Zin en onzin van godsdienst

    Alleen de meester weet het!

     

    De stellingen die u hier zal lezen komen zeker niet altijd overeen met de interpretaties die de godsdiensten eraan meegeven. Godsdienst toont aan dat er over de hele wereld een drang, een verlangen, of een herinnering naar een hogere macht bestaat, waarvan de mensen hopen dat hij hen uit hun moeilijke situatie op aarde kan bevrijden! Er zijn dan ook doorheen de tijden zoveel godsdiensten ontstaan, dat ze mekaar zijn gaan bestrijden voor het behoud van de eigen waarheid. Door die onderlinge onenigheid juist te vergelijken met de boodschap van liefde die ze zelf willen brengen, kunnen we besluiten dat ze in feite allemaal nog niet volledig op de hoogte zijn van de waarheid over God en het leven. 
    Hun regels en geboden steunen immers steeds op de geschriften van personen die het leven van een wonderbaarlijk figuur zoals Jezus of Boeddha van dichtbij hebben meegemaakt, of op visioenen van profeten. Maar die geschriften zijn uiteindelijk steeds een interpretatie van een interpretatie, van een interpretatie, … De mensen die namelijk in die tijd rond Jezus of Boeddha aanwezig waren konden ook niet volledig begrijpen wat hun meesters juist bedoelden! Zij waren ook maar in beperkte mate op de hoogte van die hogere realiteit! En dus konden ook zij niet altijd duidelijk verwoorden wat hun meester juist bedoelde.

    Godsdienst steunt dus nooit op een duidelijk begrip van de werkelijkheid of op logica, maar louter op dingen die ooit door anderen werden verteld, maar die niet rechtstreeks kunnen begrepen worden als een logisch geheel! Het is iets dat je zomaar moet accepteren!

    Nochtans moeten personen zoals een Boeddha of een Christus veel meer hebben gehad dan dat! Zij moeten het ook effectief geweten hebben, want anders waren ze nooit zover kunnen evolueren, en waren ze nooit boven de mensheid kunnen uitstijgen! Jammer genoeg is hun kennis voor een groot deel verloren gegaan, en van wat zij toen wisten blijven er nu alleen nog maar enkele vervormde flarden van waarheid meer over! Maar niet getreurd, want je zal zien dat we door die flarden naast elkaar te leggen en door even logisch na te denken, het hele verhaal kunnen reconstrueren.

    Om alles goed te begrijpen is het veel logischer om eerst eens naar het leven zelf te kijken, hoe het werkelijk in elkaar zit, en daarna pas te zien wat de vele religies er over te vertellen hebben. Zo kunnen we nagaan of er daadwerkelijk raakvlakken zijn, en of er wel degelijk waarheid schuilt in hun woorden. De vele religieuze geschriften zijn immers heel talrijk en omvangrijk, en bevatten dan ook heel wat informatie die soms zichzelf lijkt tegen te spreken. Om ondanks dit alles een zo juist mogelijk beeld te verkrijgen, zullen wij daarom enkel de woorden die de grote meesters zelf hebben gesproken als waarheid in aanmerking nemen.

    De richtlijnen en de interpretaties van hun volgelingen kunnen we jammer genoeg niet gebruiken! En daar hebben we nu eenmaal een goede reden voor. Het is eenvoudigweg zo, dat de volgelingen van deze unieke aardbewoners, zoals bijvoorbeeld de apostelen van Jezus, ook maar gewone mensen waren die probeerden om dit leven te begrijpen. Ook zij kenden de redenering nog niet volledig die hun meester aan hen wou doorgeven. Wat de apostelen bijvoorbeeld hebben gezegd of geschreven over Jezus of God, moet dan ook steeds geïnterpreteerd worden in de tijdsgeest die toen algemeen geldend was. Want hetgeen je leert, dat ga je immers altijd toetsen aan de kennis en de werkelijkheid die je op dat ogenblik al verworven hebt. Je interpretatie van iemands woorden wordt namelijk steeds gestuurd door de overheersende gedachten en dogma ‘s van de tijd waarin je leeft. Hier worden dan ook nog eens je persoonlijke voorkeuren aan toegevoegd, maar meest van al nog wordt het verhaal ingekleurd door het eigenbelang van ieder individu apart! 
    En aangezien zowel tijdsgeest als eigenbelang steeds voor verandering vatbaar zijn, omdat we door de eeuwen heen altijd maar meer te weten komen en ons verder blijven evolueren, kan daar nooit een blijvende waarheid in verscholen liggen! De leerlingen mogen dan misschien wel een deel van het verhaal gesnapt hebben, maar een ander deel zal toch altijd gekruid blijven met de ideeën en de beperkte opvattingen die in hun tijd algemene regel waren!

    De woorden van de meester zelf, waren echter woorden die iedere tijdsgeest overtroffen! Ze waren dus niet alleen bedoeld voor die ene geschiedkundige periode waarin de meester leefde, maar ze bevatten tevens aanwijzingen en een boodschap die voor alle tijden geldig is. Het waren woorden voor het eeuwige! Ze waren immers bedoeld als gids en wegwijzer voor zij die alles willen kennen, en voor zij die dit leven willen overstijgen! Dit maakt ze dan ook des te moeilijker te begrijpen in de echte betekenis waarin ze zijn uitgesproken! De meester praat immers op een hoger gedachtenniveau dan het onze, en zijn redeneringen komen voort uit een wereld waar wij nog niet aan toe zijn! De pure bedoeling van de meester wordt aldus bij het uitspreken van zijn woorden al direct vermengd met de persoonlijke belangen en de beperkte interpretaties van de leerling, die de woorden te horen krijgt. En daarom zijn de woorden van de volgelingen niet altijd bruikbaar.

     

    Angst is een slechte raadgever!

     

    Er valt natuurlijk heel wat te vertellen over de talloze godsdiensten die onze wereldgemeenschap rijk is. Bij ons hier in Europa, heeft de godsdienst eeuwenlang het wereldbeeld van heel veel mensen overhoop gegooid. Maar in de huidige tijden schijnt de religie nu toch drastisch aan belang te moeten inboeten. Duizenden jaren al, is de mens begaan met een hogere kracht dan die van hemzelf, en heeft de mensheid die onzekerheid en onmacht over het bestaan hier op aarde in de handen van een of andere godheid gelegd. Op die manier ontstonden er allerlei vormen en rituelen om uiting te geven aan het geloof in een hogere macht. In de oudheid waren het vooral de natuurfenomenen die als de grotere goden werden beschouwd, maar toen er zich ook mensen op aarde aandienden die zelf over bovennatuurlijke krachten bleken te beschikken, werden algauw de eerste godsdiensten geboren. Omdat er in de verschillende delen van de wereld ooit al wel eens zo een persoon met hogere krachten heeft bestaan, zijn er dan ook in ieder deel van onze wereld vele verschillende soorten van godsdiensten ontstaan, samen met evenveel manieren om die te beleven.

    Godsdiensten hebben echter bijna allemaal één eigenschap gemeen: omwille van de overtuiging van hun eigen grote gelijk, wordt de boodschap van liefde die ze wensen uit te dragen vervormd tot een eerder fanatieke wil om hun kennis aan gans deze planeet op te leggen. Niet in het minst ook omdat ze op deze manier veel meer macht verwerven over de wereld, en tevens gaan stijgen in de achting van zijn bewoners. Hierdoor werd de wereld dan ook grondig door elkaar geschud: oorlogen, angst en vervolging waren hiervan de directe gevolgen. Godsdienst is immers altijd al een middel geweest om gewone mensen onder de knoet te houden, en dat konden de geestelijke leiders toendertijd dan ook gemakkelijk verwezenlijken. Iedere mens voelt immers wel op een of andere manier instinctmatig aan, dat er ergens meer moet zijn dan datgene wat zichtbaar is, maar er is uiteindelijk niemand die dat allemaal juist kan verklaren. Het niet kennen van de volledige waarheid, en de onzekerheid over goed en kwaad, gaven aan de godsdiensten de macht om hun boodschap van liefde te koppelen aan een flinke dosis angst en afstraffing.

    De mensen onwetend laten is dus de grootste troef die een religieuze instelling heeft om zich van een behoorlijke portie macht te voorzien, want indien de godsdienstige instellingen de volledige waarheid zouden vertellen, dan zou vanwege de aard van die waarheid ieder beetje van hun macht verdwijnen als sneeuw voor de zon. 
    Omdat ze echter geen andere keus hadden volgden de mensen dan toch maar blindelings wat de kerkleiders hen voorschreven, en leefden zo voortdurend in de krachtige greep van de kerk en het geloof. Ondertussen groeiden de vele instituten van religie echter uit tot machtige instellingen die hun woordje in de dagelijkse politiek en het bestuur van het land wilden meespreken. Kerk en staat waren op heel wat plaatsen als twee handen op een buik, en beide instellingen zorgden er dan ook voor dat hun eigen imperium geldelijk goed gespijzigd werd. Op heel wat plaatsen in de wereld is dit ook nu nog het geval, maar vergeet echter niet dat het ook hier bij ons nog maar een paar decennia geleden is dat de logica van het geloofsinstituut op een serieuze manier in twijfel werd getrokken.

    Persoonlijk vind ik dat al de mensen die in deze vele religies tewerkgesteld zijn, zich eens heel goed dienen te bezinnen over wat zij nu juist aan het verkondigen zijn. Zij dienen eens heel goed na te denken over de precieze inhoud van hun woorden, en de impact die ze hebben op de wereldbevolking. Doen ze niet meer kwaad dan goed door aan de mensen zo dwangmatig en zonder begrip iets te gaan opleggen? Heeft het werkelijk zin om zovele dwingende geboden en vage beloftes te verkondigen en uiteindelijk zelf niet helemaal te weten waar het juist om gaat?

    Want dat is het nu precies: geen enkele geestelijke leider kan je op een verstaanbare manier duidelijk maken wie of waar die god dan wel mag zijn. Iedereen hier op aarde is er bewust of onbewust naar op zoek, maar niemand slaagt erin om het eens duidelijk uit te leggen, en te verklaren waarom het in deze wereld heel duidelijk allemaal niet werkt. Nochtans doen alle kerkleiders niets anders dan er hun eigen waarheid over te verkondigen en de vele oudheidkundige “heilige geschriften” hierover te citeren. Maar zijn deze geschriften wel volledig? En is het begrip ervan niet onderhevig aan ons eigen niveau van bewustzijn? Hebben zovele priesters ooit zelf nagedacht over het goddelijke en het hiernamaals, of verkondigen zij alleen wat hun oversten hen voorhouden? En als ze iets beters vinden, mogen ze dat dan toepassen in hun dagelijkse leer en praktijk van hun oversten?
    Kortom, hoe past het leven van alledag in gans die geloofshistorie? 
    Over mooie idealen en beloftes van een eeuwige hemel kan je misschien heel veel fantaseren, maar hoe kunnen we de realiteit van het dagelijkse leven doen passen in die goede boodschap van liefde en eenheid? Waar blijven we met de slechte kant van de mens? Moord, verraad, ruzie, jaloezie, nijd, leugens, … ? Waar blijven we met het feit dat de godsdienst zelf er niet eens in slaagt om liefde voor iedereen toe te passen?

    De kerk praat over het geloof als iets wat je zomaar moet aannemen, zonder zelf eens kritisch te gaan nadenken of het allemaal wel klopt, of zonder bereid te zijn om aanpassingen aan hun theorie toe te laten. Er zijn bijvoorbeeld de laatste decennia heel wat nieuwe geschriften op aarde opgedoken. Ik vind het onvoorstelbaar dat geen enkele priester of bisschop het nog maar in overweging wil nemen dat daar misschien wel eens de ontbrekende schakels kunnen in teruggevonden worden. Ik vind het onvoorstelbaar dat ze boodschappen die echte liefde verkondigen, zonder dat er een zweem van geweld aan te pas komt, zomaar naast zich neerleggen.
    Maar nochtans zijn er op deze planeet mensen geweest die het wél allemaal wisten en konden toepassen. Jezus Christus bijvoorbeeld. Wanneer de geschriften over zijn bestaan ook maar een beetje waarheid bevatten, dan is het duidelijk dat hij heel wat meer wist dan wij, en dat hij zeker en vast op de hoogte was van de hogere krachten van het universum. Waarom werden zijn woorden dan geïnterpreteerd om geheimzinnig te blijven? Hoe komt het dat zijn daden ons niet hebben kunnen overtuigen en ons geen duidelijk beeld hebben gegeven van het hiernamaals? Was het niet zijn bedoeling om juist dit aan de wereld te vertellen? Werden er dan misschien stukken informatie weggelaten door de toenmalige geestelijke overheid, uit vrees dat ze door de echte waarheid hun macht zouden verliezen in de wereld? Is de kerk misschien bang voor de echte steunpilaren van wat ze zelf verkondigt, en blijft geloof op die manier niet een vage gissing naar de waarheid?

    Uiteindelijk zou het voor iedereen beter zijn dat we nu eindelijk ook eens effectief gaan weten hoe alles in elkaar zit, in plaats van ons allerlei dingen te laten voorspiegelen die niet gefundeerd zijn op een logische waarheid. Meer nog dan de politieke leiders hebben de religieuze instellingen in deze tijd een reusachtige verantwoordelijkheid te nemen. Het is nu eenmaal zo dat vele miljoenen mensen op zoek zijn naar de zin van hun bestaan. Zij zoeken een houvast bij mensen naar wie ze opkijken, of bij sterke persoonlijkheden die welbespraakt en zeker lijken van hun stuk. De vele religies en sekten spelen hier dan ook heel handig op in. Vanuit de eigen soms gewelddadige en beperkte visie op wat zij geloof noemen, hebben zij ondertussen vele mensen opgeleid om hun theorie te gaan verspreiden over de wereld. En eigenaardig genoeg gaat dit meestal ook gepaard met een of andere vorm van geldinzameling. 
    Maar ook de individuele mens mag gerust zijn hand eens in eigen boezem steken, want hij weigert pertinent om zelf na te denken en neemt daarom gemakshalve maar over wat de godgeleerden hem voorspiegelen. Zo geeft hij hen dan ook heel gemakkelijk de kans om over zijn leven te regeren. 

     

     

    Wie heeft gelijk?

     

    Welke religie heeft er nu in feite volledig gelijk? Wat een moeilijke vraag om te beantwoorden! Er zijn er immers ondertussen al zoveel, dat we met zijn allen allang de tel zijn kwijtgeraakt.  Zouden die vele godsdiensten niet beter eens allemaal rond de tafel gaan zitten om een gezamenlijk standpunt in te nemen, in plaats van mekaar te bekampen? Want helemaal aan de basis zijn alle godsdiensten toch gelijk! Liefde, verdraagzaamheid, medeleven, hulp bieden, … vormen de hoofdprincipes van ieder geloofsbeginsel. Althans wanneer het alleen maar op woorden aankomt, want met de daden gaat het duidelijk nog niet zo vlot. 
    Het enige verschil tussen al die religies zit hem echter in heel kleine dingen, en bestaat dan voornamelijk hieruit, dat ze er allemaal verschillende tradities van belijden en gebed op nahouden. Deze tradities zijn allemaal afhankelijk van de streek waar de religie is ontstaan, en van de overlevering en de cultuur die op dat moment in die streek gangbaar was. De fundamentele inhoud van wat ze verkondigen is echter overal hetzelfde, en strijd is alleen maar mogelijk omdat ze hun eigen basisprincipes zelf niet ten uitvoer brengen. Woorden en geboden zijn heel gemakkelijk te verspreiden, maar ook eens zelf de daad naar het woord richten zou ons allen heel wat narigheid in de geschiedenis bespaard hebben.

    Waarom moeten ze bekvechten over kleine onbenulligheden? Wat doet het ertoe, of u nu gelooft in Maria, Mohammed, Jahweh, Christus, Allah, Krsjna, Boeddha, …  Waarom zou je gaan redetwisten of die personen nu heilig zijn of niet. Het is immers niet door een bepaald persoon te gaan verheerlijken dat u zelf heilig zal worden! Dat zou toch maar al te gemakkelijk zijn! 
    Is dan niet liefde de basis? Of is het toch redetwist die ons naar de hemel leidt?

    Godsdienstig wordt u enkel door de daden en de gevoelens die van uzelf uitgaan, en niet door wat u van iemand anders verlangt. Van zodra je immers van iemand anders verwacht dat hij hetzelfde denkt als jij, moet je de liefde loochenen, en jezelf tot een tiran aanstellen. Dat heeft deze wereld al duizenden malen heel overtuigend aangetoond.
    Maar als je echt liefde toepast, dan doet het er helemaal niet meer toe in wie u nu wel of niet gelooft, of op welke manier je dat ten uiting brengt! Je geeft gewoon liefde, punt! Wanneer er iedere dag weer liefde en verdraagzaamheid spreekt uit uw daden, pas dan mag je jezelf godsdienstig gaan noemen. Op ieder ander moment ben je niet- godsdienstig of dus een gewoon wereldlijk burger die hier zoals zovele anderen zijn gelijk komt halen, en zoveel mogelijk wereldse macht naar zich toe wil trekken. 
    We kunnen dus gerust stellen dat iedere religie in zijn ijver om het grote gelijk binnen te halen, onmiddellijk tegen zijn eigen fundamenten ingaat. Want vanaf het ogenblik dat ze hun eigen waarheid willen verspreiden, doen ze dit alleen maar door de strijd aan te gaan tegen de andere instellingen. En strijd kan je nu bezwaarlijk een goede religieuze levenshouding noemen! 
    Indien iedere religie echter gewoon bij zijn eigen basiswaarden zou blijven, dan zou er geen enkel probleem meer zijn in de wereld. Maar voorlopig geldt de toepassing van al die mooie waarden alleen maar voor de leden van de godsdienst, en niet voor de leiders, of voor het religieuze instituut zelf.

    De godsdienst als instelling mag het zich permitteren om zijn eigen fundamentele principes aan zijn laars te lappen! Omdat ze met elkaar de strijd aangaan om het grote gelijk binnen te halen, hebben alle kerkleiders zich ondertussen enkele merkwaardige dictatoriale trekjes toegeëigend. Omwille van hun overtuiging van het grote gelijk en de bijhorende macht, vinden zij het nodig om de mensen te overdonderen met wetten, geboden en sancties. Want angst creëren speelt nu eenmaal een heel grote rol om mensen tot bekering en lidmaatschap te overtuigen. De verplichtingen die zij aldus hun volgelingen opleggen zijn ongepast en ik durf zelfs te zeggen, dodelijk voor de geest van mensen die echt naar antwoorden op zoek zijn. Want wie echt op zoek is, die ziet direct in dat de woorden en de daden van de vele religies niet met elkaar in overeenstemming zijn, en dat maakt het uiterst moeilijk voor de gewone man om de echte waarheid te doorgronden. De waarheid wordt nu immers verhuld door een gordijn van twist en meningsverschillen, en de kwestie wordt uitgevochten op een niveau dat niet eens terzake doet. 
    Door te discussiëren over futiliteiten die totaal onbelangrijk zijn, wordt de aandacht immers van het echte werk weggehouden, en is een godsdienst in de mogelijkheid om zijn wereldlijke macht uit te breiden.

    Dit alles geeft ons natuurlijk een zeer negatief beeld van al die godsdiensten. Nochtans zitten er ook zeer vele individueel goede mensen in deze kerkgemeenschappen. Heel veel van die mensen bedoelen het goed, maar het is zeer jammer dat hun goede eigenschappen overschaduwd worden door de dogma ’s van hun eigen instituut. Ik heb een grote bewondering voor de inzet en de overtuiging van al wie met dienstbaarheid begaan is, maar ik plaats tegelijk ook hele grote vraagtekens bij het machtig instituut dat de religie ondertussen is geworden, en bij de (dikwijls onvolledige) teksten die ze als hun waarheid beschouwen. En ik ben er zeker van dat vele kerkelijke leiders die echt nadenken, het met mij eens zullen zijn. Helaas mogen ze dat niet direct openlijk toegeven, en doen ze dan maar voort zoals ze bezig zijn.

     Al deze religies hebben dus door de eeuwen heen systemen opgezet opdat wij, via hen, onze hemel zouden kunnen verdienen. Zij zijn daardoor als het ware makelaars van geloof geworden. Want wanneer je aan hen commissie betaalt reserveren zij voor jou een plaatsje in de hemel. Dit heeft ertoe geleid dat zo goed als alle kerken geld gaan ronselen, niet altijd uit naastenliefde of om mensen te helpen, maar wel om gebouwen neer te zetten die de macht van het instituut moeten ten toon spreiden. Deze reusachtige kathedralen worden dan versierd met grote rijkdommen en kunstschatten, maar de arme man die honger heeft moet ondertussen nog even wachten op zijn boterham, en nog wat geduld oefenen en in de kou blijven zitten.

    Door juist dit te gaan doen, gaan alle godsdiensten die zich op Jezus Christus beroepen bijvoorbeeld, opnieuw in tegen een van hun eigen fundamentele steunpilaren. Was het niet Jezus zelf die om te bidden helemaal alleen de woestijn introk? Nergens staat beschreven dat hij een tempel nodig had om te bidden. Jezus had geen behoefte aan grote gebouwen om met zijn God te kunnen communiceren. Hij gebruikte hem misschien wel eens op jongere leeftijd als daar de gepaste gelegenheid toe was, maar hij had de tempels nooit echt nodig om te doen waarvoor hij op aarde was gekomen. 
    En heeft hij zijn zendelingen niet ook uitdrukkelijk op het hart gedrukt om nooit geld te aanvaarden?

    Wat een contradictie met al de religieuze gemeenschappen die zich nu op Jezus durven te beroepen! De paus, als opvolger van de apostelen van Jezus, gaat inderdaad nog als zendeling op pad. Met het vliegtuig en de pausmobiel, de vervoermiddelen van de moderne paus, reist hij de hele wereld rond. Hermetisch afgesloten van de buitenwereld, kan je de paus enkel nog zien door het kogelvrije glas. Deze paus is niet meer tussen de mensen, maar hij is een superster geworden die je als gewone mens niet meer kan bereiken. Alleen de groten der aarde worden nog bij hem in audiëntie ontvangen. Voor een gewone sterveling als u en ik is er dan ook geen enkele plaats meer in zijn agenda. Zelfs een bisschop heeft zijn tijd helemaal afgestemd op het instituut en de grote ceremonies die hij vertegenwoordigt, en doet op deze manier dus mee aan het creëren van rangen en standen in de wereld. Allemaal zitten ze opgesloten in hun ivoren torens, ver weg en onbereikbaar voor de gewone mens die snakt naar begrip en medeleven.

    Zij zijn opgeklommen op de maatschappelijke ladder van hun eigen instituut, en hebben zich laten vangen door mee te werken aan een hiërarchie binnen hun eigen geloofsinstelling. Had Jezus dan niet gezegd dat we allemaal gelijk zijn? Past een hiërarchie dan in deze woorden? 
    Door zo het instituut te dienen denken zij ook God te dienen, maar niets is minder waar. U zal verder in de tekst wel merken dat hun redenering compleet verkeerd gefundeerd is.

    Zij verkondigen dus nog steeds het woord van God, maar nu niet meer onder het volk, maar boven het volk. En ze nemen mee:  een hele schare van aanhangers, lijfwachten, kledij, juwelen, gebouwen, relikwieën, …  Het is een miljoenenkost om iemand als de paus in je stad te ontvangen! Hoeveel mensen kan je met dat geld van de hongerdood niet redden? Het is niet de paus die komt, maar een hele menigte van raadgevers en helpers. Het woord van god moet wel heel moeilijk te vatten zijn, als je er zoveel personeel voor nodig hebt! 

    Wat een schril contrast met de oorspronkelijke bedoeling van de stichter van dit geloof, die eenvoud en vrijwillige afstand van goederen predikte! Hoeveel miljarden denk je dat het zou opbrengen indien alle kerken en hun bezittingen zouden verkocht worden? Al die peperdure kunstschatten, de exclusieve beeldhouwwerken, de ringen en de zegels, de met goud belegde bekers en de zilveren kandelaars, … ! De kerken wentelen zich in materiële rijkdom, en laten ondertussen de hulpbehoevenden maar voor wat ze zijn. Kan je dan een omhaling organiseren voor de armen of de zieken, en tegelijk zelf grote sier staan maken met gouden en zilveren attributen? Dat is toch gewoon de mensen een rad voor de ogen draaien, en onder het mom van menslievendheid je eigen “geslaagd zijn in deze wereld” ten toon spreiden. Zou dit uiteindelijk de bedoeling van Christus zijn geweest?

    Op grond alleen al van deze feiten is geen enkele christelijke kerk het dan ook nog waard de naam christelijk te gebruiken. Want christelijk verwijst naar Jezus Christus, de stichter, en alles wat ze doen is precies het tegenovergestelde van wat Christus wilde!

    Let wel op nu, want ik praat op dit moment misschien enkel over het christendom omdat dit voor mij het meest vertrouwde is, maar ook vele andere godsdiensten begaan deze zelfde vergissingen. 
    Ieder van hen is bang om rechtstreeks naar God te luisteren, en daarom maken ze een instituut waar ze kunnen in meelopen en naar opkijken, en dat hen toch nog toelaat om hier met de gewone menselijke bezigheden zoals macht, corruptie, jaloezie, …  bezig te blijven. Zij luisteren naar het instituut dat ze vertegenwoordigen, maar vergeten ondertussen naar God zelf te luisteren! Want als ze naar God zelf zouden luisteren, dan zouden ze moeten aanvaarden dat het “liefde voor iedereen” is dat hij van hen verlangt.

    Gelijk welk religieus persoon die zijn oversten trouw blijft, kan dus nooit te weten komen wat het goddelijke is, tenzij ook zij hun eigen stem het zwijgen weten op te leggen, en ze er zelf een begin mee maken om de taal van God te leren begrijpen. 
    Geen enkel mens, dus ook een paus niet, kan uit zichzelf weten wat “het goddelijke zijn” juist inhoudt, en daarom kan alleen God zelf ons dat vertellen. Want zijn koninkrijk is niet van deze wereld! Hoe kan de wereld dan de waarheid vertellen? 
    Maar om dan toch de waarheid te weten te komen, moeten we bereid zijn om zijn taal van uitsluitend liefde te leren spreken en ook te leren begrijpen. En moeten we dus bovenal bereid zijn om alleen de liefde nog te volgen.

    Op dit moment nemen alle kerkelijke instellingen wel een deel van de volledige boodschap over, maar het andere deel dat hen niet zo goed past laten ze gewoon links liggen. Daardoor komt het dan ook dat ze op de duur zichzelf beginnen tegen te spreken en ongeloofwaardig overkomen bij de kritische mens. Ze eigenen zichzelf op die manier de privileges toe die ze aan hun eigen leden dan weer ontzeggen.

    De godsdienst wordt overal in de wereld verward met al de andere domeinen van het leven. Hij wordt verweven met macht, politiek, geweld, oorlog, eigenbelang en zelfverheerlijking. Maar van zo gauw dit gebeurt is godsdienst geen godsdienst meer!  Het is immers onmogelijk om ook maar iets wereldlijks aan godsdienst toe te voegen.

    Overal in de wereld kunnen we duidelijk zien dat de religie zich volledig gaat vermengen met allerlei persoonlijke belangen en meer nog met de staatsbelangen. Want daar valt immers het meeste macht en aanzien te rapen. Want alleen op die manier kunnen zij namelijk als instelling hun waarde verhogen in deze wereld. 
    Religies laten zich betalen door de staat om hun pastoors en kerken overeind te houden. Op zich is dit natuurlijk geen slechte zaak, ware het niet dat deze nood aan materiele dingen de godsdienst volledig wegleidt van zijn uiteindelijke doel, en zo de mensen op een dwaalspoor brengt.

     

    Je moet perfect zijn!

     

    Geen enkele godsdienst heeft het recht om aan iemand wetten of geboden op te leggen, want godsdienst is toch wel een beetje vergelijkbaar met een maatschappij, waar ook niet alle leden precies passen in het enge kadertje dat door het systeem nauwgezet omschreven wordt. Wij zijn immers allemaal anders, en zitten allemaal op een ander niveau van denken. Dat maakt dat dus niet iedereen op hetzelfde moment de liefde volledig kan begrijpen, en dat er dus ook mensen zijn die er nu geen snars van begrijpen of die er nog niets van willen weten.

    De vele religies maken allemaal één en dezelfde grote vergissing: zij willen namelijk dat iedereen hier onmiddellijk perfect is, maar zij zien daardoor de essentie van gans dit leven over het hoofd. Wij zijn hier immers allemaal op deze planeet gekomen om onszelf stap voor stap naar volledige liefde te ontwikkelen, en niet om dat zonder enige voorkennis en begrip van het universum, in een enkele keer te moeten voltooien.

    Iemand kan bijvoorbeeld één welbepaalde goede eigenschap bezitten, maar uiteindelijk ook aan vele andere gestelde eisen van godsdienst en maatschappij nog niet helemaal kunnen voldoen. Voor de godsdienst is dit echter niet voldoende, want zij wil alleen perfecte mensen in haar midden. En op die manier gaan de goede eigenschappen van vele personen natuurlijk verloren, vanwege de overdreven eis van de kerk om ineens perfect worden op alle gebieden van het leven.

    Iedere mens is anders, komt hier een ander stukje van zijn evolutie beleven, en zal dus op verschillende manieren denken en voelen over hoe hij nu wel of niet liefde in deze wereld kan brengen. Ieder gaat hier zijn eigen kleine stukje van de weg, en dit kan door geen enkele maatschappij of kerk worden tegengehouden. Daardoor komt het dan ook dat er zovele afsplitsingen plaatsvinden van iedere basisgodsdienst, want de godsdienstige instelling zelf stelt zich helemaal niet soepel genoeg op om zoveel mogelijk mensen een kans te geven.

    Omdat zij dan weigeren het leven als een evolutie te zien, moet de zonde direct veroordeeld worden en moet het zondige deel met geweld verwijderd worden uit onze leefwereld. Dat is dan ook de reden van het falen van al die godsdiensten, want wie aanvoelt dat hij de goede richting uitwil, maar nog niet aan het perfecte plaatje kan voldoen, iedereen dus, mag zich van hen niet meer langzaam aan verder ontwikkelen, maar moet direct een heilige zijn en onmiddellijk een volledig engagement kunnen aangaan. Omdat ze de mens met al zijn onvolkomenheden dus niet accepteren moeten de leden van een godsdienst uiteindelijk zelf wel gaan huichelen over wie ze zijn, en hun eigen slechte kanten zo goed mogelijk proberen te verbergen. Wie het immers aandurft om zijn minder goede eigenschappen naar buiten toe bloot te geven, wordt onmiddellijk op de vingers getikt en op zijn plaats gezet.

    Enerzijds wordt er gezegd: het menselijk lichaam is heilig, want het is een tempel van het goddelijke; maar anderzijds sluiten ze daarmee ook onmiddellijk iedereen uit, want je moet nu eenmaal aan die eisen van perfectie kunnen voldoen: je moet celibatair zijn;  je mag geen seks hebben voor het huwelijk;  je moet gehuwd zijn in plaats van samen te wonen;  je moet vooral genoeg geld geven aan de instelling;  je moet , ….  zovele dingen. En omdat je zoveel moet is er in feite helemaal niemand die ook in dit mooie kadertje past. Het dagelijkse leven toont immers heel duidelijk aan dat dit lichaam niet zo heilig is als de kerk ons wil voorhouden. Wanneer we eens goed naar het leven zelf gaan kijken, dan betekent dit lichaam immers gewoonweg zonde, lust en welbehagen, strijd voor het bestaan, concurrentie, … 

    Er zijn gelukkig toch nog heel wat mensen die wel willen dienstbaarheid tonen, en die zich effectief willen inzetten voor de gemeenschap en hun medemens. Maar die mensen willen nu eenmaal ook huwen en seks hebben, of een pintje gaan drinken en eens flink roddelen over de buren. Moeten zij daarom meteen uitgesloten worden en hun goede eigenschap dan maar laten varen? Want daar worden ze door de godsdiensten uiteindelijk wel toe verplicht.

    Wanneer zowel godsdienst als maatschappij bij ieder individueel mens eens op zoek zou gaan naar de positieve kenmerken die ieder van ons in zich heeft, en aan de negatieve geen aandacht zou schenken, dan zou deze wereld in enkele jaren tijd een volledige omwenteling van het bewustzijn meemaken. Momenteel ligt de aandacht echter bij het negatieve dat uit de weg dient geruimd te worden, en daarom gaat het juist zo moeilijk in deze wereld. Je kan toch moeilijk een deel van jezelf uit de weg gaan ruimen! De aandacht ligt echter gewoon op het verkeerde onderwerp gericht, waardoor al het positieve in de wereld ongezien voorbijgaat. Als er eens beloningen zouden komen voor het goede dat in ieder van ons zit, zonder dat er gestraft wordt voor onze duistere zijde, dan zouden waarden zoals medeleven, hulpvaardigheid, liefde en meer tijd maken voor elkaar, het in een mum van tijd halen boven hebzucht, egoïsme of machtsgeilheid.

    Gelukkig hebben we allemaal nog een laatste redmiddel om ons te verlossen. De biecht is de uitweg die de vele religies uitgevonden hebben om toch maar het lidboekje van iedereen te kunnen valideren. Je mag nu wel zonden hebben, maar je moet ze wel gaan opbiechten, en dan wordt alles weer netjes in het reine getrokken voor jou. Op dat ogenblik ben je weer voor vijf minuten een volwaardig lid van de gemeenschap, waarna je weer gewoon je gang mag gaan, op weg naar de volgende biechtsessie.

    Begrijp mij echter niet verkeerd: de biecht is eigenlijk zeer waardevol, maar de godsdienstinstellingen hebben er een klucht van gemaakt door het zomaar altijd en aan iedereen te gaan opleggen. Het initiatief om te biechten moet immers volledig van jezelf komen, vanuit een innerlijke overtuiging dat je vroeger iets minder goed hebt gedaan, en dat je dit voortaan anders wilt gaan aanpakken. De biecht gaat dus in feite samen met een diep inzicht in jezelf, in je evolutie, en in de fouten die je onderweg gemaakt hebt. De biecht is in feite de afsluiting van een periode dat je een bepaalde zwakheid van het leven nodig had om je goed te voelen. Je hebt die zwakheid overwonnen en niet meer nodig nu, en dan zie je in dat je daardoor heel wat leed hebt veroorzaakt bij andere mensen. Dat inzicht leidt op zijn beurt tot het besef dat het zo niet verder kan, waardoor je een nieuwe hindernis op je weg naar liefde overwonnen hebt. Je bent nu klaar om het volgende struikelblok aan te pakken dat je jezelf in de weg hebt gelegd. 
    Door zich echter te fixeren op het perfecte, vergeten de godsdiensten dat ieder mens hier slechts onderweg is naar die perfectie, en dus heel langzaam aan het leren is wat volledige liefde inhoudt, en hoe wij ze in ons leven kunnen terugbrengen. Daardoor schieten de religies hun doel voorbij, want wat de mensen nodig hebben is niet een politieagent die op hun vingers staat te kijken, maar wel een goede richtingaanwijzer, een helpende hand onderweg, een steun om te volharden, en een duidelijk zicht op het einddoel.

     

    Aansluiten=afsluiten.

     

    Omdat iemand die zich aansluit bij een of andere godsdienstige strekking nu eenmaal trouw zweert aan die welbepaalde strekking, en daardoor niet meer zelf kan nadenken of zelf op zoek gaan naar de waarheid, zal het voor die persoon dan ook onmogelijk worden om de echte waarheid nog te kunnen achterhalen. Volgens de wetten van de gedachtenkracht, die we weldra zullen leren kennen, wordt de evolutie van die persoon op dat punt stopgezet. Hij stelt zich op dat moment immers tevreden met de waarheid van de groepering waar hij zich bij aansluit, waardoor het goddelijke tot hem niet meer kan spreken, omdat hij beslist heeft om de waarheid van die groep voortaan als zijn volledige en persoonlijke waarheid te beschouwen. 
    Het wordt onmogelijk om op die manier door te dringen tot de diepste kern van de werkelijkheid, want de hiërarchie van de groep legt iedere evolutie stil. De priester is uitleg verschuldigd aan de bisschop, de bisschoppen aan de paus, en de paus aan zijn raadgevers en zijn instituut. En zo geeft elk van hen uitleg aan de anderen over hun gedrag en hun woorden, maar zij dringen nooit door tot de diepste betekenis van al die woorden. De betekenis van alle woorden wordt hen immers voorgekauwd door hun superieuren, die elk een bepaalde machtspositie innemen binnen het instituut. En zij hebben uiteindelijk als grootste en enige zorg dat hun machtspositie behouden blijft, en dat het instituut zoveel mogelijk groeit en blijft verder draaien. Op welke manier dit alles moet gebeuren is daarvoor van ondergeschikt belang, zolang de aanhang van de groep maar vergroot wordt, en het instituut maar meer aanzien krijgt in de wereld.

    Want anders zouden al die superieuren hun machtspositie wel eens kunnen verliezen! Zie jij de paus, een kardinaal of bisschop, of een ander gezagdrager van gelijk welke godsdienst, vrijwillig ontslag nemen uit zijn functie? Zeker niet, en dit terwijl het systeem van baas boven baas in de godsdiensten toch wel een regelrechte inbreuk is op hun eigen fundamenten. Wie immers godsdienstig wil zijn in de echte betekenis van het woord, moet niet een baas worden, maar een dienaar voor de anderen. Hij klimt dus niet hoger in rang, maar houdt zich heel bewust bij het voetvolk, omdat het daar is dat het echte werk dient te gebeuren.

    Het is natuurlijk veel gemakkelijker om boven aan de top van de ladder te staan en zelf de wetten te dicteren, dan het veldwerk te moeten verrichten. Een Boeddha bijvoorbeeld, ging dagelijks op pad onder de mensen bij wie hij werd uitgenodigd. Hiervoor maakte hij geen onderscheid tussen arm of rijk, crimineel of notabele, maar hij ging gewoon omdat hij een dienaar voor hen was, en omdat ze het hem vroegen. Hetzelfde deed ook Jezus Christus. Dit betekent dat wie echte godsdienst begrijpt en ook wil toepassen, het niet meer zal nodig vinden om anderen terecht te wijzen, maar integendeel al die zondaars zal accepteren met hun doen en laten, en hen enkel door het eigen gedrag en goede voorbeeld de juiste manier van  leven zal aantonen. Echte godsdienst veroordeelt nooit, maar wijst enkel de weg!

     

    Ga zelf op pad!

    Een godsdienst steunt steeds op de daden van één enkel persoon. Een historisch persoon wordt als boegbeeld genomen, en daarrond wordt dan een ganse cultus opgebouwd. Deze personen: Christus, Boeddha, Mohammed, Krsjna,  waren mensen die de verlichte staat hadden bereikt. Dit wil zeggen dat zij de weg hadden gevonden om zelf terug God te worden. Zij hadden het leven doorgrond met al zijn mysteries, en zij hadden de weg naar de volledige waarheid gevonden. Deze enkelingen zijn erin geslaagd om hun leven de wending te geven die nodig was om het ultieme einddoel te bereiken. Maar dat hebben zij in hun eentje gedaan, en niet samen met de mensen die hen op dat ogenblik omringden. 
    Alle tijdgenoten van onze grote voorbeelden, die tijdens hun leven getuige waren van een godwording, kunnen enkel maar raden naar de manier waarop een Boeddha of een Krsjna heeft geleefd en gedacht. Degene die de verlichting bereikt heeft probeert hen dat wel duidelijk te maken, maar het kan onmogelijk in mensentaal gezegd worden. Er zijn dan ook zovele dingen die je tegelijk dient te begrijpen, dat het zo goed als onmogelijk is dat de omstanders er ook maar de minste notie van krijgen. Het vergt een jarenlange volgehouden toewijding om jezelf zover te krijgen. 
    Eerst moet er zich een gans proces in je gedachtenwereld voltrekken, vooraleer je dan ook nog eens klaar bent om het ook allemaal toe te passen. Dit betekent dus dat iedere godsdienst uiteindelijk maar een flauw afgietsel zal worden van zijn stichter of zijn grote voorbeeld, want de gedachten van de persoon die verlicht is geworden, worden wel overgemaakt, maar worden nooit begrepen zoals ze werkelijk bedoeld zijn. Ieder die ze hoort haalt de woorden immers door het filter van zijn eigen gedachtewereld, en voegt er zijn eigen waarheid aan toe. Daarom kan je nooit verlicht worden door alleen maar een godsdienst te volgen! Het is onmogelijk, want de godsdienst is te ver afgedwaald van de oorspronkelijke gedachten van zijn stichter. En niemand kan op korte tijd al de fijne nuances en de kleine valstrikken te weten komen die aan de weg verbonden zijn.

     

    Haal je niets in je hoofd!

    Christenen hebben het vroeger veel meer gedaan dan nu, terwijl sommigen er ook op dit moment nog een sport van maken: ze roepen de mensen op tot een heilige oorlog tegen de andersdenkenden. Hoor je de waanzin van die woorden niet? Een oorlog die heilig zou zijn!  Mensen toch!  Oorlog is barbaars, niet heilig! Heiligheid dat betekent hoop, en liefde, geluk voor iedereen! Oorlog is ongeluk, verdriet, angst, dood, verderf! 
    We hebben het onlangs nog gezien met de aanslagen in Amerika. Een waanzinnige daad, opgeroepen door heilige gevoelens. En Amerika, al even waanzinnig, eigent zich het recht toe om terug te slaan. Want God is met hen, zeggen ze! Is dat geen waanzin in beide kampen! Beide kampen beroepen zich op God om hun daden te verrechtvaardigen, en gebruiken oorlog om hun eigen mening door te zetten. Maar dit heeft niets, maar dan ook helemaal niets, met God te maken! Enkel macht is hier het motief! 
    Laat je dus niet verwarren wanneer anderen de godsdienst bij hun daden betrekken, want ze gebruiken het enkel als een argument om hun woorden en daden kracht bij te zetten, en om gelijk te halen bij wie niet in staat is om verder na te denken dan dit.
    Godsdienst heeft echter zijn eigen weg. En geen enkele, ik herhaal het, geen enkele wereldse weg kruist hem!
    God maalt er niet om wie welke oorlog zal winnen! Dat interesseert hem geen zier! Voor wie zou hij immers moeten kiezen, als je keuze maar beperkt is tot twee waanzinnige kampen? God kiest niet van twee kwalen de minst ergste, nee hij kiest voor zichzelf en zijn liefde, en laat jou de vrijheid om je eigen keuzes te maken! Daar hoort uiteraard ook de keuzemogelijkheid bij om in liefde terug Gods zoon te worden!

    Ieder godsdienstig instituut steunt uiteindelijk op macht hebben over andere mensen, maar God heeft duidelijk een ander soort macht. Het is de macht van de vrijheid en de liefde, onbeperkte macht over het universum, maar wel macht samen met al de anderen. God kiest nooit partij in een oorlog, maar kiest steeds alleen maar voor zijn eigen onverstoorde rust en vrede. Oorlog is iets wat de mensen hebben uitgevonden, en daar komt God dus helemaal niet in tussen.

     

     

    Godsdienst weet niet alles.

    Wanneer we bij de godsdienstige instellingen te rade gaan om echt menselijke problemen op te lossen, iets waarmee elke burger in het dagelijkse leven te maken krijgt, dan verwijzen zij simpelweg naar de weg van hun God. Het antwoord is dan echter steeds van die aard dat wij het niet kunnen begrijpen, want ieder van ons worstelt immers met zijn eigen zwakheden die hem van dit pad van God weghouden. Bovendien is de weg van de godsdiensten zelf bezaaid met dubbelzinnigheden en halve waarheden. Hoe we dat zullen oplossen, daar dienen we dan maar zelf een oplossing voor te vinden. We zijn dus nog geen stap verder gekomen, tenzij we ons laten inpalmen door mooie woorden en ons tevreden weten te stellen met dingen die niet volledig kloppen.

    Het is gemakkelijk gezegd aan iemand: je mag niet stelen. Misschien heeft die man wel honger, of misschien is het zijn natuurlijke aard om te stelen. Die persoon kan dan wel inzien dat hij verkeerd bezig is, maar toch zal die man het telkens opnieuw doen, gewoon omdat het nu eenmaal nodig is, of omdat het in hem zit.

     

    Zo gaat het met iedere fout die wij hebben, groot of klein. Je kan er gewoon niet aan doen als je iets mispeutert, want iedere handeling die je stelt doe je steeds vanuit je eigen zoektocht om je overeind te houden in dit eenzame bestaan. Het zijn dan ook precies deze aangeboren fouten die ons het leven moeilijk maken, maar we weten bij God niet hoe we er vanaf kunnen komen.

    Het instituut van religie houdt hier geen enkele rekening mee en zegt gewoon dat we moeten stoppen met de fout te begaan, zonder daarbij in te zien dat die fout voor ons nu eenmaal een manier van overleven is in deze wereld, en dus onmisbaar is voor ons. Er wordt geen enkel concreet vervangmiddel aangereikt die het weglaten van die “zonde” kan invullen, want die zonde is nu eenmaal de manier waarop wij hebben leren te overleven in deze maatschappij.

    Hoe kunnen we onze situatie dan wel veranderen of verbeteren? Hoe komt het dat wij deze ene fout hebben, en anderen dan weer iets totaal anders verkeerd doen? U leest er alles over, verder in de tekst.

    De grootste vergissing die godsdiensten maken, is het miskennen dat er een cyclus van evolutie is voor ieder levend wezen. 
    Vele godsdiensten schrijven aan de mens maar één leven toe, en daarna volgt dan een verbanning in de hel, of een eeuwig leven in het paradijs. Ieder van ons heeft uiteindelijk zijn eigen problemen die hij hier dient te overwinnen, zeggen ze. Ze houden er echter totaal geen rekening mee dat ze dit vanuit hun luie stoel heel gemakkelijk kunnen verkondigen. Maar dit lost geenszins de vaststelling op dat sommige mensen het wel heel moeilijk hebben, en anderen dan weer heel gemakkelijk. Misschien zouden zij wel eens willen ruilen met een kindje uit Sierra-Leone, dat maar een keer om de drie dagen te eten krijgt, en dat door de burgeroorlog zijn beide armpjes is kwijtgeraakt, afgehakt door de rebellen in het bijzijn van zijn ganse familie, opdat ze later niet zouden stemmen voor de verkeerde partij. Misschien vinden zij dit trauma even banaal als het trauma van een ruikeluiszoon, die maar niet kan kiezen wat hij met zijn leven wil aanvangen, en er dan maar het geld van vader en moeder doorjaagt met vrouwen en drank. Deze onrechtvaardigheid houdt geen enkele steek, en kan dus nooit een basis zijn voor een godsdienst. Godsdiensten die hierop bouwen hebben hun fundamenten op woestijnzand gezet. De religieuze instellingen eisen perfectie. Maar één leven is echt wel te kort om perfect te worden, en bovendien heel erg oneerlijk tegenover heel veel mensen.

    Deze onrechtvaardigheid kan alleen worden weggewerkt als er wel degelijk een evolutie is voor ieder wezen, en ieder wezen dan ook door al die ervaringen heen moet tijdens zijn vele levens. Alleen dan kan er enige eerlijkheid te vinden zijn in de vele verschillende situaties waar we mogelijk in terechtkomen.

    Terecht kiezen veel mensen dan maar uit onwetendheid voor het gemakkelijkste pad: het pad van het minder goede, het pad van de daden die steeds een ander benadelen. Het is nochtans de taak van de kerk om de mensen op de goede weg te helpen. Maar deze kerk is al tevreden als ze een nieuw lidboekje kan uitschrijven, want dat geeft haar als instituut meer macht en aanzien in de wereld. En zo komt het dat er veel mensen, teveel mensen, ontgoocheld zijn. Want de personen bij wie ze dachten oplossingen te vinden kunnen hun vragen immers alleen maar beantwoorden in heel vage bewoordingen. En uiteindelijk zeggen ze alleen maar: ik weet het zelf niet! In afwachting van betere informatie willen we ons dus voortaan niet meer tot de godsdiensten wenden, maar enkel nog rechtstreeks tot het goddelijke zelf. We kunnen dan nog steeds de bijbel of vele andere religieuze geschriften gaan lezen ter informatie, maar we elimineren onmiddellijk hieruit iedere tekst waaruit ook maar enig teken van uitsluiting, dwang of angst blijkt. Het goddelijke is liefde, en zeker geen terreur.

     

    Neem zelf initiatief.

    Wanneer we zelf de verantwoordelijkheid gaan nemen over ons leven, en ons niet meer oriënteren op de godsdiensten maar wel op de waarden waarvoor ze staan, dan zijn we op de goede weg. Het wordt dan: ik tegenover God. 
    Godsdienst wordt aldus iets persoonlijks, want alleen wijzelf beslissen hoe goed of hoe slecht we het er in een bepaalde situatie vanaf zullen brengen. We hebben dan geen tussenpersoon meer nodig die ons zegt wat we dienen te doen. We leren en herkennen zelf de waarden waar het goddelijke voor staat, en kunnen hiermee onszelf beoordelen en na verloop van tijd eventueel een verandering aanbrengen in onze levensrichting. Een richtingaanwijzer kunnen we nu echter wel gebruiken! We weten immers nog niet volledig aan welke waarden we onszelf moeten toetsen. En een richtingaanwijzer, dat is de enige taak die een kerk werkelijk op zich kan nemen. Al de rest is zelfoverschatting en bedrog.

    Het aanvaarden van iedereen zoals hij is en niemand veroordelen zou al een goed begin zijn. Nu moeten homo’s bijvoorbeeld nog steeds in de ban van de kerk leven, omdat de instelling die liefde predikt het niet pikt dat iemand anders ingesteld is dan zij. Elkeen heeft op dit moment zijn deel van de weg te gaan, en morgen, of in een volgend leven, zal dit weer een ander deel zijn. Dit aanvaarden en onderwijzen aan de mensen, zelfs aan de gevaarlijkste misdadigers, dat is een steunpilaar van echte religie. Laat de godsdienstige instellingen het toonbeeld worden van verdraagzaamheid en begrip voor anderen. Of is de vergeving die Jezus predikte dan een ijdele boodschap geweest?

    Iedere godsdienst dient dan ook het beginpunt en het eindpunt van de evolutie goed te kennen, want alleen zo kan ze de mensen een oriëntatie geven waar zij zich ergens bevinden en welke weg er nog af te leggen valt. Deze weg mag nooit afgedwongen worden, maar dient door elkeen uit vrije wil gegaan te worden. Alleen dan kan het voor een persoon enige waarde hebben. Ieder gedachtenlichaam afzonderlijk moet immers de ganse weg naar huis terug afleggen, en dat kan je alleen maar voor jezelf doen, en niet voor anderen door hen ertoe te dwingen.

    Alleen enkelingen kunnen dit uiteindelijk bereiken, doordat ze het zelf zo beslist hebben. Alleen wie zich niet laat leiden door anderen, maar enkel door God, kan zich aansluiten bij het goddelijk gedachtegoed. Want God is niet van deze wereld, hoe kan deze wereld je dan vertellen wat je moet doen? 
    Het enige wat u moet doen om uw doel te bereiken is blijven nadenken wat het hoogste gedachtegoed is dat je kan bereiken voor jezelf, maar ook voor anderen, en dit vervolgens beetje bij beetje in je leven gaan integreren. Doch doe dit nooit zonder om leiding bij God gevraagd te hebben.

    Maak voor jezelf uit wat voor jou goddelijk is, en streef dit na. Geen enkele godsdienst kan u wetten en geboden opleggen, want geen enkele godsdienst leeft immers zelf volledig naar de geest van zijn eigen wetten. 
    Individuen ja. Hier en daar zal er wel een enkeling zijn die het allemaal snapt. Maar nooit een volledige gemeenschap! Dat kan gewoonweg niet, omdat iedereen hier nu eenmaal op een ander deel van zijn evolutie zit! 
    Of u dus godsdienstig wilt zijn in de werkelijke betekenis van het woord, dat is een beslissing die u, en u alleen, voor uzelf kan nemen. Zodra u ook maar iemand, behalve het goddelijke, mee inspraak geeft in uw beslissing, bent u niet godsdienstig meer, en hebt u zich opnieuw in de wereld laten meeslepen. U zal dan immers van uw doel weer worden weggetrokken door het oordeel en de mening van de anderen. En “die andere” handelt bijna zeker altijd op een of andere manier uit eigenbelang.

    Iedere godsdienst is dus steeds gebaseerd op een deel van de waarheid, maar nooit durft een godsdienst de volledige waarheid aan. Een godsdienst blijft u eraan herinneren dat er iets meer moet zijn dan het materieel zichtbare, maar is uiteindelijk slechts een opstap naar een veel hogere dimensie. En die kunt u alleen maar voor uzelf ontdekken! Wanneer u immers de waarheid weet, wordt het moeilijk om hierover met anderen te praten. Zij zitten immers nog niet op datzelfde denkniveau, en zullen dit dan ook niet accepteren omdat ze nog steeds met de veel meer kortzichtige overtuigingen van deze wereld bezig willen blijven.  
    Ze zullen zeggen dat u een dwaas bent, terwijl de werkelijkheid juist andersom is.

     

    Godsdienstige gebruiken.

     

    Er valt ook heel wat te vertellen over de talloze gebruiken en rituelen die deze vele religieuze instellingen aanwenden om hun geloof te belijden. We hebben al gezien dat de verschillende vormen van geloof aan de basis allemaal dezelfde principes hebben, maar dat alleen de manier waarop dit naar de buitenwereld geuit wordt,anders is. Er zijn over de hele wereld tal van gebruiken en rituelen ontstaan. We kennen bijvoorbeeld: het doopsel, de besnijdenis, het vormsel, het vasten, de bedevaarten, het dragen van een sluier, het dragen van bepaalde kledij, …  Al deze dingen hebben tot doel om een bepaalde godsdienst te kenmerken, en indien je die gebruiken ook gaat toepassen dan word je als een volwaardig lid van die geloofsgemeenschap beschouwd. Tegelijk zorgen die gebruiken er echter voor, dat indien je ze gaat toepassen, je ook zegt aan de buitenwereld: ik kies voor dit geloof en wil het zo uiten, en al de rest is verkeerd, want alleen dit kan het enige goede zijn! Deze gebruiken zijn dus ook een manier om je te gaan distantiëren van al de anderen, en spreken direct een basisprincipe van gelijk welke godsdienst tegen, namelijk dat we hier allen één en gelijk zijn.

    Ik wil hier nu niet bedoelen dat al deze dingen nutteloos zouden zijn. Sommige dingen kunnen zeer zeker een bepaalde waarde hebben, maar dan alleen als onderdeel van je eigen evolutie naar het goddelijke toe. Voor het goddelijke zelf hebben die dingen geen enkele waarde. Het zijn slechts verschillende manieren om de weg naar hem terug te vinden, maar ze zijn niet meer nodig voor diegene die het doel eenmaal bereikt heeft. 
    De eerste vereiste om al die rituelen een plaats in je leven te kunnen geven, is dat je klaar en duidelijk weet waarvoor en waarom je het gaat toepassen. Je laten dopen, gewoon omdat je dan bij de groep hoort, is natuurlijk onzin. Het enige dat je bereikt hebt is dan ook dat je bij de groep hoort, maar op persoonlijk godsdienstig gebied ben je echter geen stap vooruit gegaan. Je hebt immers zelf geen enkele daad gesteld die je zou kunnen dichter bij het goddelijke brengen.

    Doopsel zou bijvoorbeeld waarde kunnen hebben voor iemand die zich al een hele tijd heeft toegelegd op het leven zoals een godsdienstig persoon. Dit impliceert dus vooral: ga op pad om de waarheid te zoeken en vervolgens ook te verkondigen, met zoveel mogelijk vertrouwen in de goddelijke kracht. Wanneer iemand na lange tijd hiertoe in staat is, en zich dan zou laten dopen, dan heeft het doopsel voor die persoon een betekenis. Dan is het een manier om symbolisch aan het goddelijke en de buitenwereld te zeggen: “kijk, hier ben ik; ik ben er voor u. Dat heb ik bewezen door mijn daden, en wil ik nu symbolisch bezegelen met mijn doopsel.”

    Of je anders nu een keer of honderd keer zou gedoopt worden, heeft uiteindelijk geen enkel belang, want het is immers niet gefundeerd in je eigen gedachtenwereld. Je bent dan geen stap tot God genaderd. Het doopsel is een schijnvertoning zolang je niet eerst geleefd hebt naar de waarden waar dat doopsel voor staat. De kerk prostitueert zich dus, door het zomaar van bij de geboorte aan iedereen toe te dienen. Die persoon heeft er immers nooit zelf voor gekozen en heeft nog geen enkel begrip ontwikkeld over de waarden waarvoor het doopsel nu juist staat. Er wordt dus duidelijk gehandeld vanuit maatschappelijke dwang, en niet vanuit een vrije keuze. En zelfs wanneer die persoon jong zou sterven, zonder doopsel, is er helemaal niets verloren, want het is immers niet nodig om ook tot een godsdienstige groep te horen om effectief tot God te kunnen terugkeren.  Dit zal u verder in het document duidelijk worden.

    Ook het dragen van verhullende kleding voor het lichaam, zoals lange klederen of een sluier voor het aangezicht kan in je evolutie naar het goddelijke toe een betekenis hebben. Wanneer de persoon in kwestie inziet dat het lichamelijke voor hem geen belang meer heeft, dan kan hij volledig zelfstandig en uit eigen beweging kiezen om zijn lichaam te gaan bedekken. Zo zullen er door hem of haar geen reacties meer opgeroepen worden door de leden van de andere sekse, en geef je ook een signaal aan de anderen dat je met godsdienst bezig bent, en niet meer een partner zoekt. Weerom geldt hier de regel dat dit enkel nut kan hebben indien dit uit een vrije keuze gebeurt, als evolutie op je weg naar het goddelijke. Het heeft echter geen enkele waarde wanneer het gebeurt door maatschappelijke dwang, of gewoon omdat iedereen het doet! Maar uiteindelijk zal diegene die God heeft weten te bereiken zo sterk in zijn schoenen staan, dat hij ook dit niet meer nodig heeft om zich in de verleidingen van de wereld overeind te houden.

     Ik wil er dus de nadruk op leggen dat geen enkele van deze gebruiken een echte voorwaarde is om tot het goddelijke te komen. U kan het gebruiken wanneer u denkt dat u het nodig heeft, maar u zal het weer achterlaten wanneer u voldoende kracht hebt gevonden om fier en rechtop de wereld van de zonde tegemoet te treden. Rituelen en gebruiken zijn nodig op een bepaald niveau van je evolutie, maar zal je zelf weer overstijgen, eens je nog meer kennis hebt opgedaan. Voor God is het niet belangrijk welke weg je aflegt, en welke gebruiken je ondertussen allemaal hebt toegepast, want god zit gewoon te wachten tot wij ons weer bij hem willen aansluiten en wij dus voorgoed beslist hebben om ons enkel nog met het volledige hoogste gedachtegoed te willen bezighouden.

    Het vasten dan, heeft enkel nut om het lichaam te zuiveren van de vele afvalstoffen die we er allemaal dagelijks instoppen. Doordat je lichaam zo gezuiverd wordt, heb je meer energie vrij voor de geestelijke activiteit van je lichaam, en zodoende kan je geest dan ook een hogere toestand van bewustzijn bereiken wanneer hij zich niet meer moet bezig houden met dingen als spijsvertering en onderhoud van het lichaam. 
    Vasten heeft enkel nut in geval van meditatie of heel intensief bidden. Het zal dus voor de gewone man geen zier baten wanneer hij eensklaps een langere periode moet vasten of op heel onregelmatige tijdstippen moet eten en drinken. Hij doet het enkel en alleen omdat iedereen hem zegt dat het moet, maar zijn vasten heeft geen doel op zich, en is niet gefundeerd in zijn eigen gedachtenwereld. Deze man of vrouw die verplicht wordt om te vasten, is dus weerom geen stap dichter bij het goddelijke gekomen. Er worden in de vele godsdiensten allerlei argumenten aangehaald om het vasten toch een zekere betekenis te laten hebben, zodat ze de mensen kunnen overtuigen om het toch maar te doen. Een van die argumenten is dat iedereen op die manier eens kan aanvoelen wat het betekent om echt honger te lijden, en dat iedereen zo meeleeft met de armste mensen van de maatschappij. Opnieuw is dit een uitspraak die zichzelf tegenspreekt, want zou het dan niet gewoonweg beter zijn dat de rijken effectief hun volledige rijkdom gaan delen met de anderen, en zo de armoede voorgoed de wereld uit helpen? Een keer op een jaar meeleven met je medemens, en hem daarna voor de rest van het jaar weer links laten liggen is gewoon een manier om je plaatsje in de hemel af te kopen en toch niets of heel weinig te moeten delen met al de anderen. Het is een lapmiddel dat in de ogen van God geen enkele waarde heeft.

    Het is dan ook onmogelijk om zoiets als een jaarlijkse datum voor het vasten te gaan vastleggen, want alleen op het moment dat iemand er helemaal klaar voor is, kan die persoon uit zichzelf beslissen om het te gaan doen. En alleen hierdoor zal het dan ook een echte betekenis voor hem hebben. Niet voor de godsdienst, maar enkel en alleen op zijn eigen weg naar God en de liefde toe.

     

     

    Godsdienst is godsdienst!

     

    Godsdienst staat volledig op zichzelf. Je kan er geen wereldlijke dingen mee vermengen, want dan word je terstond weer weggeleid van je doel. Ofwel ben je dus volledig godsdienstig, ofwel ben je hier nog met het wereldlijke gedachtegoed bezig. Er is geen tussenweg, en er bestaat dan ook heel duidelijk een reuzengrote begripsverwarring over wat godsdienst juist is. 
    Godsdienst die immers ook maar het kleinste wereldlijk element bevat, is terstond geen godsdienst meer, maar is dan enkel een poging geworden om onder het mom van godsdienst greep en macht te krijgen op deze wereld. 
    Echte godsdienst zal u steeds wegleiden van deze wereld, en nooit ernaar toe. 
    Echte godsdienst leidt u naar een wereld met liefde, en houdt u niet gevangen in de wereld van haat en geweld zoals we hem nu kennen.
    Godsdienstig zijn betekent dus: exact en volledig weten waar het goddelijke voor staat, en dit vervolgens ook consequent toepassen in je leven. 
     Zo ben je een voorbeeld voor de anderen, waardoor zij zich aan jou kunnen optrekken, en dit is dan ook het enige wat je hier nog kan zijn. Je kan het zeker niet aan iemand anders met wetten gaan opleggen, want wetten zijn nu eenmaal wereldlijke dingen, die ver van liefde en God verwijderd zijn. Je kan de anderen aansporen, hen helpen als ze erom vragen, maar hen nooit dwingen om hetzelfde te doen als jij. Dan pas je de regels toe van de tirannie, en daar heeft God geen uitstaans mee. Het moet dus steeds een vrije keuze blijven, want het is niet omdat jij er nu voor kiest, dat iemand anders er ook klaar voor is om dit nu al als zijn levensdoel uit te kiezen. Het zou wenselijk zijn, dat wel, maar godsdienst werkt nooit onder dwang!
    Er is dus ook duidelijk een groot inlevingsvermogen nodig van diegene die de weg van God wil bewandelen. Hij moet dus vooral ook geduldig zijn, sterk in zijn schoenen staan wat betreft vertrouwen, en met kennis van zaken klaar staan wanneer de andere zijn hulp nodig heeft, en die ook wil aanvaarden.

    Wat kan een religieuze instelling nog meer doen om de mensen op spiritueel vlak vooruit te helpen? Eerst en vooral zal ze erin moeten slagen om een sluitend antwoord te formuleren op al de vragen die zich aandienen in het leven. Geloven alleen is niet genoeg! 
    De mensen hebben behoefte aan redelijke aanwijzingen en bewijzen, zodat ze erover kunnen nadenken, en wegwijs kunnen worden in de chaos die ons omringt. De religieuze instellingen zullen dus eerst zelf als één een perfect sluitende theorie moeten verkondigen, die gebaseerd is op liefde voor iedereen, en waarbij niemand uit de boot valt.

    Die vorm van geloof zal dan steeds zo zijn, dat hij een evolutie voorstelt, waarbij ieder voor zichzelf moet uitmaken hoever hij juist wil gaan, en welke gebruiken hij daarvoor wil toepassen. De kerk moet er dan alleen voor zorgen dat ze duidelijk zegt wat het begin en het einddoel is, en dat iedereen kan zicht krijgen op de weg die af te leggen valt. Het volstaat dat godsdiensten dit leven opnieuw als een evolutie gaan beschouwen, om weer helemaal mee te zijn. Wanneer het leven een evolutie is, dan volgt daaruit automatisch meer mededogen voor zij die niet aan de voorschriften voldoen, en is er daardoor onmiddellijk zinvol werk te verrichten voor al die mensen die nu doelloos rondzwalpen, omdat ze op een of andere manier uit de boot zijn gevallen.  Het expliciet uitbouwen van sociale vangnetten voor zij die na een periode van onwetendheid tot inzicht komen, zal dan ook een absolute prioriteit zijn. Kerken en kathedralen kunnen gebruikt worden om de zwakkeren opvang te verschaffen, en om hen een langere periode van herstel en bezinning kunnen aan te bieden, buiten de excessen en de dwingende gedachten van de omringende maatschappij. Het spreekt vanzelf dat macht, rijkdom en aanzien daardoor voorgoed in de vergeetput belanden, en dat het veldwerk weer belangrijker zal worden dan het waken over de macht en het aanzien van de instelling.

    Binnen dit kader van hulp en aanvaarding zullen veel meer mensen hun goede kwaliteiten kunnen ontwikkelen, en al snel zal op deze wereld een rijke oogst worden binnengehaald.



 

Foto's

photo photo photo photo