Terug naar niets

    we moeten niet zoeken naar meer liefde,
    we moeten niet streven naar een betere wereld,
    alles wat we moeten doen, is ons leegmaken,
    teruggaan naar ‘niets’
    Daar zal ons dan ‘alles’ gegeven worden.

    4  Jezus zei: Een wijze man zal niet aarzelen een klein kind van zeven dagen te vragen naar de plaats van het leven, en hij zal leven. Want vele eersten zullen laatsten worden en laatsten worden eersten en ze zullen eenling worden.

    22  Jezus zag kleine kinderen die gezoogd werden. Hij zei tot zijn discipelen: Deze kleine kinderen die gezoogd worden zijn als hen die het Koninkrijk binnengaan. 
    Zij zeiden tot Hem: Zullen we het Koninkrijk binnengaan als we kleine kinderen zijn?
    Jezus zei tot hen: Als jullie de twee tot één maken, en als jullie de binnenkant maken als de buitenkant en de buitenkant als de binnenkant, en de bovenkant als de onderkant, en wanneer jullie het mannelijke en het vrouwelijke één maken, zodat het mannelijke niet langer mannelijk is en het vrouwelijke niet vrouwelijk. Wanneer jullie ogen maken in de plaats van een oog en een hand in de plaats van een hand, en een voet in de plaats van een voet, en een beeld in de plaats van een beeld, dan zullen jullie het Koninkrijk binnengaan.

    37  Zijn leerlingen zeiden tot hem: Wanneer zult u zichtbaar zijn voor ons en wanneer zullen we u zien? 
    Hij zei: Wanneer jullie je kleren afleggen zonder schaamte en ze op de grond leggen en met de voeten betreden zoals kleine kinderen, dan zullen jullie de zoon van de levende zien en zullen jullie niet bang zijn.

    46  Jezus zei: Van Adam tot Johannes de Doper is er onder hen die uit vrouwen geboren zijn, niemand zo uitgestegen boven Johannes de Doper, dat hij zijn ogen niet hoeft neer te slaan voor hem. Maar ik heb dit gezegd: Wie van jullie wordt als een klein kind, hij zal het Koninkrijk kennen en uitstijgen boven Johannes.

    97  Jezus zei: Het Koninkrijk van de Vader is vergelijkbaar met een vrouw die een kruik droeg, gevuld met meel. Terwijl ze over de weg liep, ver van huis, brak het oor van de kruik. Het meel ledigde zichzelf achter haar op de weg. Ze merkte het niet op, ze was zich van geen ongeluk bewust. Toen ze haar huis bereikte, zette ze de kruik neer en ontdekte dat hij leeg was.
     

    De kinderen nemen bij Jezus een heel bijzondere plaats in om zijn boodschap duidelijk te maken. Meerdere keren verwijst hij dan ook naar hen, om te praten over de hoedanigheid van de hemel, en om ook ons de weg daar naartoe te tonen.
    Maar wat weten wij nu juist over kinderen?
    De algemene opvatting tegenwoordig is dat kinderen de onschuld zelve zijn. Kinderen worden in de spirituele gedachtegang voorgesteld als wezens die puur en zuiver zijn, recht voor de raap, die zonder complexen de waarheid durven vertellen. Maar is dat ook zo? Zijn kinderen nu werkelijk zo heilig en zo puur als men vertelt?
    Neen, dat is zeker en vast niet helemaal waar!
    De meeste kinderen gelijken immers al heel jong op kleine criminelen! 
    Zij trekken aan je haren! 
    zij slaan op je hoofd en stampen tegen je schenen! 
    Zij liegen om betere dingen te krijgen voor zichzelf, en maken uit jaloezie mekaars speelgoed stuk!
    Zij manipuleren hun ouders en familie om hun zin te krijgen! 
    Dat zijn allemaal dingen waarvoor je als volwassene algauw de gevangenis invliegt, of waarvoor je minstens voor de rechtbank moet verschijnen! 
    De meeste kinderen weten dus al heel gauw hoe ze het in deze wereld moeten aanpakken wanneer ze hun zin niet krijgen, en zij zijn dus zeker niet zo onschuldig als ze gezegd worden te zijn.
    Maar in het Thomas-evangelie krijgen we wat meer uitleg over welke kinderen Jezus het nu juist heeft!

    4  Jezus zei: Een wijze man zal niet aarzelen een klein kind van zeven dagen te vragen naar de plaats van het leven, en hij zal leven.

    22  Jezus zag kleine kinderen die gezoogd werden. Hij zei tot zijn discipelen: Deze kleine kinderen die gezoogd worden zijn als hen die het Koninkrijk binnengaan.

    Wanneer Jezus het over kinderen heeft, heeft hij het dus zeker niet over de peuters en de kleuters die al in volle opgroei zijn, want deze kinderen zijn allang hun onschuld kwijt en hebben van hun ouders al een zekere opvoeding en aangepast gedrag meegekregen om zich te integreren in deze wereld. 
    Zij beginnen dan ook stilaan de wetten van onze wereld in afscheiding te kennen en te verkennen, en ze langzaam maar zeker naar hun hand te zetten.
    Wanneer Jezus echter over kinderen praat, dan heeft hij het alleen maar over de pasgeborenen, die nog helemaal niets van deze wereld afweten! 
    De zuigelingen die nog volledig afhankelijk zijn van de moeder, en die zonder de moeder geen enkele kans maken om te overleven in deze wereld, zijn de kinderen waar Jezus het zo graag over heeft. 
    In die tijd bestond er immers nog geen flesvoeding voor baby's, en een zuigeling die zonder moeder kwam te vallen was dan ook ten dode opgeschreven als hij eenmaal de moedermelk moest missen. Hij kan immers geen ander voedsel tot zich nemen dan de melk uit de moederborst, en moet zich dus volledig aan haar overgeven, want anders heeft hij geen schijn van kans om hier op aarde tot een volwassen persoon uit te groeien.

    Een pasgeborene, nog maar een paar dagen oud, weet dus nog helemaal niets van de wereld waarin hij is terechtgekomen! Kijk maar eens naar een opgroeiende baby. Hij moet alles leren kennen. Zelfs zijn eigen lichaam! Hij weet helemaal niets van deze wereld of van zijn lichaam af, en hij zou dus makkelijk in om het even welke wereld kunnen geboren worden, en zich ook daaraan aanpassen.
    De baby is zich enkel maar bewust van het hongergevoel dat hij krijgt wanneer zijn maag leegkomt, maar voor de rest is hij nog de onschuld zelve. Hij kan geen mensen manipuleren of de dingen naar zijn hand zetten, want hij heeft nog geen enkele kennis opgedaan over de plaats waar hij is terechtgekomen! Evenmin kan hij eisen stellen, want hij weet nog niet welke de mogelijkheden zijn die deze wereld hem te bieden heeft.
    Deze kennis om te overleven in een wereld afgezonderd van de anderen, begint pas na een paar weken langzaam tot hem door te dringen. Want na een paar weken heeft een baby al door, dat hij door langer en harder te huilen bijvoorbeeld, vlugger op zijn wenken bediend wordt. En dan begint ook stilaan het besef te komen van het ‘alleen zijn’, en van het ‘afgezonderd zijn’ van de rest van de wereld. Ja zelfs zijn eigen moeder kan niet aan al zijn wensen voldoen, en geeft hem het bange gevoel van eenzaamheid als ze niet vlug genoeg komt opdagen. En dan begint hij stilaan het belang in te zien van de noodzaak om je in die situatie ook effectief duidelijk te laten horen, wil je wat bereiken.

    Maar zijn ouders leren hem hoe hij met die eenzaamheid moet omgaan. Ze vertellen hem allerlei trucjes en handige weetjes om zich te handhaven tegenover al de anderen. En al de kennis die hem aangereikt wordt door zijn ouders en door zijn eigen zintuigen, neemt hij gretig in zich op.
    Vanwege dit feit nu, dat een klein kind volledig onwetend is, kan je het dan ook met alle gemak van de wereld van alles en nog wat wijsmaken. Het is niet moeilijk om een kleuter ervan te overtuigen dat sinterklaas ieder jaar in december met speelgoed terugkomt, want een kind gelooft alles wat je maar zegt, en zeker als het daarbij ook nog eens extra voordeel kan halen. Alles wat hem geleerd wordt slaat hij dankbaar op in zijn nog jonge verstand. Het stelt zich geen vragen of het wel waar is wat je hem allemaal vertelt, want het weet zelfs niet eens dat er zoiets als leugens bestaat!

    En Jezus zegt:

    22  Deze kleine kinderen die gezoogd worden zijn als hen die het Koninkrijk binnengaan. 
    Want al wie het Koninkrijk van God wil binnengaan, moet eerst weer terugkeren naar ‘niets’! Het is nodig om opnieuw terug te keren naar die totale afhankelijkheid, en naar de toestand waarin je leergierig bent zonder na te denken, om zo te kunnen aanleren wat ‘echt juist’ is. 
    Maar deze keer neem je niet je aardse moeder als opvoedster, maar laat je gewoon die taak aan God zelf over. 
    Zolang je immers zelf gedachten hebt, en zolang je zelf zegt hoe de wereld en de hemel moet zijn voor jou, kan God jou zijn wereld niet tonen! Zolang je de wetten van deze wereld als de jouwe aanvaardt, geloof je in beperking en angst, en dan kan God jou niet tonen welke voordelen zijn wereld jou kan opleveren.
    Word dus weer als kleine kinderen die gezoogd worden, en die volkomen afhankelijk zijn en helemaal niets weten. Want alleen in die situatie kan God jou zijn wereld openbaren. Alleen dan staat je eigen gedachtekracht en je vrije wil niet in de weg om de goddelijke wereld te ontvangen! Verklaar dus jezelf eerst volledig onbekwaam om ook maar iets te weten over de echte goddelijkheid, en laat geen enkele gedachte nog waarde hebben in je leven. Kies daarna om terug grootgebracht te worden, niet meer door een aardse moeder en vader dit keer, maar wel door God zelf. En dan zal je een compleet nieuwe wereld leren kennen, met wetten die deze wereld met verstomming zullen slaan! 
    Kies niet meer voor een wereldse opvoeding, maar laat je volledig heropvoeden door God! Alleen hij weet welke toestand en welke gedachten de beste zijn voor jou, en hij zal ze jou dan ook graag meegeven. Want wij zijn z’n kinderen, en wie heeft er nu zijn eigen kinderen niet lief!

    Want, zegt Jezus:

    46  Van Adam tot Johannes de Doper is er onder hen die uit vrouwen geboren zijn, niemand zo uitgestegen boven Johannes de Doper, dat hij zijn ogen niet hoeft neer te slaan voor hem. Maar ik heb dit gezegd: Wie van jullie wordt als een klein kind, hij zal het Koninkrijk kennen en uitstijgen boven Johannes.

    Niemand was in die tijd onder de mensen meer geëvolueerd dan Johannes de Doper, en iedereen kon dan ook van zijn kennis en overgave veel leren. Maar wie terug kan keren naar die toestand van volledig afhankelijk zijn, van geen enkele kennis te hebben, en alles gretig in je op te nemen wat God je leert, zonder voorbehoud, die zal nog boven Johannes uitstijgen, en boven alle andere profeten die er ooit al geweest zijn, en die zal zichzelf terug in eenheid weten bij God. 
    Als we maar eens wilden aanvaarden dat God zelf onze leermeester wordt, en dat we het zelf en alleen helemaal niet kunnen!

    4  Een wijze man zal niet aarzelen een klein kind van zeven dagen te vragen naar de plaats van het leven, en hij zal leven.

    En zo wordt de oude, wijze man die in deze wereld heel wat levenswijsheid heeft opgeraapt, een dommerik in de ogen van God, want hij heeft zijn wijsheid opgedaan in een verkeerde wereld, en hij heeft slechts de eenzaamheid nog groter gemaakt, in plaats van ze teniet te doen! En alleen als hij al zijn wijsheid en kennis over deze wereld laat varen, en zich weer helemaal leegmaakt wat betreft zijn eigen gedachten en opvattingen, kan hij de goddelijke wereld bereiken. Alleen dan zal hij niet sterven (want een wijs man kan immers niet wijs zijn zonder al een redelijke ouderdom te hebben bereikt), maar zal hij leven voor altijd in de wereld van het bewustzijn van oneindige liefde.

    4  Want vele eersten zullen laatsten worden, en laatsten worden eersten, en ze zullen eenling worden.

    Al de wijze mensen van deze wereld, al diegenen die deze wereld van afscheiding begrepen hebben, en hier in het klatergoud hun weg gevonden hebben, zijn door hun kennis de eersten en de belangrijksten geworden op deze planeet. Maar hun kennis is totaal waardeloos wanneer zij weer moeten sterven en ze alles opnieuw moeten herbeginnen in het rad van reïncarnatie. Op dat ogenblik zullen zij ingehaald worden door al wie God ‘echt’ heeft leren kennen, en die dus in deze wereld van uitsluiting schijnbaar de laatsten waren, omdat zij hier de keuze maakten om geen geld, geen wijsheid, en geen bezittingen te hebben, en zij daardoor ‘alleen’ stonden met hun voor deze wereld dwaze opvattingen over God en de liefde. Want de rijke en de wijze man uit deze wereld heeft gewoon de kudde gevolgd, terwijl hij die voor vrijwillige onafhankelijkheid van materie kiest, het heeft aangedurfd om de kudde te verlaten en alleen op pad te gaan. Op die manier heeft hij al de waarden die hier op aarde zo belangrijk zijn naast zich neergelegd, en heeft hij met zijn gedachtekracht aan God getoond dat hij iets anders wou dan egoïsme en uitsluiting.

     97  Jezus zei: Het Koninkrijk van de Vader is vergelijkbaar met een vrouw die een kruik droeg, gevuld met meel. Terwijl ze over de weg liep, ver van huis, brak het oor van de kruik. Het meel ledigde zichzelf achter haar op de weg. Ze merkte het niet op, ze was zich van geen ongeluk bewust. Toen ze haar huis bereikte, zette ze de kruik neer en ontdekte dat hij leeg was.

    In alle oude culturen was de vrouw niet alleen de drager van het leven in de moederschoot, maar bovendien was ze ook nog eens de persoon die daar bovenop voor de zorg en de dagelijkse behoeften van eten en drinken voor de ganse familie moest opdraaien. Het was de vrouw die water ging halen uit de bron, en het was de vrouw die brood maakte met het meel, en de familie zodoende van alle noodzakelijke behoeften voorzag.
    Het meel is dan ook een levensnoodzakelijke grondstof om aan de behoefte van voeding en leven te kunnen voorzien.

    Jezus gebruikt de vergelijking van eten en drinken wel vaker.

    Eten en drinken neem je in je op!

    Wat je eet wordt immers een deel van jou, en geeft aan jou de levenskracht om met je lichaam verder te kunnen, en om jouw dromen hier waar te maken. Het is de grondstof om je lichaam in stand te houden, en om je eigen kleine wereldje draaiende te houden.
    Maar zoals meel voedsel is voor het lichaam, zo zijn gedachten voedsel voor de geest! 
    Al onze gedachten waar we waarde aan hechten vormen allemaal samen de persoonlijkheid die wij willen zijn. Al onze gedachten samen maken onze persoonlijkheid tot wat hij is, en geven ons karakter zijn vorm.
    En zo was er dus een vrouw op weg naar huis, naar God! 
    Zij droeg onderweg een ganse last met zich mee. 
    Een grote zware kruik vol met al haar gedachten en haar wensen, vol met al haar teleurstellingen en nederlagen, en al de dingen waarvan ze dacht dat ze levensnoodzakelijk waren in dit leven.
    En zij was op weg naar God. 
    Zij had de beslissing genomen om liefde opnieuw in haar leven toe te laten, maar wist eigenlijk niet goed waarheen of hoe eraan te beginnen. Ze kon zo moeilijk alles achterlaten hier. Er was nog zoveel waar ze zich verantwoordelijk voor voelde. En de last die ze meedroeg in de kruik - al haar gedachten -  was zo zwaar, dat zelfs het oor van de kruik het begaf!
    Terwijl ze dus vastbesloten om naar God te gaan zo moeizaam op weg was, verdwenen één voor één al haar oude opvattingen en ideeën uit de kruik. Ze dacht zo sterk aan haar goddelijke doel, aan het naar huis gaan, dat ze niet eens merkte dat ze nu al die oude gedachten niet meer nodig had. De dagen en de maanden gingen voorbij in haar leven, en met het verstrijken van de tijd smolten al haar oude opvattingen als sneeuw voor de zon. Haar leven veranderde! Ze kreeg nieuwe waarden voor haar leven, in plaats van al die oude rommel van vroeger waar ze zich alleen maar ziek door maakte! Al haar dwanggedachten en de bijhorende stressverslavingen verdwenen een voor een ongemerkt uit haar leven.
    En het ging allemaal zo geleidelijk, dat ze het niet eens merkte! 
    Want Jezus heeft immers beloofd dat hij het schaap dat de kudde durft te verlaten zal helpen en op het goede spoor zal zetten. Hij zal het zachtjes leiden naar zijn nieuwe stal, en onderweg zal het hem aan niets ontbreken. En dus is alle angst voor het ondernemen van de tocht volkomen nutteloos, want voor ieder angstig ogenblik zet Jezus een moment van vreugde in de plaats.
    Dit alles gebeurde omdat ze slechts één enkele beslissing had genomen: Ze wou terug naar huis!
    En toen ze dan bij God aankwam, toen ze eindelijk thuiskwam, merkte ze ineens dat ze alle rommel van vroeger kwijt was, en dat ze, van wat ze eens dacht dat het levensnoodzakelijk was, nu niets meer nodig had. Ze had zich al die tijd druk gemaakt om niets! Ze kwam dus ‘leeg’, en zonder enige gedachte bij God aan, en dat was dan ook de reden waarom God haar onmiddellijk in zijn huis opnam! 
    Want alleen als de kruik leeg is kan God ze weer opvullen, niet met voedsel voor het lichaam, maar met het hoogste voedsel voor de geest, dat Hij aan iedereen die dat wil onbeperkt verschaft!

    Ruil dus gerust het meel of het voedsel van deze wereld in voor het voedsel dat Jezus je aanreikt. Want Jezus bedoelt met voedsel niet het eten en drinken voor ons lichaam, maar wel de inzichten over een andere wereld van kracht en onbeperktheid, en de opperste gedachte van liefde en geluk! 
    Dat moeten wij in ons hele wezen opnemen. 
    Hier moeten wij onze handelingen op afstemmen, zodat wij stilaan de kracht van God die ons altijd beschermt weer kunnen gewaarworden, en wij ons met volle vertrouwen weer aan zijn alomvattende bescherming en vaderschap kunnen overgeven.
    Zoals immers het voedsel zich verspreidt in je lichaam, en zich omzet in energie voor je handelen op aarde, zo zal het voedsel van Jezus zich verspreiden tot in de verste uithoeken van onze denkwereld, zodat wij er geheel van doordrongen worden, en enkel hier nog naar handelen.
    Niet in onze maag moeten wij het opnemen, want dan wordt het een onderdeel van een lichaam in angst en eenzaamheid, maar wel in ons bewustzijn, zodat het onze eigenheid wordt, en wij allemaal verbonden worden met elkaar, samen in één enkel goddelijk inzicht!

    Jezus en God worden immers voor ons pas zichtbaar onder heel bepaalde voorwaarden:

    Hij zei: 
    37  Wanneer jullie je kleren afleggen zonder schaamte en ze op de grond leggen en met de voeten betreden zoals kleine kinderen, dan zullen jullie de zoon van de levende zien en zullen jullie niet bang zijn.

    Wanneer wij onze kleren afleggen, dan staan wij helemaal naakt tegenover de anderen. Dan zijn wij weerloos en volledig overgeleverd. En wij schamen er ons voor om ‘naakt’ te zijn. Wij zijn kwetsbaar dan.
    Maar Jezus heeft het hier ook nog over een heel ander soort kleren! De kleren symboliseren hier het karakter dat wij ons allemaal aangemeten hebben! Het is de manier waarop wij ons aan de anderen willen tonen; onze denkwijze, onze ‘ik’ die ons onderscheidt van alle anderen. Dat wordt hier bedoeld met ‘je kleren afleggen’.
    Ons karakter is immers de grote boosdoener! De maatschappij zegt ons iedere dag weer: ‘Zorg dat je een sterk karakter hebt, en dat je een sterke persoonlijkheid wordt, want alleen zo kan je hier iets te betekenen hebben in deze wereld! Zorg er ook voor dat de anderen je niet kunnen raken en dat je een heel duidelijke mening hebt, en laat je niet van je stuk brengen door de mening van de anderen.’ 
    En dat is dan ook wat wij allemaal doen! Wij bouwen een muur om ons heen om ons te beschermen. Wij meten onszelf een karakter aan.
    Maar omdat iedereen een ander karakter heeft, en iedereen iets anders wil, botsen al die karakters met elkaar, omdat ze op hetzelfde moment niet allemaal hetzelfde willen, en ze dus alleen maar iets nuttigs opbrengen voor slechts één enkele persoon op één welbepaald moment! 
    Daardoor leven wij dan ook in een wereld van onbegrip en pijn, of in een wereld van egoïsme en hebzucht! 
    En laat al die hooggeplaatste wereldleiders maar het tegendeel beweren, maar zie eens hoe goed zij het hier materieel hebben, en hoe zij er iedere dag weer voor vechten om dat te behouden! 
    En zie eens hoe arm meer dan tachtig procent van de wereldbevolking is! 
    En dat allemaal omwille van het feit dat wij verschillend willen zijn van elkaar, en wij elk een ander karakter willen hebben, beter dan de anderen!

    Maar Jezus zegt: Je zal God alleen zien, als je volledig je kleren hebt afgelegd! 
    Als je hebt gespuugd op het karakter dat jij je eens wou aanmeten, en waardoor je verschillend werd van al de rest! Als je erop geschopt hebt, als op een stuk vuil langs de straat waar de kinderen mee voetballen, om het daarna weer in de goot te laten liggen!

    Alleen wanneer wij bereid zijn om ons te ontdoen van onze volledige ‘ik-heid’, van ons ‘ego’ dat ons onderscheidt van alle anderen, alleen dan kunnen wij het goddelijke ervaren!
    Laat ons gerust allemaal even nadenken over de diepgang van Jezus’ woorden!

     

    Laat je niet wijsmaken dat je de dood maar moet aanvaarden.
    Laat je niet wijsmaken dat pijn en verdriet deel uitmaken van de werkelijkheid.
    Laat je niet wijsmaken dat ziekte onbegrijpelijk is, en iets is wat je overkomt.
    Laat je niet wijsmaken dat deze wereld vijandig is.

    Laat je niet wijsmaken dat je alles maar lijdzaam moet ondergaan.
    Laat je niet wijsmaken dat deze wereld één brok ellende en verdriet is.
    Laat je niet wijsmaken dat je nu niets kan doen.
    Laat je niet wijsmaken dat je moet wachten tot na de dood om God te zien.

    Want zij die je dit wijsmaken geloven in een afgod!
    Zij geloven in een god die niet compleet is, en die geen liefde kent.
    Zij geloven in een god die compromissen sluit.
    Zij geloven in een god die ook een beetje duivel is.

    Ga liever op zoek naar de echte God.
    Ga op zoek naar de God die nu volledige tevredenheid biedt aan iedereen.
    Ga op zoek naar de God die jou nu liefheeft.
    Ga op zoek naar de God van alleen maar liefde.

    Die God kan je alleen maar vinden als je begint toe te passen
    wat Jezus ons is komen leren. 
    Daarvoor moet je wel je eigen opvattingen veranderen.
    Dat is waar.
    Maar zet heel voorzichtig je eerste stappen op het goddelijke pad,
    door je leven in handen te geven van de hogere macht. 
    Hij alleen kent de weg voor jou naar onbeperkte liefde, 
    en naar rijkdom die jou nooit meer ontnomen kan worden.




 

Foto's

photo photo photo photo