Wat na de dood?

    Indien er na dit leven inderdaad nog een andere vorm van leven komt, dan kan ik mij heel goed voorstellen dat u graag wilt weten welke vorm dit zal aannemen, en wat u er precies mag van verwachten. Deze vraag is echter moeilijk om specifiek voor iedereen afzonderlijk te beantwoorden, omdat de verscheidenheid en de vele mogelijkheden na de dood, even groot of zelfs nog groter is dan deze tijdens dit leven. Tijdens ons aardse bestaan zijn we allemaal heel verschillend van elkaar. Wel, gedurende het leven hierna zal dit zeker niet anders zijn. Indien u heel concrete voorbeelden wilt lezen over dit onderwerp, dan kan ik u de boeken van Jozef Rulof aanbevelen. Hierin wordt o.a. het leven na de dood gevolgd van mensen die pas gestorven waren, of mensen die op hun doodsbed al een glimp van het voor hen bestemde hiernamaals konden opvangen. U zal merken dat al deze ervaringen heel goed passen in de theorie die wij hier samen aan het opbouwen zijn.

    Ik wens er toch nog even de nadruk op te leggen dat alles wat u in dit hoofdstuk leest wel handelt over het leven na de dood, maar in geen geval ook maar iets te maken heeft met uw rechtstreekse terugkeer naar God. Al wat u in dit eerste deel komt te weten, maakt deel uit van de evolutie van ons gedachtenlichaam, en is een stap onderweg, maar meer ook niet. Onthoudt dit dus goed en vergist u daarbij niet: wat in dit hoofdstuk beschreven staat brengt u niet in een keer bij het allerhoogste, maar behandelt slechts één kleine stap in uw evolutie, en is slechts een onderdeel van onze cyclus van steeds wederkerende reïncarnatie.  Het zegt alleen iets over de trage weg die we momenteel allemaal aan het bewandelen zijn. De snelle weg, of de volledige terugkeer naar god, en alles wat hiervoor nodig is, bespreken we in het tweede deel.

    We weten nu al dat er in ons huidige lichaam nog een tweede lichaam, of een “gedachtenlichaam” verborgen zit. Sommige mensen zijn al tijdens dit aardse leven in staat om hun gedachtenlichaam effectief vrij te maken van het materielichaam, en ze kunnen er dan ook op eigen houtje mee op verkenning gaan in ons universum. Ze nemen dus hun bewustzijn mee in hun gedachtenlichaam! 
    Omdat het “gedachtenlichaam” niet bestaat uit de ons welbekende trage en logge materie, maar wel uit heel kleine energiedeeltjes die alleen maar voor de gelegenheid de vorm hebben aangenomen van ons huidige lichaam ( omdat onze  gedachten dat nu eenmaal zo hebben gewild ) is het mogelijk om met dit lichaam door alle materie heen te gaan. Een muur, een huis, de zee, een berg, de aarde, … het is voor ons gedachtenlichaam allemaal geen hindernis meer. Je kan er immers gewoon doorheen gaan, of er simpelweg middenin gaan plaatsnemen. Het is zelfs mogelijk om direct contact te leggen met buitenaardse beschavingen, of je kan als je dat aandurft tenminste, je ook onder de overledenen van deze aarde begeven. Ook een verkenningstochtje doorheen het lichaam van anderen behoort tot de mogelijkheden. Omdat dit gedachtenlichaam uit krachtige energiedeeltjes bestaat, heeft de zwaartekracht er geen enkele invloed meer op.

    Waarom hebben we nu precies deze naam “gedachtenlichaam” gekozen? Deze naam is in feite ontstaan uit het besef dat het precies onze eigen gedachten zijn die effectief een heel welbepaalde vorm gaan geven aan dat fijne lichaam van energiedeeltjes. Via onze gedachten zijn we langs de evolutie om, verslaafd geworden aan een leven op aarde, en willen we telkens opnieuw in allerlei materiële levensvormen incarneren. Telkens we de vorm van een of andere levenssoort aannemen, of dat nu een plant, een dier of een mens is, dwingen we daardoor deze energiedeeltjes om mee te evolueren met dit door ons uitgekozen materielichaam. Uit zichzelf en volledig vrij, maken deze deeltjes deel uit van de goddelijke energie. Maar onder dwang van onze eigen gedachten moeten ze wel de vorm aannemen die wij verkiezen, en zichzelf dus gevangen zetten in de materie. De vorm van dat gedachtenlichaam kan dan ook makkelijk veranderd worden door gewoonweg je gedachten erover te veranderen. Iedere keer dat je een aards leven verlaat, en je na de nieuwe ervaringen met jouw voorlopige hiernamaals de wens uitdrukt om terug te keren op aarde, kies je, in overleg met de krachten van het universum, zelf het lichaam dat voor jou het beste past voor je evolutie. Het feit dat je nu een lichaam hebt dat mooi of minder mooi is, slim of minder slim, handig of lenig, is dus voor een deel afhankelijk van de gedachte die je had over jezelf voor je in dit leven kwam.  
    Let wel op, want het zit iets ingewikkelder in elkaar dan dit: het is namelijk niet omdat je jezelf in een vorig leven waardeloos vond, dat je alleen om deze reden nu in zo een lichaam zit. Het kan immers ook zijn omdat je vroeger over andere mensen zo gedacht hebt, en hen als minderwaardig hebt beschouwd in het lichaam dat zij toen hadden, dat jij nu op je weg naar volledige liefde hetzelfde mag ervaren, gewoon om het af te leren dat de ene minderwaardig zou zijn dan de ander, gelijk in welk lichaam hij op dat moment ook verblijft. Dat betekent dan dat je in je vorige levens, op je weg naar volledige liefde toe, hier een steekje hebt laten vallen door anderen zo te gaan beoordelen en veroordelen, en dat je dat nu eens zelf mag beleven, zodat je deze vergissing nooit meer zal begaan. Ook dit kan een mogelijke reden zijn waarom wij in ons huidige leven in een minder aantrekkelijk of minder sterk lichaam moeten functioneren. 
    De ervaring is immers de beste leerschool om iets af te leren,  en dus is de keuze om zelf te ervaren wat je vroeger veroordeeld hebt, de beste manier om van dat tekort aan liefde af te raken.

    Toch blijft tijdens ons leven hier, dit gedachtenlichaam onvoorwaardelijk verbonden aan het materielichaam waar het voor gekozen heeft voor de geboorte. Er is immers iedere keer voor de geboorte al een heel duidelijk engagement door onszelf aangegaan om hier bepaalde dingen tijdens ons leven te komen ervaren, en om zo door ondervinding te kunnen leren wat ons van echte liefde gescheiden houdt. Totdat het moment aanbreekt dat je die volledige liefde hebt leren kennen en toepassen, moet je gedachtenlichaam dan ook noodgedwongen steeds weer een materiële vorm komen bewonen, zodat je trage evolutie naar het goddelijke toe, via de reïncarnatie in ieder geval verdergaat. Mensen die uit hun lichaam kunnen treden, zijn dus verplicht om daar steeds weer in terug te keren, omdat dat door de natuurwetten van de gedachtenkracht zo geregeld is.

    Wanneer deze mensen dan uittreden, zorgen ze er steeds voor dat ze hun materielichaam op een rustig plaatsje kunnen achterlaten. Het is immers van het grootste belang dat op dat moment alle behoeften van dat lichaam vervuld zijn, en dat het volledig in rust is. Want van zodra het lichaam nog maar het minste teken geeft dat het iets nodig heeft, zal het gedachtenlichaam terstond terugkeren in het materielichaam, zodat aan de materiële behoefte kan voldaan worden. Deze terugkeer kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door het krijgen van jeuk, kramp, honger, dorst, naar het toilet willen gaan, gestoord worden door anderen, lawaai, … of nog zoveel andere dingen die met de normale functionaliteit van ons lichaam te maken hebben. Deze behoefte van het materielichaam betekent op dat  moment het ogenblikkelijke einde van de reis van het gedachtenlichaam, want het materielichaam kan nu eenmaal niet functioneren zonder dat het gedachtenlichaam erin aanwezig is.

    Enkele Oosterse filosofen die volledige verlichting oftewel goddelijkheid bereikt hebben, getuigen over het bestaan van meerdere lagen in ons gedachtenlichaam. Sommigen zeggen dat ze in totaal uit zeven opeenvolgende lichamen kunnen uittreden. Hierover zijn echter maar weinig getuigenissen, wat echter niet betekent dat dit niet waar zou zijn. Dat er minstens één is, dat is zeker. Indien er daarna echter nog zes andere zouden volgen, bewijst ons enkel dat er inderdaad nog een ganse weg af te leggen valt om uiteindelijk terug de goddelijke bestaanswereld te kunnen binnengaan.

    Het nastreven om al deze dingen (zoals uittreden, of het lezen van de aura, of nog zoveel andere kunstjes die met het gedachtenlichaam mogelijk zijn) ook zelf aan te leren, brengt u echter niet direct dichter bij uw goddelijk einddoel. Het is wel degelijk mogelijk om het allemaal aan te leren, maar deze dingen krijgt u er gratis bij wanneer u eenmaal in staat bent om gewoonweg de goddelijke liefde toe te passen. Het omkeren van de volgorde, en dus eerst de kunstjes gaan leren, is een gewone bezigheid van ons menselijk ego, die van jou niet noodzakelijk direct een beter of een meer liefdevol mens zal maken. Je kan al deze dingen op dat moment immers nog steeds gaan gebruiken voor je eigen belang, wat dan weer in strijd is met de goddelijke wetten die je precies van dat ego weg willen halen. Het aanleren van de vele kunstjes zal dan ook steeds maar gedeeltelijk lukken, en heeft uiteindelijk alleen maar als nut dat we nu ook effectief voor onszelf kunnen bewijzen dat er wel degelijk meer is tussen hemel en aarde dan dit leven ons wil laten doorschijnen. Maar de essentie van de zaak hebben we daardoor gemist! We weten daarmee immers nog niet wat er meer is!

    Ons materielichaam blijft tijdens dit aardse bestaan steeds prioritair, omdat onze zintuigen nu eenmaal niet toelaten om op een gemakkelijke manier iets anders dan materie en vormen waar te nemen. Pas wanneer we komen te sterven wordt het gedachtenlichaam volledig bevrijd van dat aardse lichaam waar het tot dan toe aan verbonden was. Dit mag alleen gebeuren wanneer je volledige taak, die je op jou genomen hebt voor je reïncarnatie, beëindigd is. Wanneer iemand sterft, dan betekent dit dat zijn les hier ten einde is, en dat hij zich dus opnieuw moet gaan voorbereiden voor een nieuwe ervaring in een andere tijd, en een andere omgeving. Het lichaam is bij de dood gestopt met zijn functies en heeft nu geen enkele behoeftes meer. Daardoor komt het gedachtenlichaam opnieuw vrij en kan het zich ongestoord naar zijn eigen dimensie begeven om verder te leren.

    In sommige recente bioscoopfilms over het paranormale kan u heel goed zien hoe het uittreden precies in zijn werk gaat. Wanneer bijvoorbeeld iemand omkomt bij een auto-ongeluk, zien we wat er zich allemaal met zijn gedachtenlichaam afspeelt. De verongelukte persoon ziet zijn eigen dode lichaam liggen en begrijpt er helemaal niets van: zijn lichaam is dan wel dood, maar toch leeft hijzelf nog! Hij probeert aan de mensen die nieuwsgierig komen kijken naar het ongeval, iets te zeggen, maar ze horen hem helemaal niet! Hij wil iets vastnemen maar grijpt er gewoon door! Dit is een realistische weergave van de ontreddering die we meemaken wanneer we pas ons lichaam verlaten hebben. Het is immers zo dat je gedachten er dan wel nog zijn - je leeft nu eenmaal voort in je eigen gedachtenvorm - maar je lichaam is er nu niet meer. En al die gedachten van jou waren zo lang al verbonden met het lichamelijke en het materiële, dat je nu niet kan begrijpen dat die dingen niet meer kunnen voor jou! Het is dus wel even wennen om nu niets materieels meer vast te kunnen nemen en niet meer in gewone taal tot anderen te kunnen spreken!  Deze vaststelling die we hier doen is dus van zeer groot belang:

    Wanneer je sterft, dan vergaat je lichaam, maar blijven je gedachten verder leven. Je gaat dus door met dezelfde gedachten als deze die je had voor je dood.

    Wat betekent dit nu concreet?  Veronderstel eens dat dit je laatste levensminuten zouden zijn. Ga eens na welke gedachten je allemaal hebt. Welke van je diepste verlangens en welke angsten heb je nog? Wat voor onbevredigde behoeften zijn er nog die je zou willen vervuld zien? Wil je lekker eten? Een vier- of vijfgangen menu met vlees of vis? Of je wilt seks. Je droomt van seks in al zijn vormen met de voor jou ideale partners. Of misschien wil je rijk worden en veel geld hebben…  Het verlanglijstje van je wensen is oneindig. Dit verlangen verandert echter niet na de dood! Je gedachten en wensen blijven ook dan nog steeds dezelfde als ze waren tijdens het leven op aarde! Alleen, …  er is geen geld, geen seks, geen eten! Eens je het lichaam hebt verlaten dan sta je daar met alles wat je nog zou willen. Er is nu geen enkele mogelijkheid meer om je materiële wensen te vervullen. Je leeft nu louter op basis van je gedachtenwereld, die voor jou op dat ogenblik gelijk welke wereld kan scheppen die je maar wilt. Maar vanwege dat gemis aan materiële dingen zal die wereld van jou er niet zo prettig uitzien, want je zit met verlangens in je hoofd die je niet meer kan bevredigen!

    Daarom zullen deze verlangens er uiteindelijk mee de oorzaak van zijn dat je opnieuw zal kiezen om in een nieuwe aardse levensvorm te reïncarneren. Jouw gedachten construeren ondertussen uit gewoonte nog steeds het lichaam waar je zo lang in hebt verbleven, en ze doen dit door de fijne energiedeeltjes te ordenen in de vorm van je vroegere materielichaam. Ze zouden echter even goed gelijk welke andere vorm kunnen aannemen, maar omdat jij het zo lang gewoon bent geweest, en omdat jij je nog geen andere vorm zou kunnen voorstellen voor jezelf, vormen ze de omtrekken van je laatste lichaam. Deze gedachtenvorm die eens in een lichaam zat, zweeft nu rond op de aarde, zonder er feitelijk nog deel van uit te maken. En dit is zeer verwarrend! Veel van onze afgestorvenen blijven immers in dit stadium steken. Ze kunnen maar niet geloven wat er met hen aan de hand is, en willen nog steeds met dezelfde activiteiten doorgaan zoals ze dat gewoon waren tijdens hun leven. Maar aangezien dit nu niet meer kan, wordt het een hopeloze toestand.

    Al deze “mensen” zijn nog steeds emotioneel verbonden met het aardse leven. Ze kunnen sommige dingen uit hun aardse bestaan niet loslaten en vinden geen rust voor ze het een of het ander hebben kunnen afmaken waar ze mee bezig waren. Zo blijven ze maar rondzweven, misschien wel eeuwen lang, om toch maar hun vroegere levensdoel te kunnen realiseren.

    Ook dit gegeven kunnen we in de recentste films bekijken. We zien hoe mensen die gestorven zijn toch nog wensen om in de aardse sfeer te blijven hangen, omdat ze er geen afstand kunnen van nemen, of gewoon omdat ze nog iets af te maken hebben. Zij worden de geesten en de spoken die je in vele verhalen kan terugvinden. Dit zijn echter geen fabeltjes, maar het is nu wel levensecht. Deze overleden mensen hun gedachtenlichaam blijft maar rondzweven hier op aarde, niet meer in staat om aan de aardse activiteit deel te nemen, en tegelijk ook te bang en te koppig om verder te willen evolueren. Aangezien ze hun leven volgens henzelf niet hebben kunnen vervolmaken, zijn deze gedachtenlichamen dan ook meestal negatief ingesteld. En wie dus een dergelijke medebewoner in zijn huis heeft zal ondervinden dat er daardoor heel wat negatieve energie in de lucht kan hangen. Dit kan zich dan op verschillende manieren uiten: zo kan het bijvoorbeeld zijn dat een bepaalde plek in je huis je kippenvel doet krijgen. Je voelt je helemaal niet op je gemak telkens je die plaats passeert, maar in de rest van je huis is helemaal niets aan de hand. Alleen die ene plaats, die bezorgt je steeds weer koude rillingen.

    Dat is dan waarschijnlijk de plek waar het gedachtenlichaam van een eerder overledene mogelijkerwijs zou kunnen vertoeven. Het is meestal niet de bedoeling dat hij je lastig valt of gaat kwellen, want het enige wat zo een gedachtenlichaam doet is gewoon vasthouden aan een of andere ervaring uit zijn vroegere leven. Zolang u hem op dat gebied dan ook niet stoort, zal hij je dan ook maar in beperkte mate kennis geven van zijn aanwezigheid. Zijn energie voelt echter wel negatief aan, omdat hij niet echt gelukkig is, en hij met een onvervulde wens zit die hij maar niet los kan laten. En daardoor voelt de ruimte rondom hem dan ook zo koud en kil aan.

    Ik zal u nu een paar voorbeelden meegeven van voorvallen die vrienden en familie van mij zijn overkomen. Ik ben er zeker van dat u ook wel iemand kent die dergelijke dingen al heeft meegemaakt. Je hebt er wel al eens iemand horen over praten, en misschien amuseerde het verhaal je wel. Misschien dacht je toen: “zou dit nu echt mogelijk kunnen zijn? Zou zoiets wel bestaan? ”  Wel, luister even naar deze verhalen en vul ze aan met degene die jij al hebt gehoord of misschien zelf hebt meegemaakt.

    Een eerste voorval deed zich voor in de jeugdjaren van mijn vriendin. Zij woonde toen met haar familie in een oud huis. Dit huis werd indertijd nog verwarmd met een authentieke Leuvense kachel, die tevens goede diensten bewees om het eten erop te verwarmen. Regelmatig zag mijn vriendin, samen met haar zusters, op de slaapkamer een oud middeleeuws mannetje lopen. Het was een kleine man, met kledij uit de middeleeuwen. Het mannetje deed geen kwaad, maar was toch iedere avond trouw op post en wandelde door de slaapkamer van de kinderen. Het spreekt vanzelf dat het slapengaan voor deze jonge mensen indertijd geen lachertje was. Wanneer het mannetje verscheen waren ze bang en kropen heel diep onder de dekens. En ’s avonds, toen iedereen slapen was, behalve de vader die nog moest thuiskomen van zijn werk, hoorden ze het deksel van de kookpot op de Leuvense kachel opengaan. Meerdere malen diende de vader het zonder zijn vlees te stellen bij het avondmaal. Het verdween gewoon uit de kookpot, zonder dat iemand er nog maar in de buurt was geweest.

    Een vriend vertelde me ooit dit verhaal. Hij woonde met zijn echtgenote in een huurhuis, dat in de buurt bekend stond als een spookhuis. Dit koppel was een groot liefhebber van videofilm kijken, en op zekere dag waren ze opnieuw een of andere film aan het bekijken, toen ze plots halverwege de film besloten om een frietje te gaan eten. De videorecorder werd uitgezet en samen gingen ze weg. Toen ze terugkwamen en opnieuw wilden verder kijken, deed hun afstandsbediening het niet meer. Nochtans hadden ze de videoband gestopt met de afstandsbediening. Na de eerst momenten van verbazing ging mijn vriend op zoek naar het euvel, en wat bleek nu! Tijdens hun afwezigheid had iemand de batterijen omgekeerd in de afstandsbediening gestoken.

    Een derde ervaring heb ik voor een klein deeltje zelf meegemaakt. Een vriend van mij had er al maanden last van dat iemand iedere avond op zijn ruiten kwam tikken. Deze man was bezig met verbouwingen aan zijn huis, en iedere avond werd er buiten op de ruiten getikt. Wanneer hij echter ging kijken, was er helemaal niets of niemand te bespeuren. Na een tijdje ging hij zelfs buiten, weggestopt voor zijn huis zitten, maar geen enkele keer heeft hij iemand kunnen betrappen. Op zekere dag namen wij deel aan een activiteit bij hen in de buurt, en bleven wij daar een nachtje logeren. Toen we ‘s avonds naar onze kamer gingen, voelde ik een lichte wind langs mijn benen strijken. Nochtans was alles in de kamer potdicht. Er hing ook een onaangename sfeer in die kamer. Toen ik de volgende dag hierover sprak met mijn vriendin, zei ze dat ze ook niet op haar gemak was geweest. Ze was er zeker van dat er nog iemand in die kamer was. Wij hebben echter hierover nooit gesproken met onze vrienden. Ik wist nu echter wel waar zijn geklop vandaan kwam. De geest die daar nog rondhing, was het waarschijnlijk niet eens met de verbouwing van zijn oude vertrouwde huis.

    Toen een nonkel van mijn moeder overleden was, voelde zij die avond een zachte wind over haar heen gaan. Ze lag in bed en wist nog niets van het overlijden af. Pas de volgende dag werd ze op de hoogte gesteld van het overlijden. Met zijn gedachtenlichaam was deze nonkel van haar dus gauw nog even afscheid komen nemen vooraleer deze aarde te verlaten;

    Een collega op het werk vertelde me het volgende. Haar vader was overleden na een lange ziekte. Iedere avond echter, toen haar moeder slapen ging, verscheen het gedachtenlichaam van haar overleden man aan haar bed. Telkens vroeg hij aan haar of ze ook nog niet wou komen. Toen de moeder hem na een paar weken antwoordde dat ze dat nog niet wilde omdat ze voor de kinderen en de kleinkinderen wou zorgen, bleef het gedachtenlichaam van haar man uiteindelijk weg. Gelukkig begreep hij haar en liet haar vanaf dat moment met rust. Ook hij kon nu zijn weg volmaken.

      Dit zijn een paar voorbeelden van mensen uit mijn directe omgeving die iets bovennatuurlijks hebben meegemaakt. Allen hadden ze te maken met een gedachtenlichaam van een overleden persoon dat bleef “hangen” rond een bepaalde plaats, een voorwerp, of een persoon. Dit zijn de gedachtenlichamen die, eens ze vrijgekomen zijn na het sterven, niet wensen in te gaan op de uitnodiging van het licht om zich verder te evolueren.

    Wanneer je sterft nodigt het licht je immers uit om naderbij te komen en je aan hem over te geven. Doe je dat niet en verberg je jezelf in het duister, dan blijf je als geest rondzweven hier op aarde. Je zal dan pas kunnen verder evolueren als iemand je hulp biedt, of je duidelijk zegt waarheen je moet gaan. Op voorwaarde dat jijzelf dat wilt natuurlijk.

    Dit alles is echter nog niet het echte leven na de dood, want deze mensen durven of willen iets hier op aarde niet loslaten, en stoppen op die manier dan ook hun evolutie. Maar wat gebeurt er dan met zij die dit wel doen? Wat gebeurt er met iemand die klaar is om verder te gaan? Een antwoord hierop vinden we in de ervaringen van de bijna dood patiënten, en van enkele mensen die in staat waren om uit hun lichaam te treden en het hiernamaals te bezoeken.

    Zo weten we dat bij het sterven een prachtig wit licht, heel zacht, fel, maar toch gedempt, je uitnodigt om naderbij te komen. Dit vertellen de meeste mensen die zo een bijna dood ervaring achter de rug hebben. Indien je op die uitnodiging ingaat, vlieg je dan vervolgens door een soort van tunnel. Alles blijft echter heel zacht en vredig aanvoelen, zodat het een echt weldadig gevoel geeft om dit te mogen meemaken. Iedereen getuigt dat het een fantastische ervaring van warmte, liefde, evenwicht en bewustzijn is. Eens de tunnel voorbij, zien we ook dat velen daar dan opgewacht worden door hun eerder overleden familie of vrienden, waardoor een blij weerzien hen te beurt valt.

    Er zijn echter ook mensen die andere dingen hebben gezien of meegemaakt hebben, toen ze eenmaal uit hun lichaam waren. Dit duidt er dus op dat niet iedereen hetzelfde mag verwachten wanneer hij komt te sterven, en meestal grijpen de critici deze verschillen dan ook direct aan om de wereld te overtuigen van hun gelijk. “Zie je wel” zeggen ze, iedereen vertelt een ander verhaal. “Hoe kan dit dan waar zijn? Al deze mensen fantaseren of hallucineren gewoon!”. En wanneer je niet meer weet dan dit, dan zou je kunnen zeggen dat ze gelijk hebben. Wij weten echter op dit moment dat er ook nog iets anders in het spel is dan alleen maar de ervaring! Hetzelfde element dat ervoor zorgt dat we hier op aarde allemaal zo verschillend zijn van elkaar, zorgt ervoor dat deze verschillen blijven bestaan ook na de dood. Dat element is namelijk de gedachtenkracht.

    Je wensen, je angsten en je teleurstellingen bepalen zowel voor als na je dood, steeds wat je in de nabije toekomst mag verwachten. En daardoor is het bij iedereen ook zo anders! Iedereen heeft immers andere wensen en andere angsten om te overwinnen. Derhalve is het dus ook zo dat iedereen de hemel krijgt die hij voor zichzelf in gedachte heeft, of die hij onrechtstreeks schept door aan bepaalde emoties of gevoelens waarde te hechten.

    De ene komt terecht in een geweldig landschap van bergen, rivieren en weilanden. Een ander ziet dan weer prachtige gebouwen met mooie versieringen en architectuur. En natuurlijk zijn er ook die meteen door een soort van duivels worden meegenomen, omdat hun gedachten nu eenmaal die richting uitgaan. Elkeen krijgt wat hij op dat moment zelf verkiest, want het zijn je eigen gedachten die nu ongestoord en direct vorm kunnen geven aan iedere wens die maar in je opkomt.

    Deze situatie valt eigenlijk heel goed te vergelijken met je droomwereld hier op aarde. Wanneer je droomt, dan krijg je een wirwar van situaties te zien die van de hak op de tak lijken te springen. De plaats en de personen die in je gedachten opkomen verschijnen onmiddellijk voor jou, en doorleven een situatie voor jou die jij nog niet verwerkt had. Wel, op dezelfde manier zal je na je dood nu niet meer lichamelijk, maar wel nog in je gedachten -precies zoals in een droom - iedere situatie beleven die in jouw gedachtenwereld opkomt! Opnieuw bepalen onze eigen gedachten dus wat we te zien krijgen, en de realiteit waarin we aanbelanden! Het zal dan ook zo zijn dat wie vreest om in de hel terecht te komen, daar ook effectief zal in belanden, omdat angst nu eenmaal heel sterke gedachtenkracht is. 
    Door de angst en de pijn die ze daar ervaren, zullen deze mensen echter algauw iets beters voor zichzelf wensen, waardoor hun situatie dan ook snel zal verbeteren eens ze een nieuwe toestand voor zichzelf hebben uitgekozen om in te vertoeven. Hun gedachten zullen veranderen, en daardoor zal ook de plaats waar ze in vertoeven een andere vorm aannemen.

    De regel is dus dat je gedachten voor jou de eerste indrukken van de hemel creëren waar je in terechtkomt. De hemel is voor jou misschien: je familie terugzien, tot rust komen in de natuur, of genieten van prachtige kunst of schoonheid. Je gedachten zullen het voor jou manifesteren wanneer je de aarde verlaten hebt.  Let echter wel goed op, want deze hemel is nog steeds niet de echte hemel. Jij wilt wel verdergaan, maar je gedachten zijn nog steeds niet perfect en niet in staat om in iedere omstandigheid volledige liefde toe te passen. Het is dus steeds slechts een tijdelijke hemel of hel die jij voor jezelf schept. De echte hemel is de hereniging met het goddelijke bewustzijn, van wie wij ons in het begin hebben afgescheiden, door het foutieve gebruik van onze eigen gedachtenkracht.

    De echte en opperste hemel, dat is terug goddelijk worden zoals je het eens bent geweest! Dit wordt echter niet in dit hoofdstuk besproken. Vergis je dus daarbij niet! We zitten hier nog steeds in een tussenstation, op weg naar onze finale eindbestemming. Ik wil dan ook nog een keer voor alle duidelijkheid herhalen dat we met de term “God”, of “het goddelijke”, bedoelen:  een energie van zuivere verbondenheid, een pure en eeuwigdurende gedachte van onvoorwaardelijke liefde, en vooral een onverdeelde wil om enkel en alleen nog voor dit ene te kiezen. 
    Hiermee bedoelen we dan:  je wilt nu niet meer meerdere dingen voor jezelf, maar nog slechts één enkel ding is voor jou belangrijk nu, namelijk de wereld van God en zijn liefde vervoegen!  Al het andere laat je achter je, en je aandacht is uitsluitend en alleen nog op het goddelijke gericht. Er is geen ander verlangen, geen nieuwe wens meer dan dit.

    Vele mensen die aan de overkant zijn geweest, getuigen echter van iets vreemds. Ze krijgen daar immers van diegenen die hen opwachten een overzicht te zien van het aardse leven dat ze zopas hebben verlaten. Op dat moment zien ze echter niet alleen hun eigen daden die ze toen gesteld hebben, maar ze zien en voelen er ook de gevolgen van hun daden bij, voor de mensen met wie ze toen aan het handelen waren. Ze voelen en ervaren dus op dat moment zelf de consequenties van hun eigen gedrag. 
    Dit is toch wel merkwaardig: het is immers niet God die over ons oordeelt, maar deze mensen getuigen dat ze nu gewoon konden oordelen over zichzelf en de daden die ze op aarde hadden gesteld! Ze hadden op dat moment zoveel spijt van alles wat ze in hun leven verkeerd hadden gedaan! Andere wezens toonden hun waar het allemaal fout was gelopen, het leed dat ze hadden veroorzaakt, en de pijn die ze anderen hadden aangedaan. En die pijn voelden ze nu ook zelf! Maar er was bij dit alles geen opperrechter aanwezig die hen veroordeelde. Niemand wees hun terecht, want dat was ook niet nodig. De feiten spreken immers voor zich.

    Als je zelf de gevolgen ondergaat van je eigen gedrag, en je voelt de pijn die ook de anderen hebben gevoeld door jouw daden, dan ben je best in staat om in te zien dat je op heel wat momenten helemaal verkeerd zat. Deze mensen zagen dus zelf in dat ze fout waren geweest, en ze oordeelden alleen voor zichzelf over hun eigen daden. Hoe prachtig is dit allemaal! Want God straft ons niet voor onze zonden!  We beoordelen alleen maar onszelf, en zullen met deze wetenschap in ons achterhoofd verder lessen kunnen trekken uit onze daden, en onszelf daardoor nieuwe levenslessen kunnen opleggen.

    Indien jij nu echter het idee-fixe hebt dat er wel een opperrechter of God over jou zal oordelen, wel dan zal dit waarschijnlijk ook zo gebeuren wanneer je naar de overkant gaat. Want jouw gedachten zullen dan aan deze situatie vorm geven, en jij zal effectief beoordeeld worden door een hogere macht. En volgens jouw persoonlijke overtuiging van jezelf, zal je dan door die hogere macht in de hel of in de hemel geplaatst worden, telkens overeenstemmend met jouw gedachten hierover. Let er wel op:  alles wat je hier leest zijn slechts tijdelijke situaties en kunnen duizend en een verschillende vormen aannemen. Jouw gedachten hebben ze geschapen, en wanneer jij je gedachten verandert, dan zal je ook onmiddellijk in een nieuwe situatie terechtkomen. 

    Denk nu niet: “ha, dat is fijn! Dan kan ik nu doen wat ik wil, want ik word toch niet gestraft”. Dit gegeven is gedeeltelijk waar, maar ook gedeeltelijk onwaar. Nu denk je immers in mensentermen, en je handelt als een materielichaam. Maar na de dood, wanneer je jezelf zal beoordelen, dan zal je het leven in een ruimer perspectief kunnen zien. Je zal dan heel andere dingen kunnen ervaren dan wat nu door onze zintuigen toegelaten is. Daardoor zal je dan zelf spijt krijgen van je daden, en door die spijt zal je aan jezelf dan een nieuwe les opleggen voor een volgend leven in de materie. Precies om de dingen die je vroeger verkeerd deed nu te kunnen afleren, zal je kiezen om zelf de pijn te ervaren die je anderen aangedaan hebt! Deze nieuwe les zal je in dat volgende materieleven dan eerder gaan ervaren als een straf, en niet meer als een les, alleen weet je op dat moment niet meer waar die straf dan precies vandaan komt. Je hebt er immers voor je geboorte voor gekozen om de echte reden van de levenservaring te vergeten, zodat de ervaring zelf haar doel niet zou missen.

    Want op dat moment zit je opnieuw gevangen in de materie, en daar gelden natuurlijk heel andere wetten dan in het energetische rijk. Wanneer je enkel een gedachtenlichaam bent, dan kan je helemaal geen lichamelijke pijn meer ervaren, omdat het lichaam er niet meer is. Op dat moment is het dan ook heel gemakkelijk om te zeggen: “goed, ik wil nu zelf gaan ervaren wat het betekent om bedrogen, beroofd, verwond, verminkt of verkracht te worden, want ik heb een aantal van deze dingen in een vorig leven zelf gedaan, en ik zie in dat dit niet kan. Nu wil ik ondervinden hoe het werkelijk aanvoelt wanneer anderen dit met je aanvangen. Want alleen op deze manier, door het zelf mee te maken, kan ik van die hinderpaal op weg naar het goddelijke verlost geraken. Wanneer ik het dan eenmaal zelf aan den lijve ondervonden heb, dan zal ik het zeker anderen niet meer aandoen, en ik zal dus wijzer en liefdevoller geworden zijn.”
    Deze redenering gaat op voor al onze “grote zonden”, maar geldt evengoed voor al de kleinere onhebbelijkheden van elk van ons. Zelfs kleine dingen zoals bijvoorbeeld liegen of oneerlijk zijn, moeten dus allemaal achtergelaten worden!



 

Foto's

photo photo photo photo