Waar zit het gedachtelichaam?

    De meeste godsdienstige filosofieën vermelden het bestaan van de ziel als het heiligste deel van een mens. Het zou onze ziel zijn die uiteindelijk bij god zal terechtkomen, maar er is echter niemand op deze wereld die voor dit begrip een juiste beschrijving kan geven of die weet wat het nu in feite inhoudt. Met de ziel bedoelen zij eigenlijk: dat stukje in jouw lichaam dat nog volledig rein en God is. Onze ziel is dus een soort van bovenbewustzijn dat de enige herinnering vormt die we nog hebben aan ons vroegere “god-zijn”. Het zijn de kleinste deeltjes waaruit we zijn opgebouwd, die op zichzelf en in volledige vrijheid over alle wijsheid en kennis beschikken, en die ons blijven aansporen om hen weer vrij te laten en om terug te keren naar god. Het is een stille en niet aflatende kracht die ons langzaam maar zeker de goede kant uittrekt.

    Ziel, bezieling, de beweegreden waarmee je iets doet!

    Wanneer wij een bewustzijn zijn, en geen lichaam, dan kunnen wij aan dat bewustzijn gelijk welke richting meegeven. Je kan dus al je handelen bezielen met gelijk welke richting die je uitwilt. Maar de werkelijke ziel, de werkelijke beweegreden waartoe wij zijn geschapen was de liefde. Het niveau van de ziel openbaart zich dan ook alleen maar wanneer de beweegreden voor je handelen louter liefde wordt, en niet meer iets anders dan dat.

    Het niveau van de ziel bereik je pas wanneer je achtereenvolgens uit al je opeenvolgende lichamen bent uitgetreden. Osho, een oosterse wijsgeer, vertelde ons dat hij in totaal uit zeven opeenvolgende lichamen kon uittreden. Dat zou dan betekenen dat er zeven niveaus bestaan in de reïncarnatie, en dat ieder volgend gedachtelichaam dan steeds een hogere trilling zou bezitten dan het vorige. Op die manier komen we uiteindelijk uit bij het allerlaatste gedachtelichaam, dat dan ook de allerhoogste trilling heeft, namelijk de ziel! Dat is het gedachtelichaam dat functioneert op het niveau van een god, en dat dan ook volledig in die goddelijke eenheid zal verdwijnen.

    Het uittreden uit onze lichamen kunnen we heel simplistisch gaan vergelijken met het pellen van een ajuin. Iedere keer wanneer we uit een van onze lichamen treden komen we in een steeds diepere laag terecht, en zo ontmantelen we beetje bij beetje al de lagen van ons bewustzijn. Een voor een vallen de schillen weg, en onthullen ze ons een steeds hogere realiteit, die ook steeds minder en minder vorm heeft, tot er uiteindelijk niets meer overblijft wanneer de laatste schil is weggenomen.

    Er getuigen momenteel nog maar heel weinig mensen over het bestaan van meerdere gedachtenlichamen, maar als er getuigenissen over bestaan, dan zal er zeker en vast ook ergens een grond van waarheid in zitten.

    Waar we wel zeker van zijn, is dat we een tweede lichaam hebben, namelijk ons meest nabije gedachtelichaam! Daarover kunnen heel veel mensen getuigenissen afleggen, en indien je zelf op zoek wilt gaan naar zulke getuigenissen, zal je er zeker en vast heel wat vinden. Het is ons gedachtelichaam waar we mee verder moeten in de cirkel van reïncarnatie.

    Dit lichaam, dat bestaat uit energiedeeltjes die kleiner zijn dan onze atomen, en die een bepaalde snelheid van trilling hebben, is voor ons het voertuig naar onze voorlopige hemelen. Reeds tijdens dit leven kunnen heel veel mensen het gedachtelichaam zien en ook vrijmaken uit hun menselijk lichaam. Ook zij die een bijna-dood ervaring hebben gehad, maken hier melding van, en tenslotte zijn ook onze metgezellen, de geesten, gewoon niets anders dan een gedachtelichaam dat ofwel uit onwetendheid blijft hangen rond de aarde, ofwel hier een taak heeft uit te voeren om het ons naar onze zin te maken.

    Op dit ogenblik zit dat gedachtelichaam ergens verstopt in ons menselijk lichaam. Waar zou zich dit dan precies kunnen bevinden? We hebben tot op heden nog nooit het plaatsje kunnen lokaliseren waar het zich juist schuilhoudt. Hoe is het in ’s hemelsnaam mogelijk dat er nog een lichaam zit in dit toch al zo zware en massieve lichaam van vlees en bloed?  Om dit te weten te komen gaan we de wetenschap eens raadplegen.

    Zoals u weet bestaat ons lichaam uit vele verschillende delen:  armen, benen, romp, hoofd,… Binnenin al deze delen bevinden zich dan ook nog eens vele organen en weefsels die het mogelijk maken om onze lichamelijke functies uit te oefenen. Al deze dingen zijn in feite opgebouwd uit miljoenen cellen, die elk op zich een heel specifieke taak hebben in ons lichaam. De ene partij cellen vormt de huid, een andere de lever, nog een andere het hart, …  Elk van die cellen op zich is dan weer een klein fabriekje dat op volle toeren draait, want in iedere kleine cel afzonderlijk zitten nog eens miljoenen moleculen, die op hun beurt dan weer bestaan uit duizenden atomen. Vroeger dacht men dat het atoom het kleinste deeltje was dat er bestond, maar dat is niet zo, want ook het atoom kan nog eens opgesplitst worden in vele kleinere deeltjes. Ieder atoom bestaat uit een kern van protonen en neutronen, met daarrond nog een zwerm van elektronen eromheen. Elk van deze deeltjes kan dan nog eens kleiner worden ingedeeld, waardoor we dan binnentreden in de wereld van de quarks en de snaren. En waarschijnlijk stopt het ook hier nog niet, want er zijn immers aanwijzingen dat er nog kleinere deeltjes dan deze zouden bestaan.

    Op het niveau van het atoom nu, is er echter een heel belangrijke opmerking te maken. Zo een atoom is voor ons compleet onzichtbaar, want het is zo ongelooflijk klein, dat wij heel sterke microscopen nodig hebben om het kunnen waar te nemen. Wanneer we zo een atoom, dat bestaat uit protonen, neutronen en elektronen, dan ook eens goed gaan bekijken, dan stellen we vast dat ieder atoom slechts uit 0,001% vaste stof bestaat! 
    De overige 99,999 % van een atoom is dus gewoon lege ruimte! Die ruimte wordt wel benut door de elektronen, om rond de kern van het atoom te kunnen draaien, maar toch is die ruimte nooit gevuld.

    Om ons hiervan een voorstelling op mensenmaat te maken, kunnen we op de grond eens een vierkant tekenen met een zijde van 3 meter en 16 cm. Dit vierkant stelt dan de grootte van één enkel atoom voor. Midden in dit vierkant kleuren we nu een kleiner vierkantje van slechts 1 cm. groot. Dit kleine vakje vertegenwoordigt nu al de materie die er aanwezig is in ons atoom van 3,16 m. 
    Al de rest is gewoon leeg! 
    Zo ziet dus een sterk uitvergroot atoom eruit: één grote leegte! 
    Dat wil dus zeggen dat al de materie die er in het heelal bestaat, in feite meer een leegte is, dan materie. Mocht u immers de tafel waar u nu zit te lezen zo gaan vergroten dat u de atomen zou kunnen waarnemen, dan zou u moeten gaan zoeken om een materiedeeltje van die tafel terug te vinden. Onze ogen kunnen echter op dat niveau niets zien, en vormen dus een grote belemmering voor ons inzicht in de echte wereld. Daardoor beseffen we niet dat we in feite meer in een leegte dan in een ruimte leven! Dagelijks vliegen er zo miljarden kleine deeltjes dwars door uw lichaam, zonder dat u daar ook maar iets van merkt. 
    Door dit opmerkelijk feit is het zelfs mogelijk dat er heel kleine deeltjes, die uit de ruimte naar ons toekomen, dwars door onze aarde heengaan, zonder dat ze ook maar een keer met iets van de materie in botsing komen.

    U ziet nu wel in dat er in ons lichaam, dat wij als “vol” aanzien, in feite plaats te over is om nog miljoenen van die gedachtenlichamen te herbergen. Tussen al de atomen van ons lichaam is er immers nog een zee van open ruimte beschikbaar! En omdat die deeltjes hoog-energetische kwaliteiten hebben, hoeven ze geen hinder te ondervinden van de aantrekkings- of afstotingskracht met de andere deeltjes.

    Maar welk nut heeft het dan, dat dit gedachtelichaam in ons zit? Waartoe dient het terwijl we nog in een aards leven zijn? Dit is niet zo heel moeilijk te verklaren. Een gedachtelichaam bestaat immers uit energiedeeltjes die kleiner zijn dan de bouwstenen van onze atomen. Deze deeltjes bewegen zich niet voort in rechte lijnen, maar hebben een bepaalde trilling: ze gaan onophoudend op en neer, en draaien rond hun eigen as met een welbepaalde snelheid. Op die manier bewegen ze ook in ons lichaam. Al deze kleine deeltjes worden bestuurd door onze gedachten, want gedachten kunnen de allerkleinste energiedeeltjes besturen, zoals je nog weet uit de vorige hoofdstukken. Daardoor blijven ze in ons lichaam, zolang dit lichaam levensvatbaar is, en ze doorstromen op die manier constant gans dit lichaam met hun energie. Zo vormen ze een brug tussen ons materielichaam en onze gedachten.

    We hebben eerder al gezien dat een ziekte van onze geest of onze gedachtenwereld, altijd zorgt voor een corresponderende ziekte in ons menselijk lichaam. Wel, het zijn de energiedeeltjes van ons gedachtelichaam die hiervoor zorgen. Wanneer jij negatieve gedachten hebt, stuur je jouw eigen gedachtelichaam met deze negatieve energie doorheen je lichaam. Daardoor zal je materielichaam op een of ander punt gaan stoppen met het uitoefenen van bepaalde functies die je gezondheid in stand houden. Je natuurlijke afweer wordt zodoende op bepaalde plaatsen verzwakt, doordat jij er met je gedachtelichaam nu negatieve energie doorheen stuurt. Er ontstaat dan op die manier een blokkade in je lichaam, die uiteindelijk zal eindigen als een ziekte.

    Je gedachtelichaam laat normaal de energie vrij doorheen je lichaam stromen, en dan voel jij je goed. Wanneer jij echter slechte gedachten krijgt, dan besturen jouw gedachten het gedachtelichaam niet goed, en zo ontstaan er blokkades in je energiebanen die zorgen voor een slechte doorstroming van je energie. Je wordt dan ziek en lusteloos. Je krijgt nu een signaal van je lichaam dat er iets niet in orde is met je gedachten, en het is dan aan jou om dit te herkennen, en om dit probleem op te lossen.

    Je gedachtelichaam werkt dus bijna zoals een modem in je computer. Een modem zet de elektrische pulsen die door je telefoonkabel gaan om in de cijfers en de letters op je scherm. Wel, het gedachtelichaam doet juist hetzelfde. Het vertaalt de vorm van jouw gedachten naar een vorm die past voor jouw materielichaam. Het is de vertaler die je gedachten omzet in materiële dingen: in ziekte of in blakende gezondheid.

    Normaal huist er slechts één gedachtelichaam in één materielichaam, maar er is echter plaats genoeg voor vele gedachtenlichamen in ieder materielichaam. Dit fenomeen komt veelvuldig voor, en dan zegt men wel eens dat deze mensen “bezeten” zijn. Inderdaad, een ander gedachtelichaam heeft zich dan naast het eigen gedachtelichaam genesteld, en beurtelings zullen ze nu de controle over dat lichaam gaan overnemen. De persoon in kwestie moet daar op een of andere manier door zijn gedachten de toestemming voor gegeven hebben, of dit zo gewild hebben als een ervaring om bij te leren. Anders is dit niet mogelijk, aangezien er niets kan gebeuren tegen iemands wil in. Een of ander signaal vanuit zijn gedachtenwereld heeft dus nog een tweede gedachtelichaam in zijn menselijk lichaam toegelaten. Naargelang nu het onderbewustzijn bepaalde signalen uit de buitenwereld opvangt, zal aan het eerste of tweede gedachtelichaam de toestemming worden gegeven om het commando over het lichaam over te nemen. Dit is wat schizofrenie wordt genoemd.

    Ik heb onlangs een documentaire gezien over drugverslaafden die een bepaalde psychose gaan ontwikkelen, en daardoor denken dat ze iemand anders zijn. Eén van hen zei klaar en duidelijk: wanneer ik het wil, als ik toestemming geef, dan neemt die ander het van mij over! Iemand die drugs neemt is dus zeer gevoelig voor het verliezen van de eigen wil, waardoor andere entiteiten, die als paria’s rondzweven, van de gelegenheid gebruik maken om het lichaam in te palmen. Waarschijnlijk gaat dan ook de interessesfeer van het slachtoffer uit naar de periode of de persoon door wie hij zich zogezegd laat inpalmen. Als je bijvoorbeeld geïnteresseerd bent in Napoleon, dan zal er ook een gelijkaardige entiteit met dezelfde interesse bij jou indringen.

    Het is echter ook mogelijk dat meerdere gedachtelichamen een menselijk lichaam hebben ingepalmd, en er vervolgens hun eigen gang mee gaan. Dan zitten er in dat lichaam waarschijnlijk vele lagere gedachtenlichamen die de controle beurtelings voor zich gaan opeisen. Met zo iemand kan je niets meer aanvangen, want je weet nooit hoe hij zal gaan reageren in welbepaalde situaties. Deze persoon heeft dan niet eens meer de mogelijkheid om zelf zijn lichaam te besturen, want vele andere, kwaadaardige lichamen doen dit ondertussen voor hem. In de bijbel kunnen we bijvoorbeeld meermaals lezen hoe Jezus zulke geesten wegjaagt uit iemands lichaam.

    Ook bij gedachtenbeïnvloeding door anderen treedt een ander gedachtelichaam in jouw lichaam binnen, zij het dan heel tijdelijk. Dit gebeurt meestal tijdens je slaap, omdat dan je eigen gedachtelichaam gedurende je dromen, niet altijd aanwezig is. Op dat moment plaatst de indringer bepaalde gedachten in je onderbewustzijn, en heeft nu tijdelijk jouw lichaam onder controle. Je eigen gedachtelichaam, dat tijdens je slaap meerdere keren je lichaam verlaat, merkt dit, en komt onmiddellijk terug. Jij wordt dan wakker, en je kan je nu niet meer bewegen omdat je eigen gedachtelichaam niet direct zijn plaats kan innemen. De indringer heeft immers nog steeds jouw lichaam onder controle. Doordat jij echter alles in de weer stelt om weer de controle te verkrijgen gaat het vreemde gedachtelichaam weg, en kan het jouwe terug zijn normale plaats innemen. Nu ben je opnieuw vrij en ben je weer in staat om al je ledematen te bewegen.

    Zolang jij op aarde bent, is dat materielichaam echter van jou! Andere gedachtenlichamen kunnen er dan wel binnendringen, maar ze kunnen nooit helemaal de controle overnemen, tenzij jijzelf hen daarvoor de toestemming geeft. 
    We moeten hierbij toch wel de bedenking maken dat angst hebben voor deze dingen, er ook kan mee gelijkstaan dat jij je toestemming geeft. Want als je gewoon maar je aandacht op iets richt, ook al is het uit angst, dan geef je te weten aan het universum dat het dit is wat jij wilt, en je zal het dus ook effectief mogen ervaren.

    U merkt nu wel dat gedachtenlichamen een veel grotere rol spelen in ons leven dan we wel zouden vermoeden. De mensen die voor het goddelijk bewustzijn al een zekere gevoeligheid ontwikkeld hebben, kunnen zich toch best leren afsluiten voor de invloed van andermans gedachtenkracht. Zolang je immers nog niet de volledige goddelijkheid gevonden hebt, blijft iedereen hier een speelbal van de gedachtenkracht van al de anderen, gewoon omdat er dan nog dingen zijn die je voor jezelf wenst te behouden, waardoor je dan gekwetst kan worden als anderen het je willen afnemen. Daarom is het goed dat de al meer geëvolueerde gedachtenlichamen zich ook leren afschermen voor de lagere gedachten van hun medemensen, tot ze de materie volledig beheersen. 
    Met de nodige kennis en inzicht in de levensprocessen, blijf je dus steeds de controle houden over alles in je leven, tenzij je zelf door angst wordt overmand en op die manier aan de anderen vrij spel geeft om je leven te beïnvloeden.



 

Foto's

photo photo photo photo