Wij zijn één

    In de godsdienstlessen hebben we dit wel al eens eerder horen vertellen: de grote meesters waren er allemaal van overtuigd dat de uitdrukking “wij zijn allen één en hetzelfde” heel belangrijk is voor het begrijpen van het goddelijke standpunt. Nooit hebben wij ons echter in de verste verte nog maar kunnen voorstellen wat deze woorden nu eigenlijk inhouden, en wat de echte betekenis hiervan kan zijn. Hoe kunnen we nu allemaal één zijn, als we allemaal in een apart lichaam zitten? Jij weet toch niet wat ik denk en voel, en ik weet het zeker ook van jou niet! In plaats van een grote waarheid lijkt het ons veeleer een flagrante leugen, want de dagelijkse realiteit toont ons overtuigend aan dat er helemaal niks van waar is; … zo denken wij toch!

    Maar als het dan toch waar zou zijn, hoe verklaar je het dan?  Op welke manier kunnen wij dan allen één zijn? Het antwoord is, met de kennis die we hebben, nu niet moeilijk meer. Met al de wetenschap die we tot nu toe hebben opgedaan door de dingen in een ruimer perspectief te bekijken, kunnen we het antwoord als volgt formuleren:

    Wij mensen bevinden ons momenteel in een voor ons gedachtenlichaam onnatuurlijke situatie. Ons gedachtenlichaam zit immers gevangen in een lichaam, en doet ons op die manier alle ervaringen beleven die deze wereld van relativiteit voor ons in petto heeft. Wij kennen dan ook op dit moment nog niet al de mogelijkheden en de krachten waarover onze ziel beschikt. Wanneer het gedachtenlichaam dit lichaam na de dood verlaat, dan keert het terug naar zijn energetisch thuisland. Hier heeft het geen beperkingen meer, want er is geen tijd meer waar het aan gebonden is, en ook afstanden zijn voortaan geen enkel probleem meer. Het gedachtenlichaam is nu ook vrij van de beperkte manier van communiceren via de gewone taal, want het hiernamaals heeft immers haar eigen taal, en communiceert uitsluitend via gevoelens en emoties. Dit is nu eenmaal een veel betere manier om iets over te brengen aan de anderen, omdat er helemaal niets kan verzwegen worden, en iedere bijgedachte wordt steeds mee doorgestuurd met de rest. En de methode die het hiernamaals daarvoor toepast, is via intuïtie en telepathie! Ieder gedachtenlichaam is dus door intuïtie en telepathie verbonden met iedere ander gedachtelichaam over gans het heelal. Het is als één groot gsm netwerk, maar dan wel met alle gsm’s tegelijk geactiveerd. Ieder deeltje heeft voeling met gelijk welk ander deeltje; want alles wat jij nu voelt, voel ik ook; en wat jij beleeft, beleef ook ik direct in al zijn facetten. Wij zijn dus allen met elkaar verbonden door intuïtie en telepathie!  Het geluk van de ene, voelen direct ook alle anderen, en het verdriet of de pijn van een van ons, gaat onmiddellijk iedereen aan, omdat je het door intuïtie en telepathie nu eenmaal aan elkaar tot in de kleinste details kan doorgeven. Intuïtie en telepathie zijn dus dé sleutel tot het één-zijn.

    We zijn uiteindelijk allemaal afkomstig van dezelfde bron, namelijk van God, de opperkracht. Want alles in dit universum is opgebouwd uit de allerkleinste deeltjes met de hoogste trilling en snelheid die er bestaat, en dit is de basis van waaruit God opereert. 
    Omdat we met onze aandacht echter zover afgedwaald zijn in de materie, weten we dat momenteel niet meer. We hebben ons van elkaar en van God afgezonderd, door ons bewustzijn voor elkaar af te sluiten. Daardoor hebben intuïtie en telepathie hun waarde voor ons verloren, en kunnen wij niet meer volledig op deze manier van communiceren terugvallen. 
    Wanneer wij ons echter opnieuw volledig durven open te stellen voor iedereen en niets meer te verbergen hebben, dan worden wij inderdaad terug allen één. Wij worden dan één samen met God, omdat we intuïtie en telepathie volledig toelaten in ons leven, en geen geheimen meer willen hebben voor de anderen. Daardoor kan dan niemand voor de ander nog iets achterhouden, en komen alle problemen ogenblikkelijk aan het licht, en krijgen ze dus ook veel vlugger een oplossing, nog voor ze zich kunnen vastzetten in onze gedachtenwereld. 
    Hoe verder jij je gedachten durft bloot te geven, hoe dichter je bij die éénheid aankomt.

    Met het bewustzijn waarover we momenteel beschikken kunnen we keuzes maken wat we precies willen ervaren, eens we bevrijd zijn van ons materielichaam. Willen we in Parijs zijn, dan zien we onmiddellijk, door de verbinding van ons bewustzijn met dat van alle anderen, dat we eigenlijk al in Parijs aanwezig zijn. We zijn dus in feite allemaal een onderdeeltje van één groot superbewustzijn. Het is enkel maar een kwestie van te kiezen wat je wilt, en je hebt het onmiddellijk als een realiteit voor je. Waar we onze aandacht op fixeren, dat krijgen we onmiddellijk te zien, omdat je eigenlijk kan kijken door de ogen van iedereen. Je kan de informatie die je nodig hebt bij de anderen gaan halen of ze je laten doorseinen.

    Door zo telkens weer een keuze te maken, kan het gedachtenlichaam dus steeds een nieuwe realiteit scheppen voor zichzelf. En aangezien er geen belemmering meer is van de materie, is elke realiteit onmiddellijk zichtbaar. In de materie moeten de dingen eerst gemaakt worden door mensenhanden, of moet de evolutie van de aarde en het heelal heel traag de door jou gewenste realiteit ontwikkelen. Maar een vrij gedachtenlichaam kan een wereld scheppen zoals hij dat zelf wil. En als hij wil dat alles opnieuw één is, dan zal dat voor hem ook zo zijn.



 

Foto's

photo photo photo photo