde is geven.
    Liefde is eenheid. 
    Liefde is gelijkheid.
    Liefde is geluk. 
    Liefde is constante vreugde.
    Liefde is blijdschap.

    En al deze dingen vinden wij helemaal niet op een constante basis terug in de liefde die we hier op aarde trachten te beleven.
    We kunnen dan ook besluiten dat wij niet weten wat echte liefde is. 
    Want zolang onze aandacht in beslag wordt genomen door allerlei tekorten en gebreken, kan de liefde ons deel niet zijn. 
    Zouden we er dan niet beter mee ophouden om er op onze manier naar te zoeken, en zouden we er niet veeleer goed aan doen om het ons door God zelf te laten vertellen? 
    Want net zoals er in het systeem van reïncarnatie geen uitkomst is voor al onze geschillen, is ook de echte liefde in ons aardse systeem niet te vinden. Wij hebben ons immers van de liefde losgerukt, weet je nog wel? Wij hebben God vaarwel gezegd, en God is de liefde zelf! 
    Zonder God, dus nooit meer liefde! 
    Liefde is dan ook zoveel groter dan wij met ons beperkte verstand kunnen bevatten. En dus doen we er goed aan om niet meer zelf te zeggen wat liefde is, want we zullen dat altijd in een beperkte vorm doen, waardoor we via onze gedachtekracht onmiddellijk aan God beperkingen opleggen.
    En daarom is naar God luisteren, de enige oplossing om voor eeuwig en altijd, en zelfs hier op aarde in dit verdorven oord, vreugde, geluk en liefde terug te vinden. 
    De sleutel voor het terugvinden van die liefde, is het erkennen dat je zelf niet meer weet wat echte liefde is, en dat je dus in feite niet echt weet waar je naar op zoek bent. Zeg daarom nooit zelf wat liefde is, en probeer nooit op eigen houtje liefde door te geven, want je weet niet wat je doorgeeft. Alles wat wij bedenken is veel te beperkt, en dus is het opruimen van onze eigen gedachte-hindernissen het enige wat wij kunnen doen om opnieuw die echte liefde te ervaren. Ruim alleen maar de hindernissen op in je eigen bewustzijn, en wacht af tot God jou toont wat echte liefde is. Pas dan kan je beginnen met ze door te geven.

     

    Laat ons dit hoofdstuk dan maar afsluiten met een voorbeeldje uit de praktijk: hoe kunnen we liefde toepassen in het leven van alledag?

    Veronderstel eens dat jij een flink eind van je ouders vandaan woont, laat ons zeggen zo ongeveer een dertigtal kilometer. Dat is niet meteen een afstand om iedere dag te overbruggen, en om dus dagelijks bij je ouders over de vloer te komen.
    Maar je broer, die vlak naast je ouders woont, kan dat allemaal wel. 
    Je ouders hebben tijdens hun leven flink wat land bijeengespaard, maar zijn ondertussen zelf te oud geworden om het te bewerken. En je broer, ja die profiteert ervan. Hij weet je ouders keer op keer te manipuleren om van hen wat grond in te palmen, ten voordele van zichzelf natuurlijk.
    En jij, jij raast van woede en onmacht.

    Hoe moeten we nu in deze situatie de onvoorwaardelijke liefde toepassen? 
    Je kan je ouders natuurlijk verwijten dat ze veel te toegeeflijk zijn tegenover je broer, en dat het heel onrechtvaardig is dat hij meer krijgt dan jij. Maar dan ben je aan het oordelen en ben je verwijten aan het maken, en dat is natuurlijk geen uiting van liefde.
    Je kan ook heel kwaad zijn op je broer, dat hij zo onbeschoft is om zonder jouw toestemming al de eigendommen van je ouders in te pikken. Maar ook dat is weerom geen uiting van liefde.
    Wat kan je dan wel? Waar is dan de rechtvaardigheid? 
    Laat ons eerst eens kijken naar het doel dat elkeen zich gesteld heeft in het leven. Je broer is duidelijk bezig met het verzamelen van land en goed, en denkt dat zijn heil daar te vinden is. Hij bekommert zich nog niet om God of gebod, en doet gewoon wat zijn bewustzijn op dit moment als het beste beschouwt, namelijk grond verzamelen, hem bewerken, en een rijke opbrengst trachten te bekomen. Dat is wat hij van het leven verlangt, en dat is waar zijn gedachtekracht naar uitgaat. 
    Jij hebt echter een ander doel voor jezelf uitgekozen. 
    Jij hebt te kennen gegeven dat je God wilt leren kennen, en je hebt je leven daar op afgestemd. Jouw bewustzijn kiest dus voor een totaal andere wereld dan het bewustzijn van je broer, en je mag dan ook verwachten dat God jou zal geven waar je om gevraagd hebt. Jij kiest voor het hogere doel, en wenst die weg te bewandelen om zin te geven aan je bestaan.
    En God, die weet door zijn communicatiekanalen, namelijk intuïtie en telepathie, wat elk van jullie beiden echt verlangt, en waar elk van jullie dan ook tevredenheid zal mee vinden.

    Bedenk dat de liefde niet in deze wereld te vinden is. In de materie laat ze zich niet zien. En dus doe je er goed aan om je eigen eisen af te bouwen, die altijd betrekking hebben op materie of op het lichaam.
    Je kan het bijgevolg alleen maar stil laten worden in je gedachten! Je kan alleen maar zorgen dat je zelf geen gedachtekracht in de situatie stopt!
    Het enige wat je echt kan doen, is je eigen eisen wat betreft wereldse rechtvaardigheid en gerechtigheid terugschroeven, en ze totaal onbelangrijk maken voor jezelf. Je maakt immers op dat moment een duidelijke keuze met je gedachtekracht. Als je kiest voor ruzie en onenigheid, en je laat het conflict escaleren door de confrontatie aan te gaan, dan kies je ook voor wereldse dingen zoals bezit, erfenissen, eigendom, en macht over anderen. Je zoekt met andere woorden rechtvaardigheid in een wereld die voor altijd gemaakt is om onrechtvaardig te zijn (wij hebben immers God uit onze wereld buitengesloten). Je zult dan ook voor lange tijd je broeders liefde verliezen, wat de prijs zal zijn voor het behalen van je gelijk. 
    Bovendien is dit besluit in tegenspraak met het doel dat jij je gesteld had, namelijk de hemel vinden. Je bent dus jezelf aan het tegenspreken op dat moment, door twee richtingen tegelijk te willen uitgaan.
    Maar wanneer je beslist om de ganse kwestie onbelangrijk te maken, zal ze jou in eerste instantie nog wel degelijk van je stuk brengen. Je besluit echter om die gevoelens over te laten aan God. Je zwijgt dus in alle talen, voegt geen gedachtekracht toe aan de situatie, en laat niet merken dat je het allemaal heel onrechtvaardig vindt.
    Het is helemaal niet nodig dat je probeert om niet kwaad te zijn. Je moet niet vechten tegen je eigen gevoelens. Laat ze zijn wat ze zijn, en aanvaard dat jij je over dit gegeven slecht voelt. Wat je niet doet, is die gevoelens uiten tegenover de buitenwereld, want zo geef je ze kracht, en zullen ze jou tenslotte overwinnen. Maar wat je wel doet, is die gevoelens in stilte overlaten aan God, zodat Hij ze kan omzetten in een groter begrip voor jou, van zijn leefwereld in het bewustzijn. 
    Op dat ogenblik laat je aan de hoogste kracht toe om de situatie die zich voordoet op zijn manier op te lossen. En God lost alle situaties op door aan alle partijen het nodige inzicht te verschaffen, zodat ze zelf inzien dat ze verkeerd bezig zijn, en dat ze waarde hechten aan dingen die voor het bewustzijn eigenlijk geen waarde hebben. God verschaft je dus het inzicht dat jij je boos maakt om iets waar je uiteindelijk niets kunt mee doen, en dat je boosheid dus eigenlijk geen grond van bestaan heeft. De materiële wereld en Gods wereld zijn immers twee totaal verschillende werelden, die elk hun eigen idee hebben over wat waardevol is. En bij God is alleen het bewustzijn waardevol, en niet allerlei materiële dingen.
    En zeg nu eens eerlijk, wat kan jij met dat land beginnen dat zover van je huis verwijderd ligt? Helemaal niets! Je bent alleen maar bang om je erfenis te verliezen. Je denkt alleen maar in wereldse termen. God denkt echter niet in termen van erfenissen en geld. Hij geeft gewoon aan iedereen wat hij nodig heeft, op het niveau dat hij wenst te denken. En je broer kan op dit moment duidelijk wel iets aanvangen met al dat land, want zijn aandacht en zijn wensen gaan nog steeds die richting uit. Hij denkt nog niet aan God. Je broer zal dus meer dan waarschijnlijk het land verder kunnen blijven gebruiken, en zal dus krijgen waar hij zin in heeft. En samen met die wens, kiest hij onvermijdelijk ook om de wetten van de gedachtekracht op zijn niveau van denken te ondergaan.
    Maar jij hebt andere dingen voor jezelf uitgekozen die belangrijk zijn in je leven, en dat is niet dat land. Jij wilt de wereld van echte liefde en rechtvaardigheid leren kennen. En God is altijd eerlijk. Hij zal je geen gelijk geven door je broer zijn land af te nemen, maar Hij zal je wel iets bezorgen waar jij op dit moment zelf wat kan mee aanvangen. En aangezien jij wenst om God te leren kennen, zal je vast en zeker een dieper inzicht verwerven over de werking van Gods wereld.

    Of met andere woorden: als je de ander wat gunt, op gelijk welk denkniveau, dan zal aan jou, hetgeen jij wenst op jouw denkniveau ook gegund worden. 
    Of sterker nog: de wereld die je voor de anderen wenst, is ook de wereld die je zelf zal krijgen.

     



 

Foto's

photo photo photo photo