Wie ben ik?

    Ik,
    wie ben ik?

Ik,
ik ben de man die heilig is wanneer hij met de priester praat.
Ik ben de kerel die voornaam doet wanneer hij de burgemeester ontmoet.
Ik ben de sukkelaar die weent wanneer de dingen niet naar wens verlopen.
Ik ben de koning te rijk als ik eens een meevaller heb.

Ik,
ik ben een gulle schenker wanneer iedereen het ziet.
Ik ben als graniet wanneer ik op een verlaten weg een bedelaar ontmoet.
Ik ben ‘een harde’ wanneer de mensen mij gadeslaan.
Ik ben de zwakkeling die vlug zijn tranen droogt zodra niemand het merkt.

Ik,
ik ben de ingenieur met de grootse plannen.
Ik ben de sul die niet eens zijn eigen wereld op orde krijgt.
Ik ben de dromer van grootse verwezenlijkingen.
Ik ben de man met twee linkerhanden, te lui om op te staan.

Ik,
ik ben een speelbal van de wereld waarin ik leef.
Ik heb angst voor krachten die ik niet machtig ben.
De natuur is mooi en lief voor mijn ik.
De natuur doodt en vernielt met evenveel gemak diezelfde ik.

Ik,
mijn ik wordt gevormd door de gedachten van anderen.
Wat anderen van me denken, alleen dát kan ik zijn.
Ik ben dus nooit ik,
want ik ben altijd zij.

Ik,
Ik ben helemaal niemand zonder jou. 
Want jij bent juist nodig om me te zeggen wie ik ben. 
Maar wie ben ik dan straks,
wanneer weer iemand anders voor me staat.

Ik,
ik wou dat ik geen ik meer had.
Ik wou dat ik geen ik meer was.
Want de ik die ik denk te zijn,
danst met alle winden, en kreunt onder ieders refrein.

God,
wacht niet te lang om het me te tonen.
Dood de ik die ik denk te zijn.
Want het is een dwaas die niet weet vanwaar hij komt,
en die geen benul heeft van de plaats waarheen hij gaat.

God en ik, 
het gaat niet samen.
En dus maak ik plaats.
Ik verdwijn.
Alleen God kan zijn.

 

Beste mensen, we denken allemaal zo een ‘ik’ te zijn. En het is precies deze ‘ik’ die ons belet om de echte wereld van liefde te aanschouwen. Wat ‘ik’ wil, dat is juist wat liefde in de weg staat. Wat ‘ik’ verlang, dat is wat me belet om mijn medemensen lief te hebben. 
Maar de waarheid is dat je geen ‘ik’ moet maken. Je hoeft er niet echt aan te werken, aan je ‘ik’. Je hebt al een identiteit!
Je hoeft dus helemaal geen betere ‘ik’ te maken, want God is jouw identiteit! Waarom proberen we dan steeds van onszelf iemand anders te maken dan wie we sinds het begin der tijden al zijn. Waarom ontkennen we steeds weer onze echte persoonlijkheid, namelijk een deel van het goddelijk wezen. Waarom doen we zoveel moeite om anders te zijn dan liefde?
En precies omdat we al deze onnatuurlijke dingen doen, gaat het allemaal zo moeilijk. Alles wat we proberen te worden, alles wat we proberen te zijn, is een weg die ons wegleidt van wie we echt zijn. 
Iedereen wil steeds veranderen, iedereen wil steeds weer verbeteren, maar als je als het beste van het beste geschapen bent, kan je dan nog beter worden? 
Neen, je kan dan alleen maar slechter varen. En daarom voelt iedere weg die we bewandelen steeds zo onnatuurlijk aan, en valt het nooit echt mee.

Stop dus met zoeken naar wie je bent! Stop met jezelf te verbeteren. Het personage dat hier in deze wereld rondloopt is niemand! Het is een figuur uit je eigen fantasie, die steeds weer probeert om een betere fantasie te maken, maar daar nooit kan in slagen. Het lichaam dat je ziet, de persoon die je denkt te zijn, wordt gedroomd door je echte ‘ik’, door je goddelijk wezen dat in slaap is gewiegd. Wie jij echt bent, is op dit ogenblik nog steeds aanwezig in de hemel bij God, waar je altijd al bent geweest. Het enige verschil is dat je op dit moment aan het slapen bent in de hemel, en dat je daardoor de hemel niet meer kan zien. Je ziet nu alleen nog maar de droombeelden van de fantasie van je gedachtekracht. En die droombeelden, wel dat is de aarde, het heelal, ons lichaam, alles wat materieel is, en daardoor afgezonderd leeft van de rest.
En dat zie je allemaal met de gedachtekracht die je op dit moment voor verkeerde doeleinden aan het gebruiken bent. Je wilt ze gebruiken voor jou alleen, en dat kan niet! Want je bent door God voor altijd met het geheel verbonden. Je kan je dus niet losmaken van het geheel, ook al probeer je dat nog zo erg. God heeft ervoor gezorgd dat het onmogelijk is. 
Want moest het werkelijk mogelijk zijn om je van het geheel los te maken, dan zou je pas voor altijd alleen staan. Dan zou je werkelijk in de hel zijn. Maar omdat God het niet gewild heeft, kan je alleen maar dromen en fantaseren dat je in de hel bent, maar kan je er nooit werkelijk komen. En dat is wat we op dit moment allemaal aan het doen zijn. We hebben onze aandacht uit de hemel weggehaald, en gebruiken hem alleen nog voor de fantasie die we willen beleven. En het lichaam dat hier rondloopt, is gewoon een personage uit onze eigen fantasie.
En Jezus zegt ons: ‘Je hoeft niet blijven te geloven in je eigen fantasie. Je hoeft niet blijven de wetten van een verkeerd gedachte wereld te ondergaan. Je kan ook stoppen met fantaseren, en je echte identiteit terugvinden.’

Wanneer je een fantasie steeds verandert en verbetert, waar kom je dan uit? Gewoon altijd bij een andere fantasie! De vorm en de inhoud verandert misschien een klein beetje, maar het blijft voor eeuwig een fantasie. En door in een fantasie van jezelf te blijven geloven, kan je nooit de waarheid over jezelf leren kennen. Je fantaseert dat je hier helemaal alleen staat, en dat je moet strijden voor je gelijk in deze kille wereld, maar in werkelijkheid ben je nog steeds bij God, zij het dan slapend in plaats van wakend.
We moeten dus niet onszelf veranderen, maar we moeten gewoon ophouden met fantaseren! We moeten zo snel mogelijk er mee stoppen om iemand te willen zijn die we helemaal niet kunnen zijn. En dat is de weg naar de hemel! We moeten deze toneelrol die we in de fantasiewereld op ons genomen hebben niet blijven vervullen. We kunnen ook kiezen om het echte leven weer te beleven.

Wie dus zegt: ‘Ik heb eindelijk ‘mezelf’ leren kennen,’ die heeft gewoon een andere fantasie over zichzelf gemaakt. Hij heeft helemaal niets geleerd. De enige waarheid over wie je bent kan je alleen maar door God zelf verteld worden. En dat is dan ook de enige nuttige weg die je kan volgen. 
Volg God, niet door aan jezelf te werken, maar door alle rommel, alle gedachten die je hebt over jezelf en deze wereld, opzij te zetten. Volg God door je eigen fantasie te negeren, en ze tot een eind te laten komen. Volg God, door de fantasie van deze wereld tot op gelijke hoogte te maken van de goddelijke wereld, zodat er zo goed als geen verschillen meer zijn tussen de twee werelden, zodat de echte wereld zonder angst aan jou geopenbaard kan worden.
En laat God jou dan vertellen wie je echt bent. Als alle rommel weg is uit je gedachten over wie je zelf bent en wie de anderen zijn, als je geen gedachtekracht meer in de weg plaatst, dan komt God vanzelf bij jou naar binnen. Maar niet vooraleer alle fantasie volledig verdwenen is!

In de praktijk kunnen we er echter niet onderuit dat het allemaal een evolutie is. En in eerste instantie zullen we dus allemaal wel nog werken aan onszelf om het ons hier wat beter en makkelijker te maken. Maar je moet heel goed beseffen dat al dat werken aan jezelf niet nutteloos is, maar wel zo snel mogelijk moet achtergelaten worden om de echte weg terug te vinden. Werken aan jezelf is misschien een noodzakelijke en tijdelijke stap in je ontwikkeling, maar is niets meer dan nog maar eens een tussenstation onderweg. Vergeet dit niet, want anders kan je nooit op je eindbestemming aankomen!

Wat hier staat moet u goed onthouden, want het is de waarheid. Daarom zegt men in het oosten bijvoorbeeld dat je een tweede ‘ik’ van jezelf moet maken. In het oosten weten ze dit allang, en zeggen ze dat je jezelf moet gadeslaan in je eigen bezigheden. Je moet dus nog een ander personage maken! Een personage dat je aardse lichaam gadeslaat in zijn doen en laten, en dat alleen maar toekijkt wat dat lichaam allemaal doet, en in welke bochten het zich moet wringen om deze wereld de baas te kunnen. En dat tweede personage kijkt alleen maar! Het oordeelt niet of het lichaam iets goed of slecht doet. Het neemt alleen maar waar wat er gebeurt. 
Je moet dus met andere woorden jezelf opsplitsen in ‘een doener’, en in ‘een toeschouwer’. En laat de doener maar rustig doen, want hij kan niet anders dan te doen waarvoor hij naar hier gekomen is. De ‘doener’ is de toneelspeler uit de fantasiewereld. Hij moet hier zijn rol vervullen. Maar laat ‘de toeschouwer’ ernaar kijken, zonder te oordelen, en gaandeweg zullen de doener en de toeschouwer dichter bij elkaar komen, en hun werkelijke identiteit terugvinden. Dat alles zal gebeuren omdat je door jezelf gade te slaan, je het irrationele van je daden zal beginnen in te zien. En dus zal de doener steeds minder doen, of er in elk geval eerst eens goed over nadenken vooraleer hij iets doet, en zo zal hij steeds dichter bij de toestand van toeschouwer komen, die waarneemt zonder te oordelen of te doen. En op die manier komt het droompersonage dat in het lichaam zit, geleidelijk aan dichter bij de werkelijkheid van God, en kan hij weer opgenomen worden in de hemel wanneer de verschillen eenmaal zijn weggewerkt.

Maar ook Jezus zegt hetzelfde. ‘Vergeef je broeder,’ zegt Jezus. En wanneer je dat werkelijk probeert, dan zal je merken dat je alleen maar iemand kan vergeven door het in je eigen gedachten stil te laten worden. Het kan echter niet stil worden als je zelf midden in het conflict zit, want dan kan je niet anders dan vechten samen met, of tegen de anderen. Maar bekijk de strijd van bovenuit, zegt Jezus, want alleen dan ben je in staat om er voldoende afstand van te nemen, zodat je er zelf niet door beroerd wordt. 
Als je in een conflictsituatie een stelling inneemt, dan kies je partij voor de één, en tegen de ander. Maar dan is er steeds minimaal één broeder die je niet aan het vergeven bent. En dus kan je niet anders dan helemaal geen stelling in te nemen, en gewoon te kijken zonder te oordelen. De fantasiefiguur die hier rondloopt kan dan niet anders dan zijn mond houden, en erkennen dat vergiffenis schenken niet mogelijk is door stelling in te nemen, maar wel door de situatie voor zichzelf onbelangrijk te maken, en ze zonder oordeel te benaderen. En wanneer je zo vergiffenis schenkt aan al je broeders, kan je niet anders dan de wereld de rug toekeren, je eigen fantasiepersonage onbelangrijk maken, en stilaan de condities te scheppen die nodig zijn om God opnieuw in je bewustzijn te laten binnenkomen.

     



 

Foto's

photo photo photo photo