Vrije wil of noodlot?

    Hebben wij een vrije wil, of is het leven door een hogere macht voorbestemd en kunnen wij slechts volgen wat ons wordt voorgeschoteld? 
    Over deze vraag hebben de filosofen zich al eeuwenlang het hoofd gebroken. Nu eens was het de ene mening die primeerde, dan weer de andere. Maar nooit viel er echt een lijn te trekken in de bewijsvoering, en kon iedere mening ook weer onmiddellijk door de andere worden weerlegd.
    Uiteindelijk heeft de mens er zich bij neergelegd, en zijn we dan maar tot de conclusie gekomen dat het zowel het een als het ander kan zijn.

    Diegenen die het hier goed hebben zullen natuurlijk zeggen dat ze vast en zeker een vrije wil hebben, en dat ze door hun eigen kracht goed aan te wenden om het even wat kunnnen bereiken in dit leven. Voor de andere negentig procent van de wereldbevolking is dit helemaal niet zo evident, en zij zullen natuurlijk de mening zijn toegedaan dat alles is voorbestemd, en je jouw lot maar heel moeilijk kan veranderen. Voor hen is het evident dat we niet zelf ons lot kunnen kiezen, maar dat we slechts de speelbal zijn van een verschrikkelijk en vreselijk lot dat ons werd toebedeeld, ergens door een hogere macht die ons op een of andere manier de les wil lezen. 
    De meningen zijn dus verdeeld, afhankelijk van ieders situatie, en het antwoord is dus opnieuw zowel "ja" als "neen".

    Hebben we nu een vrije wil, of hebben we er helemaal geen?

    Om het antwoord te vinden kunnen we niet op het oppervlakkige niveau blijven denken. We zetten daarom nog even alles op een rijtje.

    --- God is liefde, en God is alles. Er is niets, wat niet God is.
    --- Wij zijn de kinderen van God. 
    --- Het is de eigenschap van liefde dat ze alles deelt, en niets voor zichzelf houdt.
    --- We kunnen dus niet anders dan besluiten dat God zijn volledige kracht, zijn volledige vrije wil, en zijn volledige liefde met ieder van ons gedeeld heeft. Gans het universum deelt dus gelijkelijk in alle kracht die God ons gegeven heeft. 
    Niemand heeft meer, niemand heeft minder. 
    Alleen dit kan rechtvaardig zijn.

    Deze Goddelijke eigenschappen zijn dus ook onze eigenheid en wij zijn bijgevolg begiftigd met een volledig vrije wil, de volledige kracht van God, en de volledige liefde die nodig is om de eenheid van het systeem te garanderen. 
    Dit alles is volledig waar binnen het denksysteem van God, en wij kunnen deze eigenschappen nooit ofte nooit verliezen, omdat God zelf het zo voor ons gewild heeft. Wij zijn daarom voor eeuwig vrij, voor eeuwig in kracht, en voor eeuwig in liefde.

    Nochtans ervaren wij op dit ogenblik helemaal geen vrijheid, helemaal geen kracht, en al evenmin dat onze vrije wil ten allen tijde gerespecteerd wordt. Hoe komt dit dan?
    Dat heeft natuurlijk te maken met het feit dat wij ooit een verkeerde keuze hebben gemaakt en de ons toebedeelde kracht niet oordeelkundig zijn blijven gebruiken. Ooit hebben wij gekozen om het systeem dat God voor ons had voorbestemd te verlaten, en met onze vrije wil te kiezen voor een eigen denksysteem, een ander systeem dan datgene wat God voor ons gewild heeft. 
    En omdat onze kracht even groot is als die van God, en God alleen liefde als uitgangsbasis voor om het even welke redenering kiest, heeft Hij ons niet eens proberen te stoppen toen wij deze vergissing begingen. God heeft met andere woorden op dat kritieke moment, onze vrije wil volledig gerespecteerd, omdat hij niet wou tornen aan de wetten die Hij zelf had ingesteld. En daarom is het onmogelijk dat wij geen vrije wil hebben, want wij mochten met onze vrije wil zelfs de wil van God vrijelijk naast ons neerleggen.

     

    Waarom dan ervaren wij op dit moment iets anders, en is het alsof het leven ons steeds weer tussen de vingers glipt?
    Wanneer je even logisch nadenkt is het antwoord echt niet zo moeilijk. Wat gebeurt er immers wanneer twee personen, elk begiftigd met een even sterke vrije wil, en met een even sterke kracht, maar wel met een verschillende mening tegenover elkaar komen te staan?
    Inderdaad, het wordt een eeuwige strijd. 
    De strijd der titanen! 
    Beiden onsterfelijk omdat God het zo gewild heeft, beiden met gelijke kracht omdat God het zo gewild heeft, en beiden met een even grote vrije wil, ook omdat God het zo gewild heeft. Wat deze titanen echter niet beseffen, is dat ze alleen maar in strijd  tegenover elkaar staan omdat zij er zelf voor gekozen hebben om met elkaar van mening te verschillen. Want dat de kinderen van God ooit als vijanden tegenover elkaar zouden komen te staan, was niet de wil van God, en was geen onderdeel van de vrije wil die Hij voor zijn kinderen had voorbestemd. 
    Die wil om een denksysteem te bouwen los van het Zijne, dat idee hadden ze zelf gekozen vanwege een vergissing in hun denken.

    Deze vergissing heeft dan geleid tot een nieuw systeem waarin de kinderen van God hun zelf gecreëerde avonturen konden beleven. Het systeem van reïncarnatie was geboren, waarin de kinderen van God nu beurtelings hun vrije wil aan de anderen konden opleggen, de ene keer als onderdaan of slaaf, de andere keer als heer en meester van de materiële wereld, die nu door iedereen zo felbevochten wordt. 
    De vrije wil van de ene wordt echter aan banden gelegd door de vrije wil van de andere, omdat God het nu eenmaal gewild heeft dat iedereen gelijkelijk werd begiftigd. En daarom kon de vrije wil alleen nog maar beurtelings worden toegepast. De ene keer als heerser, de volgende keer in armoede en ellende om diegene die nu meester is te plezieren.

    at wij echter niet beseffen, is dat de vrije wil niet op zichzelf staat; maar samen gaat met de andere geschenken die wij van God mochten ontvangen. Zo hebben wij samen met de vrije wil ook onbeperkte kracht gekregen van God, en bovendien heeft God voor altijd gewild dat wij een éénheid zouden zijn, en ook aldus zouden functioneren.

    Omwille van die eenheid is het onmogelijk om iets te wensen voor de anderen, zonder dat je het ook voor jezelf wenst. De wereld die je voor de anderen bedenkt, zal dus ooit ook jouw wereld worden, omdat dit een weerspiegeling is van de eenheid die God onder ons heeft ingesteld. Met andere woorden, wanneer je de anderen overheerst, dan kies je ervoor om vroeg of laat ook zelf overheerst te worden. Wanneer je de anderen pijn doet, dan kies je ervoor om vroeg of laat ook zelf pijn te lijden. Het is echter alleen maar omdat het nu niet meer gelijktijdig kan gebeuren, dat er wat tijd, of enkele levens als je het zo wilt uitdrukken, verstrijken vooraleer je de rekening van je eigen denken en handelen gepresenteerd krijgt. De vrije wil, samen met de wet van eenheid is dus nog steeds geldig, ook al gaat er dan wat tijd voorbij vooraleer ze tot uiting komt. Want wat je voor de ander wenst, is ook wat je ooit zelf zal mogen ondervinden. Je eigen vrije wil in combinatie met de wet van eenheid staat daarvoor garant. 
    Wij krijgen dus binnen ons zelfgemaakt systeem inderdaad telkens weer waar we zelf om vragen. Alleen weten we niet meer dat we er ooit om gevraagd hebben omwille van het feit dat er ondertussen al enige incarnaties zijn verstreken tussen het vragen en het krijgen. 
    De vrije wil is dus zoals je ziet nog altijd gegarandeerd, ook buiten het systeem van God.

    We kunnen ons echter de vraag stellen of deze vrije wil in ons zelfgemaakt systeem wel een echte vrije wil is. 
    Ben je helemaal vrij als je jouw eigen mening aan anderen wilt opdringen, als je de voor jou perfecte wereld wilt maken en daar misschien ook in slaagt,  maar daarna het deksel weer op de neus krijgt omwille van de eenheid, en vervolgens op jouw beurt weer de mening van anderen moet ondergaan. 
    Is dit echt vrijheid, of is dit onszelf wat voorliegen?
    De verstandigen onder ons weten dat we zo nergens komen, en dat we met dit denksysteem helemaal geen oplossing verkrijgen.

    Vrije wil wordt dan ook maar vrije wil op het ogenblik dat je jouw wil opnieuw laat overeenstemmen met de wil van God. Want in het denksysteem van God wordt door iedereen alleen maar voor het geheel gezorgd, en is het niet "ieder voor zich". 
    Alleen wanneer je jouw wil weer aansluit bij de wil van het geheel, van God, kan je echte vrijheid vinden, omdat er dan niemand meer met gelijke kracht je zal tegenwerken, en van jou hetzelfde zal eisen als jij hem ooit hebt aangedaan. Als jouw vrije wil het is om voor iedereen liefde te willen, dan kan het niet anders of de anderen zullen hetzelfde voor jou willen. Alleen wanneer de kracht door iedereen in dezelfde richting van eenheid en liefde wordt gebruikt kan er van vrijheid sprake zijn. 
    Zolang we dus de kracht en de wil voor onszelf alleen wensen te gebruiken zullen we steeds zowel de voor- als de nadelen ervan blijven ondervinden. En zolang je nadelen ondervindt kan je bezwaarlijk vrij zijn.

    Echt vrije wil is dus alleen maar mogelijk door weer in het denksysteem van God binnen te treden, en het ouwe door onszelf gemaakte systeem terzijde te leggen. 
    In ons systeem werkt de vrije wil niet! 
    Hij kan je de indruk geven dat hij een tijdje voor je werkt, maar daarna zal hij je onherroepelijk de factuur presenteren die je zelf hebt uitgeschreven. 
    Het noodlot dat we hier ondergaan is dus niets anders dan het noodlot waar we met onze eigen vrije wil eerder om gevraagd hebben!




 

Foto's

photo photo photo photo