Reincarnatie

    Je hebt in de vorige hoofdstukken wel al gemerkt dat we bij de opbouw van onze theorie van het feit uitgaan dat we hier allemaal meerdere levens te beleven hebben. Reïncarnatie is het woord dat hiervoor wordt gebruikt, en het betekent eigenlijk heel letterlijk: “het terug in het vlees komen”.
    We komen hier in het tweede deel nog op terug, want er valt wel degelijk nog wat meer te zeggen over dit fenomeen. Er zijn er die zeggen dat het bestaat, en er zijn er ook die zeggen dat het niet bestaat. Maar de waarheid erover ligt in het begrip van de evolutie, en kan niet alleen maar in “ja” of “neen” worden uitgedrukt. We zijn nu echter nog maar aan het begin van de redenering, en dus behelpen we ons met de informatie die we tot nog toe hebben.

    Waarom geloven we dan nu dat reïncarnatie bestaat, en waarom is het niet zoals de godsdiensten het ons voorhouden, namelijk: iedereen heeft slechts één enkel leven, en daarna is het hier voorgoed gedaan op aarde, en worden we geoordeeld over onze daden!
    Daarna krijg je ofwel de hemel ofwel de hel voorgeschoteld, en dat is dan voor altijd je lot! Het antwoord hierop ligt toch wel voor de hand. Een enkel leven is echt wel te kort voor ons om perfect te worden, want dat is het uiteindelijke doel dat ieder van ons moet bereiken. Opnieuw God worden in al zijn perfectie, en ons ontdoen van de traagheid van het lichaam is ons levenswerk! Het kan dan ook niet in enkele ogenblikken verwezenlijkt worden.

    Iemand die echter nog niet perfect is geworden in het toepassen van de hoogste liefde, kan onmogelijk in de hoogste regionen van de hemel toegelaten worden, gewoon omdat hij er niet zou in passen, en omdat hij de hele sfeer daar dan ook maar niets zou vinden. Zolang je immers op zoek bent naar het avontuur dat je naar hartelust kan beleven hier op aarde, kan je de hoogste liefde niet toepassen, en zal je dus ook niet perfect zijn op dat gebied. Indien we dan, om die hoogste liefde te bereiken, maar één enkel leven zouden toebedeeld krijgen, dan zouden de gevolgen gewoonweg catastrofaal zijn. Kijk maar eens goed om je heen. Wie in jouw onmiddellijke omgeving zou die perfectie al tijdens dit leven kunnen bereiken? Wie zou terug goddelijk kunnen worden? Je hoeft deze vraag niet te beantwoorden, want het is in feite een retorische vraag: het antwoord is al van tevoren gekend, en elk van ons zou dan ook tot de eeuwige verdoemenis veroordeeld zijn. Met geen van ons zou het goed aflopen, want we hebben allemaal nog wel enkele zonden achter de hand die we nog steeds niet de baas kunnen, en die het onszelf en de anderen knap lastig maken.

    Hier op aarde ondervinden wij heel wat hinder, lijden en pijn, omdat we er nu eenmaal allemaal een verschillende motivatie op na houden om dit leven te beleven, en omdat we ons op vele gebieden op een andere golflengte bevinden dan onze medemens. Ook wat betreft het toepassen van meer of minder liefde geven aan anderen, wat in feite de hoofdoorzaak is van alle lijden, zitten we allemaal op een ander gedeelte van de nog af te leggen weg. Iedereen heeft dus andere gedachten over het feit of hij in een bepaalde situatie liefde of eigenbelang zal laten meespelen in zijn beoordeling van het gebeuren.

    Aangezien onze gedachten dezelfde blijven, of slechts heel licht evolueren na onze dood, zullen we dus ook daar steeds tegenstanders van elkaar blijven, en zal wie de volledige liefde niet kan toepassen, steeds in de clinch liggen met de anderen, omdat hij het eigenbelang hoger acht dan het toepassen van volledige liefde. 
    Waant u zich op dit moment al in de allerhoogste hemel, zonder enige vorm van problemen? Dat denk ik niet, want anders zou u dit boek niet aan het lezen zijn, en zou u dit alles al weten en ook kunnen toepassen. Waarom denkt u dan dat u niet uw gedachten moet veranderen om in de hemel te raken? 
    Wanneer alles immers blijft zoals het is, en iedereen alleen maar uit eigenbelang blijft handelen, blijft er na de dood voor iedereen slechts een hemel van eeuwige strijd en machtswellust over. Zulk een hemel staat in feite gelijk met de hel, en daar willen we toch geen van allen naartoe! 
    Evolueren in woord en daad naar het goddelijk principe toe, is dus de enige weg om effectief in de hoogste hemel terecht te komen. Dat is de enige logische gevolgtrekking die je kan maken. Doch de manier waarop dit moet gebeuren is niet zoals u het zich voorstelt. Er is een bepaalde weg te gaan, dat wel. Maar God komt ons wel degelijk een heel eind tegemoet, om deze schijnbaar onmogelijke opdracht tot een goed einde te brengen. Doch daarover ook meer in de volgende delen van dit werk.

    Wanneer we bij gans deze argumentatie dan ook nog eens het feit toevoegen van de onrechtvaardigheid die van één enkel leven uitgaat, namelijk dat de ene het veel gemakkelijker krijgt dan de andere in zijn bestaan hier op aarde, dan weet je ineens dat hetgeen de godsdiensten ons willen voorhouden niet mogelijk is. Wie immers in slechte omstandigheden moet opgroeien heeft veel minder kans om zich te ontwikkelen dan wie in de meest optimale omstandigheden geboren wordt. Indien er maar één enkel leven zou zijn voor ieder wezen, dan hebben de planten en de dieren geen enkele kans om ook terug naar God weer te keren. Dan zouden zij niet meer verder kunnen evolueren, en zouden zij nooit het bewustzijn kunnen verwerven dat wij mensen nu hebben. Zou jij dan voor eeuwig een geslagen hond willen zijn?

    Jij kan je misschien wel inbeelden dat er in de hemel ook gradaties van slim of dom, of van goed en slecht zullen zijn, zoals we hier op aarde kennen, maar dan heb je nog niet begrepen wie God is. Voor het goddelijke is namelijk niemand meer of minder dan de andere: een steen, een plant, een dier of een mens, voor het goddelijke is iedereen gelijk! Niet in de materiële vorm die het voor zichzelf gekozen heeft om zich hier te manifesteren, maar wel in zijn kern, in de bouwstenen waaruit die vorm is opgebouwd, namelijk de deeltjes van licht, van God. 
    Wij zien de andere soorten echter als lagere wezens en gebruiken hen ook als dusdanig. Maar voor God is het leven heel eenvoudig: hij wacht gewoon tot we ons avontuur hier beu zijn, en tot wij ons weer bij hem voegen, en we zelf weer onze rol als Gods zoon willen opnemen. Op dat ogenblik verwelkomt hij ons met open armen en beschouwt ons als zijn gelijke in het enige wat echt belangrijk is, namelijk onbeperkt liefde en zorg dragen, alleen maar voor elkaar.

    Voor al het overige dat we tijdens ons leven hier meemaken hebben we zelf gekozen, en daarvoor moeten we dan maar zelf de gevolgen dragen ook. De dieren en de planten zijn dus volledig van dezelfde oorsprong als wij, aangezien ze uit dezelfde deeltjes licht zijn opgebouwd. Ooit zijn wijzelf in hun vorm en met hun bewustzijn op deze planeet verschenen, en behalve die vorm, en de daarbijhorende graad van bewustzijn, is er dan ook geen enkel verschil tussen pakweg een spin, een rat, … of een mens. We zijn tenslotte allemaal alleen maar een gedachtenlichaam in evolutie!

     

    Hoe werkt nu die reïncarnatie?

    Een gedachtenlichaam dat ervoor kiest om naar het licht te gaan, ervaart eerst en vooral de hemel die het voor zichzelf in gedachten had uitgekozen. Wat u wilt, dat krijgt u als een ongebonden gedachtenlichaam dat vrij is van de materie, onmiddellijk te zien, en aan uw wens van gelijk welke hemel die u in gedachte heeft, wordt dan ook direct tegemoet gekomen, ook al is dat steeds maar een tijdelijke situatie. Later in de tijd, wanneer het ogenblik daar gunstig voor is, en u bereid bent om niet meer aan uw eigen gedachten blijven vast te houden, gaat uw gedachtenlichaam verdere lessen volgen in het hiernamaals. Van hieruit kan het dan beetje bij beetje wat meer te weten komen over de cyclus die wij allemaal af te leggen hebben, ofwel kan het zelf een tijdelijk leraar worden, of eventueel later ook kiezen om terug te reïncarneren in een lichaam. Dat alles gebeurt alleen wanneer u bereid bent om uw eigen gedacht over wie en wat u bent los te laten, en wanneer u bereid bent om van de anderen te leren over de betere mogelijkheden van evolutie die er bestaan.

    Die betere mogelijkheden willen we echter steeds maar in heel kleine stukjes aanvaarden, en het is heel moeilijk voor de verder gevorderde gedachtenlichamen om ons te overtuigen en ons in kleine stapjes doen af te zien van onze huidige opvattingen over het leven.

    Het is ook mogelijk dat een gedachtenlichaam heel koppig blijft vasthouden aan zijn eigen principes, en van geen enkele les wil weten, waardoor het dan opnieuw zonder bijkomende lessen zal willen reïncarneren. Dit zijn dan meestal de gedachtenlichamen, zoals u en ik, die helemaal vastgeroest zitten in een of ander gedachtenpatroon. Ze weigeren hun oude gedachtengoed te laten evolueren en willen gewoon steeds opnieuw hetzelfde meemaken. Zij zijn dus min of meer verslaafd aan het aardse leven dat ze eens zo gewoon waren. Het aardse leven is daardoor voor hen een doel op zich geworden, terwijl het eigenlijk een leerschool zou moeten zijn in ervaring, om verder te kunnen groeien naar volledige liefde.

     

    Wanneer nu op aarde een man en een vrouw geslachtsgemeenschap met elkaar hebben, en daar komt een zwangerschap van, dan gaat een van de gedachtenlichamen zich nestelen in de groeiende foetus in de moederschoot. Hierbij aanvaardt dit gedachtenlichaam al de lichamelijke en geestelijke beperkingen die dat lichaam gedurende zijn leven zal ondervinden, en die voor een groot deel op mentaal vlak bepaald worden door de gedachten van de ouders, en op lichamelijk vlak door hun genen. Al deze dingen zijn immers al op voorhand geweten, eens de keuze wordt gemaakt voor een nieuw leven op aarde.

    Op die manier worden de omstandigheden voor het komende leven, en het lichaam waarmee je het allemaal moet doen uitgekozen, zodat ze jou het best kunnen vooruit helpen om zo snel mogelijk te leren, en jou de lessen aan te bieden die goed voor je zijn. Dit gedachtenlichaam identificeert zich vanaf nu volledig met het materielichaam waarin het zal opgroeien. Een nieuw leven is nu tot groei gekomen, en hier op aarde gebeurt een klein wonder: een kind wordt geboren!

    Zonder een gedachtenlichaam zou de foetus echter dode materie blijven. Het groeien van de foetus is een zuiver biologisch proces, namelijk een hoopje materiële cellen die zich door een ingebouwd mechanisme gaan verder delen, en zo gaat uitgroeien tot een menselijk lichaam. Het is echter het gedachtenlichaam dat zorgt voor het echte leven en het bewustzijn van het kind, want zonder gedachtenlichaam wordt de baby gewoon dood geboren, of volgt er een miskraam.

    Het gedachtenlichaam dat reïncarneert, verzamelt al zijn vroeger opgedane ervaringen in een soort van normenpakket en neemt dit mee in zijn nieuwe tehuis: het groeiende materielichaam waar hij zich in vasthecht. Al de opgedane ervaringen van vroegere levens worden in een pakketje samengebald en vormen aldus de basis voor de nieuwe persoonlijkheid die aan het groeien is in de moederschoot. In het onderbewustzijn van de baby zijn al de waarheden en de angsten van vorige levens opgeslagen, waardoor deze nieuwe mens nu opnieuw kan beginnen leren, met als beginpunt zijn verworvenheden uit vroegere levens, met al de daarbij horende angsten, en ook de normen die hij aanvaardbaar acht. Samen met de omstandigheden waar het gedachtenlichaam gedurende zijn leven zal in terechtkomen, wordt aldus een nieuw karakter gevormd, dat zijn eigen unieke kijk op het leven zal hebben.

    Nu dient u ook te weten dat er rond de aardse sfeer een heleboel van deze gedachtenlichamen klaar staan om opnieuw naar de aarde kunnen terug te keren. Je dient echt wel je beurt af te wachten, daar in het hiernamaals! Gedachtenlichamen die zich hebben bijgeschoold krijgen door hun leraren een lichaam toegewezen dat aangepast is aan de les die ze willen beheersen. Het is immers reeds lang voor de geboorte al geweten welke de levensomstandigheden van een bepaald persoon zullen zijn, eens hij de eerste stappen op deze aardbol heeft gezet. Afhankelijk van de dingen die je deze keer wilt komen leren (fouten ongedaan maken uit een vorig leven), en de idealen die je nog wilt bereiken (je verlangens die nog niet vervuld waren) worden de ouders en daardoor ook de levensomstandigheden van je nieuwe avontuur zorgvuldig uitgekozen. Zo krijg je een nieuwe thuis voorgeschoteld die is aangepast aan jouw persoonlijke evolutie.

    Je huidige leven dat je nu leidt, en al de andere die je nog zal hebben, is dus een compromis tussen je eigen idealen of je wensen uit eigenbelang die je wil verwezenlijkt zien, en je fouten die je gemaakt hebt in vorige levens tegen de onvoorwaardelijke liefde. De gedachtenlichamen die echter niet willen verder leren, zweven in grote getale rond de aardse sfeer, wachtend tot er ergens een lichaam beschikbaar is om aan hun obsessie te kunnen voldoen. Het geeft hen niet welk lichaam dat is, want ze zijn verslaafd aan de materie, of aan bepaalde dingen van het leven, en doen er alles aan om terug te kunnen keren op aarde. 
    Het zal je natuurlijk maar overkomen! Je bent bezeten van seks, maar je hebt geen lichaam meer om het te kunnen beleven! Het is dus onmogelijk om nog seks te hebben, maar je hebt wel constant de gedachte erover. Dit is dan ook een echte hel geworden voor deze gedachtenlichamen, want het verlangen naar seks is nu zo groot, dat er maar een enkele gedachte in hun hoofd ronddwaalt: zo snel mogelijk naar de aarde terugkeren om weer volop van seks te kunnen genieten. Of misschien ben je wel verslaafd aan eten! Je wilt je volproppen met al dat lekkere voedsel. Helaas heb je in het hiernamaals geen lichaam meer om het tot jou te nemen, waardoor je dan ook de lichamelijke geneugten van eten en drinken zal moeten missen.

    Al deze gedachtenlichamen die gedreven zijn door een of andere obsessie (en geloof mij, die hebben we allemaal: al was het maar van de kleinste hobby, zoals postzegels verzamelen, tot en met een rijk en machtig man willen zijn) kiezen dus zomaar lukraak een lichaam uit om terug te keren naar de materie. Dit zal hen dan later waarschijnlijk zuur opbreken, want ze kiezen immers voor slechts één enkel aspect van het leven, namelijk het gebeuren waardoor ze geobsedeerd zijn, terwijl al de rest hen niet meer interesseert en hen op dat moment gewoonweg koud laat. Datgene waar ze voor kiezen, dat krijgen ze dan ook, want iedereen krijgt zijn zin in het universum. Op die manier gaat echter een groot deel van hun capaciteiten verloren, omdat ze zomaar blindelings een lichaam of een geboorteplaats hebben gekozen die niet is aangepast aan het geheel van hun persoonlijkheid. Zij zullen in het aardse leven dan ook veel bijkomende problemen ondervinden.

    Er is echter nog een heel belangrijke natuurwet die bij dit alles meespeelt.  Je hebt een vrije wil gekregen, en zal dus steeds krijgen wat je wilt. Maar de dingen die je niet nader omschreven hebt, waar je dus geen mening over uitgesproken hebt, die beschouwt het universum als  zijnde vrij gebied, en voor jou als onbelangrijk, en het zal deze dingen dan ook naar eigen goeddunken gebruiken om jou toch weer op weg te helpen om je de weg naar volledige liefde te tonen.

    Wij hebben dan wel een vrije wil, maar wij hebben niet een volledig overzicht over al de mogelijkheden die er te kiezen zijn. Daardoor zullen we steeds maar een beperkte keuze maken, en blijft er voor de universele kracht nog genoeg ruimte over, die ze kan gebruiken om jou telkens weer op het goede pad te leiden. Wij denken slimmer te zijn, maar het is de universele kracht die nu eenmaal alle kennis bezit, omdat ze is opgebouwd uit verbondenheid met elkaar, en daardoor een compleet overzicht heeft over het ganse bestaan, en veel meer mogelijkheden kent dan wij ooit zouden kunnen vermoeden. Op die manier moeten wij dus met onze vrije, maar beperkte keuze, dan ook steeds het onderspit delven tegenover de alwetendheid van het universum. Wat je dus niet vernoemt bij je wensen, dat beschouwt het universum als zijnde vrij gebied om jouw leven vorm te geven, en om je verder te begeleiden naar volledige liefde. 
    Het komt er dus op aan om je wensen zo exact mogelijk te gaan formuleren wanneer je iets wilt bereiken. Wat je wenst dat krijg je zeker. Wat je echter niet in je wens betrekt, dat krijg je misschien wel, en misschien ook niet.

    Er is echter ook een groot nadeel verbonden aan het zo exact mogelijk definiëren van je wens: hoe meer dingen je bij je wensen betrekt, hoe moeilijker het wordt voor het universum om jou te geven wat je wilt. De dingen moeten immers mogelijk zijn binnen het kader van oorzaak en gevolg van de natuurwetten van deze aarde. Het resultaat hiervan zal dus zijn dat je langer dient te wachten vooraleer je wens werkelijkheid kan worden, want er moet zich op aarde een gelegenheid voordoen die exact aan jouw wil tegemoet kan komen. Je kan dus opnieuw vaststellen dat in het systeem van afzondering, waar wij allemaal voor gekozen hebben, er steeds twee kanten aan de medaille zijn. Er is in iedere situatie altijd een keuze, die steeds zowel voor- als nadelen bevat, en waar we niet altijd een zicht op hebben waar we zullen uitkomen.

    Waarom nu is er een file van gedachtenlichamen rond onze aardse sfeer, en moeten we steeds onze beurt afwachten om opnieuw te kunnen incarneren? Om dit te weten te komen dienen we eerst eens na te gaan hoe de ganse cyclus van reïncarnatie eigenlijk verloopt.

    Deze cyclus volgt in feite voor een groot deel de evolutie van het heelal. Na de oerknal, of de afscheiding van de goddelijke energie, gingen de energiedeeltjes zich van elkaar verspreiden en klonterden in een later stadium opnieuw samen in materiedeeltjes. Dit samensmelten van de deeltjes zorgde voor een grote vertraging van de energie en van hun snelheid. Op deze manier werden ruimte en tijd geschapen, want door de traagheid van de deeltjes was er nu tijd nodig om een bepaalde ruimte te kunnen overbruggen. Dit was niet het geval toen de deeltjes met hun hoogste energie en snelheid deel uitmaakten van het goddelijk geheel, omdat de hoogste snelheid zelf er immers voor zorgde dat er geen ruimte of afstand kon bestaan. De ruimte of afstand tussen de dingen wordt immers verkleind naarmate je dichter bij de lichtsnelheid komt. ( relativiteitstheorie van Einstein ) Ruimte krimpt dus in elkaar naarmate je ze met hogere snelheid tegemoet treedt.

    De materie die aldus uit de verschillende energiedeeltjes werd gevormd, klonterde steeds meer en meer samen, en vormde heel langzaam het heelal zoals wij het vandaag de dag kunnen waarnemen. Sterren en planeten werden geboren, en op sommige van die planeten kon er mettertijd, en onder de juiste omstandigheden, opnieuw een vorm van bewustzijn ontstaan. De materie werd leven ingeblazen doordat ze beetje bij beetje meer bewustzijn wou krijgen. Op die manier konden de eencellige organismen ontstaan, en die gingen dan ook onze aarde bevolken. Later nog, groeiden uit deze eerste levensvormen de meercellige organismen, met iedere keer weer een beetje meer bewustzijn. Nog later kwamen dan ook de planten en de dieren ten tonele, door het steeds verder groeiende bewustzijn van al die levensvormen, en hun wil om steeds verder te kunnen evolueren. Hoe verder de evolutie zo doorging, hoe hoger het uiteindelijke bewustzijn werd van de nieuw ontstane soorten. Na een ganse evolutie door het dierenrijk doorlopen te hebben, ontstond tenslotte de mens als huidig eindproduct van de evolutie.

    Diezelfde groei van het leven doet zich echter eveneens op andere plaatsen in het heelal voor, zij het dan dat de levensvormen daar compleet kunnen verschillen van degene die wij hier gewoon zijn, en het tijdstip van de evolutie heel verschillend is dan die van ons.

    Het bewustzijn of het gedachtenlichaam groeit door de eeuwen heen met al die levensvormen mee. Vanuit de dode materie waartussen we leven, is er stilaan bewustzijn gegroeid, en kregen de eerste levensvormen primaire gedachten over voedselvoorziening en levensbehoud, terwijl de latere levensvormen ook steeds meer gedachten en emoties gingen ontwikkelen. Op deze manier gaat het steeds maar verder. De gedachten die door elk van die levensvormen gevormd worden, zijn in feite energiedeeltjes met een bepaalde trilling. Hoe hoger en rijper de gedachten worden, des te sneller zal de trilling ervan zijn, en des te meer zal het materielichaam bewustzijn met zich meedragen. Een hogere gedachte betekent dan in dit geval: een gedachte die meer liefde bevat, en die dus dichter bij zijn goddelijke oorsprong terugkomt.

    Nu is het zo dat een trage trilling de snellere trillingen niet kan waarnemen, omdat de tragere vormen niet over de lichamelijke capaciteiten beschikken om de hogere delen waar te nemen. We kunnen dit illustreren met het voorbeeld van een ventilator. Wanneer de ventilatorbladen traag draaien, kunnen we ze duidelijk waarnemen. Gaan ze echter sneller draaien, dan is het alsof ze onzichtbaar zijn en kan je opnieuw de beelden van de achtergrond zien door de ventilatorbladen door. Je voelt de  ventilatorbladen nog wel, vanwege de wind die ze maken, maar eigenlijk kijk je er gewoon doorheen. Ze draaien zo snel dat je ze niet meer kan zien, omdat onze ogen deze hoge snelheid niet kunnen verwerken.
    Op dezelfde manier slagen onze ogen er ook niet in om hogere levensvormen te aanschouwen. Hoe hoger de levensvorm, hoe vrijer het deeltje, en hoe vrijer het deeltje, hoe sneller het zal trillen. Er is dus voor de mens geen mogelijkheid om dit te bekijken, want onze ogen zijn niet aangepast om dat te aanschouwen.

    Door het feit dat er uit de materie levensvormen ontstaan die kunnen nadenken en bewustzijn hebben, wordt er op deze manier materie onttrokken aan het heelal. Die materie wordt dan op zijn beurt door de verschillende levensvormen omgezet in gedachtenenergie. De uiteindelijke bedoeling is dan ook dat al de materie terug ontbonden wordt, en opnieuw wordt omgezet in gedachtenenergie, zoals het was voor we ons van God hadden afgescheiden. Want voor het ontstaan van het heelal, toen er enkel goddelijkheid aanwezig was, bestond het leven uitsluitend uit die ene gedachte van volledige liefde. 
    Het was pas toen een deel van het goddelijke lagere gedachten kreeg, dat het materiële heelal geschapen werd, samen met zijn ganse evolutie. 
    Wanneer wij dus met zijn allen onze aandacht en onze gedachten opnieuw op het goddelijke weten te richten, dan zal het heelal gewoonweg verdwijnen zoals het gekomen is, het zal namelijk gewoon uit onze gedachten weggaan, en zal alleen het goddelijke overblijven, zoals het vroeger altijd geweest is.

     

    Nu kunnen we terugkeren naar onze vraag waarom er een file van gedachtenlichamen bestaat rond onze aardse sfeer. Het zal je nu wel duidelijk zijn dat er steeds nieuwe gedachtenlichamen worden bijgevormd. De materie vormt steeds nieuw biologisch leven, en elk leven vormt een nieuw gedachtenlichaam dat uiteindelijk maar één doel heeft, namelijk zich verder ontwikkelen. Zo ontwikkelt iedere levensvorm een gedachtenlichaam dat vervolgens in een hogere levensvorm wil terechtkomen, omdat het wil evolueren of omdat het niet volledig tevreden is met de beperkingen van het materielichaam waar het zich op dit moment in bevindt. Zo komen de gedachtenlichamen uit het plantenrijk, het dierenrijk binnen, en via het dierenrijk komen er steeds meer mensen -gedachtenlichamen bij. Dit proces gaat dan voornamelijk via onze huisdieren. Zij zien ons mensen hier bezig zien in ons doen en laten, en willen daardoor ook hetzelfde doen als wij. Ze ontwikkelen dus een verlangen om te groeien, om meer te kunnen, en door dat verlangen krijgen ze later dan ook de kans om het uit te leven!

    Bekijk bijvoorbeeld eens goed een hond of een kat. Deze dieren beschikken duidelijk al over enige intelligentie, en alhoewel ze nog steeds het dierlijke killer-instinct bezitten, kennen ze ook al vele emoties zoals verdriet, eenzaamheid, teleurstelling of blijheid, juist zoals wij mensen die kennen. Lagere diersoorten hebben dit in mindere mate of nog helemaal niet, maar zullen er zeker naartoe groeien na vele nieuwe levens op onze kleine aardse planeet. Onze trouwe viervoeters of andere huisdieren worden dus waarschijnlijk de volgende nieuwelingen van het groeiende mensdom.

    Aanvankelijk, tijdens de eerste levens als mens, zal er bij hen nog steeds een deel van de dierlijke instincten aanwezig blijven. Dit is dan ook de reden waarom er steeds agressieve en moorddadige mensen op deze planeet zullen blijven rondlopen, want zij kennen immers nog geen andere manieren om zich te behelpen dan het recht van de sterkste. Door de lessen die heel langzaam door de ervaring geleerd worden, evolueren ook zij dan geleidelijk aan naar meer liefdevolle mensen.

    Er is echter één probleem: er komen steeds meer en meer gedachtenlichamen bij in de kringloop van reïncarnatie, maar er gaan er bitter weinig weer uit weg! We krijgen dus duidelijk een overbevolking aan concurrerende gedachtenlichamen. Dit komt omdat zo goed als niemand weet hoe hij deze kringloop kan beëindigen, en dus ook de reïncarnatie weer kan verlaten. Bijna niemand weet wat het uiteindelijke doel is van gans deze cyclus, en iedereen blijft zodoende maar ronddolen doorheen vele honderden levens lang, met telkens weer nieuwe verlangens en nieuwe wensen, zonder ooit volledige bevrediging weten te vinden. 
    En het einddoel dat is opnieuw God worden! Opnieuw vrije en ongebonden energie zijn! Maar niemand durft het aan, of weet hoe hij er moet aan beginnen. Daarom hebben we dan ook een fileprobleem!

    Wat zijn nu de praktische gevolgen van al deze zaken? Wel het is duidelijk: een file betekent dat je geduld zal moeten uitoefenen. Je hebt een aards leven verlaten, en je komt vervolgens in een lange wachtrij terecht. Maar jij zweeft daar ondertussen, met al je vastgeroeste gedachten die je ongelukkig maken, en die je liefst zo snel mogelijk wilt bevredigd zien! Je bent in je eigen hel nu! Je hebt immers zoveel verlangens die je wilt bevredigen, maar er is geen enkele mogelijkheid meer om ze onmiddellijk te vervullen. Je voelt je dan ook ellendig en ongelukkig terwijl je op je beurt zit te wachten. Vele aardse jaren duurt het vooraleer je eindelijk weer naar de aarde mag, en vooraleer je weer van een leven kan genieten. Maar na ieder leven worden de wachttijden steeds langer, en worden de verlangens meer en meer ondraaglijk. Het wordt dus hoog tijd dat een heleboel mensen zich klaarmaken om terug hun volle bewustzijn te ontvangen, en terug te keren naar hun verlossing en hun goddelijke oorsprong. Hierdoor wordt de cyclus van reïncarnatie voor hen dan beëindigd, en wordt ook de goddelijke energie op die manier vergroot.

    Het gedachtenlichaam dat in ons menselijk lichaam zit, heeft dus al een ganse weg afgelegd. Het was ooit materie, en volgde de ganse evolutiecyclus doorheen vele duizenden levens, tot op het punt dat het nu zelfstandig kan denken en beslissingen nemen. Er ontbreekt echter nog één ding, en dat is de cyclus beëindigen! De materie evolueert dus naar gedachten, en gedachten evolueren beetje bij beetje terug naar God, want zo werkt nu eenmaal de cyclus van onze evolutie.

    Wat dan de precieze volgorde van deze evolutie betreft, kunnen we duidelijk zijn: zoals steeds is die voor iedereen anders, en hangt dit vooral af van je persoonlijke voorkeuren en de levensomstandigheden waar je in terechtkomt. Was je een plant, en wou je kunnen voortbewegen, dan kan je bijvoorbeeld zowel kiezen om een slak te zijn, als een fazant of een konijn. Was je een boom, dan wou je misschien de vogel zijn die in je takken kwam nestelen, of de eekhoorn die in je stam kwam schuilen. Er is geen vaste volgorde te trekken in deze evolutie. Een kenmerk van deze evolutie is echter wel dat we het steeds “anders en beter” willen, maar dat we ons keer op keer blind staren op de hogere soorten en hun mogelijkheden. Vanuit onze huidige positie merken we dat wij steeds voor- en nadelen hebben bij alles wat we ondernemen. We willen die nadelen niet meer ondervinden, en daardoor wensen we in een andere vorm terecht te komen die niet de nadelen heeft die wij nu kennen. Maar van die nieuwe vorm zien we alleen maar de voordelen die hij ons kan bieden, en we hebben er geen besef van dat er ook daar nadelen aan verbonden zijn. We kiezen dus steeds vanuit een beperkt besef van de werkelijkheid, en staren ons blind op het gras dat bij de anderen dus steeds groener lijkt.
    ”Wanneer we een ander lichaam hebben, dan zullen we beter af zijn”, denken we! Wat we echter niet weten is dat er geen enkele vorm van leven bestaat die geen nadelen heeft, en door die onwetendheid stoppen we dan ook nooit met iets anders te kiezen, maar blijven we steeds in de reïncarnatie gevangen.

    De mens kan op deze planeet geen hogere soort voor zichzelf meer kiezen. Toch blijft ook hij steeds reïncarneren. Het verlangen naar steeds meer luxe, meer voedsel of een beter leven, zijn stof genoeg om iedere keer weer terug te keren naar het menszijn. In onze tijd is de evolutie van de techniek een nieuwe stap voor het bewustzijn. Velen zijn benieuwd wat de mens zal kunnen verwezenlijken over tien, vijftig of honderd jaren. Reïncarnatie geeft hen de kans om dit te verwezenlijken! 
    Tegelijk echter houdt deze wens en nieuwsgierigheid hen weg van het goddelijke doel, en van het enige wat iedereen echt wil, namelijk liefde voelen, geaccepteerd worden, en gelukkig zijn!

    Door het verschil in trilling van het gedachtenlichaam van planten, dieren of mensen, zijn in het voorlopige hiernamaals de meer geëvolueerde soorten steeds gescheiden van de minder geëvolueerde. De een kan de ander niet waarnemen, precies vanwege dat verschil in trillingssnelheid. Maar toch zitten we allemaal in hetzelfde schuitje en is het dus wel degelijk van belang om de “lagere” soorten goed te behandelen. Want zo zullen ook zij sneller hun evolutie kunnen rondmaken, en zal er door een positieve aanpak minder geweld voorkomen op deze planeet. Wat je anderen aandoet, dat komt immers steeds bij jou terug, ook al doe je het bij lagere soorten! Iedere fout tegen de volledige liefde wordt immers in je latere levens gecorrigeerd door het je ook zelf aan den lijve te laten ondervinden.



 

Foto's

photo photo photo photo