Jezus spreekt niet over reïncarnatie,
alhoewel hij er toch sterk op de hoogte van was. Spreken over
reïncarnatie zet je gedachtekracht in werking en houdt je gevangen in dit
systeem.
7Jezus zei: Gelukkig is de leeuw die door de mens wordt gegeten, en
de leeuw wordt die mens. En vervloekt is de mens die door de leeuw wordt
gegeten, en de leeuw zal die mens worden.
11Jezus zei: Deze hemel zal voorbijgaan en die daarboven zal
voorbijgaan; wie dood zijn, leven niet en wie leven, zullen niet sterven. De
dagen dat jullie aten wat dood is, maakten jullie het levend; wanneer jullie in
het licht zouden staan, wat zouden jullie dan doen? Op de dag dat jullie één
waren, werden jullie twee; wanneer jullie twee zouden zijn, wat zouden jullie
dan doen?
12De leerlingen zeiden tot Jezus: We weten dat U van ons weg zult
gaan. Wie zal dan groot zijn over ons? Jezus zei tot hen: Waar jullie
gekomen zijn, zullen jullie gaan naar Jacobus de Rechtvaardige, omwille van wie
hemel en aarde zijn ontstaan.
111Jezus zei: De hemelen en de aarde zullen worden opgerold in jullie
aanwezigheid. En hij die leeft vanuit het levende, zal de dood niet aanschouwen.
Want Jezus spreekt aldus: Wie zichzelf vindt, de wereld is hem niet
waardig.
Heel subtiel verwijst Jezus op sommige momenten toch naar het
systeem waar we op dit moment allemaal in meedraaien. Jezus is heel goed op de
hoogte van de werking van onze gedachten, en weet dat waar je over spreekt, iets
is waar je ook waarde aan hecht. Daarom wil hij de reïncarnatie niet bij naam
noemen, maar verwijst hij er soms naar via allerlei kleine omwegen, om ons toch
duidelijk te maken waar het op aankomt. Jezus zelf had het hoogste
gedachtegoed bereikt en moest dus zorgvuldig afwegen wat hij zei. Hij was immers
nog hier op aarde, en indien hij zich zou laten verleiden om de aardse gedachten
terug over te nemen, dan zou hij daadwerkelijk kiezen tegen de kracht, en tegen
de bescherming van God, en dus ook zonder deze kracht moeten
verdergaan.
12De leerlingen zeiden tot Jezus: We weten dat U van ons weg zult
gaan. Wie zal dan groot zijn over ons? Jezus zei tot hen: Waar jullie
gekomen zijn, zullen jullie gaan naar Jacobus de Rechtvaardige, omwille van wie
hemel en aarde zijn ontstaan.
Dit is er toch wel een die in het hoofd blijft rondhangen. Het is
dan ook een uitspraak met lichte spot getint, die discreet maar duidelijk zegt
waar het op aankomt. Jacobus de Rechtvaardige! Het klinkt een beetje als
het ‘Jantje’ dat we in alle Nederlandstalige moppen terugvinden. De nar van het
hof... De klaverenboer uit het kaartspel! Jacobus de Rechtvaardige!
Indien Jezus hier God zou bedoelen, dan zou hij hem zeker en vast niet met
zo een term aangehaald hebben. Hij zou dan gewoon ‘Vader’, of ‘God’ gezegd
hebben, en niet een andere naam verzonnen hebben, want Jezus had respect voor de
God wiens plan hij volgde. Maar met deze naam verwijst Jezus wel naar het
systeem van reïncarnatie. Want de materiële hemel en aarde zijn juist ontstaan
omdat wij ons van God hadden afgekeerd, en wij destijds hadden verkozen om voortaan
alleen op weg te gaan, zonder de liefde van Degene die ons geschapen had. En
aangezien we er door deze denkfout daadwerkelijk alleen voorstonden, en we vanaf
nu elk onze eigen
wereld wilden bouwen, begon het getouwtrek en gelobby om macht over de anderen
te verkrijgen. Wij hadden de anderen nu immers nodig om de wereld op te bouwen die
wij zelf in gedachten hadden, en omgekeerd hadden de anderen ook ons nodig om hun eigen wereld vorm
te geven! Wie moet er nu wie helpen? List en bedrog deden zo hun intrede in
het bewustzijn om het eigen doel toch bereikt te
zien. Want nu moesten we ‘nemen’ van de anderen, om zelf te kunnen ‘hebben’, en
hen op die manier uiteraard ook tekort doen in de beleving van hun eigen droom.
Maar God had ons
geschapen met de gave van vrije wil en gedachtekracht, een eeuwigdurende natuurwet,
en dus konden we die
kracht nooit verliezen! En precies daarom werd het systeem van reïncarnatie
in het leven geroepen. Want zij die zich tekort gedaan voelden hadden ook
gedachtekracht, en zij zagen in dat het onrechtvaardig was wat er hen werd
aangedaan. Daarom schreeuwden hun gedachten om rechtvaardigheid en
gerechtigheid, en dat is dan ook wat zij kregen. Het was in het nieuwe systeem
niet meer mogelijk om iedereen tegelijk zijn zin te geven, want iedereen wou
meer dan de anderen, en als de een wil winnen, moet er uiteraard een ander zijn die gaat
verliezen. En dus werd tijd uitgevonden! Tijd stelt ons immers in staat
om een en hetzelfde ogenblik op te delen in verschillende eenheden, die dan
beurtelings door de een, en dan weer door de ander als winnaar zou worden
ingevuld. Tijd maakt het mogelijk om iedereen eens een keertje zijn zin te
geven, en om de gedachtekracht van iedereen, zowel winnaars als verliezers,
beurtelings te laten zegevieren. De schreeuw om rechtvaardigheid had dus een
systeem doen ontstaan dat aan iedereen toch een vleugje ‘tijdelijke
rechtvaardigheid’ aanbood, zodat aan de natuurwet van gedachtekracht en de vrije wil kon
worden voldaan. Wat wij echter niet inzien is dat het hier steeds maar gaat
om tijdelijke rechtvaardigheid die altijd weer gebaseerd is op het schuldig
bevinden van de ander, zodat dit systeem uiteindelijk een gesloten denkcirkel
vormt waaruit niet te ontsnappen valt. Deze tijdelijke rechtvaardigheid is dan
ook op geen enkele manier te vergelijken met de rechtvaardigheid die voortvloeit
uit de liefde van God, want daar is rechtvaardigheid alleen maar gekoppeld aan
liefde die niets anders nodig heeft dan zichzelf, terwijl ze hier vast hangt aan
angst van jezelf en schuld van de ander. Elk zijn eigen wereld willen opbouwen zorgt er dus voor dat
anderen jou niet kunnen geven wat jij wilt, en daardoor dus schuldig zijn tegenover jou,
en dat rechtvaardigheid zodoende niet meer te verenigen is met liefde! En zo kwam dan
Jacobus de Rechtvaardige op de proppen, de schreeuw van ons allen naar
rechtvaardigheid, nu tot leven gemaakt in het systeem van reïncarnatie. En Jacobus
verdeelt de rechtvaardigheid naar eer en geweten, zodat iedereen toch een klein
beetje aan zijn wensen ziet tegemoetkomen. Wanneer je Jezus dus afgewezen
hebt, niet de persoon of het lichaam, maar wel de principes waar hij voor staat,
dan zal Jacobus het heft in handen nemen, en zal hij je meevoeren doorheen vele
levens, nooit ophoudend met wensen te maken, nooit ophoudend met je schuld af te
lossen.
‘Waar jullie gekomen zijn,’ zegt Jezus! Dit is een niet
onbelangrijk zinnetje, want het duidt op het niveau dat je bereikt hebt in
reïncarnatie, in je besef naar liefde toe. Op het niveau waar je gekomen bent,
tot waar je liefde kan toepassen, wel op dat niveau zal Jacobus je ontvangen
en je na ieder leven de hemel geven die je zelf denkt te verdienen. Dit wijst er
dus duidelijk op dat Jezus weet had van het bestaan van verschillende niveaus,
of een hiërarchie in de hemelen van reïncarnatie. Maar iedere hemel is slechts
tijdelijk en altijd maar een deel van liefde, want schuld moet nu eenmaal
afgelost worden, en dus moet je noodgedwongen opnieuw incarneren om je schuld
van je vorige levens te vereffenen. Het kermisrad van Jacobus de
Rechtvaardige draait dan ook onophoudend zolang het van elektriciteit
(gedachtekracht) en bewonderaars (wij) voorzien wordt! Indien er echter geen
toeschouwers meer zijn, dan zal de elektriciteit worden afgesloten en het rad
zal zijn biezen pakken, en voorgoed verdwijnen in de eeuwige
jachtvelden.
7Jezus zei: Gelukkig is de leeuw die door de mens wordt gegeten, en
de leeuw wordt die mens. En vervloekt is de mens die door de leeuw wordt
gegeten, en de leeuw zal die mens worden.
Er is geen toekomst in reïncarnatie, want het is een systeem van
verliezers en nooit van winnaars! De leeuw die door de mens wordt gegeten is
gelukkig, want hij zal in zijn volgend leven ook een mens willen zijn. Precies
omwille van het feit dat hij door de mens gedood wordt, zal op dat ogenblik zijn
gedachtekracht werkzaam zijn, en zal hij inzien dat er nog een betere
bestaansvorm is dan de zijne, die machtiger en slimmer is dan hij. En daardoor
zal hij de volgende keer dat hij op aarde terugkomt ook de vorm van een mens
wensen aan te nemen. Hij zal dus evolueren van koning van de dieren, naar mens,
koning van de schepping! De leeuw kan er dus alleen maar bij winnen als hij
gedood wordt door de mens. Maar ook andersom, als de mens door de leeuw wordt
gevat, zal de leeuw die mens worden, want de leeuw zal zich dan vanwege zijn
overwinning op de mens koning van de schepping wanen, en deze eretitel, die de
mens zich heeft toegeëigend, nu voor zichzelf opeisen. Bovendien zal de mens
die gedood wordt door de leeuw, inzien dat zijn hoogste vorm van ontwikkeling in
reïncarnatie tot helemaal niets heeft geleid, want dat ook hij hier de duimen
moet leggen tegen een lagere levensvorm, de leeuw. Zijn identificatie met het
lichaam werd hem dus noodlottig. Vervloekt is dus de mens die blijft denken
dat hij alleen maar een lichaam is, en die niet wil inzien dat hij een ‘gedachte
bij God’ is, want hij kan niet meer wensen om in een hogere vorm te incarneren,
gewoon omdat er geen hogere vorm meer voorhanden is. Of hij nu de leeuw eet,
of zelf gegeten wordt door de leeuw, de mens zal altijd het onderspit delven,
want hij heeft geen toekomst meer om zich verder te evolueren in een lichaam.
Als hij dan ook blijft geloven dat hij slechts een lichaam is, een materiële
vorm, dan zullen de andere vormen vroeg of laat over hem zegevieren, en hij zal
niet meer weten wat hij nog moet aanvangen. Zijn toestand wordt dan terecht
hopeloos en uitzichtloos! Alleen het inzicht dat hij een gedachte is,
een bewustzijn van liefde geschapen door God, en geen lichaam, zal hem volledig kunnen beschermen tegen
het dwaze idee dat hij, ooit zoon van God, kan gekwetst worden en vernietigd
door een of andere kwaadaardige lichaamsvorm.
11Jezus zei: Deze hemel zal voorbijgaan en die daarboven zal
voorbijgaan; wie dood zijn, leven niet en wie leven, zullen niet sterven.
111Jezus zei: De hemelen en de aarde zullen worden opgerold in jullie
aanwezigheid. En hij die leeft vanuit het levende, zal de dood niet
aanschouwen.
‘Gans het systeem van reïncarnatie, samen met al de miljoenen levens
en evenveel keer de dood; al de hemelen en iedere hel die jullie in dat systeem
hebben gewild, ze zullen allemaal voorbijgaan,’ zegt Jezus. Uiteindelijk
zullen ze allemaal de duimen moeten leggen voor de echte waarheid waaraan toch
niet te ontsnappen valt. God kan niet voor eeuwig genegeerd worden, en zijn
waarheid die alleen op liefde en kracht berust, kan niet blijven ontkend worden.
Uiteindelijk zullen ze dus allemaal verdwijnen, al die denkbeeldige hemelen die
we gemaakt hebben, in het niets waaruit ze ook gekomen zijn, en zal de kwade
droom beëindigd worden ten gunste van Gods wereld van liefde. Al de hemelen,
samen met al de duivels en de engelen, samen met al de dwaze angsten en
nutteloze wensen, zullen gewoon worden opgerold en weer verdwijnen zodra aan
het systeem genoeg gedachtekracht onttrokken is, zodat de liefde opnieuw tot
ieders zicht mag doorschijnen. Want zij die kiezen om iedere keer weer als
lichaam te sterven, leven niet echt! Zij die met hun gedachtekracht weer voor
God kiezen daarentegen, kiezen voor het echte leven dat volledig beschermd wordt
door de liefde en zijn wetten, en dat nooit nog een dood of enige angst of
vernieling kent.
Het verleden is de tijd die je hebt
doorgebracht met bang te zijn voor de wereld en je medemens. Precies
omdat je er bang voor was moest je hem wel onthouden, zodat je later
gelijkaardige situaties zou kunnen vermijden. Indien je echter zo blijft
denken, dan zal het huidige heden in de toekomst jouw verleden
worden.
Wanneer je echter beslist om alles en iedereen
met de liefde van God te bekijken, dan is het heden liefde, was het verleden
juist hetzelfde als vandaag, en zal de toekomst niet anders zijn. Er is
dan geen noodzaak meer om ‘bange’, en ter compensatie
daarvan ‘uitzinnig vreugdevolle momenten’ in je
bewustzijn te bewaren. Het heden is dan gelijk aan je verleden, en je
toekomst net hetzelfde als het heden. Het heden wordt dus alle tijd die er
is!